Header image  
logo2
logo3
 
 

Melanie's dood is niet te geloven

melanie1

Op 7 september 2006 vermoordt Peter H., geboren op 9 mei 1965 in Mierlo, de 15-jarige Melanie Sijbers uit Geldrop. Op donderdag 15 maart staat hij bij de rechtbank in Den Bosch terecht. Presidente van de rechtbank is mevrouw mr. M.E. Bartels, officier van justitie is mevrouw mr. H.A.A. Vrijhoeven.

Vooraf verzoekt de rechter het publiek niet te gaan roepen of schreeuwen, dat zal ze niet toestaan. Ze begrijpt dat er emoties los zullen komen, maar er wordt aan waarheidsvinding gedaan, wie zich niet rustig houdt wordt uit de zaal verwijderd. Dat gaat aardig goed, aan het eind van de zitting complimenteert ze het publiek, waarop nog net iemand hard ‘moordenaar!’ roept tegen de weglopende Peter H., die zichtbaar ineenkrimpt. Allereerst leest de officier van justitie mevrouw mr. Vrijhoeven de dagvaarding voor, waar de Peter H. ten laste gelegd delicten kort worden genoemd. Behalve het doden van Melanie wordt melding gemaakt van een poging tot woninginbraak, in april 2006 in een woning in Mierlo.

U hoort de verwijten van de officier. U heeft bij de politie diverse verklaringen afgelegd, toch wil ik u vragen in eigen woorden te zeggen wat er is gebeurd.

Het klopt dat Melanie door mijn toedoen overleden is. Ik heb wel verklaard dat ik haar een aantal schokkende handelingen heb laten verrichten, maar dat heb ik niet gedaan. Ik heb haar niet meegelokt, maar meegenomen en de verkrachting is niet gebeurd. Ik ben wel degene die haar heeft meegenomen en die verantwoordelijk is voor haar dood. Toen ik de loods verliet, was ze al overleden.

Eerder heeft u verklaard dat ze in het bos is overleden. Ik ga u confronteren met een aantal tegenstrijdigheden. Zullen we ’t zó doen? Vier weken voor uw vakantie naar de Dominicaanse Republiek heeft u Melanie bij u thuis gezien, ze lag met ontbloot bovenlijf op bed. Daar bent u opgewonden van geraakt.

Ik had Melanie tweeënhalve maand eerder al gezien.

Toen u haar zag liggen raakte u opgewonden.

Er was geen sprake van opwinding, het was een mooie aanblik in mijn ogen. Ik weet niet of Melanie mij zag, maar ze bleef gewoon liggen. Ik heb het idee dat ze zag dat ik in de slaapkamer stond.

Bij de politie heeft u gezegd dat ze sliep, dat ze ’t niet doorhad.

Dat beeld is blijven hangen. Later heb ik daar met Melanie grapjes over gemaakt, ‘het zag er mooi uit’, ‘het is niks om te hoeven verbergen’ ‘wanneer kan ik de rest zien’ en ‘kunnen we niet een keer een afspraakje maken’, in die sfeer. Grappenderwijs.

En toen?

Op een gegeven moment is ze daarop ingegaan. Oké, dan maken we een keer een afspraak.

Wanneer was dat?

Half mei, eind mei.

Dit is helemaal nieuw. Dit heeft u niet eerder verklaard. Wat hield de afspraak in?

Eerst is er niks gebeurd. Wat met Melanie zitten babbelen, gesprekken gehouden.

Wist iemand daar iets van of was het geheim?

Ik heb haar wel gevraagd het tegen niemand te vertellen.

Waar was die afspraak?

Op verschillende plekken. Bij de tennisbaan, plekken langs de snelweg. Tijdens het babbelen en praten hebben we samen wat zitten blowen.

Waren er seksuele handelingen?

De eerste anderhalve maand niet, alleen wat kletsen en roken.

Hoe vaak zag u elkaar?

Twee keer in de week.

Dat is behoorlijk veel. Hoe konden jullie dat geheim houden, dat ging toch opvallen?

Ik had veel vrijheid, was aan het klussen, ik kon gaan waar ik wilde.

De eerste zes weken was er geen seks. Daarna?

In een later stadium is dat er wel bij gekomen.

Wanneer is dat begonnen?

Een week of vier, vijf voor mijn vakantie.

Dat was dus begin juli.

In eerste instantie was het alleen elkaar aanraken op de lichaamsdelen, betasten.

Daarna wat meer?

Eerst vrijen, later is er seks bij gekomen.

Seksuele gemeenschap?

Ja.

Hoe lang heeft dat geduurd?

Tot twee weken voor de vakantie.

Dat lijkt wel op een relatie.

Het mooiste was: zij kon heel gemakkelijk met mij praten en ik met haar.

Zag u het als een relatie?

In het begin heb ik het niet als een relatie ervaren, later wel.

Twee weken voor de vakantie is het gestopt. Waarom?

Ze maakte zich zorgen, ze was bang dat ze zwanger was, haar maandelijkse periode kwam niet, ze was niet zorgvuldig geweest met de pil, ze wilde abortus laten doen, anders zou het uitkomen van wie en wat. Voor de kosten van de abortus heb ik haar 2500 euro gegeven.

Hoe kwam u aan dat geld?

Mijn vakantie- en huishoudgeld was al gebruikt, ik heb bij een goede kennis het bankpasje achterovergedrukt en de pincode en stiekem geld gepind en aan Melanie gegeven.

Dat was meneer Van H. 4000 euro. En toen?

Ze zei dat ze er wel voor zou zorgen dat het in orde zou komen, ik hoefde verder niets te doen en me er niet mee te bemoeien. We hadden zeker geen ruzie, er was wel angst en schrik. Ik had een eigen vriendin thuis, en eigen kinderen.

Die afspraak over dat geld, waar was dat?

Bij de tennisbaan.

Wanneer heeft u haar daarna voor het eerst weer ontmoet?

In de week voor de vakantie heb ik haar niet gezien, tijdens de vakantie niet, dus na 24 of 25 dagen. Op maandag kwamen we thuis, ik moest wat dingen regelen, boodschappen doen, ’s middags was Melanie bij ons thuis. Ik heb haar toen heel vluchtig gesproken, mijn stiefdochter was erbij, ze wilden naar de kermis, we hebben een afspraak gemaakt voor dinsdagavond zes uur.

Wat is er toen gebeurd?

Normaal spraken we buiten in de open lucht af, maar ik had een sleutel van een loods, daar zijn we naar toe gereden. Om haar te zien, ik was ongerust. Hoe was het gelopen, was het inderdaad zoals ze dacht, daarvoor wilde ik in de loods rustig zitten praten. In eerste instantie was het goed gegaan, zei ze, ze had er wel een beetje pijn van, maar ze wilde er liever niet over praten, daar was ze niet aan toe.

Dat was op dinsdagavond.

We hebben een tijdje in de caravan gezeten, wat knuffelen, vrijen, kussen.

Geen ruzie.

Op dat moment nog niet. Maar haar antwoorden zaten me niet lekker. Hoe het met die abortus zat. Ik had het idee dat ze ontwijkende antwoorden gaf. Ik vroeg: waar heb je het laten doen? In België. Vage antwoorden. Pijn? Ik had het idee dat ze aan het liegen was. Achteraf kwam de aap uit de mouw. Ze was niet zwanger en ze had geen abortus laten plegen. Ik zei: geef me het geld dan maar terug. Maar dat kon niet, ze was het verloren.

Net zei u nog dat u had geknuffeld. Dit was ook op dinsdagavond.

In het begin was het koek en ei, vredig. We hadden elkaar al 25 dagen niet gezien. In het begin verliep alles goed, geen enkel probleem. Maar het bleef in mijn achterhoofd zitten: hier klopt iets niet. Ze kon niet zeggen waar ze was geweest, ik bleef maar doorvragen. Wie was er met haar meegegaan? Later was ze het geld kwijt.

Verder?

Ik voelde me zwaar genaaid, voor de gek gehouden. Ik wilde niet dat er nog iets gebeurde, tussen ons was het afgelopen, ze zou geen geld of goederen meer van mij krijgen, beltegoed, sigaretten. ‘Je krijgt niks meer’. Ik heb haar met de auto teruggebracht, ik heb gezegd dat ik liever niet wilde dat ze nog bij ons thuis kwam, ik voelde me bestolen.

Waar heeft u haar toen afgezet?

Bij het winkelcentrum in Geldrop.

Hoe laat?

Zeven uur, half acht.

En verder?

(zwijgt enige tijd) Ik heb haar afgezet en ben teruggereden naar de loods, ik moest nog wat werkzaamheden verrichten. Tot een uur of negen, toen ben ik naar huis gegaan. Toen ik daar aan het werk was, had ik het idee dat ik in de gaten gehouden werd, ik hoorde autodeuren open en dicht slaan, ik zag verdachte mensen rondlopen. De bedrijven daar waren al dicht, maar er liep wel twee mannen rond.

Wat deed u daar voor werk?

Wiethokken bouwen. Ik verdiende mijn inkomen met het bouwen van wiethokken voor mijzelf en anderen. Verder heb ik er toen geen aandacht aan geschonken, ik heb afgesloten en ben naar huis gegaan. De volgende morgen om negen uur ben ik weer in de loods begonnen. Ik ben regelmatig heen en weer gereden, naar huis en naar de Gamma, de hele woensdag ben ik aan het werk geweest. ’s Avonds na het eten ben ik teruggegaan, ik heb de auto buiten neergezet en ben aan het werk gegaan. Er kwam vaak een scooter voorbij met twee mensen erop, met een helm op, die keken bij de loods naar binnen. Dat is me drie keer opgevallen. Verder heb ik daar geen aandacht aan geschonken. Misschien hoorden ze wel bij die loods.

Hebt u Melanie toen nog gezien?

Nee. Ik stap in mijn auto, zit er een briefje achter de ruitenwisser: ‘Wij willen geld zien. We weten waar je mee bezig bent.’ Shít! Hoe weten ze dat? Ik word goed in de gaten gehouden. Ik heb het briefje meegenomen en ben naar huis gereden. Ik ga eten, zegt mijn vriendin: ‘Heb je Melanie nog gezien? Ze was net hier, ze heeft een nieuwe scooter. Heeft ze van haar vader gekregen.’ Ik denk: hoe kan dat nou? Ze zegt tegen mij dat ze thuis geen geld hebben, schulden, ik dacht: godverdorie, die heeft ze gekocht van dat geld van mij, van die 2500 euro. Maar ik kon er met niemand over praten, niemand wist dat. Ik kon Melanie ook niks vragen, maar het is de hele avond door mijn kop gegaan.

Waarom was dat zo erg? Het was toch niet uw geld? Dat was toch van die meneer Van H.?(Gelach in de zaal)

Ik heb met hem afgesproken dat ik het geld aan hem teruggeef. Ik had het na twee dagen aan hem verteld, ik zou hem na de vakantie terugbetalen.

Waarom heeft u niet direct gevraagd: mag ik geld lenen? Nu heeft u het twee dagen later opgebiecht.

Dan had hij gevraagd waar ik het geld voor nodig had. Ik heb gezegd: ik heb stiekem iets gedaan, achter de rug van mijn vriendin om, ik zag geen uitweg meer, ik moest toen dat geld hebben, daarom heb ik het weggepakt.

Maar waarom heeft u het niet van tevoren gevraagd?

Daar heb ik niet aan gedacht. Dan had ik het misschien moeten uitleggen.

Waarom twee dagen later dan wel?

Ik had er spijt van, het zat me dwars dat hij me zo vertrouwde.

Woensdag was u boos over die scooter. En toen?

Ik heb daar de hele woensdagavond aan gedacht. Donderdagmorgen ben ik weer wezen werken. Ik voelde me voor de gek gehouden, besodemieterd. Hoeveel mensen waren hierbij betrokken? Er was er maar één die het antwoord wist: Melanie. Of ze die 2500 euro voor die scooter heeft gebruikt en of ze iets te maken heeft met dat briefje van ‘Wij willen geld’.

Waarom dacht u dat Melanie dat was?

Ik had woensdagavond een aantal keren een scooter gezien, ik kon niet zien wie erop zat.

Er zijn toch wel meer scooters, dat is een vrij algemeen gebruikt vervoermiddel. U had haar scooter niet gezien.

Ik wist het niet voor honderd procent zeker.

Waarom zou zij u in de gaten moeten houden? Ze wist toch waar u mee bezig was? Heeft u haar nog gebeld?

Ik had geen telefoonnummer van Melanie.

(verbaasd) Hoe sprak u dan met haar af?

Ze kwam vaak bij mij thuis, of als we elkaar gezien hadden maakten we een afspraak voor de volgende keer.

Nooit met de mobiele telefoon?

Nee, mijn vriendin pluisde mijn telefoon altijd na: wie is dit, wie is dat? Ze belde wel vijfentwintig keer per dag om te controleren waar ik mee bezig was.

Op die donderdag heeft u wel naar het mobieltje van Melanie gebeld.

Ja, ik had tegen mijn vriendin gezegd: ik wil Melanie bellen om te vragen waar ze die scooter had gekocht. Ik belde en zei: ‘Ik wil me jou praten, over zoals de zaken er nu voor liggen’. Ze zat op school, ze kon niet veel zeggen. Om kwart voor één heb ik haar gebeld, ze zat in de les, ik zou haar om drie uur terugbellen. Ik was ’s middags in de loods, ik had wat sterke drank gedronken, ik was in de caravan op bed in slaap gevallen. Toen ik wakker schrok, was het al vier uur. Ik heb Melanie gebeld, toen was het kwart over vier. ‘Kom je nog?’ ‘Is goed’, zei ze. We spraken af bij het Avia tankstation. Daar ben ik toen naar toe gereden.

Melanie stapte bij u in?

Ja. Ze zei dat het niet lang mocht duren, ze moesten om vijf uur eten. We zijn naar de loods gereden.

Wat is daar gebeurd?

(zwijgt enige tijd) Ik heb de auto binnen neergezet. Melanie is uitgestapt. We zijn de caravan in gelopen. Zij zat op de rand van de bank, ik op een tuinstoel. Ik confronteerde haar met wat ik dacht, dat ze mij voor de gek gehouden had met die 2500 euro en die zogenaamde zwangerschap en dat ze die scooter had gekocht van mijn geld. Ik vroeg aan wie ze ’t nog meer had verteld, omdat er ‘wij’ op dat briefje stond. Ik heb een pen en papier gehaald en gezegd: schrijf de tekst over die op dat briefje staat. Dat wou ze niet doen, ze zei dat ze er niks van afwist.

Toen verder?

In eerdere gesprekken had ze verteld dat ze heel goed kon liegen en mensen voor de gek kon houden. Ze gaf geen antwoord. Ik werd godverdorie steeds kwader. Of ze mij wilden chanteren, hoeveel mensen er wisten dat ik hier een wiethok aan het bouwen ben, ik was kwaad, deed mijn stem verheffen en ging kwaad kijken maar ze was niet eens onder de indruk.

Kwam het niet in u op dat ze er wel eens niets mee te maken kon hebben?

Ze wou niks zeggen, niet over het briefje, ze wilde niet schrijven. ‘Ik doe helemaal niks verkeerd’ zei ze. Ze was niet echt onder de indruk van mij.

Vertel maar wat er verder gebeurde.

Ik was aan het praten en uithoren, de hele tijd ging mijn telefoon, dan liep ik naar buiten. Ik was kwaad en opgefokt, telefoon tussendoor, steeds gestoord, ik werd steeds kwaaier, ik kreeg geen duidelijke antwoorden. Ik zei: ‘Ik scheur de kleren van je lijf en zet de foto’s op internet!’

Hoe reageerde zij?

Ze zei: dat hoef je niet te doen, die staan er al op.

Ze was niet echt onder de indruk.

Ze kreeg nog telefoon, om kwart over vijf. Ze zei: ‘Ik moest om vijf uur thuis zijn, mijn vader zal mij wel missen.’ Ik zei: ‘Je gaat niet weg voor we er samen uit gekomen zijn, ik heb het idee dat ik zwaar verneukt word door jou.’ Toen ging mijn telefoon weer over. Ik zei: ‘Ik doe het echt, ik maak echt foto’s van jou.’ Ik heb een schaar gepakt en die aan de voorkant in haar trui gezet en open geknipt.

Hoe kwam u aan die schaar?

Er lag allemaal gereedschap daar.

U had dat niet speciaal meegenomen?

Nee. Ze zat me uit te lachen, ze nam me niet serieus.

Hoe lang heeft dat geduurd?

Een half uur.

Is ze gewoon rustig blijven zitten, laconiek gereageerd, of heeft ze gezegd: ik wil weg? U moest die telefoontjes voeren, zij bleef zitten, ze deed niks?

Ze was niet onder de indruk, ze had geen schrik of angst.

U pakt die schaar, u knipt haar shirt open.

Aan de voorkant. Ik heb de rand van het truitje gepakt. Ze zei: ‘Dat zou ik niet doen als ik jou was, ik heb deze geleend van je eigen dochter, Sharon’. Ik kon het niet bevatten, zo’n bijdehand antwoord. Ik was kwaad, heb die schaar gepakt en kapot geknipt. Ik zei: ‘Ik ga foto’s maken en op internet zetten’. Ik heb de sluiting van de beha ook kapotgemaakt.

En verder? Wat deed zij?

Ze pakte de stukken van de trui en deed naar voren, bij elkaar houden. Ik zei: ‘Ik heb toch gezegd dat ik dit zou doen!’ Maar het maakte op de een of andere manier geen indruk, ik had gedacht dat ze meer angst en schrik zou hebben. Ze bleef zo nuchter.

Wat deed dat met u?

Ik werd er steeds kwaaier door. Ik zei: ‘Begrijp je niet wat hier aan de hand is?’ Ik werd steeds kwader, maar ik kon een meisje toch niet tegen haar hoofd slaan? Ze deed haar truitje bij elkaar, ze was niet onder de indruk. Ik had mijn telefoon niet op slot gedaan, die zat in mijn broekzak en ging vanzelf verschillende nummers draaien. Ik kreeg iemand aan de telefoon, ging uit de caravan, ik heb het gesprek afgemaakt en gezegd dat ik op een ander moment zou terugbellen. Dat duurde ongeveer 20 seconden.

Zij bleef zitten?

Ja. Buiten zag ik een gereedschapstas staan met tie-rips (plastic klembanden) en gereedschap, ik heb gezegd dat ik haar ging vastbinden, toen zei ze dat ze mij wel wat te vertellen had. Ik heb haar handen op haar rug vastgemaakt. Ik heb haar t-shirt van de achterkant opengeknipt om mijn woorden kracht bij te zetten en heb gezegd: ‘Ik ga foto’s op internet zetten.’

Verder?

Toen begreep ze dat het serieus was, dat ik goed over de rooie was, dat ik pisnijdig was. Ze zei: oké oké, is wel goed, ik zal het wel zeggen, maar dan moet je wel mijn handen losmaken. Aan haar reactie en haar blik kon ik zien dat ze aan het twijfelen was, ze maakte geen bijdehante opmerkingen meer, ze begon op haar lip te bijten en durfde mij niet aan te kijken.

Hoe zat ze erbij? De trui was losgeknipt, de stukken bleven op haar armen hangen? Waarom had u de achterkant eigenlijk ook opengeknipt?

Om mijn woorden kracht bij te zetten. Ik heb haar handen losgemaakt, ze kon weer rechtop zitten, ze lag eerst schuin. Ik zei: ‘Zeg maar’. Ze zei dat ze de scooter echt van haar vader had gekregen. Ze zei dat ze ’t koud had. Haar kleren waren kapot, een stuk beha kwam onder het t-shirt uit, ik ben naar de kapstok gelopen en heb een spijkerjack van iemand anders aan haar gegeven. Ik had mijn doel bereikt. Ze had haar t-shirt aan elkaar geknoopt. Ik zei dat ik blij was dat ze mee wou werken. Ze heef de jas aangetrokken.

En toen?

Ze zei dat de scooter inderdaad van haar vader kwam, dat het niets met mijn geld te maken had, dat was ze kwijtgeraakt. Toen werd er ineens op de deur van de loods geklopt of geslagen, er moest iemand naar binnen toe. Ik schrok ervan, ik had niemand verwacht. Melanie schrok ook. Béng! Béng! Ik keek naar Melanie, ik had het idee dat ze zou gaan gillen.

Waarom? Ze was de hele tijd rustig gebleven. U was niet meer agressief, waarom was u uitgerekend toen bang dat ze zou gaan schreeuwen? Legt u dát nu eens uit!

Dat weet ik zelf ook niet. Ik legde mijn hand op haar mond, drukte haar plat op de bank zodat ze van buitenaf niks konden zien. Er moest iemand naar binnen voor administratief werk.

Dat wist u omdat ze een dag eerder ook was geweest, mevrouw Gina W.

Ja. Ze reed in een rooie jeep en ze heeft geroepen.

U legde de ene hand op haar mond. Welke?

De rechter. Ik deed de hand achter haar hoofd om, ik drukte haar bovenlichaam plat op de kussens van de bank. Met de helft van mijn lichaam ben ik over haar heen gaan hangen. Ik drukte Melanie plat op de bank, maar ik lette niet op haar, alleen op Gina, dat ze weg moest gaan. Ik voelde wel dat ze bewoog onder mij. Dat werd wel minder. Ik zei: ‘Doe nou maar rustig aan, ze gaat zo meteen wel weg, je hoeft niet hard te schreeuwen’. Gina gaat weg, ik laat Melanie los en zeg: sta maar op, ze is weg. Melanie stond niet op, ze verroerde niet meer. Ik had nog niet in de gaten dat ik haar schijnbaar verstikt had. Ze reageerde niet. Ik dacht eerst dat ze een grapje uithaalde, of flauwgevallen was. Ik riep haar naam: ‘Sta maar op, sta maar op!’ Ik heb meteen aan haar pols gevoeld en naar haar borst gekeken of ze nog ademhaalde, maar die ging niet meer op en neer. Ik heb nog mond-op-mondbeademing gedaan, lucht ingeblazen, maar geen reactie. Toen ging de telefoon weer, buiten de caravan heb ik hem opgenomen, gezegd dat ik niet kon bellen, dat ik aan het werk was, terug naar binnen, hartmassage gegeven, maar dat had ik nog nooit gedaan, ik wist niet hoe het werkte, ze bewoog niet meer.

Wat deed u toen? Het was rond half zes. Mevrouw W. was daar om half zes.

Ik was in paniek. Dit was iets wat ik zeker niet wilde. Ik wilde helemaal niet dat er iets met haar gebeurde. De telefoon ging de hele tijd, terwijl ik met mijn gedachten bij Melanie was, dan moest ik die weer te woord staan. Het was wel duidelijk dat Melanie dood was. Ik dacht: straks komt Gina binnen. Ze had haar broer, in Frankrijk, gebeld en die had mij weer gebeld. Ik moest wel opnemen, anders moest ik daar later verantwoording over afleggen.

Ik begrijp dat u haast had om weg te komen.

Ik heb Melanie opgepakt en achter in de auto neergelegd. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik had niet gedacht dat het zo ver zou gaan. Ik was in paniek, tussendoor steeds telefoon, ik moest proberen normaal te blijven praten. Moest ik de politie bellen, of de ziekenwagen?

Ja, waarom deed u dat eigenlijk niet?

Ik had angst en schrik. Er was geen hartslag en ademhaling meer, ik wist helemaal niet wat ik moest doen. Ik zag de mensen al op me afkomen. Ik heb Melanie opgepakt en in de auto gelegd, een stationcar, onder de afdekhoes. Ik ben naar binnen gegaan om het te laten bezinken: hoe nu verder?

Uw eerste reactie was toch: wegwezen hier? Gina kon elk moment komen.

Ik wilde wachten tot het begon te schemeren. Toen ze in de auto lag, kon toch niemand haar zien.

U hebt gewacht tot het schemer en bent naar de bossen gereden. Hebt u nog dingen meegenomen?

Ik heb de beha meegenomen, die was losgegaan. Ik ben richting Lierop/Someren gereden, naar een stuk bos waar ik bekend was. Het begon aardig donker te worden. Ik heb de auto geparkeerd, even gewacht en ben toen uitgestapt. Ik heb rondgekeken naar een geschikte plaats waar ik haar neer kon leggen. Ik deed de achterklep open, de binnenverlichting ging aan, ineens was alles heel verlicht. Ik zag Melanie zo liggen. Ik had net de gedachte dat ik haar hier neer ging leggen, ‘wat moet ik nu doen’, toen de telefoon ging. Mijn vriendin belde. ‘Waar ben je mee bezig en wat praat je zachtjes?’ vroeg ze. Ik heb Melanie uit de auto gepakt, ben een stuk een bospad in gelopen, toen hoorde ik van een afstand van zo’n 25 meter stemmen. Het was dicht bij een boerenerf. Ik heb haar op de grond neergelegd en gewacht tot de stemmen weg waren. Het waren mensen die daar woonden. Ik was in paniek: zullen ze iets gezien of gehoord hebben? Ik probeerde Melanie op te tillen, ik stond te trillen van de zenuwen, ik vond haar gewicht ineens zo zwaar, ik heb haar armen gepakt en aan de zijkant in de struiken gesleept en neergelegd. Ik heb haar toegedekt met takken, dennennaalden en houtafval.

Op enig moment kreeg u de vader van Melanie aan de telefoon.

Dat was toen ik net bij de bossen aangekomen was, ik was net uitgestapt.

Lag Melanie toen nog in de kofferbak?

Ze lag er nog in.

Wat heeft u tegen de vader van Melanie gezegd?

Dat weet ik niet meer. Mijn vriendin belde een paar keer, de vader van Melanie, het was een panieksituatie, ik kon niet meer helder denken.

Ja, meneer H., dat is een heel verhaal wat u vertelt. Het is een van de vele sersies die u over het gebeurde vertelt. De eerste was: ik heb er niks mee te maken. Op 24 september legt u een uitgebreide verklaring af waarin u zegt dat u Melanie vier weken vóór u met vakantie ging zag liggen met onbloot bovenlichaam, dat u opnieuw was begonnen met drinken, dat u door drankgebruik minder remmingen had en steeds seksuele beelden kreeg en fantasieën had over de beelden van Melanie. Dat u op een gegeven moment besloot seks met haar te willen hebben maar u bedacht dat dat nooit op vrijwillige basis zou gaan. U hebt haar met een smoes naar de loods gelokt, zogenaamde om iets te overleggen over een verjaardagsfeestje voor Sharon. U hebt haar direct in de caravan geduwd, vastgebonden en eerst de onderkleding uitgedaan. Daar werd u niet opgewonden van. Toen heeft u haar t-shirt en beha afgedaan, toen raakte u wel opgewonden en moest zij u oraal bevredigen. Pijpen. Toen kwam Gina aan de deur. U hebt haar mond dichtgehouden, ‘toen Gina weg was is ze doorgegaan met pijpen. Toen ik klaar kwam, spuugde ze het uit op het kussen op bank.’ Uw opwinding was weg. U bent één tot anderhalf uur seksueel gericht met Melanie bezig geweest. Melanie zei niks, ze schreeuwde niet, ze huilde niet, u hebt samen een sigaretje gerookt. U hebt haar handen losgemaakt. U hebt haar een jack gegeven omdat ze het koud had. U hebt haar gevraagd achterin de auto te gaan liggen.

In deze en in een andere verklaring zegt u dat ze levend in de laadruimte is gegaan. U bent met haar gaan rijden, u raakte in paniek. Ze heeft gezegd dat u haar maar moest afzetten, dan zou ze zeggen dat ze door een vreemde man naar het bos was gebracht. Ze heeft niet geprobeerd uit de auto te komen. In het bos wordt u door de vader van Melanie gebeld. U ontkent dat u Melanie heeft ontmoet. U rookt een sigaret, zij heeft geplast. U was toen niet van plan haar iets ergs aan te doen. U liep het bospad op, u hoorde stemmen en raakte in paniek. U deed uw hand op haar mond en bent met uw volle gewicht op haar gaan zitten, ‘ze wilde als een slang onder mij uit kruipen. Op een gegeven moment was er geen beweging meer.’ U realiseerde zich dat ze dood was.

Bij de rechter-commissaris heeft u ook deze verklaring afgelegd. Op 5 en 6 oktober zegt u: het is niet zo gegaan, Erwin W. heeft het gedaan. Er was een ripdeal waar Melanie bij betrokken was, Melanie was met een smoes naar de loods gelokt, ik heb Melanie laten vertellen wie er nog meer bij waren betrokken. Eerst zegt u dat er toen geen seks is geweest, later dat u wel een keer bent klaargekomen, maar dat u zichzelf had afgetrokken. U bent met Erwin W. naar het bos gegaan en daar heeft u gezien dat Erwin W. Melanie heeft vermoord. De politie doet onderzoek en dan blijkt dat Erwin W. op dat moment op vakantie in Egypte was. Dan zegt u: ik blijf bij mijn vorige verklaring.

In de verslagen van de psycholoog en de psychiater herken ik wat u op de zitting hebt verteld, behalve dat u daarvoor ook een relatie met Melanie heeft gehad.

Waarom zou ik nu uw laatste verklaring wel moeten geloven en uw eerste niet.

Ik ben wel neergezet als leugenaar.

Als een pathologische leugenaar. U móet liegen, dat is een automatisme bij. Zoals andere mensen in het water gaan en vanzelf beginnen te zwemmen, zo liegt u. (Gelach in de zaal)

Ik kan goed liegen, ja.

Waarom legde u die eerste verklaring af? Die is veel belastender dan wat u nu vertelt. Daar gaat ze levend in de kofferbak, is er sprake van verkrachting. Waarom kwam u met zo’n verhaal, waarom toen niet het verhaal dat u vandaag vertelt?

Ik zou te allen tijde in relatie worden gebracht met een minderjarige, ze zouden me nawijzen als pedofiel en kinderverkrachter.

Pijpen is toch net zo erg? Ik begrijp het niet.

Zo probeerde ik te voorkomen dat ze mij als pedofiel gingen zien.

Maar u laat zich wel door een minderjarige pijpen. Ik begrijp het niet.

Ik wil niet met modder naar Melanie gooien, het zijn mijn fouten. Anderen vertelden over haar dat zij met oudere mannen omging.

Nu vertelt u dat wel, als verrassing. Waarom nu wel?

Ik heb geen relatie meer, ik heb alles verloren. De reacties van andere mensen... In de bajes gaan ze je lynchen, je wordt kapotgemaakt, je beseft niet wat voor impact de verklaringen hebben, ik wilde niet dat ze mij als pedofiel gingen zien. Het verhaal over de verkrachting is ingeslagen als een bom, ik vond dat op tafel moest komen zoals het gebeurd is.

In de caravan is op het bed sperma aangetroffen waarvan het dna terug te voeren is op Peter H. en speeksel dat afkomstig was van Melanie. Hoe is dat te verklaren, als er op die donderdagavond op seksueel gebied niks is gebeurd?

Dat was van dinsdagavond.

De rechter is niet van plan alle verklaringen door te nemen, ‘dan zijn we morgenochtend nog bezig’, ze noemt een aantal conclusies. Zo is er een getuige die een auto de loods binnen heeft zien rijden. Het lichaam van Melanie is op 22 september gevonden. Uit de sectie viel niet veel op te maken omtrent de doodsoorzaak, het lichaam had veertien dagen in het bos gelegen, bij temperaturen tot 28 graden. Er zijn in elk geval geen tekenen van ‘uitwending mechanisch geweld’ geconstateerd: verstikking is de meest voor de hand liggende verklaring.

De mobiele telefoon van Peter H. is van kwart over vijf tot tien voor acht getraceerd in de loods. Tussen 20.17 uur en 20.34 uur zijn er elf gesprekken gevoerd in de buurt van de Lieropse hei. In totaal was hij daar dus zo’n vijf kwartier.

Waarom zo lang?

Ik heb eerst in de auto gezeten, in paniek en stress. Ja, en wat ga je straks thuis vertellen. Ik weet niet dat ik daar zo lang ben geweest.’

Over uw drankgebruik. U had donderdag wel gedronken. In het verleden speelde er alcoholisme. Had u een alcoholprobleem?

Op het moment dat het gebeurde had ik geen alcoholprobleem. Ik had donderdagmorgen wel wat gedronken.

U heeft ook in een verklaring gezegd dat u het alcoholprobleem had verzonnen om als een seksueel gefrustreerde alcoholist over te komen.

Twee andere rechters stellen aanvullende vragen.

U maakte de afspraakjes met Melanie bij u thuis. Hoe ging dat?

Als zij bij mij in huis was en mijn vriendin was met de kinderen bezig, dan waren er mogelijkheden genoeg. Het ging niet telefonisch, omdat ik zo gecontroleerd werd.

Als ik uw verklaring nu hoor, lijkt het meer een ongeluk. Je zou denken: dat zeg ik dan meteen tegen de politie.

Ik wist dat wat ik ook zou verklaren, ik was toch verantwoordelijk, ik zou toch zwaar voor de bijl gaan. Op de dag dat Melanie stierf, was mijn leven ook voorbij. Het maakte voor mij toch niets meer uit, maar ik wilde mij niet neerzetten als een pedofiel, voor mijn omgeving, ik wilde niet in die hoek worden gezet. Een pedofiel komt nooit meer vrij en die mag niks met kinderen te maken hebben.

Als kinderverkrachter of pedofiel heb je in de gevangenis een probleem. Maar zoals u het eerst vertelde, dan bént u een kinderverkrachter. Waarom kwam u toen dan toch met het meest slechte verhaal voor uzelf?

Dat had ik voor mezelf zo bedacht, ik had twee weken met de gedachten gestoeid. Als ik alles bij elkaar zou moeten liegen, dan zou ik niet toegeven dat ik een relatie had met een minderjarige. Ik ben me zelf gaan melden, ik had last van mijn geweten, de mensen moesten toch weten wie het gedaan had.

De rechters begrijpen het niet, Peter H. wil overleg met zijn advocaat, mr. Henk van Dijk. Er wordt geschorst, daarna vertelt de advocaat dat zijn cliënt door de vragen in verwarring is gebracht, maar dat hij blijft bij de verklaring die hij vandaag heeft afgelegd: "Zo is het gegaan."

Behalve de moord op Melanie worden Peter H. nog twee feiten ten laste gelegd. Het gaat om twee inbraken. Op het oog vrij onschuldig, maar het lijkt erop dat er op z’n minst één jonge vrouw ternauwernood aan verkrachting – en misschien erger - is ontkomen.

In april 2006 wordt Peter H. aangehouden in een tuin in Mierlo. Zelf zegt hij dat hij op zoek was naar drank, maar dat hij die niet kon vinden. Terwijl er buiten wel degelijk heel dichtbij waar hij zat een krat met bier stond. Ook had hij de lichtsensor in de achtertuin afgeplakt met tape. De jonge vrouw die in het huis woonde, had die avond een stationwagen vier of vijf keer door de straat zien rijden. Ze had bezoek van een vriend, die tegen half twaalf wegging. Kort daarop drong Peter H. de tuin binnen. De vrouw belde de politie en Peter H. werd aangehouden.

Zeker gezien het strafblad was het verontrustend. Vanaf 1981 is hij verscheidene keren veroordeeld voor verkrachting en diefstal. De slachtoffers waren volwassen vrouwen die in hun eigen woning werden overvallen.

In 1990 is H. veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf en tbs. In juli 2002 is de tbs met één jaar verlengd, in 2003 is deze beëindigd, na een gunstige rapportage door het Pieter Baan Centrum in Utrecht, zeer tegen de zin van de psychiaters van de Van Mesdagkliniek in Groningen.

De rechter vraagt wat Peter H. zelf vindt van de rapporten die nu over hem zijn uitgebracht.

Er staat veel onzin in. Voor het milieu-onderzoek zijn mensen benaderd die mij al 25 jaar niet meer gezien of gehoord hebben.

En de conclusies over uw stoornis?

Daar ben ik het niet mee eens. Er is te veel naar oudere rapportages gekeken in plaats van naar mijzelf, het sluit aan op de rapporten uit de Van Mesdagkliniek uit 1991.

De verhouding van Peter H. met zijn vader is al sinds zijn jeugd verstoord, vanaf zijn zeventiende hebben ze geen contact meer. In 1992 zit H. in de Van Mesdagkliniek in Groningen. Hij weet te ontsnappen en vlucht naar Kroatië. Daar wordt hij opgepakt voor een verkrachting en uitgeleverd naar Nederland.

In 1996 is hij terug in de Van Mesdag. In 1998 krijgt hij een relatie met Henriëtte van Bakel. De Van Mesdag wil zijn tbs met twee jaar verlengen en hem overplaatsen, maar H. is het daar niet mee eens. Het Pieter Baan Centrum doet onderzoek en geeft het advies de tbs met één jaar te verlengen en de dwangverpleging te beëindigen. In juli 2003 komt hij vrij. Hij blijft onder toezicht, maar alles lijkt goed te gaan, de reclassering ziet geen bijzonderheden en is zeer tevreden.

Op 19 juli 2002 krijgen Henriëtte en hij samen hun eerste kind, in 2004 hun tweede. H. kan deze verantwoordelijkheid niet aan en vlucht in alcoholgebruik. Er is een paar keer sprake van een intakegesprek bij een kliniek, maar dat komt er niet van: hij denkt dat hij het op eigen kracht ook wel kan. Het alcoholgebruik wordt wel in probleem in hun relatie en in februari 2006 zet Henriëtte hem de deur uit. In mei mag hij weer terugkomen, ‘het ging weer goed’, zegt hij zelf.

Bij de observaties tijdens het psychiatrisch onderzoek gebeurt er iets merkwaardigs. Hij klaagt over een ontsteking en er worden voorbereidingen gemaakt om hem in een ziekenhuis te laten onderzoeken. Op het laatste moment weigert hij mee te gaan. Justitie heeft dan al voor 5000 euro aan kosten gemaakt.

Wat blijkt?

In het verleden is hij op deze manier een keer ontsnapt, ook door een ontsteking voor te wenden en in het ziekenhuis de benen te nemen. Dit keer zou er zeer strenge bewaking zijn, een ontsnappingspoging was kansloos. Ook werd in twee cellen waar hij had verbleven geconstateerd dat er schade was aan het raamkozijn, alsof iemand had geprobeerd dit los te maken. H. ontkent.

De psycholoog constateert dat H. zeer overtuigend kan overkomen. Over zijn jeugd wordt gezegd dat hij zich achtergesteld voelde bij zijn vier broers en dat er sprake is geweest van seksueel misbruik. Liegen is bij hem zo prominent aanwezig dat het deel is gaan uitmaken van zijn persoonlijkheid, zijn identiteit. Hij heeft een gestoorde seksualiteitsbeleving, maar is geen pedoseksueel. Hij heeft een drang om iets verbodens, spannends en destructiefs te doen. Het om het leven brengen van Melanie was een ultieme poging om de kwijtgeraakte regie terug te krijgen.

De psychiater noemt hem een kameleon: hij past zich voortdurend aan om te overleven. Liegen is structureel, hij is egocentrisch en kent geen spijt of berouw. Voor de dood van Melanie is hij verminderd toerekeningsvatbaar, de kans op herhaling wordt groot geacht, vandaar het advies: tbs. Niet omdat er veel succes te verwachten valt van de behandeling, maar vooral vanwege de grote kans op herhaling.

Een van de rechters vraagt: ‘Ziet u zichzelf als iemand die ziek is, die een psychische stoornis heeft?’

‘Nee, aan iedereen is wel wat op of aan te merken.’

De familie Sijbers krijgt schadevergoeding toegewezen: de begrafeniskosten, van 4876 euro. De moeder van Melanie krijgt 199 euro toegewezen voor reiskosten naar het mortuarium en de vindplaats en een bloemstuk. Peter H. heeft geen geld, maar zijn auto zal verkocht worden, van de opbrengst kan de claim waarschijnlijk worden voldaan.

Melanie’s zus Angela wil gebruik maken van het spreekrecht, maar dat gaat niet helemaal goed. De rechter legt uit dat ze zich tot de rechtbank moet richten en dat het alleen mag gaan over hoe ze zich als nabestaanden voelen.

Angela begint met: "Beseft u wel wat u gedaan hebt?" en vraagt: "Mag ik hem ook aankijken?" De rechter zegt: u mag zich niet tot de verdachte richten. "O jammer," zegt Angela. Ze leest verder en vraagt zich af ‘of hij wel beseft wat hij ons en zijn eigen kinderen heeft aangedaan. Als ze dit te horen krijgen, dat hij een meisje van vijftien jaar..."

De rechter onderbreekt haar opnieuw. "Ik snap wel dat het moeilijk voor u is, maar het spreekrecht is ervoor bedoeld dat nabestaanden zich uitlaten over de gevolgen voor henzelf." Angela: "Dan houdt het op. Ik vind het een beetje krom allemaal. Hij heeft dat gedaan, wij toch niet? Het is een beest, een monster."

De officier van justitie gaat in haar requisitoir het hele verhaal nog eens bij langs. Enkele opvallende punten: op de dag na Melanie’s verdwijning wordt er – volgens Peter H. op initiatief van zijn vriendin Henriëtte – een vals alibi in elkaar gedraaid: Peter zou met twee vrienden zijn wezen vissen. Dat alibi gebruikt hij ook als hij op vrijdag bij de politie een verklaring aflegt. Het duurt even voor de politie in de gaten heeft dat ze voor de gek zijn gehouden en dat iedereen heeft zitten liegen. Peter H. is dan inmiddels gevlogen: hij is ondergedoken en zit in het buitenland. Als de politie hem meteen had vastgehouden, was Melanie ongetwijfeld eerder gevonden.

De officier haalt aan dat H. al langere tijd weer meer was gaan drinken, ‘door dat gezuip kwamen er andere gevoelens boven.’ Bij de politie verklaarde hij dat Melanie vier weken voor de vakantie bij Sharon - zijn stiefdochter - had gelogeerd. Ze lag te slapen, met onbloot bovenlichaam. Aanvankelijk riep dat, volgens hem, niet meer op dan: wat een knappe meid. Na drankgebruik komt het beeld van Melanie met de blote borsten af en toe terug. Hij hoort verhalen over Melanie, het beeld van haar wordt steeds opwindender: hij ziet haar niet meer als tiener, maar als een volwassen vrouw waar hij seks mee wil. Stiekem masturbeert hij met haar beeld voor ogen en als hij de liefde bedrijft met Henriëtte, denkt hij aan Melanie.

Het wordt een obsessie: hij droomt ervan dat ze hem met de hand of oraal bevredigt. "Het vaginale gedeelte interesseer me niet bij een vrouw," zegt hij. Het beeld van het ontblote bovenlichaam komt steeds naar boven, maar eerst is het vakantie, de gevoelens verdwijnen een paar weken naar de achtergrond.

Meteen na terugkomst steken ze in alle hevigheid de kop op en hij bedenkt een manier om met haar in contact te komen. "Ik wist dat dit niet vrijwillig zou lukken. Ik heb er helemaal niet aan gedacht om haar op vrijwillige wijze te versieren." Het idee zou pas op donderdagmorgen zijn ontstaan, daarvóór had hij er alleen maar over gedacht en gefantaseerd. Hij koopt sterke drank bij een slijter, de beelden komen scherp terug. Nu moet hij nog een smoes verzinnen om haar mee te krijgen. Een verhaal over een verjaardagsfeestje voor Sharon, daar zal ze wel intrappen. Ze spreken af bij het Avia-benzinestation, op loopafstand van Melanie's ouderlijk huis.

Melanie denkt dat ze naar de ruimte rijden waar het feest zal worden gehouden, maar zodra de auto de loods is binnengereden is er al geen weg terug meer. Hij blijft tegen haar praten, zodat ze niet kan horen dat hij de deur van de loods op slot doet. Hij laat de sleutel erin zitten, zodat er niemand kan binnenkomen. Hij sleurt haar direct mee naar de caravan en gooit haar voorover op het bed, haar handen maakt hij vast op haar rug. Eerst doet hij haar laarzen, spijkerbroek en string uit en gaat tussen haar uit elkaar liggende benen zitten met het doel haar vaginaal te penetreren, maar de verwachte opwinding komt niet. Met een schaar knipt hij haar bovenkleding los. Hij draait haar op haar zij. Ze is dan helemaal naakt en dan krijgt hij wel een erectie. "Ik wilde dit doen omdat ik een beeld had van haar bovenlichaam. Ze moest me oraal bevredigen."

Dan komt Gina aan de deur. Ze stoppen even, hij houdt met zijn hand Melanie’s mond dicht zodat ze niet kan schreeuwen. Als Gina weg is, gaan ze door tot hij klaarkomt. Het sperma komt in haar mond en deels op de bank. Melanie spuugt het uit op een kussen. De opwinding maakt plaats voor paniek. Melanie schreeuwt niet en ze zegt niets, ze vraagt of ze mag roken. Dat doen ze samen, in de caravan. Ze kleedt zich aan en krijgt een jack, omdat ze het koud heeft. Hij vraagt dan of ze achter in de Opel Vectra wil gaan liggen. Dat doet ze, H. doet de rolhoes eroverheen en bindt haar handen vast.

Wat nu?

Melanie had gezegd dat hij haar maar bij een bos moest afzetten, dan zou ze zeggen dat ze door iemand anders de bossen was ingetrokken, maar Peter H. twijfelt of ze zich aan haar woord houdt en hem toch niet zal verraden. Hij rijdt richting Mierlo, naar een plek die hij nog kent van vroeger. "Ik had niet de intentie haar van het leven te beroven," zegt hij, maar hij weet niet wat hij wél van plan is. Dan belt Henriëtte. Ze zegt dat de vader van Melanie heeft gebeld. Hij moet ontkennen dat hij Melanie heeft gezien. Hij belt Melanie’s vader inderdaad.

Hij stopt in het bos. Melanie wil even plassen, hij maakt haar tie-rips los. Daarna gaan ze samen een eindje wandelen. Melanie vraagt een paar keer: ‘Je doet me toch niets ernstigs aan?’ Hij zegt dat hij dat niet zal doen. Ineens hoort hij stemmen. Hij raakt in paniek en is bang dat Melanie toch zal gaan schreeuwen. Hij legt zijn hand op haar mond en drukt haar naar de grond. Met zijn honderd kilo gaat hij op haar onderrug zitten en buigt zich naar voren, hij drukt haar plat tegen de grond. Met zijn linkerhand duwt hij tegen de achterkant van haar hoofd. "Ik weet niet hoe lang dit duurde, maar ik heb die stemmen zeker een paar minuten gehoord."

Als hij Melanie’s dode lichaam heeft verstopt, gaat hij naar huis. De volgende morgen is hij al weer vroeg in de loods om spullen op te ruimen en sporen weg te werken. Hij gaat terug naar het bos om te kijken of ze goed is verborgen, onderweg gooit hij haar mobiele telefoon uit de auto. Hij draagt een groene overall, om niet op te vallen in het bos. Daarna gaat hij naar de Avia-pomp om te vragen of het mogelijk is beelden van de bewakingscamera te wissen, hij had wat gerommeld met een jong meisje, of dat er niet af kon.

Hij meldt zich ook bij de politie om een verklaring af te leggen. Op initiatief van Henriëtte (zegt hij) is er een alibi in elkaar gedraaid: hij zou samen met twee vrienden aan het vissen zijn geweest. Vervolgens houdt hij zich twee weken schuil in het buitenland. Hij stuurt Henriëtte op 19 september een brief waarin hij schrijft dat hij niets met de verdwijning van Melanie te maken heeft, maar dat hij wacht tot ze terug is, dan hoeft hij ook geen verklaring af te leggen over die donderdag.

De officier van justitie bespreekt het rapport van de psychiater en de psycholoog. Peter H. is een psychopaat, hij wordt in beslag genomen door het verdriet over wat hij zelf heeft verloren. Hij gaat als een roofdier op zijn prooi af. Bij de eerdere slachtoffers is er agressie, gevoed door wraakgevoelens. Het gaat hem om de volledige macht: vastbinden, het afdekken van het hoofd, hij heeft een gestoorde seksualiteitsbeleving, die is gekoppeld aan macht en agressie.

De poging tot inbraak bij de alleenwonende vrouw ziet ze als voorloper van de gebeurtenissen van september 2006. Zijn drang loopt steeds verder op, het wordt een daad van macht, seks en agressie. Het doden van het slachtoffer heeft als doel: uit een benarde situatie raken. Ook het hebben van de regie, de controle, is onontbeerlijk.

De psychiater krijgt als eerste indruk dat de verdachte pijn lijdt, als hij klaagt over een ontsteking, maar het blijkt dat hij in 1988 soortgelijke klachten heeft gehad en dat hij dat toen heeft gebruikt om te ontvluchten. Hij is steeds op zoek naar ontsnappingsmogelijkheden. Terugkijkend op het rapport van de Van Mesdagkliniek zegt hij dat hij nooit 100 procent met de billen bloot is gegaan, "ik houd een klein gedeelte voor mijzelf, ik wil iets van vrijheid houden." En hij zegt: "Ik weet dat ik goed kan liegen, mijn leven is gebaseerd op leugens."

Seks speelt bij hem een opvallende rol, het draait om macht, controle, vernedering en wraak. Opvallend is ook dat hij zich door niets van zijn plan laat afbrengen.

Ze eist een gevangenisstraf van 18 jaar plus tbs, met als voorwaarde dat pas na 12 jaar celstraf met de behandeling mag worden begonnen.

Advocaat mr. Henk van Dijk voert aan dat er geen sprake is van moord: het was niet de bedoeling van zijn cliënt Melanie te doden, hij wilde haar alleen het spreken beletten. Hij vraagt zich af waarom de rechtbank het psychiatrisch rapport heeft laten opmaken door het Pieter Baan Centrum, dat eerder zo had misgekleund. Het lijkt wel of men nu wraak wil nemen: in 2002 was volgens de deskundigen de kans op herhaling verwaarloosbaar, nu doet men er alles aan om H. in een zo kwaad mogelijk daglicht te stellen en zo’n sombere prognose te schetsen dat er nauwelijks een andere conclusie mogelijk is dan dat H. de kliniek niet meer levend zal verlaten.

peterh

In zijn slotwoord zegt Peter H. zelf:

"Als het kon zou ik mijn leven willen geven voor haar, maar wat ik ook doe, hoeveel pijn of ellende ik krijg, ik kan het niet terugdraaien. Ik heb er heel veel spijt van." Als hij de streng beveiligde zaal wordt uitgebracht, klinkt het van de publieke tribune nog: ‘Moordenaar!’ Even krimpt hij ineen. Voorlopig zullen ze hem niet meer zien, hij heeft al laten weten niet bij de uitspraak, op 29 maart, aanwezig te willen zijn.

Meer informatie over psychopaten: Wie is hier de psychopaat?

Column 'Een liegbeest' (www.bepster.com)

AANVULLING D.D. 18 AUGUSTUS 2007

wies

In juli 2007, naar aanleiding van een mislukte poging van Peter H. te ontsnappen uit de gevangenis Overmaze in Maastricht, geeft een vorig slachtoffer een interview aan Fleur Besters van het Eindhovens Dagblad. Het artikel verschijnt later in andere kranten die zijn aangesloten bij de GPD. Een korte samenvatting van dit artikel staat hieronder.

Terug naar dagboek van woensdag 23 maart 2007

Op 27 juli 1988 sluipt Peter H. ’s nachts de woning van Wies de Win in Mierlo binnen. Wies kent hem vaag als ‘Peer’, via de dochter van haar toenmalige vriend. Peter H. is dan 23 jaar. "Hij sprong ineens op me. Het eerste dat ik dacht was: ‘Dit is een grapje’. Maar het bleef donker en hij duwde meteen een arm over mijn ogen." De gebeurtenissen van die nacht tonen grote overeenkomsten met de andere zedendelicten van Peter H. Het opengesneden T-shirt, ook dat lot trof Melanie Sijbers. "Ik dacht dat ik dood zou gaan. Het enige dat dan nog telt is je overlevingsmechanisme. Ik vroeg hem nog waarom hij dit deed, met een oudere vrouw. Ik vroeg hem waarom hij geen vriendin van zijn eigen leeftijd zocht. Zijn geur, daar heb ik nog jaren last van gehad. Een soort boerenkool stamppotlucht. Ik ruik het nu nog wel eens."

In totaal is H. die nacht zes uur lang in haar huis geweest. Na twee weken wordt hij. Wies wil niet meer in het huis wonen, ze verkoopt het met verlies en verhuist naar haar vriend in Amerika. Die relatie loopt stuk: ze huilde te veel.

Peter H. krijgt vier jaar cel en tbs, maar na een maand weet hij te ontsnappen: hij zegt dat hij ziek is en ontsnapt tijdens het transport naar het ziekenhuis. Een jaar later belt de recherche dat hij opnieuw is ontsnapt, dit keer uit de Koepel in Breda. De recherche zegt: "Zijn manier van werken is dat hij altijd teruggaat naar eerdere slachtoffers."

Na een volgende ontsnapping, uit de Van Mesdagkliniek, vraagt ze de kliniek om ingelicht te worden bij een nieuwe vluchtpoging, maar de privacy van de dader gaat boven het belang van het slachtoffer.

Tijdens een begeleid verlof belt Peter H. naar haar huis: hij wil een afspraak maken. In 2000 fietst hij door Mierlo: hij is vrij en sticht een gezin in Geldrop, haar geboortedorp.

wies2

In 2006 wordt Melanie Sijbers vermist. "Ik heb altijd tegen de recherche gezegd dat als hij ooit vrij zou komen, hij de volgende zou vermoorden. Toen ik het van Melanie hoorde, moest ik direct aan hem denken. Zo van: het zal die malloot toch niet zijn." Als ze hoort dat hij het wél is, kan ze dagenlang alleen maar huilen: "Ik weet wat Melanie heeft doorgemaakt.

Het gevoel dat iemand anders kan bepalen of jij blijft leven of dood gaat. Ik ben naar de begrafenis geweest."

Haar trauma keerde in volle omvang terug, maar Slachtofferhulp kan niets doen: het is verjaard. "Hij zit in een dure kliniek voor onderzoek en voor mij is geen hulp. Ik wil geen geld, ik wil hulp (...) Het gevoel dat hij opnieuw kan ontsnappen, dat blijft er altijd, onderhuids."

Een interview met Wies de Win is ook te zien op de site van Omroep Brabant

 

 

Mijn complimenten.

Geplaatst door: | 21 maart 2007 om 9:36

zum kotzen!!

Geplaatst door: connie | 21 maart 2007 om 14:08

Bedankt voor deze uitgebreide en indrukwekkende verslaggeving van het verhoor. Als moeder lees ik dit met veel emotie. Toen ik hoogzwanger was, was Nienke Kleiss net vermoord. Hier heb ik nachtmerries van gehad, op wat voor een wereld zet ik mijn kind neer? Nu weer, op wat voor een wereld heb ik mijn kind gezet? Psychopaten zullen er altijd zijn, het gaat om goede begeleiding, danwel behandeling en toezicht. En dat schijnt anno 2007 in NL niet mogelijk te zijn.

Geplaatst door: Mookie | 23 maart 2007 om 1:13

dat is toch nii normaal geef hem maar leveslang of de doodstrtaf dat doe je toch niet pedofiel dat hij is hij liegt van alle kanten mijn vriendin kent melanie en zei is helemaal niet zoals hij zegt hij lult uit z,n nek

Geplaatst door: mops123 | 7 september 2007 om 21:17

hoe kon die gek dit nou doen ik ken melanie en zei is niet zo als die vet verklaarde hij is gek en hoort in een inrichting voor gekke nee erger hij hooort gewoon niet in de wereld en weet je melanie zat op pcnuenen en daar zit ik nu ook op en iedereen is nog steeds geschrokken van wat er met haar is gebeurd mensen nog zwaar bedroefd die man heeft een leven van iemand kapot gemaakt niet een leven maar meer door dit te doen hij moet weg voor goed die lieg beest melanie zou nooit zelf dit willen dus weg met die gek:@

Geplaatst door: anoniem (S) | 7 september 2007 om 21:25

"Na een volgende ontsnapping, uit de Van Mesdagkliniek, vraagt ze de kliniek om ingelicht te worden bij een nieuwe vluchtpoging, maar de privacy van de dader gaat boven het belang van het slachtoffer."

Dit soort waarheden doen mij walgen ? En dan durven we wel bijvoorbeeld Amerika te beschuldigen van een verdraaid rechtsysteem maar hier is het NIET ZOVEEL BETER.

Echt serieus, dit is toch van den zotte. En dan is ie ook nog eens meerdere malen veroordeeld voor hetzelfde feit. Privacy ? Flikker toch op.

Geplaatst door: Mark | 6 januari 2008 om 14:19