
Het verhaal van Larry Bradshaw en Lorrie Beth Slonsky.
"Twee dagen nadat Katrina New Orleans teisterde was de supermarkt Walgreen op de hoek van de Royal en de Iberville-straat nog gesloten. Door de ramen kon je de koelvitrine zien. De melk, yoghurt en kaas begonnen te bederven doordat de stroom was uitgevallen en het 35 graden was. De eigenaar had alles afgesloten en was gevlucht. Buiten, voor het raam, kregen buurtbewoners en toeristen steeds meer honger en dorst, van de toegezegde hulp kwam niets binnen.
Voor de politie was het gemakkelijk geweest een raampje open te breken en het eten en drinken uit de supermarkt uit te gaan delen, in plaats daarvan joegen ze iedereen weg. Wij slaagden er twee dagen geleden pas in uit New Orleans weg te komen. We hebben nog niet veel tv of kranten gezien. Er zullen wel geen foto's op de voorpagina hebben gestaan van Europese toeristen die Walgreen's supermarkt in het French Quarter hebben geplunderd. Er zullen vast veel foto's zijn geplaatst van heldhaftige politiemensen die de slachtoffers helpen, maar de echte helden en heldinnen zijn de bouwvakkers en elektriciens, die met heftrucks beknelde mensen bevrijdden en generators lieten draaien om het beetje stroom dat er was nuttig te gebruiken. Bijvoorbeeld om auto's van de bovenste verdieping van een parkeergarage weg te kunnen halen. Er waren verpleegsters die met mechanische ventilatoren urenlang handmatig lucht bliezen in de longen van bewusteloze patiënten, portiers die mensen weghaalden uit vastzittende liften, mensen die boten 'stalen' en daarmee hun buren van het dak redden.
Op de tweede dag zaten we met zo'n vijfhonderd mensen in hotels in het French Quarter. Dat was een mix van mensen zoals wij, die voor een conferentie in New Orleans waren, buitenlandse toeristen en mensen uit de buurt die hier onderdak hadden gezocht. Een paar slaagden er telefonisch contact te krijgen met familie of vrienden buiten de stad. Ze kregen te horen dat er van alle kanten hulp aankwam en dat er bussen zouden komen. Wij hebben niets gezien en besloten onszelf te redden. We legden als ons geld bij elkaar en voor 25.000 dollar bestelden we tien bussen om uit de stad te komen. We wachtten 48 uur, en deelden het laatste eten en drinken, waarbij de zieken en pasgeboren baby's voorrang kregen. De bussen kwamen nooit: ze waren gevorderd door de militairen.
Op de vierde dag was er in de hotels geen voedsel en water meer, de sanitaire voorzieningen werkten niet meer, de hotels gingen dicht en wij moesten allemaal naar buiten, waar het water, de wanhoop en de misdaad steeds verder stegen. We moesten naar het centrum van de stad, waar we eindelijk mensen van de National Guard tegenkwamen. We mochten niet in het Superdome en ook niet naar het Congrescentrum, de andere opvangplaats: daar was het overal te vol en te gevaarlijk.
We vroegen: waar moeten we dan naar toe? "Dat is jullie probleem," was het antwoord. We waren inmiddels met 700 mensen. Er was geen drinkwater meer. We liepen naar een politiebureau, waar we als groep zichtbaar zouden zijn voor de media, maar de politiecommandant stuurde ons weg. We moesten naar de New Orleans Bridge lopen, waar bussen klaar zouden staan. Iedereen juichte en begon te bewegen, maar we riepen ze terug en zeiden tegen de commandant dat er al vaak verkeerde informatie was geweest, waren die bussen er echt? De commandant richtte zich naar de menigte en riep vol overtuiging: "Ik zweer jullie dat die bussen er zijn!"
Vol goede moed gingen we op weg, steeds meer mensen sloten zich bij ons aan. Toen we bij de brug kwamen, werd we opgewacht door gewapende sheriffs, die voor we binnen gehoorsafstand was over onze hoofden heen waarschuwingsschoten losten. In paniek vluchtten de mensen weg. Wij vroegen waarom ze dit deden en dat de commandant had gezegd dat hier bussen stonden. Dat klopte niet, de commandant had gelogen om ons bij het politiebureau weg te krijgen. We vroegen of we toch niet de brug over mochten: er reden bijna geen auto's meer. Dat mocht niet: de West Bank was geen New Orleans en ze wilden daar géén Superdomes. Het bleken de codewoorden die telkens terugkeerden: als je arm en zwart was, mocht je niet over de Mississippi River en kwam je New Orleans niet uit.
Met een kleine groep zochten we beschutting onder een viaduct, tegen de regen. We zagen de hele dag mensen die bij de brug werden teruggestuurd: soms met geweerschoten, anderen met een simpel 'nee' en weer anderen kregen de meest beledigende teksten te horen. Duizenden inwoners van New Orleans kregen niet de kans zichzelf te redden en lopend de stad te verlaten. De enige manier om over de brug te komen, was met een voertuig. Iedereen probeerde vrachtwagens, bussen en auto's te stelen om maar over die brug te komen. Wij hadden op de snelweg een soort kamp gemaakt. Iemand had een tankauto met water geroofd en bracht die bij ons, een eindje verderop had een legertruck wat voedselvoorraden verloren. We maakten bedden van pallets en karton en we deelden alles wat we hadden. Voorbijgangers sloten zich bij ons aan, uiteindelijk waren we met zo'n negentig mensen. Er was een vrouw die een radiootje bij zich had, zo hoorden we dat er in de media over ons werd gepraat. "Wat doen die mensen daar op de snelweg?" werd er gevraagd. "Dat gaan we regelen," zei een official. Daar kregen we al angstige voorgevoelens bij en die klopten. Toen het donker begon te worden, kwam een sheriff aanrijden, hij richtte zijn geweer op onze hoofden en schreeuwde: "Get off the fucking freeway!". Er kwam een helikopter zo laag boven ons ging hangen dat al onze bedden wegwaaiden. Toen wij ons terugtrokken, laadde de sheriff ons voedsel en water in zijn auto. Onder dreiging van zijn geweer moesten we de snelweg verlaten. We probeerden in groepjes bij elkaar te blijven, maar we werden uiteengedreven. Wij bleven met acht mensen over en zochten in een lege schoolbus bescherming tegen de politie en criminelen. De volgende dag zijn we gaan lopen tot we contact kregen met de brandweer en we uiteindelijk door een reddingsteam met een vliegtuig naar San Antonio in Texas werden gebracht, waar de vernedering en de onmenselijke behandeling gewoon doorgingen: we werden met bussen naar een grote parkeerplaats gebracht, waar we urenlang moesten blijven zitten, zonder eten en drinken. Degenen die nog voedsel hadden, werden door speurhonden besnuffeld. We hadden de hele dag nog geen eten gehad. Deze officiële behandeling was in scherp contrast met het gedrag van de plaatselijke bevolking, die ons later op alle mogelijke manieren hielp. Alles bij elkaar was het optreden van de autoriteiten ongepast, ongevoelig en racistisch. Dat heeft veel meer levens gekost dan nodig was geweest."
|