Hij heeft nog nooit een eigen mobiele telefoon gehad, hij begrijpt niks van computers, hij denkt nog steeds in guldens en als hij het over auto’s heeft praat hij over oude modellen van BMW zoals de 316. Frenky P. is in 1994 stil blijven staan. Of zitten, eigenlijk. In dat jaar werd hij aangehouden, aanvankelijk alleen voor betrokkenheid bij de moord op Jeu Wissink(53) in Reuver. Zijn oom had hem getipt dat er bij Wissink, die wat in drugs handelde, veel geld te halen zou zijn. Samen met zijn bloedgabber Sanny P. pleegde hij de roofoverval op Wissink. Frenky had een pistool, Sanny een honkbalknuppel. Het vastbinden van de zich hevig verzettende Wissink lukte niet, waarop Sanny hem met de knuppel bewerkte en Frenky hem uiteindelijk met zijn pistool doodschoot. ‘Dat was niet de bedoeling,’ zegt Frenky in het boek.
Voor ‘De bende van Venlo, Twaalf jaar later’ had hij een aantal telefonische gesprekken met Valerie Lempereur. Zij schreef in in 1996 ook de eerste versie van De bende van Venlo. Persoonlijke gesprekken met Frenky zijn voor journalisten niet mogelijk: dat wordt van hogerhand tegengehouden. Zelf heeft Frenky nooit eerder met journalisten gesproken: de vele honderden verzoeken die hem in de loop der jaren bereikten gingen linea recta in de prullenmand.
Frenky met pistool, Sanny met de honkbalknuppel: treffender kan het verschil niet worden uitgedrukt. Frenky is een jongen uit een Venlose achterstandsbuurt, de moeder van Sanny is advocate. In het Venlose uitgaansleven hadden ze elkaar getroffen en op de een of andere manier klikte het tussen de twee, die in het begin van de jaren negentig in de nachtelijke uurtjes alles deden wat God verboden had. Inbreken, potenrammen en ‘fleppen’: de liefde bedrijven. Frenky deed het vooral met zijn vriendinnetje Astrid. In de film ‘Van God los’, geïnspireerd op de bende, doen ze het op de motorkap, maar dat is film, in werkelijkheid zou dat nooit zijn gebeurd. Zoals er wel meer niet klopt in de film.
Toen Frenky werd overgeplaatst naar de gevangenis in Zutphen merkte hij dat de bewaarders doodsbang voor hem waren: de film was net uit en die hadden ze gezien. Frenky: ‘Ze hadden al een mening over mij voordat ik daar was. Ik zag het meteen toen ik binnenkwam. Ze waren constant met een man of twee.’ En dat was volgens hem nergens voor nodig: als ze de papieren hadden gelezen die de bewaarders in de andere gevangenis over hem hadden gemaakt, hadden ze geweten dat hij niet iemand is die snel problemen maakt. Een van de bewaarders vertelde hem dat collega’s nadat ze die film hadden gezien liever hadden gehad dat hij naar een andere gevangenis was gebracht.
Frenky zag de film zelf ook, toen hij op televisie werd uitgezonden. ‘Een smerige achterlijke film die niks met onze zaak te maken had,’ vindt hij. In 2007 las hij een bericht over Pieter Kuijpers, de regisseur van de film. ‘Hij zei dat hij de film had willen maken omdat hij uit Tegelen kwam en dat hij was geraakt door wat wij hadden uitgevreten. Laat me niet lachen, dat is toch grote bullshit. Hij wist gewoon dat hij daar heel veel geld mee kon verdienen,’ zegt Frenky in het boek. Hij heeft zich vooral gestoord aan het feit dat ze hem ‘als een beest hebben laten zien. Ik was er goed ziek van dat ze mij in die film een kindje lieten vermoorden. Achterlijke schoften. Iedereen die mij kent weet dat ik juist stapelgek ben op kinderen. Ik heb nog nooit een kind aangeraakt en dat zal ik ook nooit doen.’
Dat hij in de film doodgaat, vindt hij niet zo erg, wel dat het een voorwaarde was van acteur Tygo Gernandt, die de rol anders niet wilde spelen omdat hij bang was dat jongeren zich anders wellicht met Frenky zouden identificeren.
Hoe dan ook, in de film en in de meeste publicaties is de teneur dat de bende van Venlo een groot aantal moorden heeft gepleegd: ze zijn veroordeeld voor zeven. Te beginnen bij de roofoverval op Wissink, in januari 1994. Frenky en Sanny hebben hierover bekentenissen afgelegd. Vervolgens de gruwelijke carnavalsmoorden op het bejaarde echtpaar Van Rijn in Venlo, in februari 1994. Frenky en Sanny hebben van het begin af aan altijd ontkend hiermee iets te maken te hebben gehad. Maar toen ze eenmaal in beeld waren voor de moord op Wissink, werden andere leden van de bende ook aangehouden en volgden er bizarre bekentenissen en verklaringen.
Vooral de verhalen van junk Sjakie H. deden de anderen de das om. Sjakie bekende dat hij samen met Marcel N., ook junk, de moorden op het echtpaar Van Rijn had gepleegd. De twee waren met een mes afgeslacht, voor een paar tientjes. Later verklaarde Sjakie dat Frenky, Sanny en Astrid er ook bij waren geweest. Vervolgens confronteerden de rechercheurs hem en de anderen met een groot aantal onopgeloste moordzaken uit Venlo en omgeving. Eén daarvan is die op Ibo Karaca, in 1993. Hij was betrokken bij een fout gelopen drugstransactie in het Turkse drugsmilieu van Venlo, maar desgevraagd leggen Sjakie en enkele anderen daar ook bekennende verklaringen over af.
In totaal bekennen ze veertig moorden, probleem is dat er niet zoveel lijken zijn. Uiteindelijk worden er in de veroordeling drie zogenaamde NN-lijken meegenomen: moorden waarbij geen lijk is aangetroffen en waarvan ook geen identiteit bekend is. Opmerkelijk is dat er – behalve bij de zaak-Wissink- in geen van de andere moordzaken ook maar één spoor van een bendelid is aangetroffen. De dubbele moord op het echtpaar Van Rijn was bloedig en gruwelijk, maar uit niets blijkt dat er meer dan één dader is geweest en er is geen enkele vingerafdruk gevonden. De dna-techniek stond toen nog in de kinderschoenen, de advocaat van Frenky heeft onlangs een verzoek ingediend bij de procureur-generaal in Den Bosch en bij het Nederlands Forensisch Instituut om na te gaan of er alsnog een mogelijkheid is bewaard gebleven materiaal te onderzoeken op dna-sporen. Advocaat mr. Peter Klaasen: ‘Als dat niet zo is, zal ik de zaak voordragen bij de Commissie Posthumus-II, voor advies over herziening.’ De advocaat is er nog altijd van overtuigd dat Frenky en Sanny alleen bij de moord op Wissink betrokken zijn geweest.
Het verschil in straf tussen Frenky en Sanny is opvallend. Beiden zijn voor dezelfde feiten veroordeeld, maar Sanny kreeg 18 jaar plus tbs, Frenky levenslang. Sanny is inmiddels al weer vrij, zijn tbs-behandeling loopt af. Frenky heeft weinig uitzicht op vrijlating: de rechter bij het Hof zei er zelfs bij dat Frenky geen gratie mocht krijgen, hij mocht nóóit meer vrijkomen. Het verschil zit in de tbs: Frenky heeft zich daar vanaf het begin hevig tegen verzet. Bij de rechtbank eiste de officier van justitie twintig jaar plus tbs tegen hem. Frenky hoorde de eis laconiek aan en veegde ondertussen wat pluisjes van de mouw van zijn zwarte blouse, maar toen de officier het woord ‘psychopaat’ gebruikte, veerde hij woedend op en riep hij: ‘Moet ik me dat allemaal laten welgevallen door die gek?’
Omdat Frenky zich niet psychiatrisch wilde laten onderzoeken, volgde er bij het hof uiteindelijk de uitspraak levenslang. Aanvankelijk was hij daar blij mee. Van psychiaters moet hij niks hebben, ‘die zijn voor gestoorden, zoals die teringlijer van een Sjaak. Maar ik ben niet gek, ik heb die niet nodig. Dan zit ik liever een paar jaar langer. Mijn moeder moet ook niks van die wijsneuzen hebben. Ik wilde het niet en daarmee basta.’ Hij heeft advocaat Klaasen vanaf het begin ook duidelijk gezegd dat hij niet met zielenknijpers en tbs-toestanden moest aankomen. ‘Je moest eens weten hoe vaak hij daarover is begonnen. Omdat het veel beter zou zijn in verband met mijn straf. Wie moet er nou zitten, hij of ik? Ik wil het niet. En dat heb ik hem gezegd, anders kon hij opkrassen.’
Dertien jaar later begint hij zich te realiseren dat hij zich hiermee toch wel lelijk in de vingers heeft gesneden. Hij voelt nog steeds niks voor behandeling, maar als dat de enige mogelijkheid is om ooit nog vrij te komen... Voorlopig is zijn hoop gevestigd op herziening en op de resultaten van nieuw onderzoek. Met jongere broer Dennis heeft hij het meest contact. Dennis vindt dat Frenky aan het wegkwijnen is. ‘De afstand tussen hem en de rest van de wereld is gewoon te groot geworden. We hadden pas een discussie over een iPod, hij had iemand in de gevangenis gezien die zo’n ding had en het hem liet horen. Hij zei: "Dennis, ik snap niet hoe in zo’n klein apparaat een cassettebandje gaat." Ik kon hem dus niet aan zijn verstand brengen dat daar geen bandje in zit, maar een harde schijf. Aan het eind van het bezoek gingen we met ruzie uit elkaar omdat hij dacht dat ik hem in de maling zat te nemen. Hij is wereldvreemd geworden, ook al kan hij diezelfde wereld wel op televisie volgen. Ik vraag me wel eens af of rechters zich realiseren wat ze iemand aandoen als ze levenslang opleggen. Zeker als er zoveel twijfel is als bij Frenky. Als er niet binnen een paar jaar een herziening van zijn proces komt zie ik het somber in, ik denk niet dat hij dit nog eens vijftien jaar volhoudt.’
Voetballen met een hoofd
Frenky en Sanny hebben de moord op Jeu Wissink bekend, van de andere vijf moorden waarvoor zij en de andere bendeleden zijn veroordeeld is er geen technisch bewijs. Er zijn alleen verklaringen, vooral van Sjakie H. Ook zijn tbs-behandeling bevindt zich in de eindfase, vermoedelijk komt hij binnenkort vrij. Enkele fragmenten uit de politieverhoren. De rechercheurs vragen hem wat hij de luguberste moord vindt.
SJAKIE: Iemand levend de kop eraf slaan met een schop.
POLITIE: Met welke schop zou dit het makkelijkste gaan?
SJAKIE: Met een steekschop. Die zijn het scherpst.
POLITIE: Is dat heavy?
SJAKIE: Ik denk het wel hè?
POLITIE: Is nu het ijs gebroken? Wil je nu dit verhaal ook vertellen?
SJAKIE: Ja. Ik denk dat het zich vóór de Karaca-zaak afspeelde. Het ging om een buitenlander. Een Turk of een Marokkaan. Maar hij had volgens mij wel de Nederlandse nationaliteit.
POLITIE: Waarom denk je dat hij de Nederlandse nationaliteit had?
SJAKIE: Omdat Frenky niet had gesproken over een Galo. Zo noemde hij de illegalen altijd. Het was een dealer. Ik kende hem wel, ik had hem vaker op het Nolensplein in Venlo gezien. Frenky had met die man tussen zes en zeven ‘s avonds afgesproken, hij zou een partij drugs van hem gaan kopen. Hij stapte zonder bedreiging in onze auto. Wij zijn met hem naar de heide in Venlo gereden. Onderweg praatte Frenky met die jongen. Ergens in de buurt bij een grenspaal stapten we uit. Na wat gepraat te hebben maakte Frenky de kofferbak open. Hij pakte een steekschop uit de kofferbak en sloeg die jongen met die schop op zijn voorhoofd. De jongen bloedde aan zijn hoofd en viel op de grond. Sanny en Frenky hebben hem opgepakt, ik heb een andere schop uit de koffer gehaald en ben achter hen aangelopen.
POLITIE: Waarom had je een tweede schop nodig?
SJAKIE: Ja, wat denk je, om te gaan graven natuurlijk. Maar er is niet gegraven.
POLITIE: Waarom niet?
SJAKIE: Het was te riskant. Op dat stuk komen dagelijks mensen. Maar verder moet je dat maar aan mijn baas vragen, hoor, die weet het beter dan ik. We zijn nog een stukje verder gelopen. Ik zag dat de jongen nog leefde, zijn handen bewogen nog. Vervolgens lieten Sanny en Frenky hem op de grond vallen. Frenky sloeg enkele malen met de steekschop op de jongen zijn hoofd. Zijn hoofd spleet uit elkaar. Ik zag dat er iets wits uit zijn hoofd kwam. Ik neem aan dat dit de hersens zijn geweest. Je hoorde ook geluiden zoals ‘tonk’ en ‘tak’ en zo. Een geluid alsof er een kokosnoot werd opengemaakt. Sanny en ik hebben die jongen ook nog een paar keer geslagen maar ik denk dat hij toen al dood was, hoor. Ik sloeg zelf eigenlijk alleen nog maar even voor de kick.
POLITIE: Werd er ook nog iets afgenomen van de jongen?
SJAKIE: Ja, Frenky had een boterhamzakje met bruin (heroïne) uit zijn zak gehaald.
POLITIE: Wat gebeurde er verder?
SJAKIE: Ja, wat denk je? Hetzelfde wat er met die anderen was gebeurd. Opgeruimd natuurlijk.
POLITIE: Ter plekke?
SJAKIE: Nee, ergens anders.
POLITIE: Wil je vertellen waar?
SJAKIE: Ja, zal wel moeten hè?
POLITIE: Graag.
SJAKIE: Een paar kilometer hier vandaan. In de bossen van Velden. Maar als die Dennis zo goed weet dat hij er ook bij was, zoals hij jullie al verteld heeft, moet hij het graf maar aanwijzen.
POLITIE: Als Dennis ons de plek niet kan wijzen, wil jij ons dan een beetje helpen?
SJAKIE: Ik zal erover denken.
POLITIE: Wat bracht jou dit nou op?
SJAKIE: Dat lag er een beetje aan hoeveel bruin we hadden.
POLITIE: Waarom heb je daar toch aan meegedaan?
SJAKIE: Ja, waarom? Ik moest geld hebben. En dat was op deze manier toch het snelste verdiend. Als je een inbraak pleegt moet je maar afwachten hoeveel het oplevert.
POLITIE: Hoeveel van dit soort rippen zijn er gepleegd?
SJAKIE: Zoveel. Maar ze werden niet allemaal opgeruimd. Nee. De Nederlanders werden gewoon bedreigd. Want die kun je in feite niet opruimen, dan komen er aangiften van vermissing. We waren goed georganiseerd, zoals de politie dat ook noemt: de opruimdienst van illegalen. U betaalt, wij ruimen.
De meest opmerkelijke zin in dit stuk is: ‘Maar als die Dennis zo goed weet dat hij er ook bij was, zoals hij jullie al verteld heeft, moet hij het graf maar aanwijzen.’ Kennelijk worden de verdachten met elkaars fantasieën om de oren geslagen en de één weet het nog mooier te maken dan de ander. Een verhoor later zegt de politie tegen Sjakie: ‘Waar denk je aan?’
SJAKIE: Aan wat ik allemaal geflikt heb. Ik kom uit verschillende dingen niet uit.
POLITIE: Waar kom je niet uit?
SJAKIE: Met name de zaak waar de kop en de benen van het lichaam zijn geslagen met een bijl.
POLITIE: Wil je er wat over vertellen?
SJAKIE: Ik weet dat dit ook is gebeurd in Arcen. Dus datzelfde bos waar ik met jullie als eens geweest ben. Frenky, Dennis, Sanny en Astrid zijn erbij geweest. Het was een geval met een Surinamer. Ik weet zeker dat ik een Surinamer die nog leefde, met een bijl de kop en zijn armen van zijn lijf heb geslagen. Die Surinamer ligt ook in het bos bij Arcen begraven. Dat was volgens mij de derde keer dat ik in dat bos kwam. Er lagen daar al twee Turken.
POLITIE: Wat dacht je toen Frenky weer naar dat bos toe reed?
SJAKIE: Ik dacht: het is weer zover. Wéér eentje. Toen we op de plek aankwamen, stapte iedereen uit, behalve Astrid. Frenky en de Surinamer praatten nog even met elkaar. Ik zag dat Frenky weer een zakje bruin kreeg. Frenky deed vervolgens net of hij zijn geld wilde pakken. In plaats van geld pakte hij zijn pistool en duwde die onder de neus van de Surie. Hij moest met ons mee het bos in. Ik zei tegen Frenky dat ik niet mee wilde.
POLITIE: Waarom niet?
SJAKIE: Ik wist dat er weer een dode ging vallen en daar wilde ik niet aan meedoen. Hij begon toen weer tegen mij te kankeren. Dat ik een schijtbroek was en dat ik mij maar in mijn kont moest laten neuken. Sanny ‘fuckte’ mee en Dennis stond erbij en keek ernaar. Ik ben teruggerend naar de auto en heb de bijl gepakt.
POLITIE: En toen?
SJAKIE: Dan wordt mijn film onduidelijk. Ik ben tekeergegaan als een beest. Tenminste, dat bleek later, toen zag ik dat mijn kleding, mijn gezicht en handen onder het bloed zaten. Ik kan natuurlijk geen bloed op mijn lijf krijgen als ik iemand liggend in stukken hak of als ik een dooie in stukken hak. Van een dooie die langer heeft gelegen krijg je geen bloed. Toen ik dat allemaal zag, zat ik alweer in de auto.
POLITIE: Wat zeiden de anderen?
SJAKIE: De Surie zat niet meer in de auto. Frenky en Sanny zaten smerig te lachen. Dennis zei niks en Astrid moest op dat moment niets van mij hebben. Ik zag er vies uit. Frenky vertelde mij dat ik die Surie zijn kop en handen er zojuist had afgehakt.
POLITIE: Hoe reageerde je toen?
SJAKIE: Shit, ik geloofde wat Frenky tegen mij zei, anders kon ik ook niet helemaal onder het bloed zitten. Ik denk dat zij dat lijk begraven hebben.
POLITIE: Dus we hebben nu te maken met al weer een nieuwe moord?
SJAKIE: Ja.
POLITIE: Da’s niet zo best. Alweer een nieuwe moord.
SJAKIE: Ja. Vraag mij wat.
POLITIE: Wat een onmenselijk verhaal, hè?
SJAKIE: Ja. Natuurlijk. Ik zei toch al dat het heavy was.
Een week later komt de politie nog eens terug op deze kwestie.
Dan ontkent hij alles en zegt hij: ‘Ik weet alleen dat Sanny een keer verteld heeft in de auto dat hij het leuk vond om te zien hoe die kop rolde. Ik weet ook wel dat er iemand met een schop de kop is afgestoken en dat er met een kop gevoetbald is, maar daar ben ik niet bij geweest. Ik heb ze dat alleen maar horen vertellen. Dat was een keer tijdens een ritje naar Duitsland. Ik heb daar niets mee te maken.’
Meer informatie: zie ook de website www.valerielempereur.nl waar het boek ook te bestellen is.
Goed boek, heb het net uitgelezen.
Of er nu wel of geen sprake is van de drie spookmoorden op de Turken en eventueel daderschap van Sanny en Frenky, het is op zijn minst opmerkelijk te noemen dat de overheid mensen straft voor moorden waarbij nooit een lijk is gevonden en daarnaast geen enkele identiteit bekend is. Zelfs geen vermissing genoteerd. Drie moorden die de wereld in zijn geholpen door twee niet bijster betrouwbare figuren.
Dat ze gezeten hebben is niet meer dan terecht natuurlijk, maar ze beschuldigen van moorden met zo weinig bewijsmateriaal is wel erg ridicuul.
Geplaatst door: Perry | 12 december 2007 om 11:15