Header image  
logo2
logo3
 
 

De moord op Suzanne Wisman-III

De moord op Suzanne Wisman III (vervolg)

Deel II eindigde met het overrijden van Suzanne. Henk van D. is twee keer over haar heen gereden, maar tijdens het proces zegt hij dat hij zich dat niet meer herinnert. Advocaat Klopstra vraagt of de zitting enige tijd geschorst kan worden, hij wil graag even met zijn cliënt van gedachten wisselen. Het is dan rond twaalf uur, er volgt meteen een lunchpauze tot één uur. De zitting wordt hervat met de vraag: bent u er wel of niet overheen gekomen, een eerste of een tweede keer? In de pauze is het geheugen van Van D. aanmerkelijk opgefrist:

Van D.: Allebei.

Rechter:(mr. J.J. Schoemaker) Waarom?

Van D.: In verband met de scheldpartij.

Rechter: Niet vanwege het wegmaken van sporen?

Van D.: Nee.

Rechter: Had ze niet een beetje recht op u uit te schelden?

Van D.: Het lag bij mij heel gevoelig.

Rechter: Wat heeft u met de fiets gedaan?

Van D.: Die heb ik eraf gehaald en bij de Dreef in de berm gegooid.

Rechter: En de plastic zak?

Van D.: Die heb ik daar ook heen gegooid. Uit de auto, samen met de fiets.

Rechter: Waar lag die plastic zak?

Van D.: Voor de passagiersstoel.

Rechter2: Wanneer zag u die?

Van D.: Bij het wegrijden. Een heel stuk verder heb ik de fiets eraf gedaan.

Rechter: Waarom heeft u de fiets en de tas weggedaan, was daar een reden voor?

Van D.: Nee. Ik weet niet of ik het tegelijk heb gedaan.

Rechter: het was niet tegelijk.

Van D.: Dat kan.

Rechter: U bent toen verder gereden en heeft de nacht in de camper doorgebracht.

De rechter neemt dan nog enkele andere aangiften tegen Henk van D. door, zonder ze te benoemen, alleen met nummers: één tot vijf. Uit een reportage van RTV Drenthe blijkt dat het gaat om aangiftes wegens geweld en mishandeling door zijn eerste echtgenote, Andrea Jongman, zijn dochter Nicole en door de buren, de familie Ophof. De mishandeling van zijn echtgenote ontkent hij. Van D. is in 2003 en 2005 veroordeeld door de politierechter wegens mishandeling.

De moeder van Suzanne, Natasja Olinga, krijgt gelegenheid een verklaring voor te lezen.

"Suzanne was een mooie lieve meid van twaalf jaar, aan het begin van haar puberteit, vol levenslust en vrolijkheid. Ze wilde zelf mama worden. Toen ze negen jaar was, ging ze met een vriendinnetje mee naar paardrijden. Dat was haar lust en leven, ze wilde later zelf paarden hebben. Die avond was ze net klaar met paardrijden, ze had nog even lekker drinken en snoep gekocht.

Wij zaten thuis te wachten.

We wisten dat er iets fout was, we durfden zelf niet te gaan zoeken.

Toen de politie kwam en we een foto van haar laten zien, konden ze niet zeggen of zij het Suzanne was die ze hadden gevonden, zozeer was ze toegetakeld, maar we zagen aan de ogen van de agent dat het Suzanne moest zijn.

Mijn wereld stortte in.

De ergste nachtmerrie, dat is nog veel te zwak uitgedrukt.

Wat haar is aangedaan, dat kan ik niet begrijpen. Hoe kan iemand zulke vreselijke monsterachtige dingen doen met een kind?

Ik probeer me voor te stellen wat voor gevoel ze gehad moet hebben, als ik erbij was geweest. Ik had met haar mee kunnen huilen, haar willen beschermen voor de afschuwelijke pijn en angst die ze nu heeft moeten meemaken.

Hoe ik verder moet leven weet ik niet, het is of ik van afstand naar de wereld kijk, het is één groot zwart gat. Elke dag gaat de zon weer op, elke dag is een wreed gevecht dat ik maar weer aan moet gaan.

Ik hield zo verschrikkelijk veel van Suzanne, het is onmogelijk hiermee om te gaan, ik zal het nooit accepteren. Nog iedere dag hoop ik dat ze thuiskomt, om de hoek komt fietsen, zodat alles weer als vroeger wordt.

Ik kan alleen slapen als ik denk dat Suzanne op bed ligt. Ik droom vaak dat Suzanne weer thuis komt, maar bij het wakker worden is de leegte in alle hevigheid aanwezig. Het is onmenselijk.

Suzanne heeft een broertje van 10. Hij heeft het niet gemakkelijk, heeft adhd . Hij wil alles weten. We vertellen hem alles. Suzanne is altijd zijn grote zus en steun geweest, zij accepteerde hem.

Ik heb altijd meer dan één kind gewild, omdat ze elkaar kunnen steunen en helpen. Ik heb mijn zoon moeten vertellen dat zijn grote zus er niet meer is, ik zie hem worstelen met zijn verdriet. Dit verscheurt me.

Uit alle informatie die we hebben weten we dat de verdachte zichzelf als slachtoffer beschouwt. Kwaad zijn we, woest, verdrietig, vol ongeloof, verslagen omdat hij Suzanne haar toekomst heeft ontnomen. Mijn radeloosheid en onmacht kan ik alleen maar verbijten, het liefst zou ik het recht in eigen hand nemen en hem pijn willen doen, zoals hij Suzanne pijn heeft gedaan, maar dat kan niet, daarvoor zijn we volledig afhankelijk van anderen, we kunnen alleen aan de zijlijn kijken."

Voor de manier waarop de media ermee zijn omgegaan, heeft ze geen goed woord over.

"Alle grenzen van fatsoen zijn overschreden. Zo werd ik gebeld door een journalist die vond dat ik na een paar dagen dit toch wel verwerkt moest hebben. Er is respectloos met ons verdriet omgegaan, we hebben rust nodig, maar de pers lijkt ons dit niet te gunnen. Ik wil daar nog aan toevoegen wat ze gisteravond hebben uitgezonden op RTV Drenthe, waarbij ze zonder onze toestemming beelden van Suzanne hebben gebruikt die ik nog niet eens gezien heb, ik vind het verschrikkelijk."

De rechter vertelt dat de familie een vordering van 39000 euro heeft ingediend, voor reiskosten, afscheidsbegeleiding, het oprichten van een beeld en smartengeld.

Hij neemt het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut door, over bloed- en andere sporen. Dan richt hij zich tot de verdachte.

"U heeft het verhaal van de moeder van Suzanne gehoord. Uit het dossier blijkt dat u regelmatig heeft gehuild, ook om uzelf, uit zelfbeklag: ‘Waarom moet mij dit overkomen?’ Nu heb ik nog geen traan zien laten, terwijl we de meest vreselijke dingen voorbij hebben zien komen. Toen ik het las had ik ongelooflijk veel medelijden met Suzanne, ik heb het af en toe opzij gelegd omdat ik het even niet kon bevatten. Heeft u ooit medelijden gehad met Suzanne of haar nabestaanden?

Van D.: Ik heb wel nagedacht.

Rechter: Had u groot verdriet?

Van D.: Zeker wel.

Rechter: Wanneer?

Van D.: Vanaf dat ik vast kwam te zitten

Rechter: Was dat geen verdriet om uzelf?

Van D.: Ook om het meisje.

Rechter: Het verbaast mij dat u beetje emotieloos blijft.

Van D.: Zo voel ik dat aan mijn binnenzijde niet, maar toe maar.

Advocaat Klopstra heeft wijkagent De Ridder als getuige laten oproepen om te vertellen over een burenruzie waarbij de hulp van de politie was ingeroepen. Het ging over een ernstig conflict met de buren. De agent vertelt dat Van D. helemaal ‘door het lint’ was.

"Hij was ontzettend boos en gaf aan dat als we er niks aan deden, hij iemand dood zou maken. Als hij daar een paar jaar voor moest zitten, dan was dat maar zo, maar nu was het afgelopen. De buren hadden een bord met ‘Vuile pedofiel’ voor het raam laten zien.

Advocaat: Was hij aanspreekbaar?

Agent: Heel moeilijk. Carola was in huis en zijn zoon. Gezamenlijk hebben we geprobeerd hem wat rustiger te krijgen, daar zijn we behoorlijk lang mee bezig geweest, een kwartier, een half uur.

Advocaat: Had u het idee dat als u er niet zou zijn geweest, dat het fout was gegaan?

Agent: Ja.

Advocaat: Had u het idee dat Van D. een zekere beredenering had, of door het lint was, was hij 'weg'?

Agent: Dan ik niet beantwoorden, hij was heel erg boos.

Advocaat: Ontbrak de logica?

Agent: Het was hem niet aan verstand te brengen wat de gevolgen van daad zouden zijn als hij naar de buurman zou gaan.

De rechter neemt dan het rapport van het Pieter Baan Centrum door. Toen Henk een jaar of vier, vijf was werd er epilepsie bij hem geconstateerd. Vanaf die tijd is hij voor een groot deel opgevoed door zijn grootouders, hij moest naar een rustige omgeving.

Hij heeft onderwijs gevolgd, verschillende banen gehad, een ongeluk gehad waarbij hij zijn been heeft gebroken. In 1981 kreeg hij kennis aan Andrea Jongman, daar is hij in 1984 mee getrouwd, het huwelijk is beëindigd om allerlei redenen . Na de geboorte van de oudste dochter, Nicole, was Henk zich steeds agressiever gaan gedragen en had hij steeds buitenissiger wensen op seksueel gebied.

Rechter: Kunt u zich daarin vinden?

Van D.: Nee, daar ben ik het niet mee eens, dat is gewoon niet zo.

Rechter: Tijdens het opgroeien van de kinderen begon u steeds vaker te dreigen met zelfmoord. Dat heeft u een paar keer gezegd. Was daar aanleiding voor?

Van D.: Ja, het wou niet meer tussen mijn eerste vrouw en mij, zij begon rare dingen te doen, toen heb ik een paar keer gedreigd met zelfmoord.

Rechter: De relatie is beëindigd, u was weer alleen. U bent met Carola Timmer gaan samenwonen. U kwam in de WAO terecht, maar u kreeg toestemming als marktkoopman te werken, dat heeft u af en toe gedaan, met schoenen. U heeft bij een supermarkt gewerkt. U bent van de steiger gevallen. Carola zegt bij het PBC dat u angst had dat Carola u zou gaan verlaten. U had voorgesteld te gaan trouwen. Die angst, was die er?

Van D.: Ja.

Rechter: Hoe lang is dat geleden?

Van D.: We zijn in mei 2003 getrouwd

Rechter: Wanneer zijn de conflicten begonnen?

Van D.: Dat was het incident met Rowena Demmers.

Rechter: Dat was dat bord met ‘pedofilie’. Dat bord is overigens nooit aangetroffen. U bent een aantal keren verhuisd, u had het idee dat er een complot tegen u was in de buurt.

Van D.: Ja. We zijn verhuisd van de Chrysantstraat, om dat meisje van Demmers. Wat niet zo bleek te zijn. Toen we er kwamen begonnen de buren al snel rare woorden te doen en ons te treiteren, er werden dingen gezegd over onze honden, dat is geëscaleerd. Toen zijn we verhuisd naar Zuiderdiep 401. Daar woonden we nog niet, of we hoorden uit de buurt al dingen, dat was allemaal doorgekaart.

Rechter: Op een bepaald moment bent u naar Denemarken op vakantie gegaan. Dat was een rustige vakantie. U wilde samen met Carola en de kinderen naar Denemarken verhuizen. Dat is uiteindelijk niet doorgegaan. Was dat nog van invloed op uw gedrag, bent u daardoor gefrustreerd geraakt?

Van D.: Dat zal wel een stuk invloed hebben gehad. We dachten: dan zijn we van alles af, een beetje rust in de tent.

Rechter: In het PBC bent u geobserveerd, er waren problemen met mede-observanten, mensen die u niet zo leuk hebben behandeld

Van D.: Dat is opgelost.

Rechter: U had het meeste verdriet over uw eigen situatie, de gevangenschap, een vrouw die u dreigde te verlaten, het niet beschikken over geld.

Van D.: Ik heb ook tegen hun gezegd dat over dat meisje, dat ik door ook wel door aangegrepen ben, dat is ook aan de orde geweest.

Rechter: U zei ‘dat meisje’, u bedoelt Suzanne?

Van D.: Ja

Rechter: Op een bepaald moment gaat het iets beter. U ziet zichzelf vooral als slachtoffer, maakt een wanhopige indruk. In het begin zit u vol zelfmedelijden. In het psychologisch onderzoek, van mevrouw Van Deutekom, zegt u dat u sterke gevoelens had van verlating. ‘Als ik mijn vrouw kwijtraak heb ik niets meer.’ Was dat het gevoel dat u had?

Van D.: Ja.

Rechter: Hoe was het contact met mevrouw Van Deutekom?

Van D.: Goed. In 't begin stroef.

Rechter: Het is veel zelfbeklag, het leven is één ellendige narigheid, vrienden hebben geen problemen, waarom ik wel? Er is maar één werkelijkheid en dat is úw werkelijkheid. Snapt u dat?

Van D.: Nee.

Rechter: "Zoals ik het zie, zo zal het wel zijn." Kan dat kloppen?

Van D.: Ja.

Rechter: Er is een verklaring van uw toenmalige schoonmoeder. U ontkent seksuele belangstelling voor andere vrouwen en ook voor kinderen. Pedofiele neigingen, beschuldigingen, dat is allemaal niet waar.

Van D.: Nee.

Rechter: ‘Het is mij ook maar overkomen, ik heb het niet met een bewuste kop gedaan, niet met opzet. Vind u dat nog zo?

Van D.: Dat vind ik eigenlijk zelf wel.

Rechter: Waarom vindt u dat?

Van D.: Als je iets met voorbedachte rade doet, dat is anders als zoiets. Door alle problemen die zijn opgestapeld ben ik door het lint gegaan. Dat praat ik nooit goed. Het is me overkomen. Als je echt iets gaat doen...

Rechter: Dat kan ik wel een beetje volgen, maar u zegt tegen mevrouw dat u zich gekrenkt voelde door het getreiter uit de buurt.

Van D.: Ja.

Rechter: Het verrassende was dat u zou zijn uitgemaakt voor pedofiel.

Rechter2 (mr. J.A.A.M. van Veen): wat is een pedofiel in uw ogen?

Van D.: Iemand die met kinderen rare dingen doet, dacht ik

Rechter2: Wat heeft u dan gedaan? Doet een pedofiel andere dingen dan u?

Van D.: Maar van tevoren ben ik beschuldigd dat zo was.

Rechter2: U heeft zich wel als pedofiel gedragen.

Van D.: Dat was na die tijd.

Rechter2: Dus?

Van D.: Toen, van die opstapeling.

Rechter2: U zegt: Suzanne maakt mij uit voor pedofiel.

Van D.: Ja

Rechter2: Wat u met Suzanne deed is precies hetzelfde als wat een pedofiel doet.

Van D.: Dat ontken ik ook niet.

Rechter2: Ik snap er niks van.

Van D.: Voor die tijd ben ik er door Demmers voor uitgemaakt.

Rechter2: Als u het zo vreselijk vindt om een pedofiel te zijn, hoe haalt u het dan in uw bolle hoofd dit te doen met Suzanne?

Van D.: Dat kan wel zo zijn, maar op dat moment ben ik door het lint heen geslagen, dat komt never goed, het zal zo zijn wat u zegt.

Rechter2: Bent u boos op uzelf, dat u dit gedaan heeft? Hier moet definitief een eind aan gemaakt worden?

Van D.: Nee.

Rechter2: Waarom maakt u zichzelf niet dood op dat moment? Dan denk ik: had het dan afgemaakt.

Rechter3(mevr. mr. M.C. Fuhler): Ik wil nog iets vragen over een detail, dat met de sjaal omhoog trekken. ‘Op de gang terug naar de camper houd ik het meisje aan de sjaal omhoog omdat ze slechte benen had’.

Van D.: Nee, ik heb haar gedraaid.

Psychiater P.C.J. Ronhaar wordt als getuige gehoord. Op de vraag hoe de gesprekken met Van D. zijn verlopen, zegt dat uitgebreid met hem over de zaak is gesproken, "niet met de gedachte hoe het is gebeurd, maar wel wat zijn beleving is geweest. We hebben Van D. laten vertellen en waar hij andere dingen vertelde dan wat wij gelezen hadden, hebben we hem dat voorgehouden. Het waren moeizame gesprekken, het ging zoals hier vanochtend. Naar ons idee is het wel door relatieve rust op sommige punten mogelijk geweest iets meer te horen, maar of dat ook de waarheid is, is niet aan ons. We hebben wel meer beeld gekregen van zijn gedachten en gevoelens.

Rechter: U bent geconfronteerd met wat wij gelezen hadden, was u verrast door dat pedofiele?

Psychiater: Hij is zelf met die term gekomen. Eerst zei hij dat er lelijke woorden waren gezegd. We hebben erop aangedrongen dat concreet te maken. Het noemen al van zo'n opmerking leidt voor Van D. ertoe alsof dat ook de waarheid is. Als iemand pedofiel tegen hem zegt, reageert hij alsof dat zo is, er was veel emotie als die term viel. Het dossier biedt op heel veel momenten andere informatie, een gedeelte verraste ons op zich niet. Dit was voor hem een thema dat moeilijk te bespreken was.

Rechter3: Het PBC houdt zich niet bezig met de waarheid?

Psychiater: We geven weer wat hij ons vertelt

Rechter3: U heeft het dossier gelezen, u zei dat het woord pedofiel niet terug te vinden is in de verklaringen, dat moet toch wel een onderdeel zijn van de gesprekken. Het gaat over een jong meisje dat net is verkracht, het is heel onwaarschijnlijk dat daat gezegd is, is daar nog over verder gepraat?

Psychiater: Als hij iets vertelt proberen we na te gaan hoe consistent het is.

Psychologe mevrouw C.M. van Deutekom: Op het moment dat meneer het naar voren bracht, ging er veel strijd aan vooraf, was hij erg onder druk gezet. We wilden weten waarom hij zo boos was geworden, het stond niet in verhouding tot de geweldige woede, er moest meer achter zitten. Daar hebben we veel tijd voor genomen, je zag hem tobben, toen vertelde hij dit. Ook uit zijn reactie daarna ontstond de stellige indruk dat dit iets wezenlijks van hemzelf was.

Rechter2: Hoe onder druk gezet?

Van Deutekom: We hebben gezegd dat het onvoldoende was, we confronteerden hem met het geweld daarna, dat dat niet in verhouding staat tot elkaar.

Rechter2: Kan hij het niet gewoon verzonnen hebben? De eerste vraag was al: waarom nam hij Suzanne mee in de camper? Hij heeft geen pedofiele neiging, maar hij neemt toch een klein meisje mee.

Psychiater: We noemen dat omdat hij dat gezegd heeft. Het zou best kunnen verklaren waarom hij mede boos werd, maar de conclusie: de boosheid is opvallend, en dat boosheid door een heleboel factoren wordt bepaald, die hebben we allemaal opgesomd,. Eén daarvan is interactie met het slachtoffer, misschien wel die opmerking. Het is een aaneenschakeling van factoren die afzonderlijk niet doorslaggevend zijn maar in combinatie wel. Met zijn stoornis kan dat leiden tot een impulsieve en heftige uitbarsting, als onderdeel van het geheel. Mogelijk was er ergernis omdat het seksueel contact frustrerend is geweest, het vage besef dat hij zich veel meer problemen op de hals had gehaald. We zeggen niet dat die term de verklaring is, maar het moment van uitbarsten kan er wel mee te maken hebben, de druppel die de emmer doet overlopen.

Rechter2: Er is niet ‘oplichter’ geroepen, niet ‘homo’.

Psychiater: Hij reageert heftig op de term pedofiel, daar zit een voorgeschiedenis aan. Ook als er andere beschuldigingen zijn die hij als onrecht ziet. Maar dit lig meer beladen.

Rechter2: Hij is emotieloos. Volgens het rapport is hij om de haverklap aan het huilen. Zoals meneer hier zit, herkent u hem dan? Na zijn verblijf in het PBC kan hij zich niet veel meer herinneren, of heeft hij een selectief geheugen?

Psychiater: Iemand die tijdens de zitting zegt niet meer alles te weten, dat kan verschillende oorzaken hebben. De positie in het proces. We weten uit het onderzoek dat meneer Van D. meer dan anderen met zijn intelligentieniveau problemen heeft in het terughalen van informatie. Of dat hier een rol speelt, durf ik niet te zeggen, de belangen zijn anders. In het PBC ontstond er als hij langdurig onder druk stond een soort afvlakking, met vage antwoorden. Ik denk dat dat zeker te maken heeft met de zitting en de lange duur van de bespreking,

Rechter2: De essentie is dat woede ontstaat als hem onrecht wordt aangedaan. Dat kan met dat 'pedofiel', maar vlak vóór dit gebeurde voelde meneer Van D. zich ook onrecht aangedaan. Er waren financiële problemen, emigratie die niet doorging, , verlaten worden door de partner, dat is toch het ultieme gevoel van onrecht, maar dat leidt niet tot agressie.

Psychiater: Dat zou kunnen, maar Van D. overziet niet in alle facetten wat er gaande is op dat moment. Hij voelt een groot onbehagen, dat het mis is, maar het is niet zo dat hij primaire agressie uitleeft. Er is vaak een opbouw, een reactie die de druppel vormt.

Advocaat Klopstra wil van de psychologe graag weten of Van D. het verlaten door de partner wel ziet als onrecht, of meer als in de steek laten.

Van Deutekom: Wel als onrecht, maar hij wordt ook angstig van het idee dat hij er alleen voor staat. Hij heeft een heel beperkte draagkracht, hij heeft veel structuur om zich heen nodig om zich staande te kunnen houden. De dreiging dat de partner weggaat is sowieso erg beangstigend. Hij heeft vooral een vrouw naast zich nodig.

Advocaat: Het tijdstip waarop het duidelijk wordt van heftige gekwetsheid over dat ‘pedofiel’, waarom komt dat niet in het politieervhoor aan de orde? Is het schaamte, druk, overvraging?

Van Deutekom: In het algemeen is dat een kwestie van tijd en vorm. De politieverhoren volgen vlak op het gebeurde, hij functioneert dan op een ander niveau dan een half jaar later. Er is meer rust, het is voor iedereen anders. De opname in het PBC duurt zeven weken, daar is een ander klimaat, milder, de mensen zijn meer open.

Psychiater: Het kan ook zijn dat iemand dingen bedenkt.

De officier van justitie vraagt naar dat impulsieve omslagmoment, ‘waar komt dat vandaan?’

Psychiater: Tegenover mij heeft hij terzijde opgemerkt dat het slachtoffer begon te schreeuwen en te gillen, om hulp te roepen, dat hij dat tegen wilde houden. Het is moeilijk daar zicht op te krijgen. Hij heeft de neiging de realiteit te vertekenen. Als een enkeling hem een pedofiel noemt, denkt hij dat iedereen dat denkt. Dat slaan en schoppen, daar moet aanleiding voor zijn geweest. Of hij is gaan denken.

Officier: Heeft u hem ooit boos gezien?

Psychiater: Ja, bij kritische vragen. En toen zijn vrouw duidelijk maakte dat ze bij hem weg zou gaan, ontstond er een boosheid die onredelijk is, die ver gaat, die dagen onverminderd blijft gelden, ongenuanceerd. Hij doet dan niks, maar die woede is er.

Rechter2: Was niet het hele delict al uiting geven aan woede, met als escalatie dat slaan en schoppen?

Psychiater: Dat is niet uit te sluiten, maar het is niet door rechtstreekse woede bepaald. Hij kan met een stalen gezicht zeggen dat hij niet boos is, terwijl hij dat wel is.

Rechter: Ik ga verder met het rapport. Uit allerlei testen zijn er conclusies getrokken. Zwakbegaafd, onvermogen om zelfstandig te functioneren. Bent u het daarmee eens?

Van D.: Nou, momenteel natuurlijk niet, ik heb wel een bepaalde steun nodig, maar ik zou wel alleen kunnen wonen, daar heb ik geen problemen mee.

Rechter: In het nauw gedreven reageert u impulsief en agressief. Lomp en onbehouwen. Er is geen gestoorde seksuele ontwikkeling of perversie.

Psychiater: Daarmee wordt bedoeld of het pathologisch (ziekelijk) is, het kan wel zijn dat er buitenissigheden zijn. Carola bood structuur en duidelijkheid, hij is overspoeld door woede, angst en agressie. Hij is minder dan gemiddeld in staat moeilijke situaties te overzien. Bij een overmaat aan spanning vertoont hij regressief (kinderlijk) gedrag, dan komt de seksualiteit meer op de voorgrond.

Van Deutekom: Om het voor zichzelf leefbaar te houden is meneer een beetje vermijdend. Als hij veel spanning ondervindt gaat hij op een lager niveau functioneren. Daar komt ook dat gezeur en zelfbeklag vandaan, klagen over pijntjes, en dan treedt seksualiteit op de voorgrond. Dat is dan bedoeld in ruimere zin: behoefte aan lichamelijkheid en koestering, niet zondermeer een sterke seksuele drive naar een orgasme, het is wat hij noemt aanhaligheid. In de beginperiode was hij ook aanhankelijk naar de groepsleiding: de hand langer vasthouden. Dat is niet seksueel opdringerig, maar letterlijk het vasthouden van ander.

Rechter, tegen Van D.: Uit het onderzoek van de psychiater blijkt dat u geen belangstelling heeft voor jonge meisjes, dat u sociaal weinig vaardig bent en moeite heeft u goed uit te drukken. Begrijpt u dat?

Van D.: Ja.

Rechter: U maakt een zwakbegaafde indruk, heeft veel tijd nodig voor antwoorden, u kunt zich niet alles goed herinneren, u bent snel verontwaardigd en gaat niet goed met boosheid om. U bent egocentrisch, alles draait om uzelf, u bent moeilijk in staat vorm te geven aan uw leven. U heeft een echtgenote nodig, u bent beledigd door termen als homo of oplichter (en pedofiel). U heeft boosheid opgebouwd. Van de medicijnen bent u niet slaperig of misselijk geworden, anders had u geen aardappelkroket gegeten. Bent u door de medicijnen opgewonden geraakt? Hebt u op enig moment gedacht: waarom ben ik zo geil aan het worden, om het maar eens in gewoon Nederlands te zeggen?

Van D.: Nee, nee.

Rechter: Uw woedeuitbarsting in de bosjes, had dat te maken met uw verleden, dat u als pedofiel te boek stond in de buurt? Toen u haar schopte en voortrok en overreed, dacht u toen: ik heb niks te verliezen, wat kan het mij allemaal schelen?

Van D.: Ja, nee, niet dat ik me zo kan herinneren.

Rechter: De conclusie is: het kan u in verminderde mate worden toegerekend. U kunt worden behandeld, de kans op herhaling van impulsieve delicten is wel aanwezig. Als het onbehandeld blijft is de kans op herhaling zeker aanwezig. Er wordt geadviseerd tbs met dwangverpleging. Heeft u daar over nagedacht, wat vindt u daarvan?

Van D.: Ik heb begrepen, verleden week, toen ik die brief kreeg, dat er over tbs met voorwaarden is gesproken.

Psychiater: Nee, dat staat niet in het rapport

Van D.: Daar is wel over gepraat, in de staf.

Psychiater: Bij de eindbespreking, maar er is blijkbaar verwarring om een of andere reden.

Van D.: Ik laat het aan de advocaat over.

Advocaat Klopstra: Is het zinvol hem de doosjes van de medicijnen te laten zien? Hebben die effect op het geheugen?

Psychiater: We weten om welke medicijnen het gaat. Bij een hoge dosis onstaat er in de eerste plaats slaperigheid, vervolgens misselijkheid en bewegingsstoornissen. Misschien heeft die kramp daar iets mee te maken.

Advocaat Klopstra heeft een deskundige gesproken die zegt dat de gebruikte combinatie niet tot agressie leidt, maar wel van invloed kan zijn op het geheugen.

Psychiater: We weten niet hoeveel hij heeft geslikt en hij heeft sowieso last van zijn geheugen.

Rechter2: Hoe heeft u ze geslikt?

Van D.: Meegenomen de camper in, ik heb ze allemaal opgegeten.

Rechter2: Van veel strips zijn er maar een paar uitgehaald, er waren er nog een heleboel over. Als u toch zelfmoord wilde plegen, waarom nam u er dan niet zoveel mogelijk?

Van D.: Dat weet ik ook niet

Rechter2: Als je toch zelfmoord wil plegen, dan neem je toch zoveel mogelijk pillen in? U laat er een heleboel liggen!

De officier van justitie begint zijn requisitoir met een stukje uit de column die Martin Bril in de Volkskrant schreef kort nadat bekend was geworden dat Suzanne was doodgereden.

"Het zijn de namen die het hem doen. Tweede Exloërmond. Musselkanaal. De Valtherdijk tussen Valthe en Valthermond. Een dood meisje, gruwelijk verminkt. Haar fiets, onbeschadigd op de Dreef, enkele kilometers verderop.

Nieuwe namen zijn er ook.

Stadskanaal, de Navolaan, waaraan gevestigd de Kwantumhallen. Op het parkeerterrein daar: een kampeerbus, zodanig beschadigd dat hij een aanrijding veroorzaakt zou kunnen hebben. Eigendom van een man uit Nieuw-Buinen, vlakbij Stadskanaal. Inmiddels gearresteerd, en huiszoeking is gedaan.

Er zijn nog meer namen.

De naam Suzanne , van het slachtoffer. Lange tijd was ze zonder achternaam, maar ze heet Wisman, Suzanne Wisman. 12 jaar."

(...)

"Een jong meisje fietst aan het einde van de middag, het is al donker, van de manege waar ze heeft paardgereden, naar huis (waar niemand op haar wacht) en ze wordt gevolgd door een camper. Angstig geworden slaat ze een andere weg in dan die ze normaal zou nemen, maar de camper blijft in haar kielzog. Uiteindelijk, en nu wordt het dramatisch, komt de wagen langzij, of erger nog: ze wordt tot stoppen gedwongen.

Een man stapt uit, grijpt haar vast.

Maar ze laat zich niet kennen, Suzanne , en worstelt zich los. Het kost haar haar fiets, maar dat doet er niet toe. Ze begint te hollen. Voor haar leven. Het duurt even, maar dan zit de man weer achter het stuur van zijn camper, en hij achtervolgt haar. Hij ziet haar draven in het licht van zijn koplampen, een beeld waar we beter niet aan kunnen denken. Op de een of andere manier slaagt ze erin zo te hollen, slingerend, berekenend, dat hij niet opnieuw met zijn camper langszij kan komen, en uiteindelijk rijdt hij haar dan maar dood. Hij voelt zich afgewezen, gefrustreerd, gekleineerd door een meid van 12 met paardrijlaarzen, blond haar dansend op haar rug.

Zou zomaar kunnen."

Aldus Martin Bril.

De officier:

"Het was nog veel erger dan Martin Bril toen vermoedde. De feiten zijn uitermate schokkend. De familie heeft aangegeven dat men liever een gedeelte achter gesloten deuren zou behandelen. Ik kan me daarbij heel wat voorstellen, toch staat een openbare behandeling voorop. Het is van groot belang dat de details zijn te vernemen, de feiten, hoe belangrijk en afschuwelijk die feiten zijn."

Volgens de officier is er sprake van ‘kalm beraad en rustig overleg’. "Hij heeft tijd gehad om zich te beraden en gelegenheid om na te denken over de betekenis en de gevolgen van de daad. Misschien was het niet vanaf het begin zijn bedoeling haar te doden, maar er was wel een aanleiding: hij wilde niet dat er aangifte zou worden gedaan naar aanleiding van de seks."

De invloed van de medicijnen acht hij niet van cruciaal belang.

Over de vrijheidsberoving citeert de officier uit het proces-verbaal: "Ik heb haar gevraagd en haar fiets achteropgeknupt. Ik kwam het meisje op een bepaalde plek tegen, ik ben voor haar aan gereden, gepasseerd, ik heb haar aangesproken. Ik weet niet wat de reden is dat ze in de auto moest. Misschien wel onder dwang, misschien niet. Ik heb haar vastgehouden. Ze stotterde: ‘Ik wil naar huis toe. Breng mij naar huis, ik wil naar vader en moeder toe.’ Ik zei: nee."

De officier haalt aan dat Van D. meermalen met justitie in aanraking is gekomen wegens geweldsdelicten. Zo was op 30 juli zijn voorlopige hechtenis geschorst. Het delict? Inrijden op iemand met een motorvoertuig.

Toen Suzanne’s moeder haar emotionele verklaring voorlas, keek de officier naar de verdachte. "Het is mij opgevallen dat hij niet echt overliep van emotie. Ik heb op verschillende momenten naar hem gekeken, ook op momenten dat ik er zelf moeilijk mee had, maar ogenschijnlijk deed het de verdacht niks."

Over het rapport van het Pieter Baan Centrum zegt de officier dat de conclusie is dat er geen aanwijzingen zijn voor pedofilie of ander afwijkend gedrag, maar dat verdachte wel erg bezig is met seks.

Over de schadeclaim van de familie is de officier niet erg duidelijk, het komt erop neer dat het een moeilijk verhaal gaat worden. De camper is in beslag genomen, onttrokken aan het verkeer, met alle goederen, "die moet nooit meer op de weg komen, die moet vernietigd worden."

Over de strafmaat: "De roep om levenslang is groot." Maar hij heeft met collega’s overlegd, dat lijkt toch niet haalbaar, ook omdat er sprake is van verminderde toerekeningsvatbaarheid. Tbs met dwangverpleging, daar ziet hij wel nut in, daar is iets van te verwachten, hoe marginaal ook. Maar als het aan hem ligt wordt met de behandeling pas begonnen nadat Van D. tweederde deel van de gevangenisstraf heeft uitgezeten, in plaats van het gebruikelijke éénderde. Vanwege ‘vergelding en optimale beveiliging van de maatschappij.’ Bovendien toont Van D. onvoldoende berouw en schuldbesef, vandaar de langst mogelijke tijdelijke gevangenisstraf: 30 jaar.

Advocaat Hans Klopstra begint zijn pleidooi met de opmerking dat er ‘een triggermoment’ is geweest. "Dan ontstaat die enorme woedeuitbarsting, die voor ons gemiddelde mensen onbegrijpelijke woedeuitval, met als resultaat zoals we hier hebben besproken."

Is Henk van D. een monster of een gekwetst kind? De advocaat probeert een menselijk beeld te schetsen van zijn cliënt. "Ieder van ons, als we terugdenken aan onze jeugd, of lagere school, had wel een kind in de klas als je daar iets tegen zei dat hij ontplofte. Als je iets zei over zijn geur, of zijn bril, er zijn er altijd wel een paar die dat geweldig en prachtig vonden en het met regelmaat deden. Dan was het voor deze plaaggeesten feest, want dan explodeerde zo’n kind, tot groot genoegen van de plaaggeesten, tot ongenoegen van docenten. Dat zijn de vaardigheden van mijn cliënt. Hij heeft de blo gevolgd (buitengewoon lager onderwijs), mijn cliënt is naar de blo geweest. Omdat het zo’n kind was. Dat is versterkt door de opvoedingssituatie bij de grootouders en zijn epileptisch probleem. Op zijn vierde kwam hij bij de grootouders.

Waarom?

Omdat artsen zeiden: dat is rustiger. Er is een gezin met nog drie kinderen. Hij heeft het gezien als een afwijzing: hij was het enige kind die niet bij zijn ouders mocht groot worden, hij dacht dat hij een kind was van zijn grootvader. Daar is niet tegen te praten, zo blijkt uit zijn hele levenswandel. Die is bijzonder. Tot zijn veertigste gebeurt er niet zoveel bijzonders, tot het moment dat er een situatie ontstaat waarbij hij zelf gezinsstructuur moet bieden, terwijl hij die moet ontvangen. Dan zie je zijn leven uit zijn vingers glippen, de beheersing. Er ontstaat een moment, nadat ze in het zuiden van het land hebben gewoond, dat het eerste huwelijk wordt beëindigd. Dat was heel vervelend, het was niet gelukt werk te krijgen in zuiden.

In Nieuw Buinen komen ze in de buurt van een familie waarvan een jong meisje aangeeft dat ze seksueel bejegend is door Van D. Dat meisje schrikt er niet voor terug dat te pas en te onpas te duiden, aan te geven. Is voor velen heel lastig en uiteindelijk ook destructief, als je bekend staat als iemand die een jong meisje heeft bejegend op een wijze zoals dat niet moet. Cliënt heeft daarvan ook aangifte gedaan, het meisje is er op aangesproken: ‘Dat moet je zo niet doen, het is niet gebleken, het is niet aannemelijk, je moet ermee ophouden’ maar het kwaad is geschied, Van D. komt in Nieuw Buinen bekend te staan als pedofiel.

Dat woord zou een gigant van een druppel blijken waardoor we hier nu bespreken waardoor hij is doorgeschoten. Hij moet verhuizen in verband met problemen in de buurt. Die ontstaan ook snel op de nieuwe plek. Er komt een bord in de tuin met datzelfde woord. Dat bord is overigens niet aangetroffen, maar de politie zegt: zijn boosheid is schier grenzeloos. Hij meent op dat moment wel degelijk een bord te hebben gezien met ‘pedofiel’. Hij wordt wel snel boos, maar voordat hij explodeert moet er meer gebeuren.

Er is een burengeschil, er zijn aangiftes, er is vervolging. Op 12 december is er iets gebeurd waarvan wij normaal ontwikkelde mensen zeggen: hoe haal je het in je hoofd! Iemand met zeer beperkte intellectuele vermogens, met een volstrekte behoefte aan structuur, verliest de structuur en gaat over tot wat we hebben besproken. Het is een reactie die volstrekt maar dan ook volstrekt niet toelaatbaar is.

De situatie, het weer uitgescholden worden voor pedofiel, ligt volstrekt voor de hand, daar hoeft geen misverstand over te ontstaan. Het is de druppel, hij schiet in die enorme woede. Hij kan met zijn beperkte vermogens niet eens bedenken waarom het logisch is dat ze hem uitscheldt. Hij kan niet eens bedenken - in het algemeen al bijna niet, laat staan in zo’n enorme stressituatie - dat hij moet zorgen dat hij niet wordt vervolgd.

Hij schiet in een impuls van woede en geweld en vanuit dat perspectief handelt hij. Net niet dwangmatig, maar wel impulsief, pure woede. Al date extreme geweld, tot aan het overlijden toe, is geplaatst in die enorme impuls. Dat betekent dat met betrekking tot de kwalificatie moord niet de overtuiging van kalm en rijp beraad er is, zelfs niet als je het tijdsbestek tussen het heen en weer rijden neemt. Ook al zou hij een jaar tijd hebben gehad, dan nog had hij niet kunnen bedenken waarom hij dit deed, het is één grote woede geweest."

De advocaat vindt het niet zo vreemd dat Van D. bij de politie niet heeft verklaard over dat uitschelden, in het Pieter Baan Centrum wel. In die rustige setting kon hij beter met zijn emoties omgaan, iets dat voor hem heel moeilijk ligt. "Als je vraagt: wat heb je gedáán, dan komt hij er wel uit. Als je vraagt: wat heb je gevóéld, daar kan hij niks mee. Het verbaast mij niet dat hij bij politie hierover niet heeft verklaard, die emoties heeft hij niet. Hij heeft niet kunnen beredeneren: ik ga Suzanne om het leven brengen zodat ik niet kan worden vervolgd."

De advocaat acht enkelvoudige doodslag bewezen, daarop staat een maximum gevangenisstraf van 15 jaar. "Er zijn velen die zijn toekomst niet anders zien dan binnenskamers, maar toch zal er ooit wellicht enige vorm van herintreding in de maatschappij aan de orde moeten zijn." Hij is tegen het later beginnen met de tbs-behandeling: dan wordt de maatregel tbs gebruikt als vergeldingsmaatregel, daar is het niet voor bedoeld.

De officier van justitie reageert er kort op. Volgens hem is dat triggermoment niet aannemelijk: het komt ineens naar voren, in de politieverhoren is het niet genoemd. "Een meisje dat half dood is na de verkrachting en geweld en dan in de middle of nowhere dit zou gebruiken?" Bovendien was ‘het ernstige geweld’ al eerder begonnen, zonder dat triggermoment. "Het kan zijn dat de verdachte niet in staat is allerlei dingen te bedenken, maar hij kan wel vrij snel in het begin het verhaal bedenken dat hij gedwongen is door iemand anders. Dat geeft niet aan dat hij heel slim is, maar hij kan wél iets bedenken. Ook wel dat betoog van: ik ben uitgescholden."

Henk van D. krijgt het laatste woord, maar daar maakt hij geen gebruik van: "Ik heb niets toe te voegen."

Toen de moeder van Suzanne, Natasja Olinga, gebruik maakte van het spreekrecht, verwees ze naar een reportage die de dag voor het proces was uitgezonden door RTV Drenthe. Het is opmerkelijk dat die reportage veel informatie bevat die een heel ander beeld van Henk van D. schetst dan tijdens het proces aan de orde komt. In de reportage –van Iris Vermeeren en Justin Hendriks – komt de eerste echtgenote van Henk van D., Andrea Jongman, uitvoerig aan het woord. Ze is 18 jaar met hem getrouwd geweest. Ze was gevallen voor ‘de blik in zijn ogen, hij was gespierd, bruin’.

Toen ze zwanger was van hun eerste kind, Pascal, begon hij haar te slaan en te schoppen. Waarom? Andrea: "Naar mijn gevoel omdat hij dacht: ik ben niet meer alleen."

Ze krijgen twee kinderen: Pascal en Nicole. Ten tijde van het proces is Pascal 20, Nicole 19. Nicole was na de arrestatie van haar vader veel in het nieuws, met name op televisie, en baarde opzien met haar uitspraak dat ze vond dat haar vader net als Saddam Hoessein de doodstraf moest krijgen. Kort voor het proces nuanceerde ze dat tot ‘levenslang’: het blijft wel je vader. Nicole was ook bij de zitting aanwezig, maar kon het soms ook even niet meer aanhoren en – zien.

In de tv-reportage vertelt Andrea Jongman dat er veel conflicten waren. Er was maar één manier om dat goed te maken: "Altijd met seks."

Henk was de oudste uit een gezin met vier kinderen. "Mijn vader en moeder leven niet, die zijn voor mij dood, ik heb geen ouders," beweerde Henk altijd. Hij nam het hen zeer kwalijk dat hij op zijn vierde uit huis moest en bij zijn grootouders werd gedumpt. Die hem overigens – volgens Andrea – door en door hebben verwend: "Stok- en stokbedorven door opa en oma".

Henk was een lastige leerling, hij is vaak geschorst, heeft nooit een opleiding afgemaakt. Hij werkte jarenlang bij aardappelfabriek Avebe in Ter Apelkanaal, daarna verdiende hij de kost met klussen: sleutelen aan auto’s, straatwerk.

In 2001 verlaat Andrea hem, met hulp van de politie. Henk heeft dan al een affaire met Carola, een vrouw uit Nieuw Buinen. Een jaar na de scheiding trouwt hij met haar.

Ze wonen eerst in de Chrysantstraat, later aan het Zuiderdiep in Nieuw Buinen, naast de familie Ophof.

De relatie met de buren is al snel verstoord: Henk trekt zich van niets en niemand wat aan. Op maandag 29 mei 2006 loopt het voor het eerst uit de hand, de politie moet erbij komen. Harde muziek, plassen in de tuin, luidruchtig klussen rondom het huis. Als Johanna er wat van zegt, pakt hij zijn klomp om haar te slaan. Het is oorlog. Er wordt aangifte gedaan, toch rijdt hij daarna nog tot twee keer toe met zijn bus in op de man van Johanna en hun zoon. De reclassering legt hem een straatverbod op, maar daar trekt hij zich niets van aan. Er wordt in totaal vier keer aangifte gedaan, de rechtszaak stond gepland op 10 januari 2007, maar die gaat niet door: Henk zit dan al vast voor de moord op Suzanne.

De dag van de moord, 12 december:

tijdens het proces beweert Henk dat Carola nog thuis is geweest om de gaskraan dicht te draaien. De rechters lijken daar ook vanuit te gaan, ook al klopt dat helemaal niet met de tijdlijn. Henk zegt zelf dat hij tegen half vijf al van huis is gegaan en naar het voetbalveld is gereden.

In de reconstructie van RTV Drenthe gaat Carola weg, draait Henk de gaskranen open en rijdt weg. Op dat moment komt hij buiten zoon Pascal tegen. Henk vloekt en scheldt op Carola, Pascal zegt dat hij hem ook nooit meer wil zien. Henk rijdt weg, Pascal gaat nog even het huis binnen om wat spullen te pakken en ruikt de gaslucht. Hij draait de gaskranen dicht. Een veel logischer gang van zaken en in elk geval ook helemaal geen mislukte poging tot zelfmoord. De rechter brengt nog wel even naar voren dat Pascal ook een gaskraan heeft dichtgedraaid, maar Henk ontkent dat.

Seks speelt een belangrijke rol in het leven van Henk van D. "Regelmatig loopt hij bloot in de tuin en in zijn onderbroek over straat. Henk is schaamteloos," vertellen de buren. Een vriendin van Pascal vertelt: "Ze deden het waar wij bij waren, in de camper, maar ook in de woonkamer." Henk vroeg aan haar altijd: "hebben jullie ’t nog gedaan?" Henk lijkt een voorliefde te hebben voor jonge meisjes. De vriendinnetjes van zijn zoon worden uitvoerig gekeurd en soms zelfs betast. Buren vertellen: alleen als er jonge meisjes in huis waren hoorde je hem zingen en fluiten, wat hij anders nooit deed.

Drie weken voor de moord nam Henk Pascal en diens vriendin Gea mee naar de open dag van een seksclub in Ees. Daarna deed hij Gea het voorstel geld te gaan verdienen als prostituée."

In de reportage komt een onderwijzer van Suzanne aan het woord: Edwin Delnoy. Hij schetst een indringend beeld van het meisje, dat hij omschrijft als ‘vrolijk, opgewekt, zorgzaam en behulpzaam.’ En sociaal: ze ging ook om met de minder populaire kinderen, ze speelde vaak een bemiddelende rol. Ze was dol op toneel en musicals. Delnoy mocht haar erg graag, had een speciale band met haar, ook omdat ze het thuis niet altijd even gemakkelijk had. "Voor en na schooltijd altijd vriendelijk groeten, een paar tikken tegen het raam, even de wijsvinger omhoog."

Henk van D. rijdt in de dagen na de moord in zijn camper rond in Duitsland en Noord-Nederland. Op vrijdagavond parkeert hij de auto in Stadskanaal en gaat hij lopend naar zijn vriend in Nieuw Buinen. Daar vertelt hij het verhaal dat hij is ontvoerd door een Turk, die hem dwong allerlei dingen te doen met Suzanne. De vriend vindt het een raar verhaal en belt in overleg met Henk de politie.

Vanuit de gevangenis schrijft Henk brieven aan die vriend. "Ik was mijn lichaam niet meer de baas, na medicijnen te hebben ingenomen, ik wilde dit niet. Waarom is mij dit overkomen? Ik ben geen kinderhater, ik ben een kindervriend."

Ik heb even contact gehad met Iris Vermeeren. Ook zij heeft het proces met verbazing gevolgd, vooral vanwege vragen die niet zijn gesteld. Waarom Suzanne? Kende Henk van D. haar of haar moeder? En dat hele aspect van ‘pedofiel’ is totaal uit de lucht komen vallen. "Mijn collega en ik hebben een half jaar lang veel contact gehad met mensen in de buurt, hier hebben we helemaal niets over gehoord. Niemand kende hem als pedofiel, ze hebben het alleen over jonge meisjes, niet over kinderen."

 

hoi ik vind dit verhaal ongelovelijk en de helft is niet eens waar voor dat je iets op internet zet kijk dan goed of het waar is en niet onschuldige mensen er bij halen ik vind dit asosaal dat je dit op internet zet terwijl de helft niet eens waaar is en dit noemt zich een journalist nou sorry hoor dit is gewoon een man die er geen verstand van heeft en zo maar dingen op het internet zet groetjes de dochter van henk van d

Beste Nicole,

ik ben benieuwd wat er niet waar is. Alles wat hier staat is informatie die tijdens de zitting is besproken of die in de reportage van RTV Drenthe zat, ik heb hier zelf niets aan toegevoegd.

Hendrik Jan

Geplaatst door: nicole | 11 juli 2007 om 19:47

Steeds weer als ik dit lees gaat me het haar recht omhoog staan.
En komt er weer uitbarsting van woede in mij omhoog.
Ik heb Suzanne en Brian zien opgroeien.
En er gaat ook geen dag voorbij dat ik er niet aan denk.
Elke dag zijn wij als familie er mee bezig.
Vooral nu de maand December weer voor de deur staat.
Word het weer een stukje moeilijker voor de fam en vrienden en kennisen van Suzanne en haar nabestaanden.

Die pedofiel die smerige Henk van D. heeft heel wat schade aangericht.
Al die tijd wat ze nu in deze zaak hebben gestoken is verspilde tijd.
Voor deze pedofiel is maar 1 straf en dat is de doodstraf.
Ik vind iemand wie zo geestelijk ziek is niet het recht heeft om ergens in een bajes te zitten en ook nog van de staat profiteerd.
Het moet zo zijn dat iemand een zeden misdrijf pleegt in het bijzijn van de familie van het slachtoffer de doodstraf word uitgevoerd.
Ik denk zelf dat zon straf voor de familie te plaatsen is.
dat ze in een bajes zitten en de nabestaanden weten dat ie van de staat profiteerd en miss over 20 jaar weer vrij rond loopt niet te plaatsen is.
Het is gewoon schrijnend hoe het recht systeem in elkaar zit.
Iemand wie zulke daden pleegt ook nog beschermen door ze in bajes te plaatsen waar ze anoniem zijn.
Ik wou wel eens weten waar die zat die zieke H van D.
Want ook al gaat het 20 jaar duren zn straf ontloopt ie niet hij mag nu nadenken wat er over 20 jaar met hem gaat gebeuren.
Dan kunnen wij als familie of in ieder geval ik al die jaren verdiet en woede even op hem los laten.
Want ongestraft komt ie er niet van af.
Dan ben ik miss in de ogen van de bevolking een misdadiger maar ik zie het als een verlosing en genees hem dat hij niet meer in herhaling treed.

AFZ: Johan Hölscher

Doodstraf voor pedofielen!

Beste Johan,

is de rest van je leven in een gevangenis en tbs-kliniek zitten, waar je elke dag wordt geconfronteerd met ge gevolgen van je misdaad, niet veel erger dan de doodstraf?

Hendrik Jan

Geplaatst door: Johan Hölscher | 25 november 2007 om 16:09

Gewoon deze man zijn nagels uittrekken, tanden afbreken, uithongeren, in elkaar beuken,haren uittrekken, stroom op zijn kloten, uithongeren, folteren enz. enz..
Iedere dag weer opnieuw, dat hij net niet dood gaat. Effe bij laten trekken en dan weer opnieuw.
Dat het leven maar een ware hel mag worden voor dit vies goor kankergezwel. Dood aan ALLE PEDOFIELEN, en ook aan een ieder die de neiging daartoe heeft.

Geplaatst door: | 16 februari 2008 om 15:52

Met je gore vieze kankerpoten van kinderen afblijven.

Geplaatst door: | 16 februari 2008 om 16:03