Header image  
logo2
logo3
 
 

De Messias van Blauwe Sluis

coverkousen
(Fragment uit ‘Moordenaars op zwarte kousen’, geplaatst naar aanleiding van een berichtje op vrijdag 4 januari 2008. Het boek is nog verkrijgbaar via bol.com. Het eerste hoofdstuk staat hier. Onderstaand gedeelte speelt zich af rond de eeuwwisseling in 1900, in Blauwe Sluis, een buurtschap bij Appeltern)

Waarom er bij Scherff om half twee 's nachts nog licht brandt en de deur nog open is, is niet goed te verklaren. Er werd geen bezoek verwacht. Het kan zijn dat de door griep en koorts aangetaste Tinus op het Duizendjarig Rijk zat te wachten en hoewel dit volgens de boeken zal komen 'als een dief in de nacht' wilde Tinus misschien op alles voorbereid zijn en het Rijk niet voor een dichte deur laten staan. Wat er die nacht verder gebeurt, lijkt vooral een samenloop van omstandigheden, waarbij er van alles door elkaar heen speelt. Tinus en Hanne liggen in bed als ze horen dat er iemand binnenkomt. Als een soort Jezus, of Messias, roept Tinus met luide stem: 'Kom tot mij, gij die daar nadert, en ik zal u bevrijden!'

Antje legt uit wat er aan de hand is: Naatje moet ook bevrijd worden. Zelf voelt ze zich 'zo wel' en ze wil graag dat haar jongere zus dat gelukzalige verloste gevoel ook krijgt. Scherff komt tot de conclusie dat Naatje inderdaad bezeten is en dat hij haar moet verlossen. Hoewel er later verhalen worden verteld over een seksuele relatie tussen Tinus Scherff en een of beide meisjes Levoir (een van hen zou zelfs een kind van hem hebben gekregen), is het zeer de vraag of dat klopt. Waarschijnlijker is dat deze geruchten ontstaan zijn door de broeierige erotiek die als een warme deken in de alkoof hangt, en wat daarover later naar buiten is gekomen. Uit niets blijkt dat echtgenote Hanne het bed heeft verlaten en dat Tinus alleen met Naatje enige tijd in de alkoof heeft vertoefd, wel wordt een aantal keren vermeld dat een van de meisjes Levoir naakt in het bed van Tinus is aangetroffen. Of dat bij deze gelegenheid was, of eerder, is niet meer na te gaan. Het staat wel vast dat de 16-jarige Naatje haar bovenlijf heeft ontbloot.

Het uitdrijven gaat moeizaam. Tinus gaat op zijn knieën op bed zitten, Naatje komt voor hem staan. 'Ik zal je bevrijden,' zegt Tinus. De eerste poging - aan de tong trekken tot er een hik volgt - lukt niet. 'Er is weerstand,' zegt Tinus. Hij zet zijn lippen op Naatjes mond, Naatje moet haar mond opendoen en Tinus gaat blazen. De bedoeling is dat de duivel door de adem van Tinus wordt verdreven en bij Naatje door de neus naar buiten komt. Dit lukt niet. Dan maar andersom: Tinus blaast in haar neusgaten, terwijl Naatje haar mond openhoudt. Ook dit heeft geen effect op de hardnekkige duivel. Naatje heeft het er warm van gekregen. Had ze aanvankelijk alleen de bovenste knoopjes van haar jurk losgemaakt, nu ontdoet ze zich met hulp van Tinus van alle bovenkleding. In de officiële stukken is het niet terug te vinden, in verhalen die later verteld worden is gesuggereerd dat Tinus het meisje aan de borsten zou hebben gezogen. In dat verband past ook het volledig uitgekleed zijn van Naatje: de duivel had dan meer mogelijkheden te ontsnappen. Hoe dan ook, de duivel laat zich niet verdrijven. Er moeten hardere maatregelen worden getroffen en daarvoor moeten alle bewoners worden gemobiliseerd.

De kinderen worden wakker gemaakt, en de dienstmeid Cato Beenen. Cato wordt opgedragen de knecht te roepen. Cato maakt hem wakker, maar Jan weigert te komen: hij wil er niets mee te maken hebben. Scherff wordt kwaad. Er zijn twee versies: in de ene zou Scherff zelf Jan uit zijn kamer hebben gehaald nadat hij met een hakbijl de deur had ingeslagen, volgens de andere zou Jan geroepen zijn met de smoes dat er een koe moest kalven. In elk geval vervoegt Jan zich tegenstribbelend, half aangekleed en mopperend bij het gezelschap in de kamer en de alkoof. 'Ik heb met die rommel hier niks te maken,' bromt hij. Scherff beveelt hem de waterpot (de po, die gewoonlijk onder bed stond) vast te houden, zodat Naatje daarin de duivel kan uitspuwen. Jan kan niet anders dan gehoorzamen. Scherff knijpt Naatjes ogen dicht en slaat haar in het gezicht. 'Voel je dat?' vraagt hij. 'Nee,' zegt ze.

Op dat moment moet Scherff, zonder dat de anderen dat gezien hebben, de blaaspijp hebben gepakt die bij de kachel hing. Een blaaspijp is een holle stalen buis om het vuur in de kachel of de haard mee aan te blazen. Ze waren vaak gemaakt van een oude geweerloop. Met dit wapen slaat Scherff de nietsvermoedende knecht keihard de schedel in. Jan valt ter plekke dood op de grond. Uit het feit dat de blaaspijp krom is geslagen, concludeert de politie later dat Scherff met ongelooflijke kracht moet hebben geslagen. Dat blijkt ook uit de verwondingen: de schedel van het slachtoffer is nagenoeg gespleten. Maar dan begint het pas echt. Als een waanzinnige beukt Scherff in op het lijk. Hij schopt en slaat, gaat op de borstkas staan springen en dansen, het bloed spat door de hele kamer.

De enigen die beseffen dat dit niet normaal is, zijn de kinderen. Zij huilen en roepen: 'Vader! Niet doen!' Maar Scherff is door het dolle heen en roept: 'Kinderen, huil maar niet, hij voelt het toch niet!' Ook de andere volwassenen doen mee aan de slachting. Met stoelen, stokken en messen wordt het lijk bewerkt. Uit de lijkschouwing blijkt later dat er 26 verwondingen zijn: het hoofd is gespleten, de hals doorgesneden, de neus weggenomen, de wang versneden, de meeste ribben en andere botten zijn gebroken. De volwassenen hebben het lijk duidelijk als een object gezien waar de satan in zat. Die satan moest vernietigd worden. Een van de buurtbewoners meent zeker te weten dat de tanden van het slachtoffer op de stoep lagen. Het doorsnijden van de hals zou door een van de vrouwen zijn gedaan. Met stoelen en stukken hout zouden allen - behalve de kinderen - het bloedende lijk verder hebben toegetakeld, onder het zingen van lofliederen. De met bloed besmeurde houten voorwerpen werden daarna buiten op een hoop gegooid.

Het officiële proces-verbaal van de moord is er niet meer: het zat in het archief van justitie in Arnhem, dat in de Tweede Wereldoorlog is vernietigd. Voor wat er precies is gebeurd, zijn we allereerst aangewezen op de verklaringen zoals die door de direct betrokkenen zijn afgelegd tegenover dr. H. Ruysch, de inspecteur voor het staatstoezicht op het krankzinnigenwezen. Dat was op maandag, drie dagen na het voorval. Verder zijn er verschillende verklaringen van mensen die op zaterdagmorgen in de boerderij van Scherff zijn geweest en hebben meegedaan aan het bloedfeest. Het zal duidelijk zijn dat de ooggetuigenverslagen niet uitmunten in helderheid en logica.

Van Tinus Scherff zelf is helemaal geen feitelijk verslag beschikbaar, hij spreekt alleen in termen als 'de duivel verslagen'. Zijn echtgenote, Hanne, weet zeker dat haar Tinus de knecht niet heeft geslagen: Tinus heeft de knecht zijn leven lang nog nooit aangeraakt, nee, de knecht is door Gods hand gevallen. 'Pas toen hij dood achterover op het bed viel, heeft Tinus hem tegen de grond gesmeten,' zegt zij. Zelf heeft ze de duivel niet gezien, toen hij verhuisde van Naatje naar Jan, maar ze heeft de duivel wél horen brullen.

Alle volwassen aanwezigen zijn ervan overtuigd dat de duivel van Naatje in Jan is gevaren. Maar op welk moment? Scherff kan gedacht hebben dat de duivel uit Naatje was vertrokken omdat hij haar sloeg en zij niets voelde. De duivel zat niet in de pot die door Jan werd vastgehouden dus zal Scherff gedacht hebben: dan zit de duivel in de knecht.

Naatje herinnert zich dat Scherff haar een klap heeft gegeven en dat zij daar niks van voelde, en meteen daarop zag ze Jan vallen. Naar haar mening was hij door Gods hand getroffen, zij heeft niet gezien dat Scherff hem met de blaaspijp sloeg. Het is niet duidelijk of zij bedoelt dat de knecht is gevallen omdat de duivel in hem sprong, of dat hij 'door Gods hand' was getroffen en dat daarna de duivel in hem voer. Zij heeft de duivel wel duidelijk waargenomen, zegt ze: 'De duivel kwam bij mij uit de mond en de ogen. Ik zag vlammen en ik hoorde brullen. De duivel ging uit mij weg en voer in Jan. Ik voelde me verlicht.'

Antje ziet hoe Scherff op het lijk trapt en op de borstkas danst tot het bloed er uit stroomt. 'Daarna voelde ik mij helemaal gelukkig, net als de anderen die bij mij waren. Wij hadden de duivel overwonnen. Wij zongen: "Gezegend zij God, de duivel is verslagen!"

(...)

Als de duivel definitief verdwenen is en de moordenaars stoppen met het mishandelen van het onherkenbaar misvormde lijk, is het ongeveer vier uur in de ochtend. Als het hierbij gebleven was, zou de zaak uiteraard ook opschudding hebben veroorzaakt, maar het zijn vooral de gebeurtenissen van de volgende dag die eerst het Land van Maas en Waal en daarna het hele land in rep en roer brengen.

(...)

Het lijk van de knecht blijft in de alkoof op de grond liggen. Scherff is door het dolle heen en is er serieus van overtuigd dat hij de Messias is die de satan heeft verslagen. Staande bij het lijk worden psalmen gezongen, lofliederen. Een van de psalmregels die in veel berichten opduikt is uit psalm 118: 'Bindt d'offerdieren dan met touwen tot aan de hoornen van 't altaar.' Dat komt waarschijnlijk vooral doordat de overwegend rooms-katholieke bevolking erg veel nadruk legt op het 'offer'. Liever dan op een dolgeworden boer die in zijn knecht een duivel meent te bespeuren, houdt men het op 'protestanten' die zo opgaan in hun godsdienst dat ze mensenoffers brengen.

Die houding is te begrijpen omdat de predikant van de hervormde kerk, waar Scherff officieel deel van uitmaakt en waar hij zelfs kerkvoogd is, bekend staat als een rabiate anti-paap. Voor Scherff en de zijnen waren de eerste regels van de psalm vermoedelijk de reden om juist dit lied te kiezen. Psalm 118 vers 13 is een lied dat gezongen wordt als het gaat over de opstanding van de Heiland en dat was wat er, met enige aanpassing, gebeurd was: de Messias was teruggekeerd in de gedaante van Mettinus Scherff, en het duizendjarig rijk was begonnen. Scherff en de zijnen waren daar ook erg mee bezig. Hun geestelijk inspirator was de zogenaamde 'blikken dominee' Harry Spiering, een eendenkooiker. Toen Scherff zichzelf uitriep tot Messias, noemde Spiering zich de apostel Johannes.

Het duizendjarig rijk komt ter sprake in het bijbelboek Openbaring. Johannes ziet in een visioen een engel uit de hemel komen, die de duivel grijpt en vastbindt voor een periode van duizend jaar, zodat de mensheid even tot rust kan komen. In die duizend jaar gaat Jezus Christus, de Messias, regeren, samen met een aantal mensen die hem trouw zijn gebleven. Daarna wordt satan losgelaten en volgt er het laatste oordeel en de definitieve wederkomst van Christus. In de verwrongen geest van Scherff is het duizendjarig rijk begonnen toen hij de satan, die in Jan Brenkman was gevaren, de kop had vermorzeld. Gezien de omstandigheden is het wel enigszins te begrijpen: de eeuwwisseling was net achter de rug, en Tinus' broer Aart had in zijn nachtmerries – visioenen - de vreselijkste dingen meegemaakt: hij was zelfs een uur in de hel geweest.

Niet alleen Tinus was opgelucht dat de strijd met de duivel zo goed was afgelopen, ook de anderen zijn diep onder de indruk en volledig in hoger sferen. Tegen die achtergrond spelen de volgende gebeurtenissen zich af.

Rond vier uur loopt Tinus Scherff, zwaaiend met een hakbijl, schreeuwend en uitgelaten galmend naar buiten. Bij buren klopt hij op het raam, roepend: 'Ik heb de duivel vermoord en nu ben ik Christus!'

De andere leden van de kring rond Scherff en Spiering moeten ook op de hoogte worden gebracht van de heuglijke tijding en in optocht, met twee paardenkarren en een rijtuig, wordt koers gezet naar moeder Scherff in Batenburg. Psalmzingend en bijbellezend, jubelend en hysterisch gillend trekt het bizarre gezelschap in de vroege ochtend over de dijk. Op weg naar Batenburg komen ze langs Appeltern, waar ze Harry de kooiman, de blikken dominee, oppikken. Die snapt er helemaal niets van. Tinus heeft de duivel verslagen, Tinus is Messias geworden? Hij begrijpt dat de knecht is geofferd, maar hoe en waarom precies?

Het enthousiasme van de blikken dominee neemt in de loop van de dag echter ongekende vormen aan, zodanig dat hij een van zijn eigen kinderen aanvalt om deze te offeren: Tinus heeft een groot offer gebracht, dan kan apostel Johannes niet achterblijven. Maar zover is het nog niet. Harry Spiering sluit zich samen met zijn vrouw Jantje aan bij de stoet, die al galmend verder trekt richting Batenburg. Het moet een merkwaardige vertoning zijn geweest. De meisjes Levoir hadden hun haren losgemaakt, Tinus Scherff zat nog helemaal onder het bloed. Zo komen ze bij de 'Bloemhof', de kapitale boerderij aan de rand van Batenburg, waar de weduwe Scherff met haar vrijgezelle zonen en dochters woont.