Moord Anneke van der Stap: een nadere analyse

Eerder van de week liet Reindert Brongers hier zijn licht schijnen op de moord op Anneke van der Stap en de Puttense moordzaak. Een van mijn researchers reageert daar nu op.

“Laat ik allereerst beginnen te zeggen dat ik wederom moet vaststellen dat hier allerlei beweringen over Ron P. en zijn vermeende betrokkenheid bij de moord op Anneke van der Stap worden gedaan zonder dat het boek van Ton Derksen en/of het politiedossier blijkbaar goed is bestudeerd.

Ik zal hier ingaan op enkele punten uit het stuk van Reindert Brongers op de site. Ik wil kort ingaan op de verklaring van Van V. dat Ron P. de moord tegenover hem in luchtplaats in de Schie zou hebben opgebiecht.

Die verklaring wordt op geen enkele manier ondersteund door ander bewijsmateriaal. Zo geeft deze getuige geen enkel detail (daderinformatie) weer en is het zeer onwaarschijnlijk dat dit überhaupt heeft plaatsgevonden daar verschillende getuigen hebben verklaard dat Ron P. vanwege angst nooit op luchtplaatsen kwam. Zijn verklaring valt dus op geen enkele manier te verifiëren.

 

 

Brongers schrijft dat het moment van het blauw verven van de witte Renault bestelbus van Ron P. niet vaststaat. Daar heeft hij gelijk in. Indien hij daarmee echter bedoelt te zeggen dat Ron P. zijn bus ook na de moord op Anneke blauw geverfd kan hebben dan zit hij er volkomen naast. Ik zal uitleggen waarom.

Brongers schrijft:

’’Neem het blauw verven van zijn witte Renault bestelbus. De Telegraaf onthulde dat Ron kort na de moord zijn bus een andere kleur gaf, iets dat in samenhang met andere genoemde feiten verdacht mag worden genoemd. Maar omdat een ex-werkgever zich meende te herinneren dat Ron de bus al ‘in mei of juni’ had geverfd, en Ron zélf ook juni noemt, presenteert Derksen als feit: de bus was 12 juli 2005 al blauw.’’

Als Brongers het boek van Ton Derksen goed had gelezen en/of het politiedossier goed zou kennen, dan had hij kunnen weten dat het blauw verven van de witte bus al voor de moord moet hebben plaatsgevonden. Dat Ron P. dit vlak na de moord zou hebben gedaan, werd destijds beweerd door de officier van justitie en sommige media. In hoger beroep was dit echter geen discussiepunt meer.

Op de camerabeelden van het BP-tankstation in Scheveningen – waarop te zien is dat Ron P. komt aanrijden vlak voor het moment dat hij gaat chippen – is namelijk te zien dat de bus lichtblauw is. (Zie de screenshot van de foto van de betreffende camerabeelden die afkomstig zijn uit het programma De zaak van je leven waarin betrokken rechercheurs de zaak reconstrueerden. N.B.: de bus lijkt wit maar is echt lichtblauw).

De advocaat-generaal (de officier van justitie in hoger beroep) zegt in het requisitoir (pagina 35) zelf dat de bus op dat moment blauw was:

’’Om 02.34 uur op 12 juli 2005 komt verdachte als bestuurder en dan kentekenhouder van zijn bus, een blauwe Renault Trafic bestelbus, aanrijden op het terrein van het tankstation.’’

Overigens is het niet alleen de eigenaar van Selektvracht (de toenmalige werkgever van Ron P.) die beweert dat Ron P. de bus al eind mei 2005 – dus voor de moord – blauw heeft geverfd, maar ook een medewerker van het BP-tankstation. Die zou eveneens verklaard hebben dat Ron P. zijn bus eind juni begin juli blauw heeft geverfd.

Brongers haalt een verklaring aan van Rons ex-vriendin Ingrid die tegenover Richard Helwig, schrijver van het boek Vingers gespreid in angst heeft verklaard dat Ron P. de bus heeft overgeverfd van wit naar blauw. Zij kon zich alleen niet meer precies herinneren wanneer hij dat had gedaan, het zou volgens haar in juni of juli 2005 moet hebben plaatsgevonden. Het moge voor de lezer duidelijk zijn dat deze verklaring geen enkele relevantie heeft, nu uit de camerabeelden van BP-tankstation blijkt dat de bestelbus in de nacht van de moord op Anneke al blauw was geverfd. Het is dus uitgesloten dat Ron P. zijn bestelbus in de periode na de moord op Anneke blauw heeft geverfd.

Strafblad Ron P.

Brongers haalt het boek van Richard Helwig ook aan om aan te tonen dat Ron P. een flink strafblad had, onder andere vanwege vermogensdelicten, en ten tijde van de rechtszaak over Anneke veroordeeld is voor het bezit van kinderporno. Hij merkt op dat Ton Derksen daar aan voorbijgaat. Dat Ton Derksen daar niet op ingaat in zijn boek lijkt mij echter volkomen logisch. Deze feiten zeggen namelijk helemaal niets over de vraag of hij betrokken is bij de moord op Anneke van der Stap.

Ron heeft in de nacht van de moord twee keer met de bankpas van Anneke gechipt. Dat was om 02.36 uur voor 2 broodjes à € 2,95 en om 02.45 uur voor een ijsje à € 1,09. De ex-vriendin van Ron P. heeft verklaard dat Ron P. ‘heel goed wist waar de camera’s hingen en dergelijke’. Zij zelf ‘zag nooit beveiligingscamera’s hangen, maar hij zag ze altijd en dan wees hij mij er op. Hij zei dan: “Er hangt een camera daar”.’

Zoals Derksen terecht opmerkt was Ron P. zich bewust van de risico’s van camera’s. Ton Derksen draait het om: dat Ron P. een omvangrijk strafblad heeft op het gebied van vermogensdelicten maakt het juist onwaarschijnlijker dat hij de moordenaar is. Hoe waarschijnlijk is het immers dat een veelpleger als Ron P. ongeveer twee uur na een moord gepleegd te hebben in het volle zicht van beveiligingscamera’s gaat chippen in een tankstation?

Ron P. moet hebben geweten dat daar camera’s hingen want hij was naast een frequente bezoeker ook een ex-medewerker van het betreffende tankstation. Dat Ron P. zo een omvangrijke strafblad heeft op het gebied van vermogensdelicten valt moeilijk te rijmen met feit dat Ron P. na de moord gaat chippen met de pas van Anneke. Zoals Derksen terecht opmerkt pas dit eerder in het scenario dat hij heler was.

De Kappaman

De schrijver stelt dat Derksen een punt heeft met het feit dat de Kappaman dingen heeft verklaard die hij alleen na de ontmoeting in het tankstation heeft kunnen weten. Dit is echter niet het enige wat tegen de Kappaman pleit. Waar in de verklaringen van Ron P. over hoe hij aan de spullen van Anneke is gekomen geen enkele onwaarheid of inconsistentie valt te bespeuren, ligt dat bij de Kappaman anders.

Zo verklaart de Kappaman – geconfronteerd met de camerabeelden van het tankstation waarop hij en Ron P. te zien zijn – in eerste instantie dat hij Ron P. helemaal niet kent. Pas bij doorvragen erkent hij tegenover de politie dat hij zich de ontmoeting met Ron P. bij het tankstation wel kan herinneren, maar verder kent hij Ron P. niet, aldus de Kappaman.

Ton Derksen toont aan dat deze verklaring zeer onaannemelijk is, daar de Kappaman van 2000 tot 2005 pal naast de ex-vriendin van Ron P. woonde. Ron woonde toen niet officieel bij zijn ex-vriendin, maar sliep en verbleef wel vaak bij haar in huis in Scheveningen. Het is dus zeer waarschijnlijk dat Ron P. en de Kappaman elkaar hebben gekend, hetgeen ook wordt bevestigd door Ron P. die de Kappaman tijdens het onderzoek steevast ‘buurman’ noemde.

Ik zal nog enkele tegenstrijdigheden belichten. De Kappaman verklaart dat Ron P. zijn bus die nacht aan hem wilde verkopen en dat er een briefje met ‘Te Koop’ op een raam van de bus zat. Op de camerabeelden van het tankstation valt dit briefje helemaal niet te zien.

De Kappaman verklaart verder tegenover rechter-commissaris dat het gesprek met Ron P. bij het tankstation iets langer dan vijf minuten duurde, terwijl hij in een telefoongesprek met zijn ex-vrouw na een verhoor vertelt dat hij heel lang met Ron P. heeft zitten praten.

Opvallend is ook het gedrag van de Kappaman tijdens zijn aanwezigheid op het tankstation. Zo stelt de politie aan de hand van de camerabeelden vast dat Ron P. bij binnenkomst opvallend oogcontact heeft met de Kappaman. Als Ron P. uit de BP-shop vertrekt, kijkt de Kappaman uitdrukkelijk om naar Ron en Ron kijkt terug.

Ron P. heeft verklaard dat hij de spullen van Anneke op de Strandweg in Scheveningen van de Kappaman heeft gekocht en van hem ook de pinpas van Anneke heeft gekregen omdat de Kappaman er zelf niets mee kon. Daarna zouden ze naar het tankstation zijn gereden. De Kappaman ontkent dit en justitie heeft nimmer getwijfeld aan de betrouwbaarheid van zijn verklaringen. Gezien de tegenstrijdigheden in zijn verklaringen was daar zeker wel aanleiding voor.

Uiterst opmerkelijk zijn de uitspraken die de Kappaman doet in een gesprek met een zekere Ali nadat hij klaar is met het eerste verhoor bij de politie in juli 2009. Deze Ali wijst hem erop dat volgens Peter R. de Vries de dader vier jaar geleden om 02.13 uur twee keer heeft gebeld van het BP-benzinestation aan de Statenlaan. De Kappaman zegt dan: ‘Toen kocht ik dat vuil, ja’. Daarmee lijkt hij zeer waarschijnlijk te doelen op de spullen van Anneke.

Zoals Derksen terecht opmerkt in zijn boek is het opvallend dat uit het politiedossier niet blijkt of de politie heeft gevraagd waar de kappaman in de nacht van 12 juli 2005 vandaan kwam toen hij de BP-winkel binnenstapte.

Derksen daarover: ‘Wie gelooft dat nou? Het is een zo voor de hand liggende vraag dat de politie die wel gesteld moet hebben. Dan dringt zich de vervolgvraag op: Welk antwoord komt de politie zo slecht uit dat ze dat maar liever niet vermelden?’ Derksen legt hier inderdaad de vinger op de zere plek. Had de Kappaman soms verklaard dat hij voor zijn aanwezigheid in Scheveningen in Rijswijk was, waar hij volgens verschillende bronnen kind aan huis was in het casino?

Verkoop bestelbus

Brongers beschrijft dat Ron P. zijn bestelbus na de moord wilde verkopen. Hij vindt het blijkbaar opvallend dat Ton Derksen Ron P. hierover opnieuw het voordeel van de twijfel geeft. Wederom verwijst hij naar het boek Vingers gespreid in angst waarin staat dat de koper (abusievelijk (?) schrijft hij ‘verkoper’) een andere lezing heeft: ‘Ik maakte de man duidelijk dat ik zijn bus niet meer wilde kopen waarna ik hem wegstuurde. Omdat hij telkens bleef terugkomen, bood ik hem € 350,-. Uiteindelijk accepteerde die man dat ik zijn bus voor € 400,- zou kopen. Ik heb eigenlijk nooit meegemaakt dat iemand zo ver onder de prijs daarmee instemt.’ Aldus de koper.

Ook hier geldt dat Brongers het boek van Ton Derksen kennelijk niet goed heeft bestudeerd. Immers, anders had hij kunnen weten dat Ron P. zijn auto niet ‘ver onder de prijs’ heeft verkocht en ook niet voor een habbekrats zoals destijds door verschillende landelijke kranten werd geschreven. Ron P. vroeg in eerste instantie 750 euro voor zijn bestelbus. Na onderhandelen gaat Ron P. akkoord met een bedrag van 400 euro.

Op het oog opvallend, maar niet als je bedenkt dat Ron P. de bestelbus zelf voor 350 euro had gekocht en er dus zelfs 50 euro winst op heeft gemaakt. Bovendien was het niet Ron P. die de bestelbus voor 400 euro van de hand wilde doen, maar zijn ex-vrienden Wil. Dit gebeurde ruim een half jaar na de moord. Als Brongers wil suggereren dat Ron P. het aanbod accepteerde om maar snel af te zijn van de bus die hem weleens in verband zou kunnen brengen met de moord op Anneke, dan valt gewoon niet te begrijpen waarom de bestelbus pas een half jaar (!) na de moord op Anneke van de hand wordt gedaan.

Dan nog dit. Een Rijswijkse wijkagent heeft op 1 augustus 2005, drie weken na de moord op Anneke, de bestelbus van Ron P. op het Jaagpad geparkeerd zien staan. Hij zag enkele mannen naast de bus staan, die hij omschreef als ‘bekkie’s’, waaronder zeer waarschijnlijk Ron P. De bestelbus van Ron P. blijft daar enkele uren staan. In de tussentijd rijdt ook een politieauto langs.

Ron P. heeft verklaard dat hij vaak op het Jaagpad kwam omdat hij ging vissen aan de viaduct aan het Vliet. Hij heeft niet ontkend dat hij daar op 1 augustus 2005 was. Stel nou dat Ron P. inderdaad zijn bestelbus snel na de moord wilde verkopen om te voorkomen dat het vanwege bijvoorbeeld sporen kon worden gelinkt aan de moord op Anneke. Hoe logisch is het dan dat je drie weken na de moord vlak naast de plek waar Anneke is gevonden gaat parkeren en daar nog een uur geparkeerd blijft staan als een politieauto langsrijdt?”

Aldus onze researcher.

Het stuk van Reint Brongers staat hier

5 Reacties

  1. haga
    17 maart 2018 - 09:43

    Over de zaak Ron P. Bekend is dat mensen die anderen vermoorden vanuit lust motieven vaak teruggaan naar het PD. En wat betreft de politie die langs komt rijden gelijk vertrekken zou verdacht zijn en hoe waarschijnlijk is het dat Ron P. zo kort na de moord in bezit is van haar persoonlijke spullen en als Kappaman die pinpas niet kan gebruiken waarom Ron P. wel. Allemaal dubieus. Vind dat er wel degelijk veel wijst in de richting van Ron P. Ging vaak vissen bij het Jaagpad. Deed Kappaman dat ook toevallig en werkte Kappaman in dezelfde zaak als de zus van Anneke. Zoveel indirect bewijs en toevalligheden. If it walks like a duck and sounds and looks like a duck it’s a duck.

    Beste Haga,

    Dat van die eend is doorgaans niet erg van toepassing in dit soort zaken.

    Hendrik Jan

    Reply
  2. Reindert Brongers
    17 maart 2018 - 19:10

    Beste researcher,
    Ik wil best reageren maar graag eerst een verklaring waarom je dit anoniem post.

    Reply
    • Blauwbaard
      18 maart 2018 - 11:08

      En nu maar hopen dat er een verklaring komt, want eisen dat iemand eerst moet verklaren waarom hij anoniem post is natuurlijk een lachertje. U kunt toch gewoon reageren op wat die researcher inbracht tegen uw bijdrage over Ron P. Ik ben namelijk benieuwd naar uw reactie en de mogelijke reacties daar weer op.
      Dat iemand op internet anoniem wil blijven is de gewoonste zaak van de wereld. Dat journalisten bekend willen worden en bepaalde privileges hebben t.o.v. van een ouwe boerenlul of leuk ogende schimmelkut achter de computer is niet erg. Maar zeik er niet over en doe uw journalistieke plicht. Verschaf ons informatie. U mag zich op het verschoningsrecht beroepen maar transparantie en daadkracht wordt meer op prijs gesteld. U wilt wel, maar doet het niet. Net als een kangoeroe die zijn buidel heeft verloren.

      Reply
    • Mia
      19 maart 2018 - 16:18

      Normaal noemt HJK altijd een naam, waarom er nu specifiek in deze zaak anoniem wordt gepost vind ik ook vreemd.

      Reply
  3. Frits
    18 maart 2018 - 07:34

    De onder de pet geschoven veroordeling zegt inderdaad niet direct iets over de moordzaak. Het is echter wel context die iets bijdraagt aan de beeldvorming over Ron P. Het helpt Ron P profileren. Een schrijver kan natuurlijk zijn publiek ook gewoon vertrouwen en met die kanttekening de informatie benoemen.
    Dat hij dat niet doet werpt toch ook de vraag op of Derksen het opgebouwde profiel van P niet wat te krampachtig uit beeld houdt. Is dat geen a priori factor? Of is een a priori kans enkel relevant wanneer het de andere kant op wijst?

    Reply

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.