Header image  
logo2
logo3
 
 

Spookmoord in het maisveld

maisveld

In augustus 2006 ligt er in een maisveld bij het Brabantse Chaam een dode vrouw: de 51-jarige Marita Schoenmaekers. Ze was dronken en had een lift gekregen van Freddy, de Nederlandse barkeeper van het laatste café dat ze had bezocht: de Pitstop in Turnhout. ‘John heeft haar vermoord,’ zegt Freddy, maar de politie kan geen spoor van John vinden. Bestaat hij wel? ‘José heeft het gedaan,’ zegt Freddy daarna. José bestaat wél: zij was zijn vriendin. Inmiddels zit José al sinds februari 2007 in de gevangenis in Breda, huilend om haar zoontje en kwaad op fantast Freddy.

Vrijdagavond 25 augustus 2006 is het vrij rustig in bikerscafé de Pitstop aan de Otterstraat in Turnhout. Een toerist zal je hier zelden treffen, erg uitnodigend is het niet. Boven de zaak is een sm-ruimte, achterin zijn kamertjes waar dames zich tegen betaling kunnen terugtrekken met een al dan niet stiepelzatte stamgast. Het café is van een Nederlandse eigenaar, de barman komt ook uit Nederland: Freddy T. (26), geboren in Hilversum, thans woonachtig in Gilze.
Aan het eind van de avond zijn er drie mensen binnen. Ene Jef, ‘Marc met de kromme pink’ en ‘Marita, de vrouw met het hondje’. De laatste twee zijn tegelijk binnengekomen. Het zijn allebei kroegtijgers. Volgens Marc is de vrouw, die hij amper kent, ‘zo zat als een snep’. Ze zijn elkaar deze avond in een andere kroeg tegen het lijf gelopen, Marita loopt een beetje achter hem aan. Als ze gedronken heeft – en dat heeft ze – wordt ze luidruchtig, vervelend, hangerig, Marc is haar al snel zat. Hij zegt dat ze haar hondje naar huis moet brengen, die mag in het café niet los rondlopen. Tot zijn opluchting doet ze het. Marc praat wat met Freddy, die vertelt dat hij vijftien Hongaarse dames in de aanbieding heeft. Hij laat een fotoboek zien van dames met blote borsten. Marc bladert het wat door. Amper tien minuten later is Marita al weer terug. Marc verlaat het toneel, tot woede van Marita, die begint te tieren. Marc belt zijn vrouw of ze hem wil komen ophalen. Dat wil ze niet. Via een aantal tussenstops in andere drinkgelegenheden rolt hij die nacht laat zijn bed in. Ook Jef krast op, alleen Marita blijft tot sluitingstijd hangen.
Tot zover is het nog min of meer duidelijk, maar dan? Marita kan het niet meer navertellen. Het meest waarschijnlijke is dat Marita bij Freddy in de auto is gestapt omdat ze weg wil. Ze wil van haar vent af, ze is dronken en ze wil niet haar huis. Wat ze in Nederland moet, is onduidelijk: Freddy is in elk geval niet van plan haar mee naar huis te nemen. José (32), zijn vriendin, ziet hem al aankomen.
De meest consistente verklaringen die hij aflegt komen ongeveer hierop neer: Marita begon vervelend te doen. Schelden, tieren. Het werd een slaande ruzie. Hij probeerde haar in bedwang te krijgen, greep haar naar de keel. Ze bleef tekeergaan, Freddy kneep toen zo hard dat ze in de auto, op de passagiersstoel, bewusteloos raakte en mogelijk al overleed. Ze liet de urine lopen, de autostoel van de Lada raakte doordrenkt. Freddy reed met haar naar een maisveld aan de Kloosterstraat in Chaam, niet ver van Gilze. Hij sleepte haar anderhalve meter het manshoge mais in, zodat overdag toevallig passerende kinderen het niet meteen zouden zien.
De halve nacht was Freddy al gebeld door José, maar zolang hij nog in België was nam hij niet op: hij had geen beltegoed meer. Bij een tankstation aan de A58 kocht hij rond drie uur ’s nachts een gehaktstaaf en beltegoed. Toen belde hij José. Hij zei dat hij haar kwam ophalen, hij had afgesproken met John, die hen eindelijk eens zou gaan betalen.
Freddy had het vaak over hem. Het is een geslaagd zakenman, in het criminele circuit. Bodybuilder, versierder, Freddy kijkt huizenhoog tegen hem op. Alles wat John is, wil Freddy ook zijn. Hij heeft John al vaak geld geleend. Ook José heeft zo’n 5000 euro tegoed van John, maar ze had hem nog nooit ontmoet. Zou dat nu dan toch eindelijk een keer gebeuren? Weliswaar had ze een zoontje van zeven thuis, Benjamin, maar er was een huisvriend die goed op hem paste, José kon gerust even weg.
Als ze in de auto gaat zitten, wordt haar broek meteen nat. Freddy heeft er wel een verklaring voor: John had daar net een zak met ijs neergezet. Ze rijden naar de Kloosterstraat in Chaam. Freddy stopt op de weg, bij een groot maisveld en stapt uit. José moet meekomen. Ineens rent Freddy weg, het mais in. Ze hoort het geluid van snijden in vlees: kggrr, kggrr. Even later komt hij terug. Hij zegt: ‘Je moet komen, hier ligt die vrouw uit de kroeg.’ José wil niet, ze heeft net nieuwe witte Nikes, ze gaat niet dat maisveld in. Fred laat het mes zien: ‘Moeje kijken,’ zegt hij, ‘ik heb haar de keel doorgesneden, ik heb het met rechts gedaan, maar ik ben links.’ Aan het mes zitten stukjes vlees, José vindt het lijken op kipfilet. Freddy trekt zijn handschoen uit, wikkelt het mes daarin en legt dat in het zijvak van de Lada. José, in het proces-verbaal: ‘Ik was in shock, ik kan me amper herinneren wat er toen verder is gebeurd. We zijn teruggereden naar Gilze. Eerst naar zijn ouders, daar heb ik een droge broek aangetrokken, daarna naar mijn huis. Ik was vreselijk bang, ik mocht er met niemand over praten, anders zou hij Benjamin iets aandoen.’

De volgende morgen vinden wandelaars het lijk en waarschuwen ze de politie. Haar identiteit wordt al vrij snel vastgesteld: Marietta Pierre Schoenmaekers, geboren op 20 juli 1955 in Tunrhout. Haar vriend Johannes Haest had haar zaterdag al als vermist opgegeven. Het duurt

even voor de Belgische politie een spoor te pakken heeft, maar al spoedig komt het bikerscafé in de Otterstraat in het vizier.
Er zijn ook getuigen die melding maken van een ‘man met een kromme pink’ met wie Marita het laatst zou zijn gezien. Hij is in het Turnhoutse kroegleven een bekende verschijning. Al snel wordt duidelijk dat het niet de man met de pink is die de vrouw met het hondje voor het laatst heeft gezien, maar barman Freddy, al komt dat nog niet direct uit de verf. Op 30 augustus worden hij en José als getuigen gehoord. Freddy zegt dat hij om half twaalf die avond al thuis was, José moet dat bevestigen. Zo heeft hij een alibi. José: ‘Hij zei tegen mij: “Je houdt je kop, anders gaat Benjamin eraan!” Wat moest ik doen?’
José kiest eieren voor haar geld, ze doet of het niet gebeurd is. Op 2 september gaat ze samen met Freddy naar Hongarije. Hij zegt dat hij daar een huis heeft. Alleen: ze kunnen het nergens vinden. José begint steeds meer twijfels te krijgen over haar nieuwe vriend. Ze kent hem pas een paar maanden. Ze was met haar auto in de garage geweest, in Gilze. Er zaten wat roestvlekjes aan, Freddy werkte er als monteur. Hij wilde haar daar best mee helpen, het klikte van beide kanten en al spoedig trok Freddy bij haar in. Officieel bleef hij bij zijn ouders in Gilze wonen.
José begon het allemaal wat minder leuk te vinden toen Freddy als barman ging werken bij de Pitstop in Turnhout, dat bekend staat als een Hells Angelscafé. Freddy was daar zo druk mee dat er weinig tijd overbleef voor iets anders. Hun relatie werd steeds meer een wat José noemt ‘wkp-gebeuren’: wippen, koffie, pleite. Over de Nederlandse uitbater van de Pitstop, Jan Broeders, tevens eigenaar van een auto- en motorenbedrijf in Hulten, was José ook niet enthousiast: ze had een paar weekends achter de bar van de Pitstop gewerkt, maar geen cent betaald gekregen. En nu deze ellende: betrokken bij een moordzaak.

Als ze terug zijn uit Hongarije wordt Freddy, op 13 september, in België aangehouden. Aanvankelijk lijkt het een misverstand. In BN/De Stem van 19 september komt Jan Broeders aan het woord. Volgens hem is Freddy aangehouden omdat hij valse verklaringen heeft afgelegd. ‘Een klant wilde niet dat zijn familie kwam te weten dat hij in het café was, dus heeft mijn medewerker daarover gelogen. Toen ik dat hoorde heb ik hem gelijk geadviseerd terug te gaan naar de politie.’ Dat deed Freddy en toen besloot de politie hem vast te houden. Broeders: ‘Het was gewoon een stomme fout van hem, ik denk niet dat hij iets met de dood van Schoenmakers te maken heeft, het is de fout van zijn leven geweest om hierover te liegen.’
Marc, de man met de kromme pink, had Freddy bedreigd [HÁD, OF: ZOU HEBBEN?]: hij wilde niet dat zijn vrouw erachter kwam dat hij in dit café was geweest. Hij zei [ZEI, OF: ZOU HEBBEN GEZEGD?]dat hij lid van de Hells Angels was geweest en dat die hun eigen manier hadden om dit soort zaken op te lossen.
Tegenover de Belgische rechercheurs hangt Freddy het verhaal op dat John de moord heeft gepleegd. Probleem is: John is er niet. Hij zit in Hongarije, beweert Freddy, maar weet hij meer? Wie is die John? Freddy begint steeds meer te draaien, op een gegeven moment menen de speurders te weten wie Freddy bedoelt: John J., van de beruchte Juliet-bende, die komt nog het meest overeen met de verhalen die Freddy vertelt. Een kleinigheid: deze John J. zit al jaren in de gevangenis. Steeds duidelijker wordt dat deze John een soort alter ego is van Freddy: hij is de man die Freddy zou wíllen zijn, maar hij bestaat niet echt.
Intussen bezoekt José Freddy trouw in de Belgische bajes. Ze moet van hem ‘lieve brieven’ schrijven, om duidelijk te maken dat hun relatie nog helemaal top is. Ze krijgt wat signalen om zich koest te houden. Zoals een brief van ‘John’ dat hij niet kan komen: hij zit in Roemenië. Ook komt er een man aan de deur die komt informeren hoe het met Benjamin is. Toevallig is dat een Roemeen, die tegelijk met Freddy in België in de gevangenis heeft gezeten.
José begint zich steeds ongemakkelijker te voelen en vertelt Freddy dat ze ermee kapt: ze gaat een eind aan hun relatie maken. Het antwoord komt meteen. Freddy vertelt de rechercheurs dat José de moord heeft gepleegd en dat het moordwapen bij haar in de slaapkamer ligt. Er wordt huiszoeking gedaan en inderdaad: het schoongemaakte mes ligt in de kast. José: ‘Iemand van zijn familie of vrienden moet het daar hebben neergelegd. Toen we die avond terugkwamen, heeft Freddy het mes bij zijn ouders onder een gietijzeren kan gelegd. Ik zou toch wel gek zijn om dat mes in mijn huis te bewaren?’

 

maisveldchaam2

Op 28 februari wordt ze aangehouden. Dan vertelt ze de politie het ware verhaal. Het klinkt logisch en overtuigend: ze heeft eerst gelogen uit angst voor de bedreigingen, Freddy heeft in feite al bekentenissen afgelegd, er is geen enkele feitelijke aanwijzing dat ze heeft meegeholpen met de moord. Het enige dat haar te verwijten is, is dat ze niet meteen de waarheid heeft verteld, maar daarvoor zou ze niet zo lang hoeven zitten. Haar advocaat Willem-Jan Ausma probeert haar in afwachting van het proces eerder vrij te krijgen, maar de officier van justitie en de rechters werken niet erg mee. Ausma: ‘Dat zie je steeds vaker: men gaat het dossier pas lezen als ze de zaak inhoudelijk gaan behandelen. Voor die tijd is het: van dik hout zaagt men planken.’ Bijkomend probleem is dat de officier van justitie wil dat in het Pieter Baan Centrum in Utrecht de interactie tussen Freddy en José wordt onderzocht, om te kijken hoe ze op elkaar reageren. Dat kan alleen als José op dat moment nog gevangen zit en in het PBC kunnen ze de eerste maanden nog niet terecht.
In de vrouwengevangenis in Breda staat José het huilen elke dag nader dan het lachen, ze mist haar zoontje vreselijk. ‘In één klap, “woesj!”, ben ik alles kwijtgeraakt. Straks ben ik mijn huis ook nog kwijt.’
Er zijn nog een paar vraagtekens. Zo was er opmerkelijk weinig bloed op de plaats delict en toen Freddy terugkeerde bij de auto zat hij ook niet onder het bloed. Dat is eigenlijk alleen te verklaren als het slachtoffer al dood was toen hij haar binnen hoorafstand van José de nek doorsneed. Was ze al overleden na de wurggrepen van Freddy of had hij haar al eerder, op een andere plek, gestoken? Het zou kunnen: er zijn sporen gevonden van twee verschillende messen.

Op 5 juli 2007 is er een pro formazitting. Josés advocaat Ausma doet er alles aan om de rechters te overtuigen dat er geen enkele reden was haar nog vast te houden en haar vrij te laten in afwachting van de inhoudelijke behandeling, maar dat feest ging niet door. Op 11 december zou de inhoudelijke handeling beginnen, maar die wordt onverwacht uitgesteld. Nadat Panorama erover publiceert, meldt zich op de dag vóór de zitting een gedetineerde die beweert dat Freddy tegenover hem de moord heeft bekend. Justitie wil hem eerst horen voor men verdergaat met de behandeling. Voor José betekent het opnieuw uitstel: een verzoek om haar nu in voorlopige vrijheid te stellen wordt afgewezen.

Zozo, dit is pas een lastig verhaal om te lezen. Met verzonnen personen of wellicht alter ego's.

Vreemde gang van zaken met betrekking tot Josee om haar zo lang vast te houden met alleen een verklaring en (mjah wel wat belangrijker) een mes die gebruikt is op PD.

Het lijkt me echter dat de waarheid hier vroeger of later wel boven water komt, met een persoon als Freddy die zoveel lult dat het wel gechecked kan worden. Neemt alleen veel tijd in beslag.

Geplaatst door: Mark | 19 december 2007 om 15:37

Alleen een verklaring en het moordwapen???? Wat wil je nog meer hebben dan, een motief misschien? Dat kunnen we ook nog wel verzinnen hoor; jaloers.

Ik bedoel hiermee niet te zeggen dat ik geloof dat ze het gedaan heeft, maar ze heeft minimaal de schijn tegen. Het verhaal vind ik verder ook flinterdun. Het is hier elders al gezegd, maar het werkt natuurlijk niet in haar voordeel dat ze al die tijd haar mond heft gehouden en met hem mee op vakantie is geweest en ga zo maar door.

Geplaatst door: Dani | 19 december 2007 om 16:17

Mijns inziens brengt HJ het verhaal zo, dat Josee te lang vastzit. Kan het verkeerd gelezen hebben maargoed.
Dus vandaar zeg ik, 1 verklaring: namelijk van iemand die niet echt betrouwbaar bestempeld mag worden en dan ja, het wapen. Kan er neergelegd zijn. Maar snap dan niet waarom HJ er niet mee eens is dat ze nog steeds vastzit.

Geplaatst door: Mark | 19 december 2007 om 16:37

HJ, je zit er wel vaker naast.
Ga er nou eens van uit, dat het waar is wat Freddy zegt en ga dan eens kijken wat er aan harde bewijzen (DNA, vingerafdrukken) zijn.

Beste Wim,

Freddy is een fantast, dat staat voor 99 procent vast, dus waarom moet ik ervan uitgaan dat de aantoonbare onzin die hij verkoopt waar is? En waarom moet ik kijken naar harde bewijzen? Alsof ik dat niet heb gedaan. Wat denk je waarop ik dit verhaal baseer? Zal best zijn dat ik 'er wel vaker naast zit', maar dat is wel een heel vreemd argument. Noem even concrete zaken, met bewijs.

Hendrik Jan

Geplaatst door: wim van wijnen | 19 december 2007 om 21:59