Ton Derksen: kennis van het dossier kan geen kwaad

Vorige week plaatste ik een analyse van Reindert Brongers, over de moord op Anneke van der Stap en de betrokkenheid van Ron P. daarbij en wat er over is geschreven in Dubbel gedwaald, het boek van Ton Derksen. Mijn Haagse researcher reageerde daar al op, waarna er weer een reactie van Reindert kwam, die ik nog niet heb geplaatst. Nu kwam er een uitvoerige reactie van Ton Derksen. Dat is dit.

Kennis van het dossier kan geen kwaad

Reindert Brongers ziet vele fouten en vooroordelen in mijn boek Dubbel gedwaald. In nagenoeg elk boek zitten fouten en vooroordelen. Het zou een wonder zijn als die niet ook in mijn boek zaten, maar de concrete fouten en vooroordelen die Brongers mij aanwrijft, zijn z’n eigen bedenksels. Omdat door zijn artikel gemakkelijk de indruk kan ontstaan dat Ron P een moordenaar is, wil ik enkele van die concrete fouten bespreken.

Brongers noemt het frappant dat ik Helwigs boek over de Rijswijkse moord  Vingers gespreid in angst niet heb gelezen. Hij citeert Helwig met instemming: ‘Waar was Derksen tijdens de zittingen? Waarom heeft hij niet gesproken met betrokkenen?’ Mijn antwoord is: ik baseer me op de feiten uit het dossier, dat — volgens advocaat Ruud van Boom — Helwig niet kent. Helwig sprak kennelijk wel met de betrokkenen. Maar hoe kan dat? Helaas zijn zowel Christel als Anneke dood.

Brongers baseert zijn analyse op de verklaring van Jan P., Rons vader, zoals die in Vingers gespreid in angst  staat verwoord: Ron was tijdens de zaterdagavond, waarop hij beweert seks met Christel gehad te hebben, naar de bingo. Hij was dus niet thuis.

Daar was hij [Ron] bij. Honderd procent zeker. Maar hij beweert dat hij die avond seks heeft gehad met Christel terwijl wij er niet waren. Hier in huis. Dat klopt gewoon niet.

Hier wreekt zich het niet-kennen van het dossier. Op 20 mei 2008 beantwoordde Rons vader de politie over de bingoavonden in 1994 als volgt:

Op de zaterdagavonden ging Ronald altijd mee. Ronald vond de bingo leuk.

            (Dossier 3, p. 965. P. 2/3 van verklaring d.d. 21 mei 2008)

Maar op 27 mei 2008 blijkt de vader het eigenlijk niet te weten:

Vraag: Hoe zeker weet u dat u die zaterdagavond 8 januari 1994 naar de bingo bent geweest? Antwoord: Heel zeker, dat was onze avond dat wij erheen gingen. Vraag: Onze avond? Antwoord: Mijn vrouw en ik sowieso. Of Ronald er die avond bij is geweest, dat weet ik niet. (Dossier 3, p. 968 (p. 2/6 van verklaring d.d. 27 mei 2008)

Rons vader is dus eerst heel zeker van zijn zaak, zoals ook kennelijk tegenover Helwig. Een vraag verder weet hij het al niet meer. Niet zo gek dat hij tijdens het verhoor van 27 mei 2008 niet meer weet of Ron er op zaterdagavond 8 januari 1994, 14 jaar eerder, op de bingoavond was. (Probeer je af te vragen wat je zelf weet van een zaterdagavond uit 2004). Dit laat zien hoe gevaarlijk het is met “betrokkenen” te spreken zonder kennis van het dossier.

Brongers verwijt mij dat ik Rons verklaring dat hij op zaterdagavond seks met Christel had gehad, ‘tot feit promoveer’ en ik me aldus op zijn verklaringen baseer. Dit draait de zaak om. Ik geloof nooit de verklaringen van de mensen over wie ik een boek schrijf, vaak tot hun frustratie. Ik bekijk eerst het bewijsmateriaal. Na die studie vraag ik me af of hun verklaringen overeenstemmen met wat het dossier mij heeft geleerd.

In het geval van Ron constateer ik dat hij stelselmatig de feiten beschrijft die uit het dossier naar voren komen. Dus ik wil eerst zo goed mogelijk de feiten bepalen, en daarna ga ik een vergelijking maken met wat Ron zegt. Ik geef een voorbeeld, waarin de feiten in één klap alle twijfelverhalen over de geheime seksrelatie die Brongers aanvoert, van tafel vegen.

Het draait om de zgn. spermadruppel. Brongers beseft dat het niet een spermadruppel is, maar een druppel met vaginaslijm van Christel met zaadcellen van Ron. Hij vat mij op dat punt goed samen: daarom is het geen vers spoor maar ‘een oud spoor afkomstig van een eerder (vrijwillig) seksueel contact. (Ik kom hierop terug). Hij vindt dit echter ‘lastig vol te houden als niemand in de omgeving van Christel – familie, vrienden, buurtbewoners – ooit van Ron P. heeft gehoord’. En we zagen zijn citaat van Rons vader al.

Kortom, een technisch spoor wordt aan de kant geschoven omdat ‘betrokkenen’ iets niet weten, of juist zeker menen te weten. Ik kijk nu naar die slijmdruppel om duidelijk te maken dat die niet op basis van onwetendheid van kennissen aan de kant kan worden geschoven.

Aanvankelijk werd geloofd dat de druppel op Christels dijbeen bestond uit vers zaad van Ron. Er is wel gesproken over een zaadkwak. De advocaat is er door een toeval (en goed opletten) achter gekomen dat die druppel voor het grootste gedeelte bestond uit Christel vaginaslijm. Die slijmdruppel moet dus uit Christels vagina afkomstig zijn.

De gynaecologen en andere deskundigen denken dat dat slijm er tijdens de moord is uit geperst. Maar ze houden ook de mogelijkheid open dat dat slijm uit haar vagina is versleept. Cruciaal is hier dat dat slijm op de zondagmiddag-PD uit haar vagina naar buiten is gekomen. Ik hoor steeds weer: “De sleep­theorie is weerlegd. Dus is die zaaddruppel vers zaad van de dader op de PD”. Maar dit is onzin omdat de “druppel” (d.w.z. het slijm) versleept dan wel uit de vagina geperst moet zijn: het slijm was aanvankelijk binnen in de vagina en is nu buiten de vagina. De “sleeptheorie”, inclusief uitpersen,  is dus niet weerlegd. Verslepen dan wel uitpersen is een reële mogelijkheid

Rons DNA in die slijmdruppel zou van vers zaad kunnen zijn dat hij op de PD heeft verspild. Maar daar pleiten twee dingen tegen.

(1) Het zou wel heel toevallig zijn geweest dat al zijn zaad precies op die slijmdruppel zou zijn terecht gekomen. Maar vooruit.

(2) We weten dat dat “zaad”, dat aanvankelijk vochtig was, de volgende dag nog vochtig was. Het vochtige, slijmerige spul is dus geen zaadvocht, want dat is binnen een uur zeker opgedroogd. Alle deskundigen zijn het hierover eens: het vochtige spul is vaginaslijm, want dat droogt niet (snel) op.

We weten meer. We mogen aannemen dat op een PD met een verkrachting/moord door de politie serieus naar zaad en zaadvocht gezocht is. De zgn “zaaddruppel” is het enige zaad dat ze hebben gevonden, aldus de verklaring van alle rechercheurs in het dossier. (Weer het nut van dat dossier). Daarnaast is een hele batterij testen gedaan om te achterhalen of er toch niet ergens zaadvocht was. Er zijn vele monsters genomen van Christels lichaam, van Christels kleren, van de vloer onder en naast haar, van de bank. Nergens is zaadvocht gevonden.

De conclusie is dat we alle reden hebben om te denken dat er geen zaadvocht op de PD is achtergelaten. Die dag is er dus hoogstwaarschijnlijk geen zaadlozing op de PD geweest waarbij zaad bij of in de buurt van Christel is achtergelaten. Het DNA van Ron dat in de slijmdruppel zit die uit Christels vagina afkomstig is, is dus niet afkomstig van vers zaad, zaad van de zondagmiddag PD.

We weten meer.

Van Ron is autosomaal DNA in de slijm-druppel gevonden. Maar er is geen mtDNA van hem in die slijm-druppel aangetroffen. Dat geeft belangrijke informatie. Bij de meeste cellen is het namelijk zo dat als je van die cellen autosomaal DNA vindt, je ook mtDNA van die cellen zult vinden. De uitzondering zijn zaadcellen. Dat vertelt ons dat Ron autosomaal DNA in de slijm-druppel dus DNA van zijn zaadcellen is. De slijm-druppel van Christels vaginaslijm kwam uit haar vagina. Daar komen Rons zaadcellen, die in die slijmdruppel zaten, dus ook vandaan.

We weten nog meer.

Op de PD is geen zaad gestort. Rons zaadcellen in Christels vagina zijn daar dus niet op de zondagmiddag terecht gekomen. Die zaadcellen moeten dus eerder in haar vagina zijn terecht gekomen. Dat wil zeggen, Christel en Ron hebben eerder dan de zondagmiddag seks gehad. We weten dat ze seks hebben gehad vanwege die zaadcellen in Christels vagina. Die sekspartij was er, of iemand daar nu weet van heeft of niet. Als niemand van die sekspartij afwist, dan hadden Christel en Ron een geheime seksrelatie, ook al was het maar één keer, zoals Ron zei. Het feit dat niemand van die seksrelatie afweet, maakt die seks en zaadcellen niet ongedaan.

We weten nóg meer.

De zaterdagavond is de enige tijd op de zaterdag en vrijdag waarop de agenda van Christel leeg is. De zaterdagavond is daarom de meest waarschijnlijke tijd waarop Rons zaad in Christel vagina is terecht gekomen. Meteen na zijn arrestatie heeft Ron die zaterdagavond als seksavond aangewezen. Die tijd is plausibel. Zijn ouders waren weg naar bingo. Die gingen altijd naar bingo, zeggen ze in het dossier. De moeder zegt:

Vraag: Wat kunt u vertellen over de bingo?

Antwoord: Daar gingen mijn man Jan en Ronald elke zaterdag naar toe.

Vraag: En die zaterdag 8 januari 1994?

Antwoord: Toen was er ook gewoon bingo.

Vraag: Bent u daar dan ook zeker van?

Antwoord: Ja, dat weet ik zeker. Bingo ging het hele jaar door.

(Dossier 3, p. 976. P. 2/7 van verklaring d.d. 29 mei 2008)

En Rons vader zegt over de zaterdagavond:

 Vraag: Hoe zeker weet u dat u die zaterdagavond 8 januari 1994 naar de bingo bent geweest?

Antwoord: Heel zeker, dat was onze avond dat wij erheen gingen.

(Dossier 3, p. 968. P 2/6 van verklaring d.d. 27 mei 2008)

In dit licht acht ik het hoogstwaarschijnlijk dat Ron gelijk heeft wanneer hij over seks met  Christel op zondagavond spreekt, niet omdat hij het zegt, maar omdat er alle reden is te geloven dat Christel en Ron seks hebben gehad en dat de zaterdagavond de meest plausibele tijd voor die seks was.

Mij wordt verder in de schoenen geschoven dat het ‘op grond van het grote aantal DNA-sporen aannemelijk [is] dat er meerdere daders betrokken waren bij de gewelddadige dood van Christel Ambrosius’.

Dat zeg ik nergens.

Het grote aantal DNA-sporen wijst op Christels contacten met meerdere mannen. Niet al die mannen zijn daarom moordenaars. Er is wel ander bewijs dat er waarschijnlijk twee moordenaars zijn geweest: er zijn geen tekenen van verzet van Christel. Bij twee mannen is dat waarschijnlijker dan bij één verkrachtende man.

Brongers wijst ook op allerlei belastend bewijsmateriaal: zaadcellen bij ingang vagina, bloed onder Christels nagels en bloed op haar spijkerbroek. Dat is inderdaad op het eerste gezicht belastend. In Dubbel gedwaald spendeer ik veertig pagina’s om te laten zien dat de schijn hier bedriegt. Ik claim geen onfeilbaarheid, maar ik heb wel veertig bladzijden geargumenteerd. Dan vind ik Brongers kritiek ‘Maar waarom zouden de DNA-sporen van die andere mannen wel belastend zijn, en die van Ron niet? wel heel mager.

Uiteindelijk gaat het niet om mijn gelijk of het gelijk van Brongers. De vraag waar het om draait is: Zit Ron onschuldig vast? Die vraag beantwoord ik met een expliciet JA, niet omdat Ron het zegt, of omdat ik Ron aardig vind (ik heb hem nog steeds niet ontmoet), maar omdat het bewijsmateriaal die conclusie van onschuld extreem waarschijnlijk maakt.

Ton Derksen

 

3 Reacties

  1. Blauwbaard
    20 maart 2018 - 12:12

    Ik was benieuwd naar een reactie, maar dat viel weer tegen. Gaat weer over die druppel op het bovenbeen om Ron P. onschuldig te verklaren. Dat wil niet zeggen dat hij Anneke niet heeft vermoord, of dat hij haar telefoon had en gebruikte aan de Westduinweg. Het gaat toch over de Rijswijkse zaak met die Kappaman en Ron. Dan begin je toch niet over Putten II en citeer je uit het strafdossier om alsmaar proberen aan te tonen dat de veroordeelde Ron geen recidivist kan zijn.

    Reply
  2. Blauwbaard
    21 maart 2018 - 13:18

    Zet U de reactie van Reindert Brongers op de reactie van uw Haagse researcher nog online ?

    Beste Blauwbaard,

    Ik zat nog te wachten op een andere reactie, dat heeft even vertraging opgelopen door de bijdrage van Derksen.

    Hendrik Jan

    Reply
  3. Mia
    21 maart 2018 - 19:25

    Wat een geheimzinnigheid allemaal….
    Of heeft de \’onderzoeker\’ soms 2 petten op?

    Beste Mia,

    Er is niks geheimzinnigs aan, maar ik wil graag wat dingen combineren, anders wordt het helemaal onoverzichtelijk.

    Hendrik Jan

    Reply

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.