
De woning waar de moord is gepleegd. Het busje van de recherche staat langs de dijk.
In november 2007 is het veertig jaar geleden dat er in Overijssel in één week twee geruchtmakende moorden werden gepleegd: op de vijftienjarige monsterneemster Neltje de Haan uit Den Oosterhuis en op Allard Boks, de molenaar van Olst. De moord op Neltje is opgelost, de moord op de molenaar (nog) niet. Rechercheur Willem Visscher uit Deventer schreef een boek over ‘Moord en doodslag in West-Overijssel’ en hoopt dat de dader van de moord in Olst alsnog kan worden achterhaald.
In november 1967 draait de recherche in West-Overijssel overuren. Jaren gingen voorbij zonder dat er ook maar één moord te melden viel, nu zijn het er twee in één week. Het begint met de moord op Neltje de Haan (15) in Balkbrug, op donderdag 23 november. Tot in wijde omgeving is het het gesprek van de dag. Het meisje is doodgeslagen met een steen, gedeeltelijk ontkleed, achtergelaten in het bietenland. Neltje den Haan is nog niet begraven of Overijssel wordt opgeschrikt door een tweede moord: in de nacht van zondag 27 op maandag 28 november wordt molenaar Allard Boks(71) in zijn huis aan de Rijksstraatweg in Olst vermoord.
Op zondagavond is de alleenwonende oude molenaar op bezoek geweest bij zijn oude knecht Beltman, die in de buurt woont. Hij gaat even terug naar huis, om half twaalf brengt hij een brief met de oplossing van een wekelijkse puzzel naar de brievenbus. Dat is het laatste levensteken dat van hem wordt vernomen. Op maandagmorgen ziet een knecht dat bij het bedrijf en bij de woning alle deuren nog gesloten zijn. Het valt hem ook meteen op dat de overgordijnen dicht zijn, dat is anders nooit het geval. Samen met de melkboer en een kantonnier van Rijkswaterstaat breekt hij de deur open. De mannen hebben direct in de gaten dat er iets helemaal mis is. Op de deur naar het kantoor, in de gang en op de deur naar de pronkkamer zien ze bloedvegen en bloedspatten. Ze lopen door, naar het kantoortje aan de achterkant van de woning. Daar vinden ze Allard Boks. Hij is dood. Hij heeft zijn overjas nog aan en heeft een groot aantal verwondingen aan zijn hoofd. De brandkast staat open, het lijkt een roofoverval.

Links op de foto, niet te zien, de molen
Uit het onderzoek van de politie blijkt dat de dader vermoedelijk via een vermolmd deurtje aan de achterkant het huis is binnengekomen en vertrokken. Vroeger was dit de toegang naar het varkenshok. Een roofoverval ligt voor de hand, de portemonnee van Boks is verdwenen, maar veel kan de dader niet hebben buitgemaakt: Boks stond erom bekend dat hij vrijwel nooit contant geld – en zeker geen grote hoeveelheden – in huis of op zak had. Hij had op vrijdag nog tachtig gulden op zijn girorekening gestort.
In het dorp gonst het van de geruchten. Er worden allerlei namen genoemd van potentiële daders. In 1965 was Boks ook al eens overvallen, maar de dader van toen kan het niet geweest zijn: die is opgepakt en zit ten tijde van de moord nog in een kliniek. Ondanks intensief speurwerk blijft de zaak onopgelost.
In 1972 lijkt er een doorbraak te komen. Een zekere Bernhard S. wordt aangehouden voor het opzettelijk doodrijden van de 39-jarige varkenshandelaar Theo Poppe, in de buurtschap Wesepe, gemeente Olst. Bernhard heeft een verhouding met Theo’s vrouw Joke. Theo is al uit huis vertrokken, er wordt gewerkt aan echtscheiding, maar het gaat Bernhard allemaal niet snel genoeg, het zou in alle opzichten een stuk handiger zijn als Theo er helemaal niet meer was. Verschillende moordscenario’s bespreekt hij met zijn zwager, maar één ding staat vast: het moet op een ongeluk lijken, anders hebben ze een probleem. Bernhard weet welke route Poppe elke zondagavond neemt als hij op de fiets van Olst naar Wesepe rijdt. Bernhard en zijn zwager zullen de klus klaren. Met een snelheid van zo’n negentig kilometer per uur rijdt hij op zondagavond 19 maart Theo van achteren aan. Hij rijdt meteen door en dumpt de auto in het kanaal Raalte-Deventer. In de auto van zijn zwager rijden ze terug naar huis. De volgende ochtend wordt Theo dood aangetroffen in de sloot, zijn fiets ligt zwaar beschadigd naast hem.
Aanvankelijk gaat de politie uit van een ongeluk, in dichte mist, maar men gaat uiteraard wel op zoek naar de onbekende automobilist. Dat is niet zo moeilijk: Bernhard en zijn zwager hebben de auto weliswaar in het water geduwd, maar de oude Peugeot steekt er nog half bovenuit en wordt al spoedig gesignaleerd door een passant. Het is vrij eenvoudig te achterhalen van wie de auto is geweest en wie de laatste eigenaar is. Het blijkt dat Bernhard S. en zijn zwager de auto in Apeldoorn hebben gekocht. Ze worden aangehouden, de link met het slachtoffer en diens echtgenote komt aan het licht en de mannen vallen spoedig door de mand. Ze bekennen de aanrijding opzettelijk te hebben gepleegd. Joke ontkent dat ze van de plannen heeft geweten en gaat vrijuit. Tijdens de rechtszitting vraagt de rechter waarom Theo Poppe dood moest. Bernhard zegt: "Overal waar ik kwam, altijd stond haar man tussen ons in. Ik heb hem wel twintig keer voor mijn wielen gehad, maar ik kon het niet..."
Is de moord op Theo Poppe de enige die Bernhard S. heeft gepleegd? Vijf jaar eerder woonde hij in Olst, schuin tegenover de molen aan de Rijksstraatweg. Als er iemand wist hoe je bij molenaar Boks gemakkelijk naar binnen kon komen, was hij het. Bovendien: alleen mensen in Olst wisten dat Boks die avond alleen thuis was, tot dan toe woonde zijn 65-jarige huishoudster bij hem in. Zij was de week ervoor overleden en op de zaterdag vóór de moord begraven. Dat maakt de kans klein dat een willekeurige passant toevallig deze avond deze woning is binnengedrongen. Wat Bernhard S. extra verdacht maakt: in 1970 was er brand gesticht bij café ‘Het Middelpunt’ in Wijhe, van Theo Poppe en zijn vrouw Joke. De politie denkt dat Bernhard S. ook daar de hand in heeft gehad, maar dat kan niet bewezen worden. Als iemand in staat is zo’n koelbloedige, berekenende moord te plegen als die op Theo Poppe, is hij dan ook niet de meest voor de hand liggende dader van de moord op op Allard Boks? Bernhard S. wordt er uitvoerig over ondervraagd, maar hij legt geen bekentenis af. Er zijn geen technische sporen die bewijzen dat hij wél schuldig is en zo blijft de moord op de oude molenaar onopgelost.
In Olst zijn de meeste inwoners ervan overtuigd dat de dader nog onder hen is en dat hij – met enige moeite – alsnog te achterhalen zou moeten zijn. Wie pakt de handschoen op? Rechercheur Willem Visscher: "Ik hoop dat het verschijnen van mijn boek ertoe leidt dat de dader toch nog gevonden wordt."
Moord op het bietenland

Donderdag 23 november 1967 is in de televisiegeschiedenis van Nederland een – vooral achteraf – tamelijk bijzondere dag. Op 9 oktober is de geruchtmakend uitzending geweest met de naakte Phil Bloom, in ‘Hoepla’. Twee weken later is de volgende uitzending van het zeer omstreden programma: enkele items zijn al geschrapt, heel Nederland zit voor de buis te wachten op een nieuw schandaal. Dat komt er niet, maar het is wel meteen de laatste uitzending. Het is op deze donderdag dat Neltje den Haan (15) tegen half zes ’s middags naar de boerderij van B. Melitz in Zuidwolde gaat om melkmonsters te nemen. Neltje woont in het buurtschapje Den Oosterhuis, bij Balkbrug, dat landelijk vooral bekend is door de tbs-kliniek Veldzicht. Zoals stadskinderen een krantenwijk hebben, zo is Neltje monsterneemster: in opdracht van de melkfabriek bezoekt ze boeren die aan het melken zijn en neemt ze proefmonsters uit de melkbussen, voor controle op vetgehalte en reinheid.
Op deze donkere donderdagavond in november is ze om kwart over zes klaar bij boer Melitz en fietst ze terug naar huis, een afstand van zo’n drie kilometer. Als ze daar na een uur nog niet is aangekomen, bellen haar ouders ongerust met de boer: zo lang doet Neltje er anders nooit over! Dodelijk ongerust beginnen ze een zoekactie, de hele buurt doet mee en ook de politie van Dedemsvaart is meteen actief. Op vrijdag gaat het zoeken door. In de loop van de middag helpen honderd militairen mee, maar het is boer Veldhoen uit Balkbrug die vanaf de weg een fiets op zijn bietenland ziet liggen. Tien meter verderop ligt Neltje, met ingeslagen schedel en gedeeltelijk ontkleed. Ze ligt ongeveer honderd meter van een vrij drukke, smalle asfaltweg. Met een stomp voorwerp is haar schedel ingeslagen. Uit de sporen blijkt niets van een verkrachting, maar de politie gaat wel uit van een lustmoord. Uit de technische sporen blijkt dat Neltje waarschijnlijk vrijwillig is meegegaan met de dader: er zijn twee duidelijke evenwijdige bandensporen van fietsen gevonden, met daarnaast de indrukken van schoenen. Het merk is te lezen. Een derde spoor leidt van de plaats van de moord terug naar de weg. Niets wijst op een hevige worsteling voordat Neltje om het leven is gebracht.
Drie weken later wordt de 38-jarige textielarbeider Arend D., een buurtgenoot van het slachtoffer, aangehouden. In juli 1968 staat hij in Zwolle terecht, onder grote publieke belangstelling. Arend D. is een kleine, onopvallende man. Hij voelt zich helemaal niet op zijn gemak, antwoordt kortaf op de vragen van de rechter. Op de dag van de moord is hij ’s morgens om vijf uur opgestaan om naar zijn werk bij textielfabriek Ten Cate in Nieuwleusen te gaan. Hij doet boodschappen voor zijn vrouw en speelt met de kinderen. Na het eten wil hij even naar zijn moeder, in Den Oosterhuis. Het blijft een raadsel wat er die avond door zijn hoofd gaat, feit is dat hij bij het weggaan van huis een steen in zijn fietstas doet.
Weet hij dat hij Neltje zal tegenkomen, loopt hij al langer rond met de gedachte haar of een ander meisje iets aan te doen? De rechter vraagt hem ernaar: ‘Iets bij gedacht? U moet toch een reden hebben gehad?’ Er komt geen antwoord, duidelijk is wel wat er verder gebeurt: hij spreekt Neltje aan, Arend gaat met zijn fiets als eerste door de droge greppel naast de weg. Hij draait zich om en pakt de fiets van Neltje aan. Ze lopen naast elkaar tussen de rijen bietenloof door, gescheiden door een fiets. Ze heeft de dynamo af moeten zetten, zoals ook Arend dat heeft gedaan. Neltje zegt dat ze naar huis moet. Over wat er daarna gebeurt, het gedeeltelijk ontkleden, het slaan met de steen: het blijft een mysterie. Arend wil er niks over zeggen. Hij wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar, voor doodslag.
|