KERSTMOORD IN DE BOEKANIER (reportage uit december 2005)

Tweede Kerstdag 1999. Denise Schouten (21) uit Tilburg laat zich overhalen 's avonds nog even te gaan stappen. Eigenlijk hoeft ze niet zo nodig: Denise is een beetje een huismus, die het thuis ook wel gezellig vindt. Vooral met Kerst: nergens wordt dat zo uitbundig gevierd als bij de Schoutens. Het avondje stappen eindigt fataal: Denise komt doodziek thuis. Vermoedelijk heeft iemand iets in een drankje gedaan. Daarna volgt een aaneenschakeling van fouten en bizarre blunders. Vooral Denise's moeder Hannie is nog bijna dag en nacht bezig om de onderste steen boven te krijgen, maar ze ondervindt veel tegenwerking. En de Kerstdagen kunnen haar nu gestolen worden.

"Geachte Dhr. en Mevr. Schouten. Hallo, hier voorlopig een korte brief van Johan H., de dader van een groot aantal afschuwelijke delicten, waaronder de moord op uw dochter."
Een kleine vijf jaar na de dood van Denise Schouten lijkt de dader zichzelf te melden, vanuit de gevangenis. Hij wil 'als christen' toch eindelijk zijn zonden openbaar maken. Een daarvan zou de moord op Denise zijn: op die bewuste Tweede Kerstdag was hij met de trein naar Tilburg gekomen en had daar iets in het drankje van Denise gedaan. Maar is dat echt zo?
Terug naar Kerst 1999.
In de donkere dagen en weken die daaraan voorafgaan is huize Schouten aan de Ardennenweide in Tilburg al helemaal in de Kerstsfeer. In oktober al snuffelden moeder Hanny en dochter Denise de markten af voor versieringen, soms moest er drie keer een nieuwe boom worden gekocht.
"Het was een echt familiefeest, met de kinderen en kleinkinderen," zegt moeder Hannie, "op zaterdag hadden we het diner, de boom reikte tot het plafond, alles was versierd met goud en glitter en de kamer lag vol pakjes. De Kerst, daar leefden we echt naar toe."
Jaap en Hanny Schouten hebben drie kinderen: Marcel(23), Denise (21) en Kristel(18). Denise woont nog thuis. Samen met haar moeder maakt ze gordijnen op bestelling, door het hele land. Denise zit bij het damesvoetbal van Olympus en ze heeft een druk sociaal leven met veel vriendinnen. Ze heeft wel eens een vriendje, maar voor een vaste relatie voelt ze zich te jong. Met de voetbalclub gaat ze op vakantie naar Spanje, het uitgaansleven in Nederland speelt zich voornamelijk af in Tilburg: met vriendinnen naar cafés als Clochard en de Boekanier. Meestal is ze om drie uur thuis.
Op Tweede Kerstdag, zondag 26 december 1999, vraagt een vriendin of ze nog even meegaat de stad in. Tegen half twaalf komen ze aan bij De Boekanier. De rest van het dameselftal is daar ook nagenoeg compleet aanwezig. Jeanet geeft het eerste rondje, een goede vriend het tweede. Denise drinkt meestal cola, maar deze avond drinkt iedereen apfelkorn met seven-up.
Als de tweede consumptie is rondgedeeld, gaat Denise naar het toilet. Haar glas wordt vastgehouden door een goede vriend. Onbeheerd glazen laten staan is er in het Tilburgse uitgaansleven allang niet meer bij, de verhalen over onbekenden die er drugs of andere rommel in doen zijn bekend. Als Denise terugkomt,. drinkt ze het glas leeg, kort daarna valt ze flauw. Als ze bijkomt, moet ze overgeven. Kotsmisselijk gaat ze op een barkruk zitten en vraagt vrienden of ze een taxi willen bellen. Om één uur is ze thuis.
Haar moeder schrikt. "Ze zag er helemaal verwilderd uit. 'Mam, mag ik bij jou komen liggen?' vroeg ze. Dat was nog nooit gebeurd. Mijn man is op de bank gaan slapen. Denise bleef maar overgeven. Ik ben met haar naar beneden gegaan, ik heb melk warm gemaakt in de magnetron, maar ze bleef overgeven. Ze voelde wel klam aan, maar ze had geen koorts. Tegen half vier schrok ik wakker. 'Denise, slaap je nou nog niet?', vroeg ik. Ze had pijn aan haar linkerborst en arm."
De plaatsvervangende huisarts adviseert twee paracetamolletjes. Ook als ze om half zes doodziek is, kan hij niet komen: nog maar eens paracetamol. Eventueel kan Denise 's middags langskomen, maar kort na het telefoongesprek roept haar vader: "Ons Denise valt flauw!" Hij probeert haar te reanimeren, maar hij ziet het somber in: "Ons Denise is dood."
Als de dokter wordt gebeld is hij er binnen vijf minuten, een reanimatieteam komt met twee ziekenwagens, met loeiende sirenes. De huisarts spuit zeven ampullen rechtstreeks in het hart van Denise, plus het kalmeringsmiddel lidocaïne. Als de ambulance wegrijdt, wordt nog twee keer gestopt voor reanimatie, maar het helpt allemaal niet meer.

In het ziekenhuis mag de familie niet mee naar binnen: ze zijn niet steriel.
Moeder Hanny: "We moesten allemaal in een kamertje blijven wachten, er stond een broeder voor de deur, we mochten er niet meer uit. We hebben Marcel gebeld. 'Ons Denise is dood, Marcel, kom naar haar huis.' Ik heb een broer van mij gebeld, 'bel de rest en kom naar naar het ziekenhuis.'
Intussen staat de broeder met gekruiste armen voor de deur op wacht, "alsof we misdadigers waren. Ik heb toch een gaatje gevonden en ben weggelopen, ik wilde naar mijn dochter. Ik kwam een dokter tegen. Hij zei: 'U bent de moeder van Denise? Jouw kind doet niet meer mee...' Hij ging tegen de deurstijl aanhangen, er kwamen twee hele dikke tranen op zijn wangen. Hij zei: 'Ik sta voor een raadsel, ik weet niet wat er met uw kind gebeurd is.' Het was precies half twaalf. Een broeder zei: 'U mag haar wel even zien.'
Daar lag Denise, met een operatiekleed aan. Ze vertelden dat ze 28 keer was gereanimeerd. Ze was knal- en knal-oranje. We zijn naar huis gegaan, we hebben op dat moment geen traan gelaten, niemand wist wat er gebeurd was, we waren helemaal overstuur, we konden maar één ding denken: alle organen zijn eruitgehaald. Waarom had ze anders zo'n vreemde kleur, waarom had ze dat operatiekleed aan, waarom mochten wij er niet bij zijn toen ze overleed?"
Thuis zit de familie verslagen bij elkaar. Er moet koffie worden gezet, maar de koffie is op. Marcel gaat naar de winkel. Het is dan vijf over twaalf. Het meisje aan de kassa zegt tegen hem: 'Verschrikkelijk hè? Jouw zus is vermoord.' Dat had ze gehoord van een verpleegster die in het ziekenhuis werkt."
Het is het begin van een serie vreemde gebeurtenissen. De politie denkt aan moord, maar de definitieve uitslag zal zes weken later komen. Volgens het sectierapport zat er onder meer methadon en anti-depressiva in Denise's bloed. Daar is geen verklaring voor, Denise gebruikte geen drugs of pillen. Zijn deze stoffen stiekem in haar drankje gedaan? De familie schakelt een advocaat in.
De tijd dringt: de organen van Denise die zijn meegenomen voor onderzoek, zullen na zes maanden worden vernietigd. De advocaat stuurt een brief naar het Nederlands Forensisch Instituut dat dit niet mag gebeuren: het moet bewaard blijven voor nader onderzoek, de familie wil een second opinion. De familie moet de advocaat zelf betalen en van het NFI komt een weinig hoopgevend bericht: de toxicoloog belt met het bericht: "Alles van uw kind is vernietigd."
Het briefje van de advocaat hadden ze wel gezien, maar niet gelezen. Er was nog één geluk bij een ongeluk: alleen het hart was bewaard gebleven. Op eigen kosten -685 euro- laat de familie het in Maastricht onderzoeken. Het duurt allemaal erg lang, er is inmiddels al bijna een jaar verstreken. Na veel gebel blijkt de uitslag dan al zeven weken bij justitie in Breda te hebben gelegen, waar een gepikeerde officier van justitie reageert met: "U hoeft niet zo'n grote mond op te zetten."
De uitslag is bepaald verrassend. alle kransslagaders waren dichtgeslibd. Een cardioloog van het ziekenhuis in Tilburg, die de uitslag beoordeelt, zegt: "Hiermee kun je je kont afvegen, dit is niet van je dochter, dit is het hart van een heel ander persoon, u moet dna-onderzoek eisen."
Het hart wordt -op eigen kosten, 1159 euro- naar Leiden gestuurd. Inmiddels is voor iedereen wel duidelijk dat er bij het NFI een blunder is gemaakt: het hart van Denise is gewoon zoekgeraakt, of vernietigd, maar de familie wordt aan het lijntje gehouden. Als Kristel, de zus van Denise, naar het NFI belt dat ze het hart van haar zus wil, krijgt ze te horen: "We hebben hier 500 harten, die gaan we niet allemaal onderzoeken om te kijken welke 't is."
Bij justitie is men de telefoontjes van de familie meer dan zat, zoals ook blijkt wanneer de secretaresse van een officier van justitie en moeder Hanny per ongeluk hoort: "Hé, dat is die uit Tilburg, van de lijkresten van dat kind."
"Daar heb ik nu geen zin in, zeg maar dat ik er niet ben."
Misverstanden en onwil bij verschillende instituten en instanties maken het er voor de familie niet beter op. In Leiden meldt een medewerkster dat het hart van Denise al een paar jaar gewoon in de koelkast ligt, maar men weigert het af te staan zodra duidelijk wordt dat de familie het wil hebben om nader onderzoek te laten doen.
Na veel touwtrekkerij kan men niet anders dan toegeven dat het om het verkeerde hart gaat, van een onbekende oudere man. Van Denise is bij het NFI alleen nog een héél klein beetje weefsel achtergebleven waarvan vaststaat dat het van haar is. Pas in oktober 2004 krijgt de familie dat in handen, in een immens grote bruine doos.
De familie laat deze resten -op eigen kosten- in Duitsland onderzoeken in een ultieme poging de doodsoorzaak van Denise alsnog te achterhalen. Daar is alle reden voor, want in de zomer van 2004 meldt de dan 29-jarige Johan H. vanuit de gevangenis dat hij degene is geweest die GHB - de beruchte verkrachtingsdrug - in het drankje van Denise heeft gedaan.
"Het was nooit de bedoeling dat ze zou sterven. Dat had ik niet voorzien," schrijft hij in een brief aan de Telegraaf, waarin een artikel over de dood van Denise had gestaan. Rechercheurs uit Tilburg bezoeken Johan H., die op de psychiatrische afdeling van De Koepel in Haarlem zit. Ze trekken de conclusie dat ze met een fantast te maken hebben, die met zijn 'bekentenis' aandacht vraagt voor zijn persoonlijke problemen.
De familie krijgt later een brief van de kliniek waar Johan H. dan is opgenomen, Veldzicht in Balkbrug. Daarin staat dat "de heer H." aangeeft dat hij nog nooit in Tilburg is geweest en dat hij Denise nooit heeft ontmoet. In de brief staat ook dat Johan H. van 1996 tot en met 19 april 2000 in het kader van een jeugd-tbs opgenomen is geweest in een tbs-kliniek. Met andere woorden: hij kán de moord niet eens hebben gepleegd. Maar volgens de advocaat van Johan H., mr. Willem-Jan Ausma, was zijn cliënt in december 1999 wel degelijk op vrije voeten.
Voor moeder Hanny Schouten het zoveelste bewijs dat er in het onderzoek naar de dood van Denise gesjoemeld wordt en dat ze aan het lijntje worden gehouden. Moeder Hanny: "De politie heeft bijvoorbeeld helemaal niet de moeite genomen onderzoek te doen op de plaats waar het gebeurd is, café De Boekanier. Niemand van de vrienden en vriendinnen van Denise die er toen bij waren is benaderd met de vraag of ze die Johan misschien hebben gezien."
Hééft de politie eigenlijk wel onderzoek gedaan naar de dood van Denise? Als het zo is, hebben de direct betrokkenen er weinig van gemerkt. Dat de kerngezonde Denise een natuurlijke dood is gestorven, wil er bij de familie niet in. Hun laatste hoop is nu gevestigd op de resultaten van een nieuw onderzoek dat ze hebben afgedwongen, maar met details daarover kunnen ze pas over enkele weken naar buiten komen.
(voor recente ontwikkelingen: zie www.deniseschouten.nl)
|
komplimenten hendrik jan je zou meer bekendheid moeten maken voor je site hij staat boordevol interressante artikelen.groetjes hanny
Geplaatst door: hanny schouten | 3 april 2006 om 11:29