Header image  
logo2
logo3
 
 

De Baarnse Moordzaak

RIJKELUI

Het begin van hoofdstuk één van 'Moord in Nederland', uit 1994.

villabaarn

Op 27 oktober 1961 doet een metselaar die in de tuin van een Gooise villa een afwatering moet aanleggen, een schokkende ontdekking. In een al jarenlang ongebruikte put vindt hij een skelet. Toch is er in eerste instantie niet veel reden tot opschudding: in die jaren komt het meer voor dat overblijfselen uit de Tweede Wereldoorlog worden aangetroffen. Als de befaamde patholoog-anatoom dr. J. Zeldenrust constateert dat de botten van een vrouw zijn en dat ze in de oorlog is omgeko-men, lijkt de vondst met een sisser af te lopen.

Twee rechercheurs van de Baarnse politie hebben het gevoel dat de conclusie van dr. Zeldenrust niet kan kloppen. Ze vinden het vreemd dat er bij de resten van het skelet enkele stukjes textiel zijn gevonden die volgens hen nooit uit de oorlog kunnen dateren. Spijkerbroeken waren er immers nog niet in de oorlog? En een ander stukje textiel heeft een motief dat een van de rechercheurs zelfs bekend voorkomt. Is Theo Mastwijk eigenlijk al terug? flitst door zijn hoofd. Hij pakt het dossier van de in juli 1960 als vermist opgegeven scholier erbij en constateert dat het in de put gevonden stukje textiel overeenkomt met de blouse van Theo, op een foto die bij het opsporingsbericht was verspreid.

In de zomer van 1960 worden Baarn en omgeving geplaagd door een serie kleine misdrijven. Op 20 juni wordt een veertienjarige scholier uit Soest, Theo Mastwijk, aangehouden als hij op een gestolen bromfiets rijdt. Bij aanhouding noemt hij de naam van de dief, wordt vervolgens meteen maar beschuldigd van een recente inbraak in een groentepakhuis en verwijst de politie geschrokken door naar een zekere Hennie W., een 15-jarige leerling van het Baarns Lyceum en hecht bevriend met de gebroeders Boudewijn(17) en Ewout(16) H. Hennie W. is een timmermanszoon, die dankzij zijn verblijf op het lyceum bevriend is geraakt met de rijkeluiszoontjes Boudewijn en Ewout. Het drietal vermaakte zich met kleine inbraken, maar was tot op dat moment niet bij de politie in beeld. Geen van hen is aangehouden of verdacht. Tot het moment dat Theo Mastwijk op heterdaad wordt betrapt met de gestolen bromfiets.

Theo, die al een hele serie kleine delicten op zijn naam had, veel spijbelde en veel problemen had, is op het politiebureau een beetje bang gemaakt: als hij niet oppast moet hij tot zijn eenentwintigste naar een opvoedingsgesticht. Daar voelt hij niets voor. Hij krijgt onderdak in de torenkamer van de 42 kamers tellende villa van de familie H., die daar met z'n achten wonen. Waarom Theo moest of wilde onderduiken is niet helemaal duidelijk. Mogelijk chanteerde hij de broertjes H., maar die hadden in feite weinig te duchten. In het immense huis valt de onderduiker niet op. De gebroeders brengen hem brood en luchten hem 's avonds op het dak. Hij doet geen enkele poging te ontsnappen. Begin juli doet de vader van Theo aangifte van vermissing van zijn zoon. Hennie W., hierover ondervraagd door de politie, beweert dat Theo naar België is gevlucht, uit angst voor het opvoedingsgesticht.

De zomervakantie van de familie H. zal dat jaar in het Zwitserse Neuchâtel worden doorgebracht. Dat is op zich nog te overzien, ware het niet dat het hele huis zal worden geschilderd en dat de kans dat onderduiker Theo dan wordt ontdekt, groot is. Op 31 juli besluiten de gebroeders dat Theo moet verdwijnen. Samen met Hennie W. zal de klus worden geklaard. De plaats waar het lijk moet worden gedumpt, is snel gevonden: de ongebruikte put in de tuin. Broer Ewout komt met het idee van ongebluste kalk: hij meent dat een lijk daarin oplost. Wat niet waar is, wel werd het als ontsmettingsmiddel gebruikt bij het begraven van kadavers. Vermengd met water ontstaat er grote hitte en een bijtend gas.

Hoe de moord precies is gepleegd, is nooit duidelijk geworden, wel wanneer: in de nacht van maandag 1 op dinsdag 2 augustus, kort na middernacht. Een vergiftigingspoging met tabletjes in bier mislukt, daarna lokken ze Theo naar een schuurtje, waar ze hem proberen te wurgen. Ook dat lukt niet. Vervolgens slaat Boudewijn of Hennie Theo de schedel in met een hakbijl(beiden beweren dat de ander dat heeft gedaan). Ewout staat op de uitkijk. In het holst van de nacht dumpen ze Theo in de put, gooien de kalk eroverheen en een paar emmers water, wat zand en sluiten de put af. Voor de rechtbank beweert dr. Zeldenrust dat niet de klap op de schedel de doodsoorzaak is geweest, maar dat het slachtoffer levend begraven is onder de ongebluste kalk in de put.

Van het drietal moordenaars is Ewout degene die er het meest mee in zijn maag zit. Terwijl broer Boudewijn in Leiden gaat studeren, blijft hij thuis wonen. In het najaar van 1961 wordt hij de sleutel tot de ontdekking. Hij wil een kraan aanleggen in het schuurtje; voor de afvoer moet de put worden gebruikt. Die zit echter verstopt, en dat weet Ewout. Hij staat er ook bij als de te hulp geroepen metselaar de put openmaakt en de botten aantreft.

Als in november de Baarnse rechercheur concludeert dat het lijk in de put de verdwenen Theo Mastwijk moet zijn, worden de drie moordenaars gearresteerd. Ewout en Hennie bekennen, Boudewijn geeft niet toe. Heel Nederland staat een dag later op z'n kop: Boudewijn heeft na het verhoor, dat tot diep in de nacht doorging, kans gezien te ontsnappen uit het politiebureau in Baarn. 'Klassejustitie!', roepen de kranten. In feite was het ook nauwelijks ontsnappen: Boudewijn was gewoon de deur uit gewandeld, maar dat verhaal kon de politie moeilijk vertellen. Het Gooi leeft in doodsangst voor de ontsnapte moordenaar, naar wie dag en nacht honderden agenten op zoek zijn en de verantwoordelijke justitie-mensen krijgen het zwaar te verduren. Het is dan ook haast een anti-climax als Boudewijn in het ouderlijk huis wordt aangetroffen, waar hij beschutting heeft gezocht tegen de kou en de regen en van waaruit hij zich vrijwillig aangeeft.

Op donderdag 11 april 1963 worden Boudewijn en Hennie veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaar, Ewout krijgt zes jaar. De veroordeelden gaan niet in hoger beroep.

De Baarnse moordzaak komt, door zijn wazige motief en de leeftijd en achtergrond van de daders, zeker in aanmerking voor een plaats in de top tien van Nederlandse misdaden van deze eeuw.

De Baarnse zaak vertoont een aantal frappante overeenkomsten met een Amerikaanse moord uit 1921, die toen vanwege zijn bijzondere motief en de achtergrond van de daders(studenten uit een goed milieu) meteen als 'de misdaad van de eeuw' werd bestempeld. Hij inspireerde filmmakers al eerder, maar de versie die er in 1993 van werd gemaakt onder de titel Swoon veroorzaakte de meeste opschudding.

Op 22 mei 1924 wordt in een riool op een verlaten stuk land in de buurt van Chicago door werklui het naakte, gewurgde lichaam gevonden van de 14-jarige Bobby Franks, de zoon van de miljonair-zakenman Jacob Franks. Er vlakbij ligt een bril. Jacob Franks had inmiddels van ene George Johnson al een brief ontvangen waarin een losgeld van 10.000 dollar wordt geëist, maar voordat hij daarop kan ingaan, wordt het lichaam van zijn zoon gevonden. Alle Johnsons worden nagetrokken en de zoons van rijke families ondervraagd. Onder degenen die zeer behulpzaam zijn, is de 18-jarige Richard Loeb, de zoon van de vice-president van een grote firma. Hij is een goede, zij het nogal praatzieke student.

De politie richt zich op het enige echte aanknopingspunt, de bril die op de plek van de misdaad is gevonden. Deze blijkt van een opticien te komen die de bril had verkocht aan ene Nathan Leopold. Leopold, die 19 is en eveneens uit een rijke familie komt, is bevriend met Richard Loeb en een briljant student. Als de politie hem de bril laat zien, zegt hij: Als ik niet zeker wist dat mijn bril thuis ligt, zou ik zeggen dat dit de mijne is. Als ze hem vragen zijn eigen bril te laten zien, kan hij hem niet vinden.

Het andere belangrijke aanknopingspunt is de Underwood-schrijfmachine waarop de brief is getikt. Leopold beweert dat hij geen typemachine bezit, maar medestudenten komen met het verhaal dat ze zijn typemachine hebben geleend. Onomstotelijk staat vast dat de losgeldbrief op deze machine is getikt. Intussen is Richard Loeb al doorgeslagen en heeft hij een volledige bekentenis afgelegd. Hij verklaart dat Leopold en hij samen het jongetje hebben vermoord om de opwinding te voelen van een perfecte moord die nooit zal worden opgelost.

Leopold en Loeb staan in juli 1924 terecht in Chicago en als hun verdediger fungeert de beroemde advocaat en maatschappij-hervormer Clarence Darrow. Hij ziet zich gesteld tegenover een publiek dat om het hoofd van de moordenaars vraagt. Darrow bepleit strafvermindering op grond van psychische gestoordheid. Zijn verweer is alleen gericht op voorkoming van de doodstraf en hij weet overtuigend genoeg over te komen om de twee jongens te redden. Ze krijgen levenslange gevangenisstraf wegens moord en 99 jaar voor ontvoering. Richard Loeb wordt in 1936 in de gevangenis vermoord tijdens een homoseksuele ruzie, terwijl Nathan Leopold 33 jaar uitzit en in 1958 zijn vrijheid herwint. Hij trouwt in 1961 en sterft in 1971.

De opvallendste overeenkomst tussen de Baarnse zaak en Leopold/Loeb is uiteraard het milieu: de daders zijn afkomstig uit gegoede families en zijn student. De motieven verschillen, maar minder dan op het eerste gezicht lijkt. Dat Theo Mastwijk alleen uit praktische overwegingen uit de weg werd geruimd, lijkt mij te simpel: weloverwogen moord, door geestelijk gezonde mensen, die de strekking van hun daad kunnen overzien, blijft een onvoorstelbare handeling. De rolverdeling tussen de daders, in het geval Leopold/Loeb de slaaf-meester verhouding, wordt daar als hoofdmotief gezien. De dominantieverhouding en het verschil in milieu tussen Boudewijn H. en Hennie W. heeft, naar mijn idee, een veel grotere rol gespeeld dan alle andere factoren.

Tot zover het stuk uit het boek. In oktober 2007 komen Boudewijn en Ewout in de publiciteit met een klacht over hun opname in de lijst van Quote. Dat is overigens niet voor het eerst, ze zijn in de loop der jaren vaker in de media geweest. Dit keer stappen de twee broers en multimiljonairs, Ewout (63) en Boudewijn (64) Henny naar de rechter om hun vermelding in de Quote-500 aan te pakken. In de nieuwe lijst van rijkste Nederlanders wordt het criminele verleden van de topmannen van de Baarnse levensverzekeraar Conservatrix opgerakeld. Met een geschat vermogen van 147 miljoen euro staan ze op nummer 178. Het ouderlijk huis waar Theo Mastwijk werd vermoord, de bekende Baarnse villa Canton, doet nu dienst als hoofdkantoor van Conservatrix, de levensverzekeraar van de familie Henny met de slogan ’Leuker leven dan je van plan was'. Quotehoofdredacteur Sjoerd van Stokkum wijst erop dat nog dit jaar een film uitkomt over de Baarnse moordzaak, maar volgens de advocaat van de broers vormt de hernieuwde mediaaandacht voor cliënten en de moordzaak uit 1960 geen enkele rechtvaardiging voor onrechtmatige publicaties.

Meer informatie over de Baarnse moordzaak staat op de site van Jan Born (heb ik de foto ook van geleend)