
MOORD OP MAJA: TERUG NAAR TUZLA
Goran M. (18) en Maja Bradaric (16) kenden elkaar uit Bosnië. In Nederland kregen ze het met elkaar aan de stok. Eigenlijk was het een gewone meidenruzie, om vriendjes en verliefdheid. Toen Maja op maandagavond 17 november 2003 bij Goran in de auto stapte, kon ze dan ook onmogelijk vermoeden dat haar doodvonnis al was getekend. De vraag die iedereen bezighoudt is: hoe kan een jongen van 18 zo'n gruwelijke, gewetenloze moord plegen? Heeft het te maken met een van de bloedigste aanslagen uit de oorlog in Bosnië, waar Goran ooggetuige van was, of speelt er een trauma rond een dood zusje?
Donderdagavond 25 mei 1995. Om 5 voor 9 wordt het marktplein van Tuzla, in Bosnië, bestookt met mortiergranatan. Het is een warme voorjaarsavond, veel mensen zijn buiten. Op de markt bevinden zich vooral jongeren. Na drie jaar oorlog is ook de jeugd gewend aan aanslagen en wie nog schrikt van een inslag die verder dan 500 meter plaatsvindt, wordt lachend als een mietje aangeduid. De ouderen onderbreken hun gesprekken er niet eens meer voor. Dit keer is het anders. Na de aanval is er even een immense stilte. Pas als de kruitdampen zijn opgetrokken, begint langzaam door te dringen wat voor ramp zich hier afspeelt. Overal liggen bloedende lichaamsdelen, mensen verbranden levend. In totaal sterven er 71 voornamelijk jonge mensen, het aantal zwaar gewonden en mensen die hun leven lang gehandicapt zullen zijn, loopt in de honderden. De 11-jarige Goran M. staat met zijn moeder en zijn zusje te kijken: hij heeft het allemaal voor zijn ogen zien gebeuren. Hij ziet in brandende mensen in paniek cafés in- en uitrennen. Kort daarna vertrekt hij met zijn moeder en zijn zus naar Nederland, waar ze na enkele omzwervingen in Beuningen terechtkomen.
Waaldijk

Nina K.
Maandagavond 17 november 2003. Op de Waaldijk bij Bemmel rijdt een witte Daihatsu Cuore. Achter het stuur zit Ferdi O.(18) uit Nijmegen. Naast hem zit Maja Bradaric (16), achterin Goran M.(18) en Goran P. Alle vier hebben ze hun roots in Bosnië, al heeft Maja niet veel van de oorlog meegekregen. Zij komt uit Zenica, een stad waar het geweld goeddeels aan voorbijgegaan is. Zij was 5 jaar toen ze met haar vader en moeder naar Nederland kwam. Haar ouders wilden een veilige toekomst voor hun enige kind. Maja en Goran kenden elkaar nog vanuit Bosnië en soms noemde ze hem gekscherend 'mijn neef'. Maar in 2003 was de verhouding aanmerkelijk bekoeld, al besefte Maja niet hoeveel haat ze over zich had afgeroepen. De spontane en populaire Maja was smoorverliefd op een vriendje van Goran M., de 16-jarige Goran P. Helaas voor Maja was de liefde niet wederzijds. Ze hadden één keer gezoend, maar eigenlijk had Goran een ander vriendinnetje en moest hij niet veel van Maja hebben. Toen hij haar dat duidelijk had gemaakt, bleef Maja hem bestoken met telefoontjes en SMS-berichten.

Hartsvriendin
Ook Goran M. raakte hierbij betrokken: hij had verkering met Maja's beste vriendin, de vijftienjarige Nina K. en daar bemoeide Maja zich ook mee. Ze vertelde Nina dat Goran was 'vreemdgegaan' met een ander meisje. Maja en Goran kregen hierover hooglopende ruzie, waarbij Maja een confronterende opmerking gemaakt zou hebben over de dood van een zusje van Goran, waaraan hij schuldig zou zijn geweest. Goran besluit dat Maja dood moet. Hij geeft zijn vriendje Ferdi O. opdracht een jerrycan met benzine te halen. Op maandag 17 november vraagt hij Nina of ze ervoor wil zorgen dat Maja bij Nina's ouderlijk huis, in Nijmegen, komt. Nina weet van het moordplan. Zelf kan ze niet mee: ze mag niet meer weg van haar ouders. Ferdi O., Goran M. en de nietsvermoedende Maja rijden weg, pikken Goran P. op en dan legt Goran M. die achter Maja zit zijn handen om haar hals en probeert haar te wurgen. Bij de politie verklaart hij later: 'Het is net als in een film, waarin je naar jezelf kijkt. Ik voelde er niets bij.' Het wurgen lukt pas als Ferdi O. meehelpt en ze er een touw bij gebruiken. Daarna rijden ze naar een recreatieplas aan de Waal bij Bemmel, waar ze het lichaam van Maja overgieten met benzine en in brand steken. Het is dan ongeveer 10 uur 's avonds. De vlammen schieten hoog op.

In 2004 zal Goran als hoofdverdachte terecht moeten staan voor deze moord. Hij heeft zelf aangekondigd dat het nooit bekend zal worden wat zijn eigenlijke motief was: dat moet altijd geheim blijven. Hij kan dat menen, hij kan dat als een smoes gebruiken. Maar misschien wil hij wel antwoord geven op de vraag wat hij voor zich zag toen de vlammen Maja verzengden: zijn dode zusje of de beelden van die brandende jongeren op de markt in Tuzla.
KADER
De bominslag op 25 mei 1995 in Tuzla leek een 'lucky shot': de markt gold als een veilige plek dankzij de hoge gebouwen rondom. De jeugd, die hier bij elkaar kwam om koffie en bier te drinken, te praten en te flirten, kon zich betrekkelijk veilig wanen: een projectiel moest exact de goede hoek -'één op miljoen'- hebben om schade aan te kunnen richten en men vreesde hooguit een afzwaaier. Pas in de dagen na de aanslag wordt duidelijk dat de Bosnisch-Servische schutters het tijdstip en het marktplein doelbewust hadden gekozen. Slachtoffers waren er onder alle bevolkingsgroepen, die in Tuzla zonder veel problemen samenleefden en probeerde het etnische geweld buiten de deur te houden. Na de ontploffing, was het marktplein een slagveld. De klinkers waren doordrenkt met bloed. De ziekenhuizen waren overvol, ledematen werden op de gang geamputeerd. Veel slachtoffers werden 's nachts begraven, in het bijzijn van slechts de naaste familieleden: overdag was te gevaarlijk. Elk jaar, op 25 mei, wordt het bloedbad door duizenden nabestaanden herdacht. Op de plaats van de aanslag staat op een plaquette met de tekst:
Hier leeft men niet alleen om te leven
Hier leeft men niet alleen om te sterven
Hier sterft men ook om te leven
Op deze plek zijn, op 25 mei 1995, door Servische fascistische agressors met mortiergranaten 71 jonge mensen om het leven gebracht.
Bid, onthoud, waarschuw
Dat dit nooit meer gebeurt!
|
Ja hoor, "oorlogstrauma". Daar is het altijd goed meet te maken. Hij is gewoon een uitschot dat levenslang achter de tralies moet. Er wonen in dit land vele mensen (waaronder mijzelf) die bewuste dag in Tuzla mee hebben gemaakt. Maar ik heb voor nog geen andere dan Goran (ook niet in Tuzla en andere landen) gehoord dat zij iemand vermoord hebben omdat zij zo'n gebeurtenis hebben meegemaakt.
Geplaatst door: XXX | 7 mei 2007 om 19:11