feb28

kimkerkow 2 Tweelingbroer als seriemoordenaarOp 10 januari 1997 ligt er een dood meisje in het Amsterdamse Bos. Ze is het slachtoffer van de dan 34-jarige Rolf Diesterweg. Precies 18 jaar daarvoor vermoordde de knappe Duitser, die een beetje op de Franse filmster Alain Delon lijkt, ook een meisje. Het meest opmerkelijke is dat de dader -voorzover bekend- de enige seriemoordenaar is met een tweelingbroer.

Het lijkt of ze slaapt. Het kleine meisje met het schouderlange blonde haar ligt haast vredig naast het ruiterpad ter hoogte van het Gagelveld in het Amsterdamse Bos. Maar de wandelaar die haar op vrijdagmiddag 10 januari 1997, rond kwart over vier, daar ziet liggen, begrijpt al heel snel dat het kind dood is. Het duurt niet lang voor de identiteit van het slachtoffer bekend is: Kim Kerkow, 10 jaar jong, uit het Noord-Duitse Varel. Ze was de vorige avond als vermist opgegeven en er was groot alarm geslagen. Op nog geen 60 meter van haar ouderlijk huis was haar fiets, een handschoen en een lege patroon van traangas gevonden. Een zoekactie met vijfhonderd soldaten en tweehonderd agenten had niets opgeleverd. Nu ligt ze hier, 350 kilometer van huis. Uit de sectie blijkt dat ze gewurgd is, vermoedelijk met een kledingstuk.

De eerste aanknopingspunten naar een mogelijke dader zijn snel gevonden. Bij de politie in Varel hebben zich diezelfde vrijdag getuigen gemeld, die in de buurt van Kim’s ouderlijk huis een donkerblauwe auto hebben gezien waarvan het kenteken begon met WW (van WesterWald) en eindigde met 66. Precies een week vóór Kim’s verdwijning, op donderdag 2 januari, is een meisje in diezelfde buurt lastiggevallen. Aan het eind van de middag, toen het al donker begon te worden, fietste ze naar huis.

“Ineens stopte er een donkere auto vlak naast mij. Er sprong een man uit, die mij probeerde van de fiets te trekken. Maar ik heb hard gegild en toen liet hij mij los en kon ik wegkomen.” Twee andere meisjes melden zich. In dezelfde week zijn ze achtervolgd door een man, die eerst een hele tijd in een telefooncel had gestaan en hen in de gaten had gehouden. Toen ze wegfietsten, was hij achter hen aan gereden, maar er was verder niets gebeurd. Ze hadden de man wel goed kunnen zien.

Aan de hand van de getuigenverklaringen van de drie meisjes wordt een compositiefoto gemaakt, die in Nederland en Duitsland wordt verspreid. Op maandag is het raak. Twee douaniers van de grensovergang bij Kupfermühle, naar Denemarken, herkennen de man van de compositiefoto. Ze hadden hem aangehouden omdat hij geen rijbewijs bij zich had. De politie trekt de gegevens na. Het blijkt te gaan om de 34-jarige Rolf Diesterweg, een colporteur die met boeken leurt en die precies 18 jaar voor de moord op Kim een ander Duits meisje van het leven beroofde. De politie weet Rolf te traceren in het pension van zijn ouders, in de Noord-Duitse kustplaats Horumersiel bij Wilhelmshaven.

Het is de dooiweek na de elfstedentocht. Op woensdag 8 januari 1997 is Rolf Diesterweg in Aurich, een stadje op enkele tientallen kilometers van Delfzijl. Hij is op bezoek bij zijn tweelingbroer Heino. Hij blijft daar ‘s nachts slapen, in het kamertje bij een van zijn nichtjes. De volgende dag boemelt Rolf wat rond. Hij leurt met boeken, maar erg succesvol is zijn eenmansbedrijf niet, en hij heeft ook geen zin. Hij is al weken onrustig, voelt een ‘sterke seksuele spanning’ en kijkt uit naar een gemakkelijke prooi. Een paar keer doet hij een poging een meisje te grijpen, maar als ze gaan gillen zet hij niet door.

Ook die donderdag rijdt hij doelloos door de troosteloze omgeving in zijn Mazda Xedos. De datum 9 januari heeft voor hem een bijzondere betekenis. Op die dag in 1979, vermoordde hij de 11-jarige Silke Meyer uit Horumersiel. Hij misbruikte haar, kuste en wurgde haar, begroef haar in de sneeuw. De herinnering aan wat er toen gebeurde, windt hem nu, achttien jaar later, weer op.

Aan het eind van de middag rijdt hij in de doodlopende straat waar de Kerkows wonen, buiten de bebouwde kom van Varel. Kim is na schooltijd met een van haar vriendinnetjes meegegaan. Tegen etenstijd fietst ze samen met drie meisjes naar huis. De laatste 600 meter moet ze alleen. “Tschüs!” roepen ze, als altijd, en Kim fietst alleen verder. Het is dan kwart voor zes. Ze is al bijna thuis, ze kan de lichten al zien branden, als Rolf Diesterweg haar opwacht. Kim is precies wat hij zoekt. Blond, een jaar of tien, en alleen. Hij weet zelf ook meteen dat zij het zal worden.

diesterweg3 2 Tweelingbroer als seriemoordenaarLater, in het verhoor, zegt Rolf: “Een stem in mijn binnenste zei: die kan je pakken.” Hij spuit traangas in haar gezicht, trekt haar in de auto en roept: “Buk je!” Hij heeft aan alles gedacht: de achterportieren zitten in het kinderslot. Hij rijdt naar het pension van zijn ouders, in Horumersiel. Zijn ouders zijn met vakantie. In dezelfde kamer waar hij 18 jaar eerder Silke vermoordde, vergrijpt hij zich nu aan Kim. Ze moet zich uitkleden. De spanning bij Rolf is zo hoog opgelopen, dat hij zichzelf meteen bevredigt. Pas dan maakt hij het naakte kind met handboeien vast, aan handen en voeten, zodat ze niet weg kan lopen als hij een biertje uit de keuken haalt. Daarna sleept hij de tegenstribbelende Kim naar de wijnkelder.

Zelf gaat hij weer naar boven, om met zijn ouders te bellen. Het lijkt zomaar een vriendelijk praatje, van een liefhebbende zoon met zijn ouders. “Wanneer komen de nieuwe gasten ook weer?” vraagt hij tussen neus en lippen door. Na het telefoontje haalt hij Kim uit de kelder en brengt haar naar Gästezimmer Nr. 2. Rustiger, weloverwogen en langdurig misbruikt hij het meisje. Niet alle details daarover zijn bekendgemaakt.

Als het voorbij is, smeekt Kim: “Wanneer breng je mij naar huis?” Rolf gaat er eens rustig voor zitten en steekt een sigaret op. Wat nu? Zal ze hem verraden? Hij hoort Kim weer: “Bitte, laat me naar huis gaan.” Rolf zegt dat hij haar naar huis zal brengen. De handboeien mogen los, Kim kan zich aankleden. Ze is opgelucht, ze denkt dat het nu voorbij is. Rolf helpt haar met het aankleden. Met haar oranje sweatshirt. Met haar blauwe trainingsbroek. Met haar sjaal. Voorzichtig legt hij de sjaal om de hals van Kim. Dan trekt hij aan, met beide handen.

Als ze dood op de grond ligt, steekt Rolf een kaars aan. Hij zet een CD op met Gregoriaanse koraalmuziek, rookt een sigaret en gaat nadenken over wat hij nu verder moet. Achttien jaar eerder lag er sneeuw, om het slachtoffer te verbergen. Nu ligt er geen sneeuw, maar heeft hij wel een auto. Hij legt het dode meisje in de kofferbak en gaat rijden. Waarheen?

Uiteindelijk blijkt het Amsterdam te zijn geworden. De reden is niet duidelijk. In de loop van de nacht dumpt hij haar niet ver van de ringweg, in het Amsterdamse Bos. Hij rijdt terug naar Aurich, naar zijn tweelingbroer Heino en blijft daar ‘s avonds. Alsof er niets gebeurd is. Samen kijken ze naar het politiebericht op televisie, waarin om tips over de moord op Kim wordt gevraagd. De volgende dag rijdt hij naar Denemarken, waar hij zich het weekend schuilhoudt. Op woensdag is hij terug in Horumersiel, in het pension, waar de politie hem aanhoudt.

In het duizend zielen tellende dorpje Horumersiel slaat de arrestatie in als een bom. Twee moorden in zo’n kleine plaats, dat is niet goed voor het toerisme. Als de dag van gisteren herinnert men zich de eerste moord, in januari 1979, “toen er zoveel sneeuw lag.” Rolf Diesterweg kennen ze goed, zijn ouders nog beter. “Gelukkig zijn ze op vakantie,” zegt de kastelein van een van de weinige cafés die in de wintermaanden open is. De ouders staan goed bekend in het plaatsje, niks op aan te merken. Over het verleden van Rolf is jarenlang nooit meer gepraat. “Het was een ongeluk,” werd er gezegd. Maar nu is het: “Hij weer…”

De familie Diesterweg vormt tot in de jaren zeventig een normaal Duits gezin, met vader Heinz (van 1936), moeder Maria (van 1932), twee dochters en de eeneiïge tweeling Heino en Rolf, die op oudejaarsdag in 1962 zeven minuten na elkaar geboren zijn. Ze wonen in Mainz, vader Heinz is opzichter bij een bouwbedrijf. Als het bedrijf failliet gaat, staat vader op straat. Ze beginnen opnieuw, nu voor zichzelf, met een pension aan de Noordzee, in Horumersiel.

De tweeling is onafscheidelijk en ze lijken zo sprekend op elkaar dat ze alle bekende verwisselingsgrapjes moeiteloos kunnen uithalen. Als ze vijftien zijn, lopen hun wegen uiteen, althans wat de opleiding betreft. Rolf wil kok worden, Heino restaurateur. Kort daarna, in 1979, valt er een doem op het gezin. Rolf wordt opgepakt omdat hij zijn elfjarig buurmeisje Silke Meyer heeft misbruikt en gewurgd.

Heino: “Onze ouders zeiden toen dat het een ongeluk was geweest. Tot nu toe had ik dat steeds geloofd. Er is ook nooit meer over gesproken. Ik wilde dat natuurlijk ook graag geloven. Het blijft toch je broer.”

Rolf wordt wegens doodslag tot zes jaar gevangenisstraf veroordeeld, maar komt al na vier jaar weer vrij. “Toen hij in 1984 vrijkwam, was hij wel veranderd,” zegt Heino, “vroeger was hij erg gesloten, maar nu begaf hij zich veel onder de mensen, ging naar feestjes en wilde van het leven genieten. Ik kon me dat wel voorstellen. Zelf leefde ik anders, soberder, met mijn vrouw en kinderen, maar Rolf had veel in te halen.”

Al die jaren heeft Heino met zijn tweelingbroer een goede band gehad, maar nu weet hij niet meer hoe hij met zijn gevoelens om moet gaan. “Ik houd van de Rolf zoals ik hem kende. De goede tijd die we hebben gehad, kan ik niet vergeten. Maar de Rolf die Kim vermoord heeft, die haat ik. Het zou misschien beter zijn als hij dood was. Ik kan beter tegen de kinderen zeggen dat hun oom in de hemel is, dan dat hij een kindermoordenaar is.”

Heino breekt zich het hoofd over de vraag of hij niet iets aan zijn tweelingbroer had moeten merken, een teken dat er iets mis was, waardoor deze moord voorkomen had kunnen worden. “We waren juist de laatste maanden weer tamelijk close met elkaar. Rolf had een opleiding gevolgd en zich in 1995 als zelfstandig ondernemer gevestigd. Hij kwam hier vaak op bezoek, maar er was nooit iets aan de hand. De dag vóór de moord is hij hier geweest. Hij heeft bij onze dochter Marie, van 10, in de kamer geslapen. Na de moord is hij hier weer geweest. We hebben samen naar het opsporingsbericht op televisie gekeken. Ik heb totaal niets aan hem gemerkt.”

Hoe is het mogelijk dat de ene helft van een eeneiige tweeling een moordenaar is en de andere niet? Is er met Heino ook niet iets mis? Heino: “Ik ben bij een psychologe geweest. Ik zit daar zelf ook mee. Ik heb haar gevraagd of het criminele van mijn broer ook in mij zit. Zij heeft me gerustgesteld, tenminste op dit punt. Maar er is nog iets waarvan ik het gevoel heb dat het mij mijn leven lang zal achtervolgen, als een nachtmerrie, en dat is iets dat een deskundige niet met een paar woorden kan oplossen. Het is een beeld, dat elke nacht terugkomt. Ik haal me dan voor de geest wat Kim in haar leven het laatst heeft gezien. Dat was het gezicht van de moordenaar. Dat is ook mijn gezicht. Als ik in de spiegel kijk, zie ik een kindermoordenaar.”

Over de psyche van seriemoordenaars is veel bekend. Er zijn veel overeenkomsten en categorieën. Het meest opmerkelijke aan Rolf Diesterweg is dat hij van een eeneiige tweeling is. Hoe is het te verklaren dat van twee mensen, die genetisch hetzelfde zijn, die dezelfde opvoeding hebben gehad, de één een seriemoordenaar wordt en de ander een brave huisvader?

Professor dr. J.F. Orlebeke van de Vrije Universiteit in Amsterdam is gedragsgeneticus en was de eerste directeur van het Nederlands Tweelingenregister. “Gedrag is het gevolg van een interactie tussen aanleg en omgeving. Het kunnen een paar kleine gebeurtenissen zijn die als trigger werken. Iets kan in aanleg aanwezig zijn, maar het komt pas naar buiten als het door ‘de omgeving’ geprikkeld wordt. Iedere Nederlandse baby wordt na de geboorte getest op PKU, een erfelijke stofwisselingsziekte. Als je dat hebt en je doet er niets aan, word je zwakzinnig. Als je een bepaald dieet volgt, is er niets aan de hand. Als die briljante Stephen Hawkins na zijn geboorte in een donkere kast was gestopt, was hij zo dom geworden als wat.”

Ook bij eeneiige tweelingen, die genetisch gelijk zijn, verschilt ‘de omgeving’. Dr. Orlebeke: “Het geboortegewicht is vaak al anders, dat kan komen doordat de een beter toegang heeft gehad tot de voedingsstoffen. Ook tijdens de ontwikkeling van het zenuwstelsel blijkt dat er verschillen optreden, dat kun je op foto’s van de hersenen zien.”

Is het dan zo dat de tweeling Diesterweg erfelijke aanleg heeft tot kindermoord, en dat het door omgevingsfactoren alleen bij Rolf tot uiting is gekomen, of hebben alle mannen die aanleg en komt het er bij een enkeling uit?

Dr. Orlebeke: “Er is geen gen voor moordenaarschap, dat is onzin, maar hoe het precies zit weet ik ook niet. Iemand die dergelijke moorden pleegt, dat is al geweldig complex en zeldzaam. Dat zo iemand van een eeneiige tweeling is, zie ik eerder als toeval.”

Moordenaarschap is niet te voorspellen, achteraf blijkt wel dat mannen die delicten plegen zoals Rolf Diesterweg in hun jeugd vaak al stereotiep gedrag hebben vertoond. Een van de kenmerken die daarbij steevast opduikt is het mishandelen van dieren. En uiteraard: de slechte jeugd. Maar hoe zat dat bij Rolf, en was zijn jeugd zoveel slechter dan die van zijn tweelingbroer?

Het proces in Oldenburg, waar Rolf terechtstond, moest opheldering geven. Maar dat gebeurde mondjesmaat: op verzoek van Rolfs advocaat speelde zich het grootste deel achter gesloten deuren af. Terwijl buiten verontruste ouders demonstreerden met zwarte ballonnen, werd binnen het zieleleven van de kindermoordenaar ontleed.

Wat Rolf en zijn psychiaters vertelden was niet nieuw: het past naadloos in de verhalen van andere serie- of kindermoordenaars. Medelijden met zichzelf: hij wil niet meer leven, zegt hij. De schuld geven aan anderen: zijn moeder en de havermoutpap.

Het beeld dat oprijst uit het psychiatrisch rapport, is voor deskundigen wellicht niet verrassend, bij de familie van de dader moet het rauw op het dak vallen. De lieve aardige zoon blijkt in werkelijkheid zijn moeder van jongsaf aan te hebben gehaat, en hoezo: gelukkige jeugd? Het was één diepe ellende, een aaneenschakeling van lichamelijk en geestelijk misbruik. Alleen is de dader vaak de enige die daar iets van heeft gemerkt.

Zo was het bij Rolf ook. “Het is de schuld van mijn moeder, door haar ben ik zo geworden,” zegt hij. Het blijkt dat hij zijn hele leven geteisterd is door faalangst, waar hij op reageerde met geweldsfantasieën. Uiteindelijk zijn die fantasieën werkelijkheid geworden.

Maar hoe kwám hij aan die faalangst, aan die fantasieën, waar het allemaal mee begon. “Door de havermoutpap,” zegt Rolf. In het Duits klinkt het ook extra smerig: Haferschleim. “We kregen altijd alleen maar havermoutpap en als we daarvan moesten overgeven, moesten we het van de grond opscheppen en toch opeten.”

Volgens de psychiater heeft Rolf geen zelfbewustzijn ontwikkeld, heeft hij nooit echt een eigen persoonlijkheid gekregen. Of dat iets te maken heeft met het feit dat hij een tweelingbroer heeft, geven de deskundigen niet aan. “Toen ik elf jaar was had ik al van die geweldsfantasieën waartegen ik me niet kon verzetten,” verklaart Rolf. Maar uit het onderzoek is gebleken dat hij op z’n negende al konijnen slachtte en katten wurgde. Hij moet toen al -misschien onbewust- die gewelddadige fantasieën hebben gehad, samen met een bovenmatige seksdrang.

Eerst reageerde hij zich af op dieren. Bij de buren haalde hij een konijn uit het hok en maakte het beestje af met een mes. Een kat doodde hij met een draadje om de nek. Hij slingerde het net zolang rond tot het dood was. “Toen voelde ik me beter.” Hij kon, naar eigen zeggen, moeilijk contacten leggen, was altijd bang afgewezen te worden. Niettemin had hij al op zijn veertiende voor het eerst gemeenschap met een meisje. Vóór die tijd al fantaseerde hij over geweld tegen jonge kinderen. Toen hij 16 was, mondde dat uit in de moord op Silke Meyer.

Later raakte hij opgewonden door aan gedragen damesondergoed te ruiken. Maar waarom richtten zijn seksuele fantasieën zich op kinderen? Tijdens het proces wordt het niet duidelijk, maar volgens Rolf is het allemaal de schuld van zijn moeder. “Ze heeft me vaak naakt over de knie gelegd en met een kleerhanger geslagen. Eerst was mijn broer aan de beurt. Door de deur hoorde ik hem huilen. Ik heb mijn moeder alleen maar gehaat. Ik wilde dat ze van mij hield. Ik heb me altijd voorgenomen: als ik groot en sterk ben, vermoord ik haar.”

Rolf Diesterweg is veroordeeld tot levenslang.

Reageer

Geen Reacties.

RSS feed voor reacties. /

Reageer op dit Bericht



01-Camilleri-468x60-webbanner