Profiel advocaat Esther Vroegh

 Esther-Vroegh-2014-web

In de veertien jaar die Esther Vroegh werkzaam is als advocate – eerst als medewerker, en sinds 2007 als eigenaar van een eigen kantoor, samen met collega Robert-Jan Mesland – is er veel veranderd in de wereld van het strafrecht. Een van de meest opvallende dingen is dat geld een steeds grotere rol lijkt te spelen.

Esther: “Het liefst willen rechtbanken een megazaak, want daar krijgen ze meer geld voor. Daardoor wordt er soms van een gewone zaak een megazaak gemaakt, terwijl het  dat helemaal niet is.”

 De afgelopen tijd is dat meerdere keren voorgekomen. Terwijl de advocaten allang weten dat een zaak vrij eenvoudig is en niet zo lang hoeft te duren, zijn er door de rechtbank toch hele dagen voor ingeruimd. 

“Zo kan een rechtbank aangeven dat ze weer zoveel megazaken hebben gedraaid, waardoor ze meer geld krijgen. Dat zag je recent bij de zaak tegen S., een relatief eenvoudige zaak. De zaak begon in 2009 toen er sprake was van voorbereiding tot ontvoering. Bij een huiszoeking werden wapens, hasj en een gestolen auto aangetroffen. Uiteindelijk werd het ontvoeringgedeelte geseponeerd en stond hij alleen nog terecht voor de wapens en de auto. Pas vijf jaar na dato moest hij ervoor voorkomen. Het was een zaak met vier verdachten, waarvoor de rechtbank in Rotterdam een hele dag had ingeruimd. Bij de rechtbank aangekomen bleek dat de zaken apart werden behandeld, en stonden we na drie kwartier alweer buiten. Je kunt je afvragen waarom dit dan wordt aangekondigd als een megaonderzoek.”

 vroegh-stentor

Een andere tendens is dat het bij rechters steeds meer draait om productie: zoveel mogelijk zaken doen, in zo kort mogelijke tijd. Dan wordt er juist weer heel weinig tijd genomen voor een gecompliceerde of bewerkelijke zaak. “Daar is op zich niks mis mee in deze tijden van bezuinigingen, maar het leidt er soms wel toe dat de menselijke kant van het strafrecht wordt vergeten. Iedere verdachte heeft recht op zijn eigen advocaat, waar die een vertrouwensband mee heeft. Zeker als je al jarenlang door dezelfde advocaat wordt bijgestaan. Maar door de productiedrang lukt het soms niet om alles bij te benen. Dan komt het voor dat een officier zegt: ‘Als er binnen het kantoor zelf geen vervanging kan worden gevonden, dan moet je dat maar even buiten het kantoor doen.’ Wij als advocaten zijn natuurlijk ook gewoon ondernemer, en dan word je behoorlijk voor het blok gezet.”

Dat het strafrecht efficiënter en effectiever zou kunnen werken, daar is Vroegh het mee eens, maar volgens haar is dat met name een kwestie van goed overleg, en ook vertrouwen tussen alle partijen.  

“In Almelo heb ik een vrouwenhandelzaak gedaan, waar dagenlange verhoren in zijn opgenomen. Als advocaat wil je die verhoren allemaal uitluisteren, maar daar gaat ontzettend veel tijd inzitten. Helemaal omdat je de schijfjes waarop de verhoren staan alleen op afspraak op het politiebureau kunt luisteren. In de praktijk houdt dat in dat je bijvoorbeeld alleen op dinsdagmiddag langs kan komen, wat natuurlijk lang niet altijd mogelijk is. Wij vragen dan: mogen we die schijfjes meenemen naar huis? Dan kun je ze gewoon rustig afluisteren. Maar dat mag niet, omdat men bang is dat de schijfjes gaan zweven. Ik heb hierover een brief gestuurd dat ik het een motie van wantrouwen vind richting de advocatuur. Alsof wij die schijfjes kwijtmaken! Als je ze aan ons uitleent en daar afspraken over maakt wanneer ze weer terug moeten zijn dan is er niks aan de hand. Daarbij is dan meteen herleidbaar waar de schijfjes zijn.”

Over schijfjes gesproken: er raken er nog weleens wat kwijt. En laten dat nou juist vaak de meest cruciale schijfjes zijn, waarover in het dossier onduidelijkheid bestaat.

“In die vrouwenhandelzaak bijvoorbeeld: we zijn dagen bezig geweest met het uitluisteren van die verhoren. En net het deel van verhoor waarin een naam zou worden genoemd was verdwenen. Gewoon kwijt. Bij de zaak S. werd eerst gezegd dat een belangrijk verhoor – waarvan hijzelf aangaf dat zijn verhaal verkeerd was weergegeven in het dossier – niet was opgenomen. Later bleek dat het wel was opgenomen, maar dat het schijfje onvindbaar was. Dat soort dingen gebeurt net iets te vaak, en dat wekt veel wantrouwen en ergenis op.”

Verhoren, of delen ervan, die kwijtraken zijn nog tot daar aan toe, maar het kan veel erger. Esther Vroegh heeft al bij meerdere zaken meegemaakt dat organen, die bij het NFI lagen, zijn verdwenen of achtergehouden. Een van die zaken is die van Michael Boerboom, een 20-jarige jongen die in 2011 overleed nadat hij bij iemand in de auto was gestapt voor een straatrace. De chauffeur, Angelo R., knalde met een snelheid van 125 kilometer per uur, in de dichte mist tegen een boom. Michael overleed, Angelo overleefde maar net. Hem werd dood door schuld ten laste gelegd. Nadat Michael begraven was kwamen zijn ouders erachter dat zijn hersenen ontbraken: die lagen nog op het NFI. “Voor de nabestaanden is zoiets verschrikkelijk. Je zou er als nabestaande, maar ook als verdachte, toch op moeten kunnen vertrouwen dat zoiets goed geregistreerd wordt.”

Is er niet een vorm van controle dan?

“Ja, dat is nou juist het punt. In principe zou dat het ministerie van justitie moeten zijn, maar kennelijk gebeurt dat niet. En als iemand anders erop wijst dat dingen niet kloppen dan wordt die afgeschoten, kijk maar naar Danny Spendlove.”

spendlove-april2012

In 2011 speelde in Maastricht de zaak tegen Anita C., bij wie drie babylijkjes in en om het huis waren gevonden. Forensisch patholoog Danny Spendlove was, naast het NFI, als getuige-deskundige opgeroepen.

Waar het NFI niet kon vaststellen of de baby’s überhaupt geleefd hadden en of er dus sprake was van doodgeboren, of vermoorde kinderen, kon Spendlove – die zijn studie in Duitsland volgde – dat wel. Zijn onderzoek was naar eigen zeggen grondiger dan dat van het NFI, en hij kon in ieder geval bij het jongste kind vaststellen dat die nog geleefd had. Maar de zaak nam een bijzondere wending. Spendlove ontdekte dat verschillende organen van de kinderen op het NFI kwijt waren. Toen hij dat aankaartte begon de leiding van het Openbaar Ministerie een ongekende hetze tegen hem, waarbij zijn goede naam compleet door het slijk gehaald werd. Esther Vroegh stond hem daarna bij.

Vroegh: “Bij de Geleense babylijkjeszaak was het OM blij met zijn bevindingen dat ze een niet-natuurlijke dood waren gestorven. Daarna is hij naar zijn mening door het College PG in diskrediet gebracht omdat hij begon over de ontbrekende organen. Wat volgt is een hele hoop gedoe en gesjoemel over de reputatie van zo’n deskundige. Het ging op een gegeven moment zelfs zover dat het medisch expertise centrum zei: hij geeft zich ten onterechte uit voor forensisch arts. En dan denk je: jongens jongens, ruim dat misverstand zo snel mogelijk uit de weg zodat iedereen weer aan het werk kan en het vertrouwen in deskundigen hersteld wordt.  Dat er dingen bij het NFI kwijt kunnen raken, blijft vreemd, en ook de weinig communicatieve wijze  waarop men daarmee omgaat. Overal worden fouten gemaakt, ook bij ons, maar die moet je op een gegeven moment gewoon toegeven.”

Hoe kijk je aan tegen de verhoudingen binnen het rechtssysteem?

“Wat mij nog steeds mateloos irriteert zijn de ogenschijnlijke een-tweetjes  tussen het Openbaar Ministerie en de rechtbank. Je ziet het fysiek in de rechtszaal: de officier van justitie zit op gelijke hoogte met de rechtbank, en als verdachte zit je onderaan met je advocaat. Ze zitten er ook vaal al met zijn allen voordat iedereen de zaal binnenkomt, en bij verdachten wekt dat een totaal vertekend beeld. Mensen van het OM en van de rechtbank volgen vaak dezelfde opleiding, zitten in hetzelfde gebouw en hebben pasjes waarbij ze zo bij elkaar binnen kunnen lopen. Ik vind dat je dat gescheiden moet houden: zij zijn procespartij, wij zijn dat ook, en de rechtbank bepaalt.

Ik merk soms dat er voor een rechtszaak overleg is geweest tussen de officier en de rechtbank, buiten mijn medeweten om. Dan wordt er gezegd: ‘Ja, we hebben dit met de rechter-commissaris overlegd.’ Dat kan niet. Doe het formeel. Stuur een brief of een e-mail naar de rechter-commissaris en zet de advocaat in de cc.”

Een verdachte die voor het eerst bij de rechtbank komt, kan gemakkelijk worden geïntimideerd. Door de hele opstelling, maar ook door het taalgebruik.

“Ik heb een tijdje geleden een zaak gedaan van allemaal Antilliaanse jongens in een groepsverkrachting. En dan gaat de voorzitter woorden gebruiken als ‘copuleren’ en ‘penetratie’. Tegen Antilliaanse jongetjes van 15, 16 jaar. Die begrijpen daar niks van. Dan denk ik: pas je taalgebruik daarop aan. Je hoeft niet popie jopie te worden, want je moet wel de vertaalslag naar het juridische kunnen maken, maar je moet wel eerst de feiten helder krijgen. Als zij al niet snappen waar het over gaat… Rechters komen vaak uit een goed milieu en zijn vanzelfsprekend hoog opgeleid. Daar zie je vaak totale miscommunicatie, een soort Babylonische spraakverwarring tussen de rechter en de verdachte. Dan vraag je weleens heel voorzichtig of ze ander taalgebruik willen bezigen, of je vertaalt het zelf voor je cliënt, maar dat zou niet moeten. Een verdachte wordt daar heel onzeker van.”

Wat vind je ervan dat de politiek zich steeds meer met het recht gaat bemoeien?

“Als je nu het bewind van Teeven ziet, wat er iedere keer weer doorheen gejast wordt aan strafverhoging en dergelijke: onbegrijpelijk. Dat kan omdat de Eerste en Tweede Kamer niet gehinderd worden door kennis, er zitten momenteel weinig juristen in. Ze willen nu weer informanten gaan inzetten. Dan heb je echt helemaal niks geleerd van de geschiedenis. Wat Teeven en Opstelten doen is echt voor de bühne, zo van: we schreeuwen het volk weer even toe hoe we het gaan aanpakken. En iedereen gaat daarin mee, totdat ze zelf in het verdachtenbankje komen te zitten.”

esther-vroegh-web-nw2014

Het schort de Eerste en Tweede Kamer aan kennis, ook vanuit de maatschappij is weinig betrokkenheid met het strafrecht.

“Strafrecht is helemaal niet populair. En je moet wel uitkijken dat je als advocaat niet cynisch wordt, maar dat zit gelukkig niet in mijn karakter. Soms zou ik willen dat we het Belgische systeem hadden. Daar doe ik een zaak met Tessa van D. ( moordzaak Gunther Haagen).

Het nadeel is dat het allemaal erg lang duurt: er moet een hele jury bij elkaar worden gezocht, en er is geen sprake van zittingsdagen, maar van zittingsweken. Maar er zijn ook veel voordelen: zo hebben zij, net als alle Angelsaksische landen, het onmiddellijkheidsbeginsel. Dat houdt in dat alles ter zitting openbaar gemaakt moet worden. Als er een undercover is ingezet moet die naar de rechtbank komen en van A tot Z vertellen wat hij gedaan heeft. De schouwarts en de patholoog komen standaard op zitting, dus niet op verzoek, want de jury moet een zo compleet mogelijk beeld van de zaak hebben. Wij moeten het hier doen met de stukken die het Openbaar Ministerie aanlevert, waarbij je er dus niet altijd van uit kan gaan dat die compleet zijn en een juiste weergave bevatten van de feiten. Een ander groot voordeel is dat je meer betrokkenheid creëert vanuit de maatschappij: je leert mensen te mitsen en te maren en afwegingen maken. Zo zien ze dat de zaken lang niet altijd zo eenduidig zijn als dat ze horen uit de media.”

 Wat is het leukste aan je werk als advocaat?

 “Ik doe  veel verschillende zaken, moord- en drugszaken die in de media komen, maar ook zaken die minder aandacht krijgen. Een crime passionel  vind ik bijvoorbeeld heel interessant. Dat gaat vaak om doodgewone mensen bij wie ineens iets knapt. Of een zaak waar ik nu mee bezig ben, met iemand die aan de top van het bedrijfsleven staat. Op een gegeven moment wordt hij door een bepaald bedrijf niet betaald en kan hij zijn salarissen niet meer uitbetalen. Als hij dan ook nog een paar keer bot te woord gestaan wordt door dat bedrijf is er in één keer die trigger en gaat hij bedreigen en volgens het OM ook afpersen. Terwijl hij het geld opeist waar hij recht op heeft. Een misdrijf of gewoon menselijk gedrag?  Dat blijft boeien. Ondanks Opstelten en Teeven blijft het leuk werk en voor mij het mooiste vak van de wereld.”

 Meer informatie over Esther Vroegh staat op www.mv-advocaten.nl

 

4 Reacties

  1. Gijsbert
    6 augustus 2010 - 11:38

    He, dat is een nicht van me. Grappig, goed bezig!

    Reply
  2. 17 maart 2011 - 17:22

    Ja alleen jammer dat ze zitting heeft bij de orde van advocaten.
    En dus onder Befehl staat van Deken Lindhorst. Die van mening is dat alleen
    moordenaars en kinderverkrachters rechten hebben op advocaat en hoger beroep.

    Reply
  3. kevin nederpelt
    22 december 2014 - 04:12

    Gepke, just shut the fuck up,
    Deze vrouwelijke advocaat is gewoon super :)
    nogmaals, gewoon super :)
    En jij bent weer zo’n internet hero wat even iemand moet afkraken.
    Triest, maargoed verschilllllll moet er zijn.

    Gr
    Kevin Nederpelt

    Reply
  4. M. Bronkhorst
    29 februari 2016 - 09:23

    Wanneer wordt er nu eens het mentorschap over ouderen aangepakt. het is hier bekend dat een zekere PAUL L. kinderen van ouderen of vrienden opzettelijk weg houd omdat ze kritiek op zijn eigen gekozen werkwijze hebben, zodat hij als bewindvoerder zijn gang kan gaan met de boekhouding. Ouderen sterven van verdriet door zijn beleid. Wij zijn ervan overtuigd dat dit om een misdadigers bende gaat via de club NBPM.
    Ouderen willen van hem af, maar kunnen dat niet. Mensen blijven naar de rechtbank moeten gaan. PAUL L. zoekt ruzie met familieleden zodat er x op x rechtszaken komen. Hij werkt ook altijd met mensen uit de zorg zodat hij zelf niet in het vizier komt. Het is verschrikkelijk wat er gebeurt. Wolf Manus was zijn 1e klant en ook direkt zijn 1e slachtoffer. Deze man is door wanhoop en verdriet gestorven. Wie pakt deze man eens goed aan? Hij is bekend bij het OM, maar ze doen niets!
    M. Bronkhorst

    Reply

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.