(reportage uit Panorama nr. 7 van 14 februari 2007)

De ene vrouw die vijftig wordt krijgt een Sara in de tuin, Adriana Teuben uit Den Haag kreeg een reis aangeboden. Vrienden uit het café legden botje bij botje en daar ging Adriana, voor het eerst in haar leven op reis. Ze schrok nogal toen ze zag waar ze terecht was gekomen: in een buitenwijk van Port of Spain, de criminele hoofdstad van Trinidad. Gelukkig was er een vriendelijke taxichauffeur die zich over haar ontfermde, Mister Mooney. Hij liet haar het strand zien en hielp Adriana toen haar koffer stuk ging, op de dag voor de terugreis. ‘Neem mijn koffer maar,’ zei hij. Dat was in juni 2004. In december 2006 zocht ik haar op in de vrouwengevangenis in Trinidad.
"Ik wilde far away. Nou, dat ben ik wel. Maar ik ben ook long away".
Héél long. Wat een tripje van acht dagen had moeten zijn, lijkt een verblijf van minstens zes jaar te worden. En eigenlijk vond ze Trinidad meteen al niks.
"Ik kwam hier aan, ik dacht: wat doe ik hier, midden in de bush bush. Ik heb een palmboom gezien, maar daar heb je ’t ook wel mee gehad."
We spreken Adriana Teuben, inmiddels 52, in de gevangenis in Arouca, een paar kilometer van het vliegveld in Trinidad. Aanvankelijk zag het er somber uit: het personeel van de vrouwengevangenis begon smakelijk te lachen toen we ons meldden: er was geen denken aan dat ‘the man from the newspaper" hier naar binnen zou kunnen: dat moest via de ambassade en de prison administration.
Shit.
We waren al gewaarschuwd dat journalisten zelden de gevangenis binnenkomen en hadden Adriana telefonisch op het hart gedrukt ons als ‘vriend’ aan te melden, maar kennelijk was iedereen al op de hoogte. Op een of andere wonderbaarlijke manier waren bij een tweede poging alle bezwaren verdwenen en konden we in totaal drie keer een kwartiertje met haar praten. Achter glas, dat wel.
Het was een intrigerend berichtje, in april 2006 in een Nederlandse krant. Vrouw van 51 veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf in Trinidad. Een taxichauffeur, ‘Mister Mooney’, had haar een koffer gegeven omdat haar eigen koffer een dag voor vertrek kapot was gegaan. Op het vliegveld bleek in de dubbele bodem vakkundig ruim drie kilo cocaïne te zijn verstopt.
Hoe zit dat, Adriana?
"Twee mannen hielden me aan, ze dachten dat ik drugs in de koffer had. Ik zei: "Are you mad? But do your job!" De ene zei: er zit niks in. Maar de ander pakte een schroevendraaier en stak ermee in de onderkant. Hij zei: "Bingo!" Ik zei: "Do your job!"
De vraag is natuurlijk: wist ze dat er drugs in de koffer zat?
"Nee, natuurlijk niet, ik ben onschuldig", zegt ze. Dat breekt haar nogal op: als ze wel schuld had bekend, was ze al bijna weer thuis geweest, nu is er een grote kans dat ze bijna de complete zes jaar effectieve straf in Trinidad uit moet zitten, de zaak loopt nog steeds in hoger beroep en niemand weet wanneer dat wordt behandeld.
Wat is het verhaal?
Adriana zegt: ik wilde naar Curaçao, maar toen zei mijn zoon: dat is veel te gevaarlijk, met al die drugs en criminelen daar, je kunt beter iets anders opzoeken. Toen zijn de vrienden naar het reisbureau gegaan en is het Trinidad geworden."
Daar begint het al verdacht te worden: niemand gaat naar Trinidad op vakantie. Wél populair is het aangrenzende eilandje Tobago. Daar zijn in 2006 maar zes moorden gepleegd, in Trinidad (met 1,3 miljoen inwoners) stond de teller half december al op 350.
In Port of Spain, waar Adriana in een guesthouse verbleef, is normaal gesproken geen toerist te bekennen: het dichtstbijzijnde strand is drie kwartier rijden met een taxi, in de stad is voor een buitenlander niets te beleven en geen blanke waagt er zich na zes uur op straat. "Ik wilde met een taxi naar de stad. Ik vroeg: hoe gaat dat? Ze zeiden: je moet naar die straat lopen en dan steek je je hand op."
Maar dat lukte niet. Toen was er een aardige jongen die me hielp. Er stopte een taxi. De chauffeur bracht me naar de stad. Hij vroeg: weet je hoe je terug moet komen? Ik zei: nee. Hij zei: als je hier wacht, dan kom ik je wel halen. Ik heb heel lang gewacht en ’s avonds kwam hij. Hij zei: ik dacht dat je al weg was."
Trini’s, zoals de inwoners worden genoemd, zijn buitengewoon aardig en behulpzaam. De betreffende taxichauffeur, die zich ‘Mister Mooney’ noemde, is wel héél erg aardig. In de week dat Adriana in Trinidad verblijft, ontfermt hij zich helemaal over haar.
Hij brengt haar waar ze wil, hij koopt cadeautjes voor haar en soms neemt hij zijn vriendin Clarence mee en maken ze het samen gezellig. Ze gaan één keer naar het strand: Maracas Bay, beroemd vanwege de broodjes haai (‘Shark & Bake’). Ze eten en drinken er, zwemmen er, kortom: net een echte vakantie.

Maracas Bay
Later, bij het proces, vraagt de rechter of dat in Nederland normaal is, dat je cadeautjes aanneemt van mensen van wie je de naam niet eens weet en die je nog maar een paar dagen kent. Adriana antwoordt, op haar robuuste manier, in steenkolen-engels: "We Dutch people do not ask names and yes Dutch people do that. When we have a friend, we have a friend for life. I consider the woman a friend for life. When you come to my land you will see we are different from people in TT."
Dus: in Nederland doen we dat zo en de vriendin van de taxichauffeur beschouwt ze als ‘een vriendin voor het leven.’ "Ja," zegt haar zoon Yuri, "zo is mijn moeder."
Adriana logeert in de Sundeck Suites in Port of Spain. Keurig appartement, daar niet van, maar het toch zoiets als een Japanner in de Bijlmer. Op de dag voor vertrek begint een merkwaardige samenloop van omstandigheden, waarvan nog steeds niet duidelijk is waar het toeval ophoudt en het complot begint.
Adriana: "Ik pakte mijn koffer om de boel in te pakken, misschien deed ik te wild, het handvat knapte af. Ik ging naar de security van Sundeck en vroeg of hij het kon maken. Hij keek ernaar en zei: dit is garbage, die moet je weggooien. Ik wilde naar de stad om een nieuwe koffer te kopen en vroeg Mister Mooney of hij me daarheen wilde brengen. Hij zei: "Ik heb wel een koffer voor je." Dat wilde ik niet, maar hij zei: "Je wilt toch over een paar maanden hier terugkomen met je zoon? Dan neem je de koffer maar mee terug."

Sundeck in Port of Spain
Het is een mooie stevige koffer, daar niet van. Een zeer ervaren reiziger had misschien gedacht: beetje aan de zware kant. Maar een ervaren reiziger zou ook nooit een koffer van iemand anders meenemen, zeker niet uit een ‘risicoland’ als Trinidad.
In de krant staat dat de politie getipt is dat Adriana er met een drugskoffer aankwam, in werkelijkheid hebben de verschillende posten op het vliegveld haar gesignaleerd als verdacht.
Een vrouw alleen.
Op vakantie in Trinidad.
Die maar één keer naar het strand is geweest en verder geen enkele toeristische attractie heeft bezocht.
Die pas kort voor haar reis een paspoort had aangevraagd.
Dan ben je zó verdacht dat een politieman de koffer kapot durft steken.
Adriana komt oprecht over en ze lijkt weinig te begrijpen van de situatie waarin ze is beland. In Trinidad doet ze zo ongeveer alles verkeerd wat je kunt bedenken, na haar aanhouding. Ze wil geen tolk, ook al spreekt ze amper Engels: ze is onschuldig, ze wil naar huis, het duurt allemaal al veel te lang.
Ze jaagt de rechter en de jury tegen zich in het harnas door te beweren dat een politieman geprobeerd heeft een van de zakjes cocaïne achterover te drukken. "Bij het uitpakken was er een zakje tussen mijn kleding gekomen. Die heb ik gepakt en gezegd: "Sir, you forgot one".
Een journalist van de Trinidad Express was erbij en vertelt: "De leden van de jury konden hun lachen niet inhouden. Ze gedroeg zich als een groot, boos kind, zwaaiend met haar armen." De rechter waarschuwt haar en haar advocaat dat ze zich serieus moet gedragen. Hij geeft de jury als overweging mee: waarom zou iemand naar Trinidad gaan voor vakantie?
De jury heeft maar weinig tijd nodig om tot een oordeel te komen: negen jaar. Adriana: "Er klopt niets van. Het is drie jaar per kilo. Na onderzoek bleek dat ik maar twee kilo zuivere cocaïne had. Dus dat is zes jaar, en geen negen."
Terwijl iedereen haar afraadt om in beroep te gaan, doet ze dat toch: ze is immers onschuldig? Advocaat Mario Merritt ziet er weinig in. Betrapt worden met drugs is één delict, maar je kunt ook nog extra worden veroordeeld voor het illegaal exporteren van goederen, de kans dat er van die negen jaar nog iets afgaat is erg klein. Bovendien: zolang het proces niet is afgesloten, kan er niet begonnen worden met de procedure die het mogelijk maakt de rest van de straf in Nederland uit te zitten.
Het komt vaker voor dat mensen zonder het te weten worden gebruikt als drugskoerier: wie niks weet, heeft geen last van zenuwen bij de douane. Een bekend voorbeeld is dat van ‘de Hennies’ uit Enschede (zie onder).
Als Adriana had geweten van de drugs, zou ze beter zijn geïnstrueerd over wat ze moest zeggen op het vliegveld om geen argwaan te wekken. Adriana: "De psychiater van de gevangenis zei tegen mij: je bent erin geluisd, je bent gebruikt om de aandacht af te leiden van een groter transport." Het is een bekende theorie, maar hoofdinspecteur Raymond Craig, een door de wol geverfde narcoticajager die ook vaak in Nederland is geweest voor grote onderzoeken, moet daar om lachen. "Dat zeggen mensen die niet weten hoe het werkt. Weet u wat twee kilo zuivere cocaïne waard is? Niemand geeft dat weg. Als er al eens zoiets gebeurt, doen ze het hooguit met een paar gram."
De Trinidadse narcospeurders geloven geen snars van Adriana’s onschuld: wie zou de cocaïne in Nederland anders moeten opvangen dan zij? Ze heeft niet gezegd dat ze instructies had gekregen om die koffer ergens af te leveren, dat kan in de ogen van de politie (en van de rechter, en de jury) maar één ding betekenen: ze moet op de hoogte zijn geweest. Het verhaal van de kapotte koffer is nieuw: het kan toeval zijn, of er is mee geknoeid, het is in elk geval geen bekende truc.

Advocaat Mario Merrit
Het andere scenario is dat de hele reis vanaf het begin doorgestoken kaart was zonder dat Adriana het in de gaten had. De vrienden die de reis regelden moeten dan in contact hebben gestaan met Mister Mooney en de beveiligingsman van Sundeck Suites. Laatstgenoemde is inmiddels ontslagen en niet meer te traceren. Hebben de kroegvrienden Adriana bedonderd ? Adriana: "Dat zouden mijn vrienden nóóit doen!"

Het café waar het zich afspeelde heette toen nog Melody, tegenwoordig Talk of the Town, aan de Weteringkade bij station Holland Spoor. Zoon Yuri kent maar één van de vrienden, een zekere Kossalan, die hij vroeger in deze buurt nog wel eens tegenkwam. Niemand weet wie de reis heeft geregeld en bij welk reisbureau.
In Talk of the Town is niemand meer te vinden die Adriana heeft gekend, de zaak is kort na haar vertrek van eigenaar veranderd en er zijn nu andere stamgasten. Ook de vorige eigenaar van de zaak is moeilijk te traceren. Als we eindelijk iemand hebben gevonden die hem kent, komen we niet verder dan: hij gaat u bellen. Weet Adriana zelf niet welk reisbureau het was? "Nee, ik ben daar niet geweest, het was een cadeau. De papieren heb ik ook niet, alles is in beslag genomen." Yuri weet uiteindelijk nog één naam op te hoesten: Twana. Een illegale Irakees die nu in Engeland zit en daar probeert asiel aan te vragen..

Café aan de Weteringkade
Terwijl Adriana zich in de gevangenis in Trinidad staande probeert te houden, is de situatie aan het thuisfront verre van ideaal. Adriana heeft twee kinderen: dochter Virginia en zoon Yuri, allebei van de man met wie ze het langst samen was, een Antilliaan van Curaçao. "Ik heb een rotleven gehad," zegt Adriana. Op haar achttiende trouwde ze met haar eerste echtgenoot. Tijdens een ruzie stak ze hem met een mes: het eerste en – tot Trinidad – het enige kerfje op haar stok. Met haar Antilliaanse man was ze wel gelukkig, maar hij overleed in 1996 aan de zeldzame ziekte van Kahler. Daarna had ze nog wat ongelukkige relaties. "Ik heb altijd alles voor mannen gedaan, maar ze hebben mij alles afgepakt," zegt ze.
Na haar arrestatie belde ze vooral met dochter Virginia, maar toen ze die een tijd lang niet meer kon bereiken wees ze zoon Yuri aan als contactpersoon. Waarop Virginia zo kwaad werd dat ze sindsdien geen enkel contact meer met haar heeft gehad. Virginia: "Ik heb genoeg aan mijn eigen problemen, ik kan dat van mijn moeder er nu niet bij hebben."
Een dochtertje stierf kort na de geboorte, een zoontje heeft een ernstige hartafwijking. "Het heeft me heel veel moeite gekost om mijn eigen weg te gaan, buiten haar om, als we weer contact krijgen ben ik bang dat het niet goed met mij gaat." Moeder is een beetje indringend aanwezig, maar zelf ziet Adriana dat heel anders: "We hebben altijd een goede band gehad. Ik huil elke dag om Virginia."
Als we zeggen dat het jongste kind van Virginia ernstig ziek is, komen de tranen: "Dat wist ik helemaal niet. Mijn hele lichaam wordt koud." Ze wil graag dat we wat sieraden die ze bij zich had meenemen naar Nederland. Een blauw ringetje is voor het zoontje van Virginia. "Meneer, als u Virginia spreekt moet u zeggen dat ze met de kinderen naar het ziekenhuis moet gaan en moet onderzoeken of ze ook de ziekte van Kahler hebben. Het is wél erfelijk."
Ook Yuri had moeite het hoofd boven water te houden toen zijn moeder niet terugkeerde. "Ik had geen werk en ik moest twee huren betalen. Gelukkig kwam ik toen mijn vriendin Francisca tegen. Zij en haar moeder hebben mij heel goed opgevangen." Hun eerste kindje, dochter Chelsea, is inmiddels anderhalf jaar en heeft oma alleen nog maar op een foto gezien.
Een tweede kind is in aantocht. "We wilden in november naar mijn moeder, maar we hebben er gewoon geen geld voor. We zijn verhuisd, ik heb ontslag gekregen, het kon niet. Dat was voor mijn moeder ook een erge teleurstelling."
Meer familie is er niet. Adriana: "Toen ik negen jaar was, is mijn moeder weggelopen. Mijn vader is drie keer hertrouwd, maar ik ben enig kind. Hij wil geen contact met mij."
Gevangenis
In de gevangenis heeft Adriana het niet te makkelijk. "Mijn handen zijn helemaal dik en blauw van het slaan. Ik had ruzie met andere vrouwen. Ze zeiden bij het wassen dat ik op hen spetterde en dat ik stink. Een Nederlandse vrouw laat zich dat niet zeggen. De supervisor nam me mee en zei: "Teuben, wat doe je nou?" Ik krijg nu pillen tegen agressie."
In Adriana’s denkwereld spoort de werkelijkheid niet altijd met hoe zij dingen begrepen heeft. Bij ons eerste bezoek gaan er van de kostbare tijd minuten verloren omdat ze weigert te gaan zitten en de telefoon te pakken: volgens haar heeft de supervisor gezegd dat ze gewoon bezoek mag ontvangen, niet achter glas.
Bij het tweede bezoek wil ze spullen meegeven, daar heeft ze toestemming voor. Ook dat mag niet: volgende keer. En ook dan gaat het niet naar wens. De spullen – wat kleren, tekeningen voor kleindochter Chelsea – mogen mee, een schrift met aantekeningen niet. Ze heeft haar belevenissen allemaal op papier gezet. Daar is ook een stuk bij van een gevangenisvriendin die graag wil dat we aandacht aan haar zaak besteden.
Adriana: "Ze is veroordeeld omdat ze iemand heeft opgegeten, maar ze zegt dat dat niet waar is." Enige navraag maakt duidelijk dat niemand in Trinidad van dit geval heeft gehoord: als het waar zou zijn, dan zou het zeker in de krant hebben gestaan. Of is Adriana wat al te goedgelovig en een beetje naïef?
Met de acht andere Nederlandse gevangenen heeft Adriana weinig contact. Enkele weken voor onze komst zijn er nog twee studentes opgepakt, onder wie een 19-jarig meisje uit Den Haag, moeder van een kind. "Die zijn dom geweest," zegt Adriana, "ze hebben gezegd dat ze het voor het geld deden."
Maar zij zijn er wel met relatief lichte straffen afgekomen: een met vier jaar, de ander met 16 maanden. "Omdat zij al afgestraft zijn, zitten ze op een andere afdeling, zij hebben blauwe gevangenispakken aan. We kunnen alleen soms even iets naar elkaar roepen. Ze vinden het héél goed dat er een stuk in Panorama komt, ze zeggen: je moet de mensen waarschuwen dat ze niet aan zoiets beginnen."

Het vakantiereisje van de Hennies
Adriana Teuben is niet de enige die ‘een reisje met een dubbele bodem’ kreeg aangeboden. In maart 1998 worden drie mensen uit Enschede op het vliegveld van Istanboel aangehouden met ieder vijf kilo heroïne. Het zijn Hennie van Doeselaar, zijn vriendin Hennie Idzes en hun buurvrouw Popcolien B. De Hennies, die als ‘minder begaafd’ worden omschreven, zeggen dat ze niet wisten dat er heroïne in hun bagage zat. De buurvrouw gaf toe dat zij voor de zesde keer heroïne smokkelde. Zij had de Hennies en anderen geronseld door hen een gratis vakantiereisje aan te bieden.
De Turkse verdachte die de heroïne in de bagage had verstopt, verklaarde voor de rechtbank dat hij de Hennies niet kende. Hij zou hebben gehandeld onder druk van een Turks-Nederlandse drugsbende. De drie Enschedeërs worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar. In januari 2000 worden ze in afwachting van het hoger beroep vrijgelaten en keren ze terug naar Nederland. In maart 2001 veroordeelt de Turkse Hoge Raad hen alsnog tot vijf jaar straf.
In mei 2003 bepaalt de rechtbank in Almelo dat ex-buurvrouw Popcolien B. de Hennies 167.059 euro aan smartengeld moet betalen.
|
Na het lezen van dit verhaal vraag ik me af waar de grens ligt tussen naïeviteit en zwakzinnigheid.
Geplaatst door: willem | 19 maart 2007 om 17:40