aug11

frantzen pano 395x300 Klaas Bruinsma: proces verbaal in de zaak Leo Frantzen

 
PROCES VERBAAL KLAAS BRUINSMA

(Dit is het proces-verbaal met de verklaring van Klaas Bruinsma nadat hij op dinsdag 23 augustus 1983 was neergeschoten in de Wakkerstraat, nadat hij zelf  Leo Frantzen had doodgeschoten. Zie verder het bericht van donderdag 23 augustus 2012)

Op woensdag 24 augustus 1983, omstreeks 18.00 uur, verhoorden wij in het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam de aangehouden verdachte BRUINSMA, die ons opgaf te zijn: Klaas BRUINSMA, geboren te Amsterdam op 6 oktober 1953, wonend (….)laan  te Muiderberg. Nadat wij hem hadden medegedeeld dat hij niet antwoorden verplicht was, verklaarde hij:

‘Ik begrijp dat ik niet tot antwoorden verplicht ben, maar wens wel een verklaring naar waarheid omtrent het gebeurde af te leggen. Ik begrijp ook waar ik van word verdacht. Ik heb namelijk al een jarenlange relatie op vriendschappelijke en zakelijke basis – met een meisje, genaamd THEA. Op een gegeven moment, een aantal jaren geleden, ging deze THEA samenwonen met een man, genaamd Piet of Peter PIETERSE, in de Wakkerstraat in Amsterdam Oost.

Ongeveer twee weken geleden ging THEA van Piet af, de reden daarvan vind ik onbelangrijk. Er waren in ieder geval problemen gerezen, ook tussen mij en deze Piet. Waarover dit precies ging is, dacht ik, nu niet relevant. In ieder geval is het zo dat ik op dinsdag 23 augustus 1983, omstreeks 11.00 uur, werd ik thuis in Muiderberg opgebeld door Piet.

Hij zei tegen mij: “Frans, er is iets aan de hand, ik moet je dringend spreken, kom met een bloedgang naar mij toe, ik bel van buiten”. Ik word inderdaad FRANS genoemd. Dit ging op heel vriendelijke toon, ik had niet het minste wantrouwen ten aanzien van Piet of zijn telefoontje. Ik dacht dat Piet mij wilde spreken omdat hij iets bijzonders had gehoord of zo. Ik begreep eruit dat hij dit met mij wilde bespreken in persoon c.q, niet over de telefoon. Het komt wel vaker voor dat ik persoonlijk naar iemand toe rijd om zaken te bespreken die niet over de telefoon kunnen worden besproken.

In ieder geval begaf ik mij, in gezelschap van mijn vrouw en mijn vriend Geurt (Geurt Roos, HJK) naar de woning van Piet, perceel Wakkerstraat 19-II te Amsterdam. Aldaar aangekomen parkeerde ik de auto en liep met mijn vrouw naar de woning voornoemd. Geurt bleef in de auto zitten. We belden aan, het zal plusminus kwart voor twaalf zijn geweest en nadat was opengedaan begaven wij ons naar boven.

Bij de deuropening van de woning van Piet aangekomen zag ik Piet in de deuropening staan. Hij liet mij binnen, gaf mijn vrouw een zoen ter verwelkoming en zei onmiddellijk tegen haar: “Sorry, maar dit moet even onder vier ogen.” Hierop ging mijn vrouw weer naar beneden en is kennelijk weer in de auto bij Geurt gaan zitten, althans dit vermoedde ik. In de woning van Piet aangekomen begon Piet enigszins op te spelen over het feit dat ik een tijdje niets van mij had laten horen.

Hij deed enigszins afstandelijk tegen mij. Wij namen plaats in het zitgedeelte van de woonkamer, vlakbij de frontzijde van de woning, de straatzijde dus. Ik nam plaats in de vierzitsbank welke het dichtst hij het bureau stond van Piet en deze laatste nam plaats op een vierzitsbank welke onmiddellijk onder het raam stond. Wij zaten dus tegenover elkaar met tussen ons in een houten salontafel.

Nu moet ik U zeggen dat ik, toen ik naar de woning van Piet toereed, een vuurwapen bij mij had. Dit vuurwapen, alsmede een doosje met 45 stuks bijbehorende munitie, had ik bij mij en droeg het in een leren akte-tas, zwart van kleur. Dit vuurwapen, merk Smith en Wesson, kaliber .38,  heb ik soms wel eens meer bij mij. Ik heb hiervoor geen machtiging, ik mag het dus niet hebben, dat is mij bekend. Ik kan U niet zeggen waarom ik dat wapen op dinsdag 23 augustus 1983 naar de woning heb meegenomen, ik heb hiervoor geen verklaring.

Ik kan U wel zeggen waarom ik zoveel patronen voor dit wapen bij mij had, ik ga namelijk regelmatig oefenen bij de Hembrug in het Industrieterrein te Amsterdam.
Het vuurwapen voornoemd, alsmede de patronen, behoorden mij in ieder geval in eigendom toe.  Zoals gezegd zaten Piet en ik dus tegenover elkaar in die huiskamer. Wij bevonden ons daar, voor zover ik op dat moment wist, alleen in de woning.

Tijdens het gesprek merkte ik dat Piet zich nogal beledigd voelde om eerdergenoemde reden. Het gesprek kreeg een wending, waaruit ik opmaakte dat het wel eens wat langer kon gaan duren. Ik stond op een gegeven moment op en liep naar het raam van de woning. Ik opende dit raam en wist de aandacht te trekken van mijn vrouw en mijn vriend, die in de auto op mij zaten te wachten. Ik stuurde hen weg, ten eerste omdat ik wist dat mijn vrouw nog een boodschap moest doen en ten tweede omdat ik hen niet constant wilde laten wachten. Dit gebeurde dan ook, zij reden weg met de auto.

Op dat moment kreeg het gesprek, nadat ik weer had plaatsgenomen in de bank, een beetje meer vervelende wending. Piet begon mij te vertellen dat hij iets van mij had weggenomen. Hij had dit gedaan via eerdergenoemde THEA, met wie hij immers had samengewoond. In ieder geval maakte ik uit hetgeen hij mij vertelde op, dat hij mij iets van grote waarde had afgenomen. Dit heeft iets te maken met de hash-handel, waar ik wel eens wat mee te maken heb. De laatste zin die hij tot mij sprak was de volgende: “Ik wil meer van je, mijn vrienden steunen mij hierin, die zitten trouwens nu boven in de slaapkamer.”

Hierna volgden de gebeurtenissen zich zeer snel op. Ik begreep onmiddellijk dat ik mij in een zeer hachelijke situatie bevond. Ik was slechts alleen, en ik wist wie de “vrienden” van Piet waren. Dit waren onder meer Chris DOLMAN en Leo FRANTZEN. Deze twee personen staan bekend als afpersers en zijn tot alles in staat. Ik dacht onmiddellijk dat ik óf zou worden ontvoerd door die gasten, óf invalide zou worden geslagen óf eenvoudig zou worden koudgemaakt. Chris en Leo zijn compagnons in de afpersingsbranche en ik denk dat zij deze hele zaak hebben uitgedacht en Piet hebben gebruikt om mij naar de Wakkerstraat te lokken.

bruinsma pv 4 220x300 Klaas Bruinsma: proces verbaal in de zaak Leo Frantzen

Dit alles schoot mij in een flits door mijn hoofd, terwijl Piet voornoemde woorden sprak. Ik stond op en hoorde op hetzelfde moment gestommel van boven. Er is namelijk een open trapverbinding met de woonkamer van die woning. Ik nam een duik naar mijn tas en haalde de revolver uit die tas. Ik rende naar de hoek van de kamer waar de televisie staat, bij het raam en richtte met twee handen het wapen op Piet. Ik wilde, door hem te bedreigen, de overigen, die nu de trap afkwamen, tot stoppen dwingen.

Ik zag dat Leo FRANTZEN de trap afkwam, gevolgd door Chris DOLMAN en nog een man met blond haar. Ik zag dat zij op mij afkwamen. Ik riep: “Terug Terug”. Tegelijk zag ik dat Piet naar mijn vuurwapen greep, kennelijk met de bedoeling het af te pakken. Meteen hierop richtte ik mijn vuurwapen bewust op het bovenbeen van Piet en drukte af. Ik hield daarbij het vuurwapen met twee handen vast. Ik schoot en richtte bewust op dat been van Piet en drukte ook bewust af. Ik wilde als het ware op die manier een waarschuwingsschot afgeven.

Er volgde uiteraard een harde knal en Piet werd geraakt in zijn linkerbeen. Op dat moment week Piet achteruit en ik zag dat de overigen op mij afkwamen. Leo was het eerst bij mij en ik kreeg van deze Leo een harde vuistslag in mijn gezicht. Onmiddellijk hierna hoorde ik een knal van schuin rechts voor mij en ik voelde een stekende pijn in mijn buik. Ik kwam te vallen en ik schoot hierop gericht op Leo. Ik weet niet waarom, ik denk achteraf omdat hij direct voor mij stond. Ik vuurde een of meer schoten op hem af, dit weet ik niet meer precies. Het kan wel zijn dat ik op hem schoot terwijl ik viel, c.q. terwijl ik al op de grond lag. Ik weet in ieder geval wel dat ik hem ook raakte want hij viel achterover.

Tijdens voornoemde schoten werd ik ook wederom weer beschoten door iemand anders. Ik werd daarbij geraakt in de rechterarm. Verder weet ik niets meer. Ik denk dat ik hierna een korte periode buiten bewustzijn ben geweest. Op een gegeven moment kwam ik weer bij en merkte dat ik ruggelings op de grond lag. Ik zag en voelde dat Chris boven op mij zat en mij onophoudelijk in mijn gezicht stompte. Ik voelde ook dat hij met kracht probeerde mijn keel dicht te knijpen kennelijk met de bedoeling mij te wurgen. Naar nu blijkt is hij hiermee echter toch weer opgehouden, de reden hiervan weet ik niet. Ik raakte hierna in ieder geval weer buiten bewustzijn.

Frantzen Telegraaf 231x300 Klaas Bruinsma: proces verbaal in de zaak Leo Frantzen

Ik geef toe dat ik opzettelijk heb geschoten met een vuurwapen op Piet PIETERSE en Leo FRANTZEN. Ik heb dit gedaan om mij te verdedigen. Ik was buiten mijzelf van angst. Ik weet niet wat ik gedaan heb, behalve dan dat ik bewust op Piet heb geschoten als waarschuwing voor de overige aanwezigen om mij met rust te laten. Ik ben zeer onder de indruk van het feit dat Leo is overleden, kennelijk ten gevolge van het schieten van mij. Ik begrijp dat dit het gevolg hiervan is. Nadat ik mijn verklaring heb doorgelezen volhard ik daarbij en onderteken deze.
K. Bruinsma.

De verbalisanten tekenen nog aan:

Gezien de verwondingen, welke BRUINSMA bij de schietpartij had opgelopen, was hij niet in staat om de verklaring in zijn huidige, uitgetypte vorm door te lezen en te ondertekenen. Wij, verbalisanten, verklaren voorts dat BRUINSMA verwondingen in zijn gezicht en hals had. Wij zagen dat zijn gezicht was opgezwollen en blauw-paarse verkleuringen bij zijn linker-oog had. Voorts zagen wij dat zijn linkerwang zeer gezwollen was. Wij zagen dat in de hals van BRUINSMA rode en blauwe plekken zaten.

Opgemaakt te Amsterdam op ambtseed, 25 augustus 1983. De verbalisanten, R. de Vries en J. Altena

Aldus het proces-verbaal. Tijdens het proces destijds is niet erg duidelijk geworden wat er precies was gebeurd, daarvoor liepen de verklaringen van de verschillende betrokkenen te veel uiteen. Wel is later geconstateerd dat de verklaringen van Dolman en Bruinsma over de feitelijke gang van zaken het meest met elkaar overeenkwamen.

Bruinsma noemt Dolman en Frantzen ‘afpersers’. In het Panorama-artikel zegt Chris Dolman hierover dat hij samen met  Leo Frantzen de bescherming deed van illegale gokhuizen.

’s Nachts maakten we de ronde langs de illegale gokhuizen, elke nacht waren we met z’n tweeën op pad. Leo was een keihard, maar goudeerlijk. Hij was voor niemand bang, had nooit een wapen bij zich, echt iemand van de oude stempel, hij deed alles zijn blote handen. Hij was wel impulsief, hij had een sterk eergevoel, hij sprong er meteen tussen.’ Bruinsma had het in zijn verklaring bij de politie over afpersing, ‘maar dat was het niet, tijdens onze ronde keken we of alles rustig was. We stonden op de loonlijst, we kregen een vergoeding, we hielden de boel rustig. De eigenaren van die gokhuizen waren blij met ons, als er wat aan de hand was belden ze ons. Van eind jaren 70 tot aan zijn dood in 1983 hebben we dat zo gedaan.’”

Meer over de reportage in Panorama staat hier

Processing your request, Please wait....

Reageer

Geen Reacties.

RSS feed voor reacties. /

Reageer op dit Bericht