Douanegate Rotterdam: de jacht op het verdwenen dossier I en II



“We hebben contact gehad  met het ministerie. Als we je vandaag niet hadden kunnen bereiken, hadden we groot alarm geslagen.” Gisteravond, net terug uit Colombia, een gemiste oproep van een Colombiaans nummer. Afdelingshoofd van de Nederlandse Ambassade in Bogota: G. van de Wetering. Ik had vrijdag even contact met hem gehad toen er een wat dreigende situatie was ontstaan in Barranquilla. Ik was in gesprek met ‘Paul’, de informant uit Colombia die een rol speelt in de Rotterdamse douanezaak, toen Paul een telefoontje van zijn vrouw kreeg: er waren gewapende mannen bij haar, ze wilde Paul dringend spreken en ze waren niet van de politie. Paul kreeg een man aan de lijn, die hem sommeerde onmiddellijk naar huis te komen, anders kwamen ze naar hem. En ze wisten waar hij was: in het hotel. Ze wisten ook mijn kamernummer.

Het was op dat moment niet bekend wat ze precies wilden. Paul vertrok, maar wat moest ik doen? Na wat telefoontjes hier en daar, ook met de ambassade, leek het in elk geval verstandig uit dat hotel te vertrekken. Zie verder het vorige bericht (‘Op de vlucht’ uit Colombia). Onderweg let je natuurlijk net iets beter dan anders op andere auto’s. Toen ik uit het hotel wegging stond er de hele tijd een auto met een ‘verdachte man’ voor de ingang.  Was waarschijnlijk niks bijzonders, maar in zo’n situatie ga je snel spoken zien. Gelukkig was er ook nog een andere auto (zie foto boven). Met zo’n kenteken kan er toch niks fout gaan?

Over spoken gesproken: ik was in Colombia om met Paul te praten en hem te filmen, en voor ‘het verdwenen dossier’. Dat is het dossier over de moordaanslag op de Nederlandse drugshandelaar Wim Ken Aalten, in juli 2013 in Colombia. In het document hierboven doet Willem Geurkink, liaison-officier van de ambassade van “Paises Bajos’, een verzoek aan de officier van justitie (Fiscalía) om dit dossier. Pikant detail: hier wordt ook de Rotterdamse officier van justitie genoemd, M.A. Boheur. Bij een inbraak in haar woning is een usb-stick verdwenen waarop volgens sommigen dit dossier zou staan. Het Openbaar Ministerie ontkent dit. Maar mocht het zo zijn dat deze stick ergens opduikt en het staat er wél op, dan is het erop gekomen nádat de stick was ontvreemd, zo werd mij gemeld.

Waarom is dit dossier nu interessant? Er wordt haarfijn in uitgelegd wie er betrokken zouden zijn bij die aanslag op Wim Ken Aalten. Sorry René F., ik kan er ook niks aan doen, maar het is niet anders: hoofdrolspeler in de Rotterdamse douanezaak René F. wordt daar gezien als hoofdverdachte. Samen met de Colombiaanse vrouw van Wim Ken Aalten (ik heb die naam even zwart gemaakt). Dat deel van het dossier rapport is opgemaakt door een Colombiaanse CTI-leider, die ik ook gesproken heb, in samenwerking met Paul, die toen informant was voor de DEA (de Amerikaanse narcoticabrigade) en de Colombiaanse CTI (zeg maar: onze TCI, Team Criminele Inlichtingen).

In Colombia is dat deel van het dossier spoorloos. Ik ben samen met Paul bij de officier van justitie in Barranquilla geweest die destijds het onderzoek naar de moordaanslag deed.  Dat is die mevrouw Castro uit bovenstaand document. Zij had alleen een stuk of zes A4’tjes met de beschrijving van wat er gebeurd was: de aanslag zelf. Het ‘drugsgedeelte’ zat daar niet bij. Ze heeft elk jaar een verzoek gedaan om dat deel van het dossier te voegen, maar dat had niks opgeleverd. Niemand maakte zich daar erg druk over. Ook niet toen de Nederlandse Ambassade met bovenstaand verzoek kwam: het was daar niet echt een ding.

Pas toen Paul en ik daar bij de officier waren ontstond er opwinding en kwam er spoorslags een hoofdofficier vanuit Cartagena naar Barranquilla om zich met de zaak te bemoeien. Pikant detail: op dat moment wist niemand de naam en het adres van Paul. Die heeft hij daar woensdag voor het eerst achtergelaten bij de officier van justitie. Twee dagen later wisten handlangers van het Cali-kartel precies waar ze moesten zijn. 

Dat het dossier in Colombia verdwenen was, zal voornamelijk een administratieve kwestie zijn. Interessanter is de vraag: waarom verdween het in Nederland? Dat is tamelijk simpel te verklaren. Paul heeft dit dossier destijds – in november 2013 – naar de TCI (toen nog CIE) in Nederland gestuurd. Naar de Nationale Afdeling. Een maand later, in december 2013, werd in Rotterdam de container met drugs aangehouden waarin diezelfde René F. opdook. Het lijkt erop dat de landelijke TCI de informatie uit dat dossier in elk geval niet heeft gedeeld met de Rotterdamse afdeling die het onderzoek deed naar deze drugszaak, met als sleutelfiguur de corrupte douanier Gerrit G.

Datzelfde landelijke TCI liet in augustus informant Paul naar Rotterdam komen, gaf hem een klein opname-apparaatje mee en regisseerde twee gesprekken tussen Paul en Gerrit de douanier. Dat ging – in mijn bescheiden ogen – wat amateuristisch: Paul kopieerde de gesprekken van het apparaatje naar een usb-stick (dat is dat dingetje op de foto boven) en gaf die dan aan de TCI. Persoonlijk zou ik toch hebben willen voorkomen dat er een kopie in omloop kwam.

Terug naar Colombia en ‘de jacht op het dossier’. Waarom moest Paul ineens komen opdraven bij een stel zware jongens? Had dat te maken met het dossier, dat ik inmiddels via een niet nader te benoemen contact in handen had gekregen en dat ik voor alle zekerheid maar even snel onder het matras had verstopt?

Het was op dat moment niet te bevroeden waar het gevaar vandaan kwam. Ik hoorde ook een paar uur niets meer van Paul, totdat ik een appje kreeg: ik kon naar een bepaald adres komen, de kust was min of meer veilig. Koffers meenemen.

Wat doe je dan?

Je kunt er rekening mee houden dat Paul wordt bedreigd en dat ‘ze’ mij ook moeten hebben. Of mijn spullen: het dossier, foto’s, video’s, alles van de afgelopen dagen. Ik had intussen wel voor de nodige backups gezorgd, maar dat is allemaal nog geen garantie dat het goed afloopt. Dan kun je kiezen: blijven of vluchten.  Paul vertrouwen of het zekere voor het onzekere nemen. Ik kende Paul inmiddels een paar dagen persoonlijk, ik koos voor optie twee. Hij was in het gezelschap van een ander betrouwbaar persoon, zij brachten me naar een ander hotel (wel met een omweggetje, om zeker te zijn dat we niet werden gevolgd).

Wat bleek? We waren de vorige dag bij het huis van Wim Ken Aalten in Barranquilla geweest. Een appartement met een waarde van zo’n 400.000 euro. Dat is daar heel veel. Niet wetend dat dit nu ‘onder beheer’ stond van een vooraanstaand persoon uit Cali. Die niet gediend was van deze inbreuk op zijn privacy. Of de Colombiaanse ex-vrouw – die het dossier als medeverdachte van de aanslag op haar man wordt opgevoerd – daar nog iets mee te maken had is nog steeds onduidelijk, maar het leek mij in elk geval verstandig dit zijspoor maar even te laten voor wat het is.

Terwijl maandag in Rotterdam Gerrit de douanier als getuige werd gehoord, was ik op de terugreis. Via Bogota naar Parijs en vandaar naar Amsterdam. Met het dossier in de koffer.

Het volgende gedeelte kun je zo spannend maken als je zelf wil. Je speelt toch even met de gedachte: ‘men’ weet natuurlijk allang dat ik in Colombia ben geweest, zou de douane op Schiphol nog bijzondere interesse hebben voor mijn dingetjes? Foto- en videomateriaal, papieren? Het was me al eens eerder overkomen dat ik met een dossier – toen uit Thailand – op Schiphol was aangehouden en dat ik dat maar met moeite meekreeg. Het zou toch niet?

In de slurf op het vliegveld Charles de Gaulle werd ik als enige uit de rij gehaald. Een goed Engels sprekende douanier vond het maar vreemd: heenreis via Curaçao, terug van Bogota. Man alleen. ‘Gebruikt u drugs?’ Ook het verhaal van ‘journalist’ en interview met een man van wie ik de naam niet kan noemen: verdacht. ‘Bent u zenuwachtig?’ vroeg hij de hele tijd, waarna hij in het Frans tegen zijn collega’s uitlegde hoe verdacht het allemaal was: Curaçao, Bogota, contact met iemand van wie hij de naam niet kan noemen.

Kortom: mijn koffer – in  transit – moest uit het vliegtuig worden gehaald, ik mee naar een kantoortje. Urinemonster (negatief), vragen over reizen in heden en verleden. Ineens begon hij vlak bij mijn gezicht intimiderend in het Spaans te blaffen. Ik deed of ik hem niet verstond (wat ook zo was). Mijn hemel, wat een kluns. Als ik wel Spaans had gesproken, had ik het gerust gezegd. Het lag op mijn  tong om te zeggen dat ik wel een beetje Frans spreek, dat Frankrijk wel een zekere charme heeft (de chansons), maar dat ik niet van het Franse volk houd.

Toch maar niet.

Mijn koffer werd minutieus onderzocht. Tot in alle details. Merkwaardig genoeg op één ding na. Het dossier zat in een Nieuwe Revu. Hij keek er niet eens naar, heeft het niet eens in handen gehad. Dus daar was het blijkbaar toch niet om te doen (wat eigenlijk wel interessant was geweest).

Je kúnt nog denken dat dit een totaal complot was en dat dit allemaal bedoeld was als afleidingsmanoeuvre en dat hij opdracht had gekregen van álles te onderzoek, behalve het dossier. Maar eerlijk gezegd, gezien mijn ervaringen met medewerkers van verschillende instanties: tot zoveel organisatietalent en slimheid acht ik hen niet in staat. 

Intussen had mijn vlucht naar Nederland al vertrokken moeten zijn (KLM/Air France). Gelukkig had die vertraging, met enige moeite zou ik het misschien nog redden. Is trouwens de grootste fout ooit geweest, van KLM, om met die arrogante Franse lapzwansen en nietsnutten een fusie aan te gaan, doch dit terzijde. Ze brachten de koffer ergens heen, en mij naar de terminal. Op mijn boarding pass stond geen gatenummer, alleen de ‘hoofdgate’. F2. ‘Rechtdoor en dan naar links’. Een excuus kon er natuurlijk niet af, geen groet.

Dat is nog best even zoeken. Groot vliegveld. Dat werd hollen. Na veel gestress het juiste gatenummer achterhaald. Daar was men al aan het boarden en het was ver. Minstens vijfhonderd meter. Dus dat werd nog even rennen.

Op Schiphol: zou mijn koffer er als eerste uit komen (hij was er op het laatste nippertje in gegaan, dus…) Of als laatste?

Eh, ja. Helemaal niet. Als ze hem vinden, wordt hij later thuisbezorgd.

Intussen had het proces in Rotterdam verder moeten gaan. Met getuige Mustafa B., maar die gaf aan niet te komen opdagen. Dat scheelt dan weer een dagje Rotterdam. Mustafa is de man die door mij in contact is gekomen met Paul en die – volgens justitie – de gesprekken tussen Paul en Gerrit de douanier aan justitie heeft gegeven (en aan Robert Bas van het NOS Journaal). Martin Kok had deze gesprekken van Paul gekregen, om te gebruiken op Vlinderscrime. Voordat hij er iets mee kon doen, waren ze via Mustafa al ‘gelekt’. Mustafa heeft wat uit te leggen. Hij beweert zegt dat hij geen contact heeft met het TCI, er zijn er die daar anders over denken. En menen dat hij die gesprekken van het TCI heeft gekregen. We horen het misschien in februari, dan wordt hij als getuige gehoord bij de rechter-commissaris. Achter gesloten deuren.

Intussen zijn er politici die graag wat opheldering willen over de gang van zaken met informant Paul. Douanegate Rotterdam krijgt nog een staartje. 

En ik ga een klacht indienen tegen de Franse douane. Ze moeten hun werk doen, maar moet dat zo onbeschoft? 

 

Tot slot nog een merkwaardig toeval: een bericht uit 2004 in de Volkskrant, met dezelfde naam als in het document hierboven (Willem Geurkink). In Parijs verdween mijn koffer met het dossier, dat verhaal gaat over: ‘Volg die koffer’.

 

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.