"Als ze hem veroordelen, zitten ze met een hap stront." Duidelijke taal van een van de aanwezigen bij ‘Der Process’ tegen Mink K., op vrijdag 1 juni 2007, bij de rechtbank in Rotterdam. Iedereen weet dat hij Kok heet, maar in dit verband is K. misschien beter. Het begint onderhand te lijken op de K. uit Kafka’s ‘Der Process’. Het lijkt op een onherroepelijke veroordeling uit te draaien, er lijken grotere machten aan het werk. Bij Kafka gaat het om de eenling die ten onder gaat in de bureaucratie. Ik weet niet of het een bestaand woord is, maar bij Mink Kok is er sprake van juriscratie.
Vrijdag 1 juni 2007 was een bewogen procesdag. Ik moet erbij zeggen dat ik een heel stuk heb gemist: ik was met de moeder van Mink een broodje gaan eten. Ze heeft last van haar heup en wilde graag een eindje lopen. We raakten aan de praat en kwamen nogal laat terug. In de rechtszaal maakte Mink zich ongerust: "Waar is mijn moeder?" Men wist het niet. Het was overigens geen interview, niet voor publicatie.
Het was de dag van het verhoor van getuige Fred Teeven. Behalve aan Kafka moest ik ook even aan de ‘slow train’ van Bob Dylan denken: hij gaat niet hard, maar hij stopt niet.
Eerst even terug naar de vorige getuige, Hesdy B. Het verslag van zijn verhoor van vrijdag 25 mei staat hier. Op 1 juni sprak ik er even over met Rusky R., medeverdachte. Het gaat allemaal om de bomaanslag op drugsbaron Jaap van der Heiden, in juni 1993 in Alkmaar. Hij is opgeblazen met explosieven die in een tasje aan de voordeur hingen. Mink Kok en Jan Femer werden ervan verdacht, maar niet alleen zij: er kwamen zo’n tien man voor in aanmerking. De zaak is altijd veel in de belangstelling geweest, maar er was nooit een serieuze verdachte in beeld. Totdat in 2005 Mink Kok, die bijna vrij zou komen, ervoor werd aangehouden. Er was een anonieme getuige die een belastende verklaring aflegde.
Het duurde meer dan een jaar voordat officier van justitie Saskia de Vries overstag ging en tegenstribbelend uit de kast kwam met de getuige, ene Mike Verfuhrt. De man bleek zeer onbetrouwbaar.
Vervolgens kwam men met getuige Peter Dijkstra op de proppen, die niet alleen fantastische verhalen vertelde over Mink, maar ook over officier van justitie Fred Teeven en andere magistraten: Teeven zou zijn omgekocht, de magistraten werden op kosten van criminelen onthaald in bordelen. ‘Onzin’, zo bestempelde de toenmalige super-pg Joan de Wijckerslooth (opperbaas van de officieren van justitie) het verhaal, dat al in 2003 binnenkwam. Fred Teeven verzocht hem om een onderzoek door de rijksrecherche, om zijn naam te zuiveren, maar De Wijckerslooth weigerde dat.
Officieel is nooit gezegd waarom, maar het is algemeen bekend dat de mannen niet door één deur konden: De Wijckerslooth is het prototype van een stijve ambtenaar, een bureaucraat die niks moest hebben van ‘crimefighters’ als Teeven. In feite niet veel anders dan apengedrag.
De verklaringen van Peter Dijkstra over Teeven en consorten werden dus als leugenachtig terzijde geschoven, waar ze betrekking hadden op Mink Kok en de bomaanslag, waren ze kennelijk wél geloofwaardig. Het duurde tot 2007 voor Peter Dijkstra in een openbaar proces volledig door de mand viel.
Toen kwam getuige nummer drie, Hesdy Balker. Hij zat gevangen in de Dominicaanse Republiek toen hij zich in maart 2007 herinnerde dat hij weliets wist over Mink en Rusky. Nederlandse rechercheurs meldden zich bij hem. Het klopte inderdaad dat hij Rusky kende, maar er was een probleempje: hij kende hem pas sinds augustus 1993. Daar had de politie niks aan.
Hesdy wilde best verklaren dat hij explosieven had geleverd aan Mink en Rusky (zie het verslag), maar dat moest dan wel vóór de aanslag, in juni 1993, anders schoot niemand er iets mee op. Vervolgens werd er – ongetwijfeld met wat ondersteuning van de rechercheurs – een verhaal in elkaar gedraaid waaruit moest blijken dat hij Rusky en Mink enkele maanden vóór de aanslag had ontmoet.
Op de zitting, tijdens het verhoor, viel ook Hesdy als een onvoorstelbare leugenaar en fantast door de mand. (zie ook het verslag op de website van Vrij Nederland
En toen kwam Teeven. Voorzitter van de rechtbank is mr. J.W. Klein Wolterink, officier van justitie is Saskia de Vries, advocate van Mink is Adèle van der Plas, samen met Nico Meijering. Jillis Roelse en Simeon Burmeister zijn advocaten van Rusky R.
Het is vooral een strijd tussen vrouwen: Saskia en Adèle. De onvriendelijkheden vliegen over en weer. Saskia de Vries is ook aanklaagster in de zaak tegen Willem Holleeder. Daar heeft justitie wat meer succes met de kroongetuigen. Het lijkt erop dat de zaak tegen Mink Kok vooral een prestigekwestie is, maar niemand begrijpt precies waarom.
Officier van justitie Saskia De Vries wil voordat het verhoor van Teeven begint graag weten waar hij over ondervraagd gaat worden.
Adèle van der Plas: Is er iets waar de officier van justitie bang voor is?
Saskia de Vries: Ik heb deze verdediging meer getuigen zien ondervragen, men hanteert een nogal breed palet.
Rechter: De reden is: observaties die hebben plaatsgevonden in 1993; of er met Kok gesproken is over wel of niet vervolgen in zijn zaak; of er eerder een onderzoek naar hem is ingesteld in deze zaak en waarom getuige Dijkstra zijn verklaringen heeft afgelegd.
Teeven vertelt dat hij van 1 december 1993 tot 11 maart 2002 officier van justitie in Amsterdam is geweest, later voor het landelijk parket en dat hij van voorjaar 1996 tot 15 mei 1999 bij het Amsterdamse parket CIE-officier van justitie is geweest (Criminele Inlichtingen Eenheid). Dat laatste is nogal van belang: alles wat hij in die functie heeft besproken, valt onder beroepsgeheim.
Rechter: Wanneer heeft u als officier van justitie voor het eerst bemoeienis gehad met de liquidatie van Jaap van der Heiden?
Teeven: Ergens eind 1996 heb ik er voor het eerst van gehoord. Ergens in 1997 heb ik een stuk geschreven over dit onderwerp, waarin ondermeer deze moord is beschreven.
Rechter: Was dat in opdracht?
Teeven: Er was sprake van bedreiging van een officier van justitie in Alkmaar. Collega Snijders uit Haarlem en ik hebben opdracht gekregen te bezien of de dreiging kon worden weggenomen. Wij hebben toen een plan gemaakt.
(Teeven wil de naam van de betreffende officier niet noemen)
Rechter: Was er een link met Jaap van der Heiden?
Teeven: De officier van justitie had vertrouwelijke informatie van het RBT-onderzoek (recherchebijstandsteam) naar die moord. Het kon daarmee verband houden. Het was een van de aandachtspunten van het onderzoek.
Rechter: Ik citeer een proces-verbaal van verhoor van u, van 10 februari 2004: "Ik meen mij te herinneren dat ik in 1995 dossiers heb gezien IRT-dossiers, met Valente, of zich onregelmatigheden hadden voorgedaan."
Teeven: Als u het zó breed trekt. In die zaak is niet specifiek gekeken naar Van der Heiden. Je ziet natuurlijk wel een hoop.
Rechter: U heeft wel stukken gelezen over dat onderzoek?
Teeven: Er zijn restanten bekeken door Valente (destijds officier van justitie in Amsterdam) en mij. Er zijn wel observatieverslagen geweest.
Rechter: Observaties?
Teeven: Toen, in 1995, heb ik observatieverslagen gezien van het IRT (interregionaal rechercheteam) Noordholland-Utrecht. Dat ging ook over de periode waarin de liquidatie van Van der Heiden plaatsvond.
Rechter: Wat was de inhoud?
Teeven: Daar heb ik echt geen herinnering meer aan.
Rechter: U heeft daar in 2001 al over gesproken met deze officier van justitie? (Saskia de Vries)
Teeven: Ja. Ik heb toen al gezegd: we moeten terug naar de bron, naar de bron, we moeten collega Valente ook vragen.
Rechter: In 2001 heeft u gezegd dat het ging om observatieverslagen van de nacht vóór de liquidatie en van de dag zelf.
Teeven: Dat zou kunnen, ik heb gezegd: we moeten terug naar de bron, naar de observanten.
Rechter: Wat herinnert u zich van het onderzoek uit 1996/97?
Teeven: Dat dat jammer genoeg niet is doorgezet. We hadden een werkverdeling gemaakt. We hebben dossiers opgehaald bij het Kernteam Randstad, in Heemstede. Er is een plan van aanpak gemaakt, maar op enig moment heeft het college van procureurs-generaal laten weten dat het niet door moest gaan.
Rechter: Waar deed u onderzoek naar?
Teeven: Naar de veiligheid van de betreffende officier van justitie. Er waren een aantal mogelijkheden. Eén daarvan was de moord op Van der Heiden.
Rechter: Was het een specifieke opdracht die moord te onderzoeken?
Teeven: Nee.
Rechter: Ik citeer een proces-verbaal van bevindingen van 23 juli 2007. "Teeven heeft uiteengezet dat hij in 1997 zelf bezig is geweest met onderzoek naar de liquidatie van Jaap van der Heiden."
Teeven: Het was een van de dingen, een van de zes. Zover is het allemaal niet gekomen. Het had er wel rechtstreeks mee te maken.
Rechter: Wat is hier nu uit naar voren gekomen?
Teeven: Het is niet doorgezet, niet goedgekeurd, er was geen dreiging meer, ‘houd er maar mee op’.
Rechter: Heeft u toen iets ontdekt over de mogelijke betrokkenheid van Kok bij de liquidatie?
Teeven: Er waren verhalen over een Volkswagen Golf, die in de buurt van Westlinge zou zijn gezien. Er waren beelden van een fotograaf, van de overkant van de gracht. We hebben geprobeerd die te veredelen, de gezichten duidelijker te krijgen. En de conclusie was dat het onderzoek door het RBT is stopgezet.
Rechter: Heeft u bepaalde ideeën over dat onderzoek? Dat er best vervolging in had gezeten?
Teeven: De superieuren zeiden: stoppen.
Rechter: Wat was uw gevoel?
Teeven: Dat er wel muziek in zat. Mijn gevoel heeft er later toe geleid dat ik bij het afsluiten van die overeenkomst met Kok, in 1998, levensdelicten bewust heb uitgezonderd van de gesprekken. Die gevoelens leidden tot buitengewoon veel voorzichtigheid op dat punt, toen in 1998 gesprekken zijn gevoerd tussen mij en deze verdachte.
Rechter: Dat was in een later stadium. Heeft u toen ooit met Kok gesproken over Jaap van der Heiden?
Teeven: Dit valt onder mijn CIE-status, daar kan ik geen antwoord op geven. Die overeenkomst bevat een bepaling dat als de gesprekken zouden leiden tot levensdelicten, dit niet onder de overeenkomst zou vallen.
Rechter: Heeft u ooit gezegd: ‘Ik denk dat je vervolgd wordt voor Jaap van der Heiden?’
Teeven: Ik heb nooit gezegd dat hij níet vervolgd zou worden. We hebben wel expliciet gesproken over het onderwerp levensdelicten, die waren uitgezonderd van de gesprekken. Ik heb niet gezegd dat hij vervolgd zou worden.
Officier van justitie Saskia de Vries: Wat stond er in over Jaap van der Heiden?
Teeven: Dat die zaak opnieuw bekeken moest worden.
Officier: Werden er namen genoemd?
Teeven: Dat weet ik niet meer.
Rechter: (tegen Teeven) U kent meneer Kok? (Ja, glimlachen naar elkaar) Rusky R. kent hij niet.
(EERSTE DEEL VAN HET VERSLAG WAS TOT HIER)
(vervolg)
Van der Plas: Heeft u contact gehad met derden over dit verhoor?
Teeven: Zeker. Ik ben door de oudste rechter gebeld om hier te komen. Daarna heb ik zelf contact opgenomen met de officier van justitie en de hoofdofficier, de heer Nieuwenhuizen. Ik heb hen geïnformeerd en gevraagd het college van procureurs-generaal op de hoogte te brengen.
Van der Plas: Heeft u het inhoudelijk besproken?
Teeven: Nee.
Van der Plas: Bent u ooit eerder voor het verhoor van Kok door derden benaderd in verband met uw verklaringen?
Teeven: Dat is zeker gebeurd. Vanaf 1995 tot 2007 ben ik zéker door derden benaderd, vooraf en achteraf.
Van der Plas: Ook door leden van justitie?
Teeven: Natuurlijk.
Van der Plas: Bent u aangesproken op uw verklaringen door leden van het openbaar ministerie of overheidsdiensten?
Teeven: Natuurlijk. Tegenover de commissie Posthumus, in de Annapurna-zaak(de verklaringen van getuige Peter Dijkstra o.a. over betalingen van Mink Kok aan Fred Teeven)
Van der Plas: Vanaf mei 2000 heeft getuige Peter Dijkstra belastende verklaringen afgelegd, van 17 mei 2000 tot augustus 2006. Kok heeft hem bestempeld als volstrekt leugenachtig, de officier van justitie gebruikt het niet meer als bewijs. In 2003 heeft hij verklaringen over u afgelegd. Dat u op de payroll van Kok stond en contant geld had aangenomen, bordeelbezoek door collega’s van u. Die verhalen zijn als volstrekt onbewijsbaar en in de tijd onmogelijke leugens afgedaan. Hebt u enig idee of vermoeden waarom Peter Dijkstra onwaarheden over u heeft verteld, heeft u daar ooit over nagedacht?
Teeven: Van een aantal verklaringen heb ik kennisgenomen, in oktober 2003. Ik heb gevraagd een rijksrechercheonderzoek in te stellen, maar dat is niet gebeurd. In januari 2006 werd de heer De Wijckerslooth opgevolgd door de heer Brouwer. Die heeft het wel direct opgepakt, maar het had van mij veel eerder mogen gebeuren. Natuurlijk heb ik mij afgevraagd: waarom? Ik wil u niet onthouden, mevrouw de raadsvrouw, dat het idee was: als je dit als opzetje opzet, dan weet je dat de verklaringen onbetrouwbaar zijn. Iemand kan meneer Dijkstra toen hebben gestuurd. (Kon het niet helemaal verstaan, strekking is: misschien heeft Mink Kok zelf ervoor gezorgd dat Dijkstra die verklaring over Teeven en consorten heeft afgelegd, om Dijkstra als onbetrouwbaar neer te kunnen zetten).
Van der Plas: Kok zit al twee jaar in voorarrest op de verklaring van deze cliënt.
Teeven: Ik heb me in 2003 wel een beetje opgewonden. En daarna nog meer, omdat de procureur-generaal het op de plank liet liggen. Er kan van alles achter zitten. Iemand moet aan meneer Dijkstra hebben gevraagd: ga daar eens wat over fantaseren.
Van der Plas: Heeft u overwogen of het te maken heeft met uw gesprekken met Kok in septemberg 1998?
Teeven: Ja, natuurlijk. Het is niet niks als er zoiets over je wordt verteld.
Rechter: Kende u deze Dijkstra?
Teeven: Nee, nooit ontmoet.
Van der Plas: Wat zou een verklaring kunnen zijn?
Teeven: Ik heb gedacht, ik ga maar lekker weer aan het werk, ik ga me er niet meer druk over maken. De waarheid komt wel boven water.
Rechter: Waarom is het niet onderzocht?
Teeven: De Wijckerslooth zei: ik geloof wat je zegt. Ik heb hem niet gevraagd waarom het onderzoek niet is gedaan.
Van der Plas: Zouden de mensen dan niet blij zijn geweest met die gesprekken?
Teeven: Dat kan wel, maar ga ik mijn gedachten niet over zeggen.
Rechter: Het zou van belang kunnen zijn, of u hier ideeën of gevoelens over hebt.
Teeven: De gesprekken met Kok in 1999 zijn uitgelekt, daar waren wij niet blij mee (openstaande microfoon, gesprekken van besloten zitting via de luidspreker te volgen voor de pers). Ik heb daar wel gedachten over, maar het lijkt mij niet verstandig die uit te spreken in deze openbare zitting.
Advocaat Nico Meijering: Heeft u wel gedacht aan een opzetje? Dat is wel een extra stapje.
Teeven: Het gaat om de feiten, u heeft niks aan mijn gedachtenspinsels. Aan de andere kant is er een dilemma, geheimhouding. Er zijn tal van rare dingen gebeurd, vanaf 1995 tot 1999. En ook daarna, in 2003. Ik lees ook kranten, het onderzoek Mikado, je ziet wat er allemaal gebeurt, daar kun je wel een hypothese over bouwen.
Rechter: Heeft u aanwijzingen dat Kok iets te maken heeft met de verklaringen die Dijkstra heeft afgelegd?
Teeven: Nee.
Rechter: Iemand anders?
Teeven: Nee.
Van der Plas: In het verhoor met de commissie Posthumus (die onderzoek deed naar de verklaringen van Dijkstra) heeft u de rechercheurs koekebakkers genoemd. Wat bedoelde u daarmee?
Teeven: Dat het buitengewoon slechte verhoren waren. De eerste de beste rechercheur die je op zo’n zaak zet, kent de zeven w’s (wie, wat, waar, wanneer, waarom, welke, waarmee). Als je die verklaringen leest, zie je dat ze inconsequent zijn. Als je dat soort stukken lanceert, dan moet je ook een vervolgstap zetten. Dan moet je het tot op de bodem uitzoeken, maar dat is tot mijn spijt niet gedaan."
Van der Plas: Heeft u twee verklaringen gezien?
Teeven: In 2003 twee verklaringen, in 2004 één verklaring.
Van der Plas: Op 16 mei 2006 heeft u de commissie Posthumus verteld dat u carrièretechnisch al zeven jaar last heeft van dit verhaal. Als ik dat terugreken, kom ik uit in 1999. Die verklaring van Dijkstra dateert van 2003.
Teeven: Dat gaat over het afbreken van de gesprekken met Kok, in 1999. In opspraak raken is niet bevorderlijk voor doorstroming in een ambtelijke organisatie.
Van der Plas: Wat is het verband met het afbreken van die gesprekken in 1999?
Teeven: Misschien weet je als eenvoudig officier van justitie niet alles.
Van der Plas: Heeft u nog iets uitgezocht over Kok?
Teeven: Nee, ik ben gewoon door blijven gaan, ik ben dit niet in privétijd gaan uitrechercheren. Maar als je een verklaring van Dijkstra krijgt over onderwerp A en onderwerp B, als de ene dan pertinent onjuist is, dan moet je dat niet laten liggen.
Van der Plas: Waarom is het onderzoek (in de zaak Van der Heiden) stopgezet?
Teeven: De hoofdofficier in Alkmaar vond het niet meer nodig, het college vond het ook niet meer nodig.
Van der Plas: Klopt het dat u onvoldoende stukken had?
Teeven: Dat klopt.
Van der Plas: Op 3 augustus 2001 heeft u hierover verteld aan officier van justitie Saskia de Vries. Wat?
Teeven: Ik weet niet of ik iets over dit verhaal heb verteld.
Van der Plas: "Fred gaf aan dat er hele IRT-dossiers voorhanden waren. hij had observatieverslagen van het IRT gezien en dat de Volkswagen Golf was gezien op Westlinge. Kort voor dit gesprek heb ik van Teeven gehoord dat er geen observatieverslagen meer waren."
Teeven: We hebben oude stukken bekeken. Het was niet compleet. De ontbinding van het IRT ging met het nodige wapengekletter. Wij zijn naar Heemskerk geweest en hebben wat opgehaald, maar dat was lang niet alles.
Van der Plas: Waarom niet?
Teeven: Een van de redenen voor het openbaar ministerie om die gesprekken met Kok aan te gaan was om duidelijkheid te krijgen over wat er in 1992/1993 was gebeurd rond de IRT-affaire. Het niet-krijgen van die stukken heeft geleid tot het gaan praten met deze verdachte.
Rechter: Wat ontbrak er? Was dat selectief?
Teeven: Hele tijdvakken ontbraken. Het kan slordigheid zijn, of bewust. Alles kan. Er is wel onmin geweest tussen het openbaar ministerie en de politie.
Rechter: Wie had daar belang bij?
Teeven: Vanuit Amsterdam werden er gesprekken gevoerd met Kok, misschien waren er dingen te verbergen.
Van der Plas: In 2007 bent u nog een keer gehoord, over die Golf. Een verslag over die dag, 7 april 1993.
Teeven: Ik hoop dat u mij dat niet kwalijk neemt, maar als ik in 1995 pogingen doe de waarheid te achterhalen... Ik wil dat nu eens uit mijn hoofd zetten, op een gegeven moment heb ik het wel gehad.
Van der Plas: Bas van Hout is als getuige gehoord. Hij schreef het boek over de jacht op de Erven Bruinsma. Kent u hem?
Teeven: Ja. Ik sta in het boek.
Van der Plas: Hij is ook gevraagd over u, of hij zich dat herinnerde. "Mevrouw Van der Plas: vraagt mij over gesprekken met officier van justitie Teeven. Na 18 mei 1999 heb ik twee of drie gesprekken met Teeven gevoerd. Persofficier Steenbrink was daarbij aanwezig. Het waren lange gesprekken." Klopt dat, of zuigt hij dit uit zijn duim?
Teeven: Volgens mij heb ik hem één keer gesproken, met Steenbrink. Ik heb te zien gekregen wat hij heeft opgeschreven. Ik weet het niet meer.
Van der Plas: Is het gesprek opgenomen?
Teeven: Ik weet het niet. Er is wel discussie geweest over bepaalde passages.
Rechter: Heeft u het boek?
Teeven: Ik weet het niet. De laatste jaren zijn er zo’n 25 boeken over misdaad verschenen, in 22 daarvan kom ik voor.
Van der Plas: Volgens Bas van Hout is er na genoemde datum een kinderporno-netwerk opgerold. Hij had een naam, Teeven wilde weten wie dat was, in ruil daarvoor ging hij een gesprek met u aan.
Teeven: Ik beroep mij op mijn status als CIE-officier, dit is geheim.
Van der Plas: (citeert stuk uit boek van Bas van Hout) "Het is een bewust gecreëerd misverstand geweest dat de onderhandelingen die ik met Mink K. heb gevoerd ‘een soloactie van Teeven’ is geweest."
"Er zijn wellicht mensen die welbewust amok maken. Lopen te stoken om onderzoeken te frustreren. Dat zijn ook de types die infomatie hebben verstrekt aan de Haarlemse officier van justitie Snijders. Hij was een van de weinigen die van de gesprekken tussen mij en Mink K. afwisten. Het is zeer irritant dat die informatie op straat is komen te liggen. Die informatie heeft Snijders op zijn beurt weer verstrekt aan de commissie-Kalsbeek. En daar werden de verkeerde vragen gesteld en de verkeerde conclusies getrokken."
"De vraagstelling wordt verlegd naar Mink K.: heeft hij zich beziggehouden met het importeren van vijftien- tot vijfentwintigduizend kilogram cocaïne? Daar gaat het helemaal niet om. Bovendien heb ik zo mijn twijfels over het feitengehalte van die vijftien ton cocaïne."
"Maar wat ik wel weet is dat de aandacht wordt afgeleid van het financiële verhaal in Haarlem en wordt verlegd naar Mink K."
"Die officier van justitie Snijders is ergens de weg kwijtgeraakt"
"Ik onderken dat we uit elkaar worden gespeeld door mensen met een hoger belang. Als je bij bepaalde onderzoeken in de buurt komt, dan loopt het slecht met je af. Dan wordt er gezegd: ‘Zorg dat die Teeven teruggaat in zijn hok’"
Klopt dit?
Teeven: Dat heb ik wel zo gezegd, daar neem ik niets van terug.
Van der Plas: Waarom is die zwarte piet naar Kok gegaan?
Teeven: Ik beroep me op mijn CIE-status en artikel 85 van de veiligheidsdienst.
Van der Plas: Tegenover de commissie Posthumus hebt u gezegd: ik heb nooit met Kok gesproken over Jaap van der Heiden.
Teeven: Bij de aanvang van die gesprekken, in Montpellier in Zuid-Frankrijk, daar was u zelf bij, dat staat me nog helder op het netvlies. U was erbij met uw collega Bakker Schut.
Van der Plas: Bij de commissie-Posthumus heeft u het niet over de zaak Van der Heiden gehad.
Teeven: Bij de totstandkoming van de overeenkomst is er heel duidelijk over gesproken. Uw cliënt wist wat er zou gebeuren als hij iets over de zaak Van der Heiden zou zeggen: "Dat gaat linea recta naar de rechercheurs!" Dat is dus niet gebeurd. Er is geen proces-verbaal opgemaakt over levensdelicten. Uit het feit dat dat er niet is, kunt u afleiden dat er niet over gesproken is. Als Kok zou hebben gezegd: ‘Luister Beste Fred, ik ben er wel op enigerlei wijze bij betrokken geweest’ dan had er weinig anders opgezeten dan een proces-verbaal op te maken.
Van der Plas: U bent gedwongen het proces-verbaal van die overeenkomst af te geven aan de AIVD. Daarmee is de geheimhouding door justitie doorbroken.
Teeven: Het openbaar ministerie heeft dat beslist. Ik heb mij daar buitengewoon tegen verzet. Het moest, in opdracht van De Wijckerslooth. De Hoge Raad heeft later overigens uitgesproken dat wij gelijk hadden. (voor alle duidelijkheid: dat de geheimhouding níet geschonden had mogen worden)
Van der Plas: De informatie uit die overeenkomst is wel bij derden bekend, wij willen u de inhoud voorhouden van die gesprekken met Kok.
Teeven: Ik ben niet vrij daar iets over te zeggen, dat kan niet zonder overleg met de procureur-generaal.
Rechter: Heeft u er bezwaar tegen dat u wordt geciteerd?
Teeven: Als getuige kan ik u niet inlichten.
Officier van justitie Saskia de Vries maakt bezwaar tegen het voorhouden van de verklaring. De advocaten willen Teeven toch ondervragen over de zaak Van der Heiden: voor Kok belastende verklaringen zouden buiten de overeenkomst vallen, dus daar zouden ze dan wel iets over moeten kunnen vragen en waarom dan ook niet over eventueel ontlastende verklaringen? Teeven wil het toch eerst overleggen. Adèle Van der Plas: voert aan dat het bij een vorig verhoor, bij het Hof in Den Haag, ook zo is gegaan, waarom nu ineens niet?
Teeven: Toen was het een besloten zitting, in hoger beroep (8 mei 2003). Toen heb ik ook vooraf overleg gevoerd. Ik ben overal toe bereid, maar ik wil niet het risico lopen dat ik geheimhouding schend.
Teeven heeft aan het begin van de zitting gezegd dat het plan van aanpak (het onderzoek naar de bedreiging van de Alkmaarse officier, dat hij samen met collega Valente opstartte in 1997) inmiddels algemeen bekend is.
Officier van justitie Saskia de Vries: "Dat verbaast mij."
Teeven: Mij ook. Enkele weken geleden, in Den Haag, liet een journalist mij dat stuk zien. Hij zei dat het in de Tweede kamer circuleert.
De Vries: Wat is de naam van die journalist?
Teeven: (denkt na, kan er eerst niet opkomen, zegt later dat hij eerst even contact wil met de journalist)
De Vries: Het ging over observatiegesprekken. Er is met leden van het IRT gesproken, er is niemand die iets bijstaat over 10 april, op één na, een meneer Oosterbroek, die zegt dat ze op die dag zouden gaan rijden op Jan Femer, dat ze bij diens woning moesten blijven en dat ze hem niet hebben gezien. Is daarvan iets in uw geheugen blijven hangen?
Teeven: Ik moet het antwoord schuldig blijven.
De Vries: Er is toen gezegd: er is een paar Golf gezien, er zijn getuigen die iets hebben verklaard, in het RBT-dossier.
Teeven: Ik sluit dat niet uit, maar het kan ook ergens anders zijn geweest.
De Vries: U heeft gezegd dat u bij de voorbereidingen gekeken heeft naar stukken van het RBT en de IRT uit 1995.
Teeven: 1995, dat waren restanten van het IRT-dossier. 1997 ging over de Haarlemse tak.
De Vries: Uit onderzoek in die dossiers, heeft u iets gezien dat er met bewijsmateriaal is gemanipuleerd om deze verdachte de moord op Jaap van der Heiden in de schoenen te schuiven?
Teeven: Nee.
De Vries: De gesprekken met Kok, is er alleen gesproken over belastende verklaringen?
Teeven: Ja.
De Vries: Niet over ontlastende?
Teeven: Nee, daar was geen aanleiding voor.
De Vries: Had u het geverbaliseerd als hij had gezegd: ‘Ik heb het niet gedaan, maar ik weet precies wie het wel heeft gedaan?’
Teeven: Ik denk het wel.
Rechter: Beschikt u over informatie die ontlastend is, een alibi?
Teeven: Nee.
De Vries: Ik heb de verdediging twee jaar geleden al uitgenodigd om die stukken door te nemen die men nu wil voorhouden, dit had allemaal voorkomen kunnen worden, nu worden er citaten de lucht in geslingerd.
Van der Plas: Het had voorkomen kunnen worden als de officier zich niet drie of vier keer had verzet tegen het horen van deze getuige.
Advocaat Meijering: Ik zie dit totaal de verkeerde kant op gaan. "Als Kok zegt: ik weet precies wie dit gedaan heeft?" De voorzitter heeft het over een alibi. Alsof deze zaak alleen draait om deze twee grootheden, het is een zaak met 150 ordners, als het van deze twee dingen afhangt kunnen wij wel inpakken.
Tegen De Wijckerslooth heeft u gezegd dat het erbuiten laten van de verklaringen wel eens schadelijk kon zijn voor deze zaak. Wanneer was dat?
Teeven: Toen ik werd geconfronteerd met die verklaringen uit 2003.
Meijering: Had het consequenties voor deze zaak hier?
Teeven: Het lijkt mij raadzaam het goed uit te zoeken, men zou ze bij het dossier moeten voegen, als je ze eruit laat krijg je er later discussie over.
Meijering: Is dat nog teruggekoppeld?
Teeven: Toen niet.
Meijering: Brouwer (de nieuwe ‘super-pg, opvolger van De Wijckerslooth) wist niets van die verklaringen?
Teeven: Nee, hij zei: o, dan moet ik eens opheldering vragen.
Meijering: Waarom wist hij er niets van?
Teeven: Dat is mij niet bekend.
Meijering: Heeft u tegen anderen gezegd: dit is niet handig?
Teeven: Dat zou best kunnen, ik denk het wel.
Meijering: Ook tegen deze officier van justitie? (bedoelt Saskia de Vries)
Teeven: Ik denk het wel.
Meijering: Heeft u ook inhoudelijk met haar over de zaak gesproken?
De Vries: Als ik inhoudelijk met collega’s over een strafzaak spreek, vind ik dat dat hier niet besproken moet worden.
Meijering: Als hij met deze officier erover heeft gesproken, wil ik daar op door kunnen vragen.
Van der Plas: (haalt stuk tevoorschijn, van de commissie Posthumus) "Ik voelde dat Saskia mij op een bepaalde afstand hield" en "Ik heb gezegd dat ze hopeloos in de problemen komt als ze hier niets aan doet, daar hoef je geen helderziende voor te zijn."
Teeven: Dat is wel een bevestiging van wat ik zei. Dat gesprek is op Schiphol gevoerd.
De Vries: Ik maak bezwaar tegen dit, we komen hier op terug. Ik zal hier verantwoording voor afleggen.
Van der Plas: Waar bent u bang voor? Wat verbergt u toch steeds?
Meijering: (probeert een vraag te stellen)
Rechter: Ik ken uw standpunt.
Meijering: U heeft mijn standpunt niet gehoord, mevrouw ging er doorheen krijsen. (Meijering houdt Teeven een stuk uit de verklaring van de commissie-Posthumus voor. Na de passage over ‘je hoeft geen helderziende te zijn’ zijn er regels zwartgemaakt. Waarom is dat? De Vries geeft het antwoord: dit is gebeurd door zaaksofficier Posthumus, in verband met privacy en vanwege CIE-informatie)
Van der Plas: Posthumus zegt over die zwarte passages: "Teeven spreekt hier in verschillende bewoordingen zijn verbazing uit over waarom De Wijckerslooth Brouwer niet heeft geïnformeerd."
Advocaat Jillis Roelse: Wie heeft de beslissing genomen die verklaring eruit te laten?
Teeven: Dat weet ik niet.
De Vries: Ik kom er op een ander moment op terug.
Roelse, tegen De Vries, die met een elastiekje zit te spelen: Pas op met dat elastiekje, dat kan pijn doen! (Antwoord is niet te verstaan, komt er ongeveer op neer dat ze wel wat gewend is)
Mink: In het boek van meneer Bas van Hout staat dat er een dossier is samengesteld op basis van onderzoek. Bas heeft in juli 1999 de bevestiging gekregen dat er een geheim dossier bestaat over liquidaties. Was daar ook die van Jaap van der Heiden bij? Het ging over betrokkenheid van de CID Haarlem.
Teeven: Daar kan ik geen zinnig antwoord op geven. CIE-informatie allemaal geheim, ik weet niet welk dossier het is.
Van der Plas: In een interview met Panorama zegt u dat er in de jaren negentig strategische achtergrondgesprekken zijn gevoerd met journalisten. (Is een interview van mij met Teeven, net voor de verkiezingen in 2006. Staat hier)
Teeven: Dat is inderdaad waar.
Van der Plas: Heeft u zelf van die gesprekken gevoerd?
Teeven: Ja.
Van der Plas: Ook met John van den Heuvel?
Teeven: Dat kan best.
Van der Plas: Heeft u het überhaupt ooit met John van den Heuvel over Mink Kok gehad?
Teeven: Nee.
Van der Plas: Ik heb een artikel uit 1994 over Mink Kok, van John van den Heuvel, in de Telegraaf.
Teeven: Dat staat mij niet bij.
Van der Plas: Heeft u met John van den Heuvel over dit artikel gesproken?
Teeven: Ik weet het gewoon niet.
Van der Plas: Had u in 1994 wel contact met hem?
Teeven: Ik dacht het toen nog niet.
Van der Plas: Heeft u vóór 2000 wel gesprekken gehad met journalisten over Jaap van der Heiden?
Teeven: Ik beroep me op mijn CIE-status.
Van der Plas: Wel strategische gesprekken met journalisten?
Teeven: Het openbaar ministerie vond dat we op achterstand stonden, bij grote onderzoeken is het toen wel eens voorgekomen dat we de kant van het openbaar ministerie wilden laten horen. Ik herinner me dat van de Hakkelaar-zaak. Maar de zaak Van der Heiden is nooit ter zitting geweest.
(volgt een passage over Henk Rommy)
Mink: (citeert de laatste alinea uit het boek van Bas van Hout) "Teeven had mij – onder voorbehoud – een zeer gevoelig rapport toegezegd. Daarin werd verslag gedaan van liquidaties en de mogelijke betrokkenheid van het Haarlemse ‘broederschap’ (...) Ik zou het rapport niet in handen krijgen. Mogelijk blijft het voor altijd ‘onder de pet’ door een veto van de Amsterdamse hoofdofficier mr. Vrakking."
Teeven: Ik denk dat de fantasie bij meneer Van Hout op de loop is gegaan, dit gaat alle perken te buiten.
Van der Plas: Heeft de officier van justitie wel kennis van dit geheim rapport?
De Vries: Daar heb ik géén kennis van.
('s middags wordt de zaak voortgezet zonder Teeven, dan komt de overeenkomst van Mink Kok met Fred Teeven ter sprake. Kom ik nog op terug)
volgt een passage over Henk Rommy)
kan je misschien een korte samenvatting geven hiervan?
Beste AAA,
voor het Mink-verhaal is het niet relevant, dit is het stukje:
Van der Plas:
John van den Heuvel heeft u gevraagd naar de zaak Rommy. Is het u bekend dat gepoogd is vanuit Nederland uitlevering van Rommy naar de Verenigde Staten te voorkomen?
Teeven:
Ik zie de relevantie niet. Ik heb wel eens kennis gekregen van advocaten die graag wilden dat Rommy naar Nederland zou komen.
Van der Plas:
Dat had niets te maken met verklaringen in deze zaak? Rommy is in 2003 drie maanden voor zijn officiële vrijlating in vrijheid gesteld.
Teeven: Ik ben zaaksofficier geweest, hij was veroordeeld tot 3,5 jaar, in hoger beroep 4,5, met de executie van die straf heb ik nooit enige bemoeienis gehad.
Van der Plas:
Als er over onderhandeld is, dan weet u daar niets van?
(er was sprake van dat Rommy bepaalde verklaringen zou afleggen over de zaak Van der Heiden)
Teeven:
Daar heb ik geen kennis van.
Van der Plas:
U bent niet zelf in Spanje geweest, in het kader van de uitlevering?
Teeven:
Nee.
Geplaatst door: AAA | 4 juni 2007 om 14:28