Als in juli 2006 in een pand Lage Zwaluwe een skelet wordt gevonden in de vloer van de badkamer, wordt onder anderen gedacht aan de verdwijning van Maarten Geurts (zie dagboek van donderdag 27 juli). In 1995 maakte ik een reportage over Maarten, onder de kop:
Maarten was gevaarlijk bezig
'Maarten heeft zelf eens gezegd dat hij dacht dat hij niet oud zou worden. Hij was gevaarlijk bezig. Ik denk dat hij niet meer leeft. Ik heb ook wel een vermoeden wie hem heeft omgebracht, maar de politie doet er niks aan. Ze durven niet.'
Maarten Geurts uit Breda verdween op maandag 28 mei 1990. Hij was toen 26 jaar. Sindsdien is zijn moeder, mevrouw Rietje Geurts-Kruijssen, weduwe van een luchtmachtofficier, wanhopig bezig uit te zoeken waar hij begraven ligt. 'Hij was ons enigst kind. Als ik hem vind, kan ik hem begraven, kan ik af en toe een bloemetje op zijn graf zetten. Nu heb ik helemaal niets.'
Maarten en zijn vrienden kwamen uit de 'betere kringen'. Op die 28ste maart 1990 bracht hij samen met Risto Pronk, een neef van minister Pronk, en Arjan Pols, zoon van een Leidse professor, een bezoek aan Paul, zoon van een schatrijke Bredase ondernemer. Paul lag in het ziekenhuis. In het weekend, tijdens de Jazzdagen, was hij in elkaar geslagen. Risto en Arjan zijn, volgens moeder Geurts, de sleutel tot de oplossing, maar zij houden hun mond. Ze legden tegenstrijdige verklaringen af over wat er op die maandag, na het ziekenbezoek, is gebeurd. 'Arjan was Maartens bloedbroeder, toen ze 16 waren hebben ze elkaar eeuwige trouw beloofd. Nadat Maarten verdwenen was, heeft hij niet één keer meer gebeld en ik kan hem nergens te pakken krijgen,' zegt mevrouw Geurts. 'Risto Pronk heb ik nog wel gesproken, maar hij laat niks los.'
Tegen de politie hebben Risto en Arjan gezegd dat ze die maandag met z'n drieën naar Eindhoven waren geweest. Ze zouden met de trein teruggegaan zijn naar Breda. Om zes uur zouden ze daar afscheid hebben genomen.
Of ze werkelijk naar Eindhoven zijn geweest, wat ze daar te zoeken hadden en of ze met de auto of de trein waren geweest, is nooit duidelijk geworden. Het lijkt erop dat contacten in het criminele milieu Maarten fataal zijn geworden. Mevrouw Geurts: 'Maarten is opgevoed met: niemand zoekt zijn eigen familie uit, je moet niet neerkijken op lagere sociale klassen. Maarten heeft zich altijd heel erg het lot aangetrokken van mensen die 't minder hadden. "Maarten Geurts gaat met iedereen om", werd er wel eens neerbuigend gezegd, maar Maarten was daar trots op.'
Bij 'iedereen' hoorde ook een berucht crimineel milieu in Breda, waar autodiefstal, drug- en wapenhandel de boventoon voeren. Een jaar voor zijn verdwijning werd Maarten op klaarlichte dag ontvoerd door een 'autohandelaar'. Buurtbewoners die het gezien hadden, schakelden de politie in, die de achtervolging inzette en Maarten wist te bevrijden. 'Anders was hij toen al dood geweest,' zegt mevrouw Geurts. Sindsdien was de liefde van Maarten voor dat milieu sterk bekoeld, maar het probleem was: Maarten wist teveel. Er ging een gerucht dat de Centrale Inlichtingendienst van de politie Maarten 85.000 gulden had beloofd voor informatie over die 'kringen', waar Risto Pronk ook bij betrokken was.
Toen Maarten later spoorloos verdween, ging mevrouw Geurts zelf 'undercover'. In haar keurige mantelpakje zocht ze de 'autohandelaar' op, zogenaamd om een tweedehandsje aan te schaffen, in een woonwagencentrum. Maar al snel kwam ze ter zake. 'Ik ben de moeder van Maarten Geurts,' zei ze, 'ik wil weten wat er met mijn zoon gebeurd is.' De handelaar wist alleen te melden dat de ontvoering destijds te maken had gehad met een rip-deal, over de verdwijning zei hij niets. Mevrouw Geurts: 'Iedereen zegt dat het gevaarlijk is wat ik heb gedaan, maar ik vind het niet erg om dood te gaan. Als ik eerst maar weet waar Maarten ligt.'
Van justitie kreeg ze weinig medewerking. 'Ik ben bij de hoofdofficier in Breda geweest. Een arrogante kwast met een bierbuik. Hij zei met zo'n bekakte stem: "Mevgouw, uw zoon zit in het buitenland, met veel geld.' Ik heb die man doodgewenst. Hij is nu trouwens ook dood. Maar er is nog steeds nooit een beloning uitgeloofd voor tips. Hoe graag ik het ook zou willen, ik heb niet de illusie dat Maarten nog leeft. Al zijn papieren lagen in zijn flat en we hadden een goed contact, hij zou zeker hebben gebeld. Het gaat mij er alleen nog om dat ik weet waar hij ligt.'
Even lag de oplossing in het verschiet. Op de zondag na de verdwijning kwam er een anoniem telefoontje. 'Bent u de moeder van Maarten Geurts? U moet naar de politie gaan en zeggen dat Rinus wil praten.' Via via werd uitgezocht wie 'Rinus' was. Hij bleek op dat moment in de gevangenis in Den Bosch te zitten. De politie werd niks wijzer van hem. Toen hij vrij was, zocht mevrouw Geurts hem op, op een woonwagenkamp. Ze kon 'ons Rinuske' niet vinden. Ze vroeg aan zijn familie of hij haar wilde bellen, maar het zal niemand verbazen dat de 'spraakzaamheid' Rinus intussen wel vergaan was.
k