Seksbom Christine Keeler RIP: de Paul-Meyer-connectie

Christine Keeler rust in vrede: overleden op haar 75-ste. Op haar negentiende maakte de Britse seksbom kennis met minister John Profumo toen ze naakt uit een zwembad kwam gekropen. In een discrete omgeving, dat wel. Haar gelijktijdige relatie met een minister en met een Sovjet-spion kostte de minister de politieke kop. Bij het lezen van dit bericht ging er meteen een belletje rinkelen: is dit niet de callgirl waar Paul Meyer het over heeft, in zijn boek Bekentenissen van een Meestersmokkelaar?

Hij heeft het over de Britse smokkelaar Robert, die betrokken was geweest bij die affaire. Ik heb Paul even gevraagd: het gaat inderdaad om deze juffrouw. In het boek omschrijft hij Robert als een van de meest intrigerende  figuren die hij kent: “Een mysterieuze einzelgänger, met een duister verleden. Een stijlvolle gentleman, altijd piekfijn, smaakvol ge­kleed.” Hij had zes identiteiten en paspoorten, sprak minstens evenveel talen. Niemand wist hoe oud hij precies was. Zijn vrouw was een gewezen callgirl, die naar verluidt een affaire had gehad met een Britse hoge militair en geheime do­cumenten had weten te bemachtigen, die Robert had verkocht aan de KGB.”

Hij vertelt dat ze een keer samen onderweg waren naar een afspraak. Hij had een extreem dure, zwarte Mercedes AMG. Hij stopte bij een benzinestation.  Even later zag Paul hem komen aanlopen, zijn paraplu in zijn hand, regenjas over zijn arm. Hij stapte bij hem in. In zijn achteruitkijkspiegel zag Paul een zwarte rookpluim opstijgen: hij had zijn auto in de fik gestoken.

Een van hun gezamenlijke connecties was ene Ty Ripley. Diens relatie met Robert was aardig bekoeld, zo ontdekt Paul als Ty hem – met een pistool tegen zijn hoofd – uitnodigt voor een kijkje in zijn kelder. De muren afgetapet met plastic folie, het plafond en de vloer bedekt met doorschijnend plastic. Er staan een vat en enkele bussen met chemicaliën. Handschoenen. Een werkbank met een cirkelzaag. Een bijl. Ty zegt: “Dit is voor Robert, Robert is a dead man.”

Zo ver is het nog niet. Paul: “Ik verwacht dat ik Robert ooit nog wel eens tegen het lijf zal lopen. Dan zullen we herinneringen ophalen aan onze belevenissen in Adinkerke. Ty Ripley is later toch voor jaren in de Britse gevangenis beland. Hij loopt nu weer vrij rond. Ook met die boef wil ik wel eens een avondje in het café doorbrengen. Als hij goed­ gehumeurd is, is het altijd lachen met hem.”

Een bericht met een link naar een filmpje met een interview met Paul Meyer staat hier

1 Reactie

  1. Mr.Wilson
    6 december 2017 - 16:25

    Als hij echt zes talen sprak zal hij ook wel geen echte Engelsman zijn geweest…

    Reply

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.