Header image  
logo2
logo3
 
 

Connie Palmen en andere sp(r)ookjes

We schrijven 7 juli 2007. NRC Handelsblad heeft een merkwaardig bericht.

overzier

Vijf inwoners van een landelijk plaatsje in de Franse Auvergne zijn donderdag veroordeeld wegens mishandeling van de schrijver Pierre Jourde. Aanleiding is de in 2003 verschenen roman Pays Perdu van Jourde. Het boek, dat door de Franse critici met gejuich is ontvangen, gaat over het dagelijks leven in het rustige boerendorpje Lussaud, de geboorteplaats van Jourdes vader. In niet al te flatteuze bewoordingen schetst Jourde een levendig beeld van de wekelijkse zondagse kerkdienst, waar hymnes zonder vreugde worden gezongen door mensen zonder betekenis.

Ook bevat het boek kritische noten over het wijdverbreide alcoholisme in het dorp en onthult de schrijver een verhouding uit de jaren zestig tussen twee buren die sindsdien terug zijn bij hun eigen partners en wier kinderen met elkaar zijn getrouwd.

Wel veranderde Jourde de namen van de bewoners. Aanvankelijk kwam hij daarmee weg, maar toen Jourde en zijn vrouw op weg waren naar hun zomerhuis in het dorp, bekogelden boze dorpelingen hun auto met stenen. Een steen ging door de ramen en verwondde een baby.

Jourde, een literatuurprofessor in Grenoble en auteur van zes boeken, is woedend dat een schrijver niet kan schrijven waarover hij wil en vindt dat er nu no-go areas in de dorpen ontstaan. De rechter verklaarde tijdens de rechtszaak dat Jourde slechts de eenzaamheid, de pijn en de overspeligheid heeft beschreven, (...) alsook liefde en intimiteit."

Tot zover het bericht. Wat een stelletje dombo’s, die Franse dorpelingen. Die begrijpen niets van literatuur.

We schrijven maart 2007. Het boek Lucifer van Connie Palmen komt uit. Het gaat over de dood van de partner van componist Peter Schat, actrice Marina Schapers. Ze is jaren geleden op een warm eiland van de Griekse rotsen gestort en iedereen die zich daarin ook maar een ogenblik in heeft verdiept weet dat het een gewoon, zij het zeer tragisch ongeluk was. Wij als misdaadjournalisten deden daar niks mee. Als thema voor een roman is dat niet erg interessant, dus als je daar iets mee wil, moet je er een draai aan geven. Dat doet Connie: ze suggereert dat Peter zijn eigen schat heeft vermoord.

Moet kunnen, zeggen de mensen die er verstand van hebben, het is een roman. Dat de lezers het anders ervaren en dat Connie in de publiciteit ook een beetje wazig doet om op z'n minst de suggestie levend te houden dat er meer aan de hand kan zijn geweest, dat is literatuur. Wie dat niet begrijpt is net zo dom als die Franse dorpelingen.

 

Een vorig boek van La Palmen behandelde haar tragische relatie met Ischa Meijer, kortweg I.M., alias In Memoriam. Best een aardig boek, daar niet van, ik heb het met genoegen gelezen. Schrijven kan ze wel. Dit in tegenstelling tot haar destijdse onderwerp, de gruwelijk overschatte Ischa. Zijn meesterwerk was een bijlage bij het weekblad Panorama, getiteld 'De hoerenloper'. Daarin beschrijft hij zijn wederwaardigheden met dames van lichte zeden, van Staphorst tot Stampersgat en vice versa. Wat je ook van Ischa kunt zeggen, één ding staat vast: hoerenlopen kon hij als geen ander. Over dat geval in Staphorst heb ik het zelf nog met hem gehad, ik werkte toen bij Panorama. Helaas staan de details me niet meer voor de geest, het is te lang geleden.

Wie Palmens I.M. tot zich neemt, kan licht de indruk krijgen dat ons met Ischa Meijer een van de begenadigdste schrijvers des vaderlands is ontvallen. Uitvoerig wordt verhaald hoe de gekwelde auteur zijn inspiratie uit de krochten van zijn geest tevoorschijn zucht. Het gaat bijvoorbeeld, als ik het me goed herinner, tijdens een verblijf in New York over een belangwekkend stuk voor Nieuwe Revu.

Omdat ik na het lezen van het boek geïnteresseerd was geraakt in dat stuk, leek het mij een goed voornemen dat eens in het archief op te snorren. Ik werkte daar toen toch, dus dat leek een koud kunstje. Helaas, nergens te vinden. How come?, vroeg ik hoofdredacteur Hans Verstraaten. Blijkt dat het hele verhaal nooit is geplaatst. Wegens te slecht geschreven en niet interessant. Wat mij eigenlijk niet echt verbaasde.

In het boek wordt ook indrukwekkend beschreven hoe Ischa tot zijn dagelijkse bevallingen in Het Parool kwam, voor de column De Dikke Man. Het is bepaald geen geheim dat dit werkelijk buitensporig oninteressante schrijfsels waren die uitsluitend werden geplaatst omdat Ischa als persoon wel een fenomeen was. Laten we zeggen dat werkelijkheid en fictie bij Palmen een verrassend spel spelen. Of die Franse dorpelingen het ook zo zouden opvatten, is zeer de vraag.

 

Het valt mij op dat vooral NRC sterk is in dit spel met fictie en feiten. Op de achterpagina heeft die krant vrij lang een rubriek gehad van een arts in opleiding die onder pseudoniem verslag deed van haar ervaringen in een ziekenhuis. Daar was niks mis mee, is later een boekje van gemaakt, dat was echt. Een paar maanden later kwam er een nieuwe rubriek. Dit keer ging het over een geadopteerde Koreaanse die verslag deed van haar ervaringen met 'daten'. Best aardig om te lezen, je gaat ervan uit dat dit inderdaad ongeveer zo is gegaan.

Blijkt achteraf dat de rubriek door schrijver Arnon Grunberg is geschreven. Fictie dus.

Kort daarna doet Grunberg onder eigen naam in NRC verslag van zijn belevenissen in Beiroet, of ergens daar in de buurt. Hij praat met mensen, het lijken gewone verslagen van een correspondent. Als ik net zo dom was als die Franse dorpelingen, zou ik denken: is die Grunberg ooit in het Midden-Oosten geweest, word ik niet wederom grandioos bij de neus genomen?

Tja, en dan het ergste. "Als roman zou niemand dit geloven," staat in een recensie in NRC, 6 juli 2007. Het gaat over ‘Het rijk van de bok’ van thrillerschrijver Jacob Vis.

"Aanleiding tot het boek vormde het volgende. In maart 2002 werd het lijk van de 37-jarige Pim Overzier gevonden in een ondiep zandgraf in de Flevopolder. Henk H. werd enige tijd later gearresteerd en veroordeeld voor de moord op Overzier. Zijn motief was jaloezie, aldus de lezing van justitie.

De bijna 60-jarige H. had een relatie met de veel jongere Sandra en zou in Overzier– een leeftijdsgenoot van Sandra – een concurrent hebben gezien. H. zou Overzier daarom hebben meegelokt, ontvoerd, bedwelmd en –levend – in het bos begraven.

De thrillerschrijver Jacob Vis raakte in zijn hoedanigheid als boswachter betrokken bij deze zaak. Hij constateerde al snel dat het rechercheonderzoek en de gerechtelijke procedure kermissen van ongerijmdheden vormden en besloot zich à la Maurice de Hond met de rechtsgang te moeten bemoeien. Vis wendde zich tot Henk H. en stelde hem voor ‘een reconstructie van uw zaak, waarin ik de waarheid zoek’ te schrijven. Vis vat niet alleen het strafproces tegen Max Spaan (Henk H.)samen, hij doet bovendien met de nauwkeurigheid van een wetenschapper en de verbeelding van de thrillerschrijver het werk van politie en justitie over. Zijn bevindingen zijn schokkend. Bij de politie was sprake van nalatigheid, vervalsing (van een proces verbaal!) en gebrekkig speurwerk. Bij justitie van arrogantie, gebrek aan fantasie, tunnelvisie en demagogie.

Het is een genot om Vis’ verbeelding aan de macht te zien als hij de redeneringen kraakt op basis waarvan H. is veroordeeld. Vis legt uit dat het onwaarschijnlijk is dat Ron Verbeek (Overzier) zich liet meelokken, dat geen enkele man in goed vertrouwen met zijn rivaal zou meegaan en dat het ronduit onmogelijk is dat een niet topfitte, bijna zestigjarige, ca 70 kilo zware man een 90 kilo wegende jongere man zonder aantoonbare verwondingen overmeestert, in het donker (tientallen meters!) het bos in draagt en hem daar begraaft zonder sporen achter te laten. ‘In een roman ging die scène er onverbiddelijk uit,’ verzucht Vis dan ook meermalen: ‘dit gelooft niemand.’

De dood van Overzier was, zo reconstrueert Vis uit brieven van getuigen, weinig anders dan een ongeluk. Tijdens een heimelijke ontmoeting in de homoscene is Overzier gestorven aan een latente hartafwijking en uit angst voor ontdekking hebben de anonieme omstanders zijn lijk begraven. Later hebben enkelen van hen al even anoniem schriftelijke getuigenverklaringen afgelegd, maar die zijn door justitie nooit serieus genomen. En H.? Die had zich weliswaar verdacht gemaakt, maar was op geen enkele wijze bij het misdrijf betrokken.

Vis’ betoog is duidelijk en overtuigend. Wie zijn boek uit heeft, zal moeiteloos erkennen dat H. recht heeft op vrijspraak."

Aldus de recensie van Gert Jan de Vries, die verder nog wat opmerkingen maakt over het al dan niet geslaagd zijn van het boek.

Ik ben opgegroeid in de literaire traditie van ‘close reading’: een werk staat helemaal op zichzelf, de persoon van de schrijver en buitenboekse feiten doen er niet toe. Heb ik altijd al moeite mee gehad, maar wat deze Gert Jan de Vries hier uitspookt is werkelijk een grof schandaal. Ik verwacht van een recensent niet dat hij zelf op pad gaat om na te gaan of dingen kloppen, maar hij had er toch erg gemakkelijk achter kunnen komen, met een beetje googelen, dat die Henk H. een psychopathische leugenaar is waar iedereen die het dossier kent onmiddelijk doorheen prikt.

Er is behalve deze Jacob Vis (en nu dus die Gert Jan) niemand die er ook maar één seconde aan kan twijfelen dat Henk H. Pim Overzier heeft vermoord. Alleen als je je mee laat slepen in de zieke gestoorde fantasie van een zeer berekenende koelbloedige moordenaar, kun je zulke onzin opschrijven. Is er bij NRC niet iemand die recensenten tegen zichzelf in bescherming neemt? Ik denk dat het met die Gert Jan de Vries nooit meer iets wordt, tenzij hij een weergaloze roman schrijft waarin hij deze flater in een literair kader plaatst.

Voor een feitelijk verslag van de moord op Pim Overzier: zie Blind date met een moordenaar

 

 

Beste Hendrik Jan,

Het gaat uitstekend met ‘die Gert Jan’. Bedankt voor je medeleven. Met jouw close-reading gaat het een stuk minder goed, kan ik je melden. Het boek van Vis is overtuigend. Dat is de strekking van mijn opmerking dat wie het boek uit heeft zal erkennen dat H recht heeft op invrijheidstelling. Het is dus een mening over een boek, niet over de rechtzaak, want inderdaad: daar zou ik extra onderzoek voor moeten doen.
Als uit eventueel extra onderzoek was gebleken dat Henk H. – zoals jij stelt – een ‘psychopathische leugenaar’ is, dan was ik daar weinig mee geholpen geweest. De man zit niet vast wegens het vertellen van leugens, toch?
Jij suggereert dat je meer weet van de zaak, om niet te zeggen dat je de waarheid in pacht hebt. Dat blijkt ook uit je zogenaamde ‘feitenverslag’ waarin heel wat onbewezen stellingen voorkomen en veel achtergrondinfo over H. Schokkende informatie, daar niet van, maar het bewijst allemaal niet dat hij Overzier heeft vermoord. Tegen de ontlastende redenering van Vis breng je ondertussen niets anders in dan geblaat.
Kom op, Hendrik Jan, laat dan dat zelfingenomen toontje varen en steek je energie in het weerleggen van Vis’ argumenten. Dan lever je tenminste een bijdrage.

Vriendelijke groet,

Gert Jan de Vries

Geplaatst door: Gert Jan de Vries | 24 juli 2007 om 11:52