Header image  
logo2
logo3
 
 

De vuurdood van Melissa Ulrich

Rechtszitting d.d. woensdag 10 oktober 2007, rechtbank Arnhem.

Verdachte: Orleando Gilberto A., geboren op 24 januari 1984 in Paramaribo

President van de rechtbank: mr. E.G. Smedema.

Officier van justitie: mevr. E.C.A.M. Langenhorst

Advocaat: mr. Paul Noppen

Delict: inbraak, diefstal en het in brand steken van Melissa Ulrich, op dinsdag 23 mei 2006, in Arnhem


melissa1

Rechter: Bent u betrokken bij de dood van Melissa?

Orleando: Nee.

Rechter: Er zijn dingen tegen u in het dossier. En direct na de brand was u in het bezit van spullen die afkomstig waren van Melissa en van haar vriend Daniel Giordano.

Orleando: Ik weet zeker dat ik die spullen voor het uitbreken van de brand heb gekregen van Andreas Dietz (een Duitser)

Rechter: U heeft eerst gezegd dat u de spullen van Kesj had gekregen.

Orleando: Dat is de bijnaam van Dietz

Rechter: Naar uw mening (het klopt namelijk niet, met Kesj wordt een Kroaat bedoeld)

Orleando: Naar mijn mening.

Rechter: Wanneer heeft u die spullen gekregen?

Orleando: Op 23 mei, voor de koffieshop (Happy Days in Arnhem)

Rechter: Was u toen niet in Nijmegen?

Orleando: Nee, maar dat heb ik eerst wel verklaard.

Rechter: U heeft steeds verschillende verklaringen afgelegd.

Orleando: Dat klopt, daar ben ik me wel bewust van.

Rechter: Dietz zegt dat het niet zo is.

Orleando: Dat snap ik wel.

Rechter: Bent u ’s nachts bij Dietz geweest?

Orleando: We hadden afgesproken dat hij naar Daniel zou gaan, om hem bij zijn positieven te brengen (Daniel is de vriend van Melissa, Orleando ("Ollie") had een conflict met Daniel)

Rechter: Waarom deed u dat niet zelf?

Orleando: Ik heb dat gewoon zo gevraagd, anders kan ik het niet uitleggen.

Rechter: U zegt dat hij dat heeft gedaan. Waar was u toen?

Orleando: In de stad.

Rechter: Daniel is een grote stevige man, Dietz is klein en tenger, ze noemen hem ‘een kleine schijterd’. Is dat niet vreemd dat die kleine Dietz dan naar Daniel moet?

Orleando: Niets is onmogelijk.

Rechter: Is het niet zo dat u hem een pistool hebt gegeven?

Orleando: Ja. We hadden andere dingen afgesproken. Dietz was spoorloos op 23 mei, met achterlating van al zijn spullen.

Rechter: Wat was het plan?

Orleando: Naar Daniel te gaan. Dietz had een sleutel van de woning.

Rechter: Wist u dat er een ander slot op zat?

Orleando: Nee.

Rechter: Wat heeft u van Dietz gekregen?

Orleando: Twee tassen met inhoud.

Rechter: Dat was voor de koffieshop in de Oude Oeverstraat.

Orleando: Ruim vóór de brand.

Rechter: Denkt u dat Dietz de brand heeft gesticht?

Orleando: Dat weet ik niet, ik was er niet bij.

Rechter: De brand is gemeld om elf uur. Wanneer kreeg u die spullen van Dietz?

Orleando: Ruim voor de brand.

Rechter: Hoe weet u dat?

Orleando: Omdat ik ze voor die tijd al had gekregen.

Rechter: Heeft u met Dietz niet besproken: dit is wel vervelend. Dat er brand was geweest.

Orleando: Dat hebben we niet besproken.

Rechter: Is dat niet vreemd?

Orleando: Dietz was niet meer in Arnhem.

Rechter: Kon u hem niet te pakken krijgen? U kende hem goed genoeg om te vragen: pak Daniel.

Orleando: Ik heb Dietz er niet over gesproken, hij was niet meer in Arnhem.

Rechter: U bent ’s morgens weggegaan bij Dietz en naar de stad gegaan, Dietz moest Daniel tot de orde roepen. Had u afgesproken wanneer hij dat moest doen?

Orleando: Niet concreet, daar hadden we geen duidelijke afspraken over gemaakt. Gewoon "ik zie je later".

Rechter: U had bij Dietz geslapen, hoe laat bent u weggegaan?

Orleando: Tussen negen en tien uur, ik ga elke morgen tussen negen en tien uur naar de koffieshop.

Rechter: Hoe?

Orleando: Lopend.

Rechter: Wie was er het eerst, u of Dietz?

Orleando: Ik.

Rechter: Vlak daarvoor had u hem een pistool en een bivakmuts gegeven.

Orleando: ’s Nachts al.

Rechter: Wat bedoelde u met ‘Daniel tot zijn positieven brengen?’

Orleando: Niks vervelends.

Rechter: Waarom dan dat pistool?

Orleando: Voor als het verkeerd zou gaan, als het uit de hand zou lopen, maar niks negatiefs.

Rechter: Ging u ervan uit dat hij diezelfde dag zou gaan?

Orleando: Ik ging nergens vanuit. Hij zei alleen ‘ja’, het zou voor mekaar komen, "ik zie je later".

Rechter: Die ontmoeting bij Happy Days, was dat toeval of afgesproken?

Orleando: Ik ging in eerste instantie nergens vanuit. Ik had hem een vuurwapen gegeven, dat wilde ik terughebben. Ik heel wel vaker, maar als ik geweten had dat ik spullen zou krijgen waarvoor iemand vermoord was, dan had ik ze niet uitgedeeld in de koffieshop en niet met de pinpas gepind.

Rechter: U wilde het pistool terughebben, maar het pistool zat er niet bij. Wat zat er in die tas?

Orleando: Goederen.

Rechter: Dat is nogal algemeen.

(vervolgens gaat het over tegenstrijdige verklaringen over zijn bezoek aan Nijmegen, over een brief die hij tijdens zijn verblijf in het huis van bewaring aan iemand zou hebben gegeven en waarom hij nu ineens met een heel ander verhaal komt dan tijdens de verhoren. Orleando zegt dat hij pas tijdens de echte behandeling – nu dus – wil vertellen hoe het echt is gegaan. De rechter vraagt of hij niet de behoefte heeft gehad Andreas Dietz een heleboel vragen te stellen)

Orleando: Ja, omdat er wel vragen gesteld moeten worden. Nee, omdat ik mij heel vervelend voel ten opzichte van Dietz. Dat heeft te maken met mijn woede. Ik zit al anderhalf jaar vast, ik heb een bepaalde woede en frustratie opgebouwd, ik ben psychisch en emotioneel gekrenkt.

Een van de andere rechters wil meer weten over de tassen: "Dat was toch niet de opdracht? Daniel moest een lesje worden geleerd, maar Dietz kwam met twee tassen aan.

Orleando: Er gebeuren wel meer vreemde dingen.

Rechter: U had hem als getuige kunnen laten horen. Maar u zegt: Ik heb van Dietz gehoord dat hij "dat meisje in de fik heeft gestoken". Als u hem niet heeft gesproken, hoe komt u dan aan die kennis?

Orleando: Die heb ik van de dader.

Rechter: Is Dietz de dader?

Orleando: Dat is niet de goede vraag. U heeft ervoor gekozen de dader te laten gaan.

Rechter: Dat is geen antwoord op mijn vraag.

Orleando: Het is niet de goede vraag. Dan blijft het hierbij. Ik heb het niet van Dietz, wel van de dader.

Rechter: Is iemand anders dan Dietz de dader?

Orleando: Ja. Het is heel erg ingewikkeld.

Rechter: U zit hier, u moet toch wel rekening houden met een mogelijke veroordeling, waarom noemt u de naam van de dader niet?

Orleando: Ik wil dat laten gaan. Maar één ding: tot ik vrijkom, dan... Hanif is de dader. Hij heeft van mij een brief gekregen, dat hij voor zijn ding op moet draaien.

Rechter: Waarom vertelde u dat niet aan de politie?

Orleando: Ik heb dat laten gaan.

Rechter: Waarom vertelde u het niet?

Orleando: Ik heb hem eerst de hand boven het hoofd gehouden, zo ga je op straat met elkaar om.

Rechter: Wat is de relatie tussen de tassen met spullen en Hanif en Dietz?

Orleando: Ik had met Hanif afgesproken dat we Dietz de schuld zouden geven.

Rechter: Wanneer heeft u het van Hanif gehoord?

Orleando: In de auto, op weg naar Amsterdam. Ik heb gezegd: "Ik wil het niet horen." Hij vroeg of ik gehoord had wat er gebeurd was, dat er iemand was vermoord. Mijn reactie was: Er gaan wel vaker mensen dood. Hij vroeg: ken jij Melissa? Ik zei nee. Hij zei: het is de vriendin van Daniel. Ik probeerde meteen het gesprek af te kappen, ik wilde dit niet aanhoren. Maar hij praatte door, hij heeft alles verteld.

Rechter: U bent degene die hier terechtstaat voor moord, u zit al anderhalf jaar, u heeft steeds gezegd: Dietz heeft de moord gepleegd. Waarom noemt u vandaag pas Hanif?

Orleando: Ik heb al eerder meerdere dingen door elkaar verklaard, gebaseerd op leugens. Als ik dan weer aankom met een ander verhaal dan wordt dat tegen mij gebruikt. Daarom heb ik Hanif een brief gestuurd, laat hij erover verklaren.

Officier van justitie: Hanif noemde het een dreigbrief.

Nick van de Toren herinnert zich dat u niet alleen Hanif als dader noemde, maar dat u het samen zou hebben gedaan.

Orleando: Ik heb geschreven: stap met deze brief naar de recherche.

Rechter: Eerst noemde u Kesj, daarna Dietz en nu Hanif. Is het nu zo dat Dietz er helemaal niks mee te maken heeft?

Orleando: Ik heb de spullen van Dietz gekregen.

Rechter: Hanif wist dat Dietz naar de woning was gegaan, u wist het niet?

Orleando: Ik laat het aan Hanif over. Ik ben niet zijn spreekbuis.

Rechter: Hoe is hij daar gekomen?

Orleando: Ik heb hem gevraagd daarnaar toe te gaan. Hanif deed dat, hij doet alles om aan geld te komen.

Rechter: Hoe kan het dat u dit hoort en niets doet? Het staat in alle kranten, iedereen is overstuur, u weet wie de dader is, waarom heeft u niks gezegd?

Orleando: Op dat moment voelde het anders. Ik had mezelf in de nesten gewerkt. Emotioneel en psychisch ben je gekrenkt. Ik kon het niet terugdraaien.

Rechter: Tijdens het verhoor hebben we gezien dat als u in het nauw komt, u vervelend reageert en de politie voor van alles en nog wat uitmaakt, ik kan niet begrijpen dat u nu pas zegt: Hanif heeft het gedaan.

Orleando: Ik moet het voorzichtig brengen.

meilissastraat

Rechter: Om 10.51 uur komt er een melding binnen bij de politie van een buurvrouw van het Immerlooplein die zegt dat ze gegil van een vrouw heeft gehoord. "Maak me niet dood, ik wil niet dood!" Om 11.02 uur is de politie er, er komt rook onder de deur door, ze trappen de deur open, in de woning vinden ze op de tast het slachtoffer, die trekken ze uit de woning. De benen zijn vastgebonden met een elektriciteitssnoer met een tondeuse eraan, om de hals zit een sjaal. Wat doet dat met u?

Orleando: Heel veel. Dat ik hiervan beticht word.

Rechter: U weet dat Hanif dit heeft gedaan, dan is het toch opmerkelijk dat u niet heeft gepraat?

Orleando: Ik wilde het niet horen, ik heb nog een extra jointje of twee, drie gedraaid.

Rechter: Kon u hem niet laten stoppen?

Orleando: Hij was de chauffeur. We reden op de snelweg. Het doet me pijn. Het gaat niet alleen om mij, ook om de nabestaanden van het slachtoffer.

Rechter: U had zich dat zo kunnen besparen.

Orleando: Zolang Hanif blijft ontkennen heb ik een probleem.

Rechter: Tenzij u zelf betrokken bent.

Orleando: Nee, het enige dat ik nog heb met Hanif is woede.

(de rechter gaat summier in op het drama zelf, in De Gelderlander staat iets uitvoeriger beschreven hoe het is gegaan: "De agent die op de tast als eerste de verstikkende rook inloopt, wordt in het halletje opeens aan zijn arm getrokken. Hij hoort rochelen. Op de grond ligt een zwaargewonde jonge vrouw. Met veel moeite dragen agenten haar smeulende lichaam naar buiten. Op de stoep lukt het vasthouden niet meer en laten ze haar noodgedwongen door de hitte vallen. De agenten proberen haar gerust te stellen. Alert volgt Melissa hen met haar ogen. Praten lukt het verminkte meisje niet meer. Na een half uur bezwijkt ze aan haar verwondingen.")

Rechter: De ambulance is er om 11.11 uur. Melissa overlijdt om 11.35 uur. De brandhaard blijkt het tweepersoons bed in de slaapkamer. Uit de sectie blijkt dat ze door het inademen van hete rookgassen om het leven is gekomen. Op 29 mei is ze begraven. Er is nog een melding van een andere buurvrouw, dat ze een vrouw had horen schreeuwen: "Help, ze maken me dood, ik wil niet dood." De buurvrouw verklaart dat ze die ochtend twee keer wakker was geworden van geschreeuw. De eerste keer was om negen of tien uur, toen hoorde ze een vrouwenstem hard om hulp schreeuwen. De tweede keer hoorde ze: "Maak me niet dood". Ze belde eerst haar zus en heeft toen haar eigen deur op een kier geopend om te kijken. Ze hoort dan één of meer scooters wegrijden. Ongeveer tien minuten later komt de politie. Volgens haar waren er altijd wel mensen bij de buren. Ze was ’s avonds en ’s nachts thuis geweest, maar had niets bijzonders gehoord. Er is een verklaring van een zekere Sultan, die u later op de dag had gezien. U had gezegd: "Ik weet wie het gedaan hebben, Albaniërs of Tsjechen."

Orleando: Nee.

Rechter: Er zijn anders genoeg mensen die dat wel van u hebben gehoord. Melissa had vier jaar een relatie met Daniel Giordano. Ze was rustig en ingetogen, wat onzeker, ze volgde een opleiding voor kapster. Op 23 mei was ze ziek thuis, ze had zich de 22-ste ziek gemeld omdat ze kiespijn had. Kent u Sultan, heeft u met hem gesproken?

Orleando: Het kan dat ik met hem gesproken heb, maar ik kan niks vertellen wat ik pas ’s avonds heb gehoord.

Rechter: Kende u hem?

Orleando: Dat zou kunnen. Er zijn zoveel mensen met wie ik praat op een dag, maar ik kan niet tot in detail over alle dingen praten.

Rechter: Daniel heeft ’s morgens om half negen de woning verlaten. Melissa sliep nog. Hij is met de trein naar het Centraal Station in Amsterdam gegaan, er zijn beelden van de bewakingscamera, hij is met zijn vader naar het Italiaans consulaat geweest. Zijn alibi klopt. U bent op 12 mei bij Daniel op bezoek geweest. U heeft toen een gamecube meegenomen, die had u niet teruggebracht. Op 16 mei heeft hij u in zijn kelderbox aangetroffen. Hij raakt gereedschap van zijn fiets kwijt en zijn sleutelbos verdwijnt. Heeft u die meegenomen?

Orleando: Ja.

Rechter: Waarom?

Orleando: Om hem mee te provoceren. Er was iets aan de hand tussen Daniel en een paar meisjes.

Rechter: En zijn videocamera?

Orleando: Ja.

Rechter: Bij de politie komt een anonieme melding binnen dat er gestolen brommers in de kelderbox stonden. Kwam die van u?

Orleando: Ja. Ik ben persoonlijk naar het politiebureau gegaan. Het was niet anoniem.

Rechter: Heeft u gezegd wie u was?

Orleando: Ik heb mijn naam niet genoemd.

Rechter: Ze kenden u al... Op 18 mei treft u Daniel en dan zegt u: "Ik kom volgende week dinsdag terug." Er is een verklaring van Bouwman, die zegt: "Ollie vertelde dat hij een conflict had met Daniel en dat hij een sleutel had van de woning. ‘Wacht maar, ik ga er binnenkort langs.’" Er is een verklaring van Leroy "dat ze die jongens één voor één terug zouden pakken." U heeft het gehad over ‘Daniel terugpakken’. Allerlei spullen uit de twee tassen worden teruggevonden. Twee oorbellen in Zoetermeer (bij een broer van Orleando, HJK). De bonuskaart van Albert Heijn, die Melissa van de moeder van Daniel had gekregen. Daniel herkent de weggenomen spullen: een mp3-speler, een schaar, en een tondeuse. Er is informatie van de CIE (Criminele Inlichtingen Eenheid) uit mei 2006 over een ruzie met ‘dochter R.’, u zou gedreigd hebben: "Ik steek je nog een keer in de fik". Selena doet aangifte van mishandeling tegen Daniel, er wordt een getuige gehoord over de ruzie van Daniel met Leroy en Orleando en twee Hindoestaanse meisjes, Prya en Selena. Er wordt onderzoek gedaan naar u. Uw ex-vriendin Tanja Muller wordt gehoord, u heeft samen met haar een dochtertje, Millau. U had ruzie met haar op 22 mei.

Orleando: Het was geen ruzie, maar een meningsverschil.

Rechter: De politie kwam er wel bij.

Orleando: Dat was haar beslissing.

Rechter: Dat was om zeven uur ’s morgens.

Orleando: Ik heb netjes op de politie gewacht zodat ik rustig mijn jas kon pakken.

Rechter: Flanoe(Hanif) kent u? U bent met zijn Honda naar Amsterdam geweest. U heeft met de pinpas geld gehaald. "Ollie heeft gezegd dat zijn dna wel gevonden zou worden." Dat vond hij niet normaal: waarom zeg je dat van tevoren? Tanja Muller verklaart dat Ollie een passie had voor vuur. Naar de uitzending van Peter R. de Vries over Maja Bradaric (uit Nijmegen, zij was ook in brand gestoken) had hij heel aandachtig zitten kijken.

Orleando: Als ik tv kijk, kijk ik altijd aandachtig.

Rechter: U heeft Tanja Muller gedreigd in brand te steken.

Orleando: Daar ben ik voor veroordeeld, maar ik snap dat dit er nu een bepaald profiel aan geeft.

Rechter: Op 22 mei had u bij Tanja de boel kort en klein geslagen. Op 5 juni is er een verklaring dat u weet wie de dader is.

Orleando: Daar is alle ellende mee begonnen, met die knuppel, ik weet dat u daarover wil beginnen. Ik heb gewoon eerlijk verteld wat ik weet.

Rechter: U wist wie de dader was, waarom zei u niet dat het Hanif was? Het gaat over de diefstal van lap-tops, met een Kroatiër met de naam Kresj.

Orleando: Als je ’t moeilijk hebt vertel je vervelende dingen.

Rechter: ’s Avonds bent u met Hanif naar Amsterdam geweest, daarna bent u naar de woning van Hanif in Presikhaaf gegaan. Een tante verklaart: Ollie was voor de deur, hij wist dingen, wat in zijn hoofd zat, hij wist wie te maken had met de dood van de vriendin van Daniel. U had 600 euro met de pas gepind.

Orleando: De bankpas zat bij de spullen, de pincode stond op een papiertje.

Rechter: Er is eerst een paar keer een verkeerde code ingetikt. Is dat niet opvallend, als het op een papiertje staat?

Orleando: Opvallend? Dat is hoe het gebracht wordt.

Rechter: Hanif is herkend van videobeelden, van het pinnen. Waarom had u hem die pas gegeven?

Orleando: Hij vroeg erom.

Rechter: Wist u toen dat hij te maken had met de brandstichting?

Orleando: In de avonduren.

Rechter: U bent een aantal dagen bij uw broer in Zoetermeer geweest, terwijl u daar anders nooit kwam. Is dat niet opvallend?

Orleando: Het wordt aangeduid als opvallend, maar niet door mij. Het was mijn broer.

Rechter: Uw broer praat met u over het bankpasje.

Orleando: Dat ik die gekregen had.

Rechter: "We hebben het afgepakt van Daniel." U hebt ook gezegd dat u het meisje niet hebt vermoord.

(In een bericht in De Gelderlander staat dat Orleando tegen zijn broer heeft gezegd dat hij Daniel een lesje heeft geleerd. Ik kan dat in mijn aantekeningen niet vinden, HJK)

Orleando: Dat kan.

melissa2

Rechter: Hanif is op 29 juni aangehouden, hij heeft vastgezeten tot 3 oktober. Maurice Jonker verklaart dat hij van Hanif heeft gehoord dat Ollie het had gedaan: hij wilde inbreken, maar het meisje was thuis, van haar had hij de pinpas gekregen. Ze hadden gevochten en zij was vastgebonden.

(vervolgens gaat het over de hond van Daniel, Chico, een afgerichte waakhond. Die was niet aangeslagen toen Orleaondo op 23 mei binnendrong: de hond kende hem. De hond heeft de brand overigens wel overleefd, hij bevond zich in een andere ruimte. Ook gaat het over een tafelpoot die Orleando in de woning van Daniel en Melissa had zien liggen: hij schrijft zelf een brief aan de politie waarin hij het vermoeden uitspreekt dat er vingerafdrukken van hem op zitten. Als dat zo is, dan heeft hij daar wel een verklaring voor. Dat is al tamelijk vreemd, maar hij snijdt zichzelf helemaal in de vingers doordat hij verklaart dat de tafelpoot in de slaapkamer lag. Dat is daderinformatie: volgens Daniel had de tafelpoot in de kelderbox gelegen, maar na de brand is hij inderdaad ‘boven’ (in de slaapkamer) aangetroffen. Bovendien worden er op de tafelpoot helemaal geen vingerafdrukken gevonden. De tafelpoot heeft te maken met een conflict op 16 mei op het Gelderlandplein in Arnhem, waarbij Daniel betrokken was. Hij zou twee jonge Hindoestaanse meisjes, Prya en de minderjarige Selena, uit de vriendenclub van Orleando, op seksueel gebied onheus hebben bejegend. Er was een behoorlijke rel geweest waarbij met tafelpoten was gevochten. Wat niet helemaal uit de verf kwam – omdat Daniel daarover niks wilde verklaren – was dat een aantal jongens, onder wie Orleando en Daniel, een plan hadden om lap-tops te stelen bij het bedrijf in Zevenaar waar Daniel stage liep. Dat was er niet van gekomen. Op 18 mei was Orleando ’s morgens vroeg bij Daniel en Melissa aan de deur geweest. Melissa keek uit het raam en had gezegd: "Daar is die jongen van die gamecube weer". Daniel had een mes gepakt en was naar buiten gegaan. Ze hadden gepraat, elkaar een hand gegeven en afgesproken elkaar op dinsdag 23 mei te ontmoeten. Over de lap-topdiefstal? Maar die dinsdag liep alles anders dan verwacht: Daniel ging met zijn vader naar de Italiaanse ambassade, terwijl er eerder sprake van was dat dat op woensdag zou zijn.

Er zijn twee scenario’s: Orleando wist dat Daniel er niet was en zou daarom die dag gaan inbreken, niet wetend dat Melissa onverwacht – door haar kiespijn – wél thuis was. Of hij had met Daniel afgesproken, was boos dat die er niet was en had toen maar besloten in te gaan breken.

Aan Daniel is gevraagd hoe hij denkt dat Melissa zou reageren als er ineens een vreemde man aan haar bed zou staan. Volgens hem zou ze meteen haar pincode geven als ze bang was en ze kon niet liegen. Ze zou zich niet verzetten. Verder is er een verklaring van een familielid dat bij een pro-formazitting was geweest. Toen Orleando binnenkwam had ze hem herkend als de jongen die op 23 mei bij de flat was geweest en op de passagiersstoel van een auto had gezeten. Dat was later op de dag.

Orleando: Daar weet ik niks van, dit is nieuw voor mij.

Rechter: Op 23 mei om 18.11 uur zijn de twee tassen in een kluis op het station gezet.

Orleando: Ik heb die tassen in de kluis gezet.

Rechter: Enid T. heeft u daar nog geld voor geleend.

Orleando: Dat heb ik terugbetaald!

Rechter: Waarom gebruikte u de bonuskaart van Melissa?

Orleando: Omdat ik die gevonden had.

Rechter: Het is een opvallend stukje in de verhoren. U heeft moeite om te verklaren wat er gebeurd is.

Orleando: Ik heb moeite met het hele proces.

Rechter: U zegt pas dat u hem gevonden heeft als u in het nauw zit.

Orleando: Je wil het van je afpraten.

Rechter: Het lijkt of de verstrikkingen waarin u terechtkomt steeds erger worden.

Orleando: Die doen me behoorlijk de das om.

Rechter: Er lag een schrijfbloc in het huis van uw moeder, met een flyer van de stille tocht.

Orleando: (boos) Juist dat stukje waar mijn zusje niet belastend verklaart, is niet toegevoegd. Ik had tegen Nancy gezegd wat er gebeurd was.

Rechter: In het schrijfbloc zat een papier met de scheikundige werking bij verbranding. Het was voor uw portiersopleiding.

Orleando: Daar heb ik meerdere keren over verklaard.

Rechter: Wanneer hebt u die cursus gevolgd?

Orleando: In 2000 aan de open academie in Zoetermeer.

Rechter: Zeven jaar later ligt dat papiertje thuis op een prominente plaats.

Orleando: Ik bewaar wel meer spullen.

Rechter: Heeft u die opleiding afgemaakt? Was het een opleiding in het kader van de Glenn Mills School?

Orleando: Ja. Ik heb de politie een nummer gegeven dat ze konden bellen, maar dat gebeurt niet.

Rechter: Andreas Dietz is Kesj en Kesj is Dietz. Hij heeft vanaf 26 juli vijf dagen vastgezeten. Op 23 mei was hij in zijn woning aan het Schepen van Boekelpad. Het is aannemelijk dat u allebei daar de nacht van 22 op 23 mei heeft geslapen. Hij ontkent in Nijmegen te zijn geweest en u te hebben ontmoet. Hij heeft een alibi. Abdi Sufi (een kennis uit de koffieshop) had ’s morgens van half negen tot half elf gewerkt en u daarna getroffen in de koffieshop. Duif (Moestafa) was eerst in Happy Days, even later Sufi, daarna Ollie. Waarom is het voor u zo belangrijk, als u zegt: "Ik was eerder in Happy Days dan Sufi"?

Orleando: Dat is gewoon belangrijk, in het algemeen en ook op dat moment. Als het niet belangrijk was, was er ook niet naar gerechercheerd.

Er is nog meer dat justitie als daderinformatie beschouwt: het feit dat het lichaam van Melissa is besprenkeld met spiritus uit een blauwe fles. Een bezoek van zus Nancy aan Orleando in het huis van bewaring wordt afgeluisterd en dan begint Orleando over een blauwe fles spiritus. Hij beweert zelf dat hij dat van de politie heeft gehoord. Ook wordt er een infiltrant, A1677, ingezet, een Belgische undercover-agent die ook zogenaamd is opgepakt en tussen de politieverhoren door met hem aanpapt. Tegen hem vertelt Orleando dat hij ‘de Duitser’(Dietz) een blauw flesje gegeven had ‘met spul dat brandt als benzine.’ Het meisje was wakker geworden, het spul was eroverheen gespoten en de politie dacht dat het benzine was.

Orleando: Belachelijk.

De spiritus stond overigens in de keuken, waar de moeder van Daniel het had laten staan. Ze maakte er wel vaker schoon, anders nam ze altijd de spullen weer mee, dit keer toevallig niet.

Rechter: Bent u zich ervan bewust dat u door uw leugenachtige verklaringen uw eigen ruiten heeft ingegooid?

Orleando: Daar ben ik mij heel bewust van.

melissa3

In het huis van bewaring heeft Orleando geprobeerd een brief naar buiten te smokkelen via een medegedetineerde, maar een bewaarder ziet het, de brief wordt in beslag genomen. Het gaat over een plan om het huis in brand te steken voor het verzekeringsgeld. Als Orleando hoort dat de brief is onderschept reageert hij met: "O shit, dat meen je toch niet! Laat dit niet waar zijn!" Nu ontkent hij dat hij de brief heeft geschreven. Hij praat zichzelf steeds meer vast: eerst beweerde hij dat hij nooit geld zou hebben gepind als hij wist dat er voor het pasje iemand was vermoord, als hij later bij zijn broer in Zoetermeer is en hij inmiddels heeft gehoord wat er is gebeurd, vraagt hij wel iemand anders ermee te pinnen, zelf is hij bang herkend te worden.

Orleando: "Dan ben je zo verstrooid, ook door alcohol."

Het was de bedoeling met Hanif in Amsterdam te gaan chillen, maar ze hadden meer gedronken dan gechilled.

Rechter: in het rapport van de technische recherche staat dat toen men aankwam de deur gesloten was. De deur is geforceerd, door de rook was binnen niets te zien. Melissa is in de gang ter hoogte van de keuken aangetroffen. Haar enkels waren drie keer omwikkeld met het snoer van een tondeuse. Om haar als zat een hoeslaken. De brand is ontstaan op het bed. Ook de vloerbedekking was besprenkeld of begoten met een brandversnellende vloeistof. Er zijn geen bruikbare dactyloscopische (vingerafdrukken) of dna-sporen gevonden. Op het stekkertje van de tondeuse zijn dna-sporen van een onbekende man gevonden. Er is geen sperma aangetroffen.

Orleando heeft vanuit het huis van bewaring een brief geschreven aan Hanif, die hij via een familielid heeft laten bezorgen. Een aantal vrienden hebben de brief gelezen, daarna heeft Hanif hem verbrand. De brief was in echte Ollie-stijl geschreven, met mooie woorden. "Hanif zou meegaan in zijn graf." Het kwam erop neer dat ze het samen hadden gedaan. Hanif had Melissa vastgebonden. Sufi, de kompaan uit de koffieshop, wordt gehoord. Hij zag Ollie met de twee tassen. Ollie wilde trakteren, hij zou benzine en wiet betalen. Hij vroeg zich af: "Wat heeft die jongen gedaan?" Hij dacht dat Ollie een overval had gepleegd. Bij Happy Days gedroeg hij zich een beetje vreemd, hij wilde naar een koffieshop in Nijmegen. Hij vertelde dat de politie achter hem aanzat, dat hij problemen had met vrouw en kinderen, hij vraagt Sufi: "Ik was toch met jou?" Sufi heeft de indruk dat Ollie hem voor zijn alibi wil gebruiken.

Duif, een andere koffieshopvriend, herinnert zich de trip naar Nijmegen ook en dat Ollie had gezegd dat hij de kappersschaar uit een van de tassen misschien wel kon verkopen aan een kapper in de Steenstraat.

Orleando: Ik ken geen enkele kapper in de Steenstraat.

Hanif zegt over zichzelf en Orleando dat ze allebei "een gat in de hand" hebben. Orleando was door zijn vrouw uit huis gezet. Hij had zelfs het speelgoed van zijn kinderen verpand en ingebroken bij zijn eigen moeder en zijn oma. Op 23 mei waren ze om tien voor zeven ’s avonds bij de Burger King in Arnhem. Hanif had een gestolen auto, Orleando wilde naar Amsterdam en zou de benzine betalen. Hij had 150 euro contant en gaf Hanif een bankpasje en de code, maar er stond geen geld op de rekening. Ze hadden hasj gehaald bij Happy Days. Hanif vroeg hoe Orleando aan geld kwam, hij zei dat hij een klus met iemand anders had gedaan, "dat is mijn geheim." In de stad hoorde Hanif dat Melissa dood was, maar Ollie wilde er niet over praten: "Dat is toch fucked up?" had hij gezegd.

Een andere koffieshopvriend hoort Hanif zeggen dat hij Orleando "een gore klootzak" vindt. Op straat wordt verteld dat Orleando het heeft gedaan, dat het meisje ‘tijdens de klus’ thuis was. Hanif schuift de schuld richting Orleando, "iedereen wist dat Ollie en ik alles deden voor geld. Ik vind hem een moordenaar. Ik heb via zijn broer een brief van hem gekregen waarin hij mij alle schuld gaf en mij met allerlei scheldwoorden noemde. En dat ik de hoofdplanner was. De teneur was: ik moest hem uit die hel halen, ik was de schuldige, hij had niks gedaan."

Een andere vriend herinnert zich dat het die dag mooi weer was. Hij had de indruk dat Orleando iets geflikt had, "hij wilde weg en keek schichtig om zich heen."

Van undercover-agent A1677 is er de verklaring dat Orleando tegen hem heeft gezegd dat hij de blauwe fles aan de Duitser had gegeven, "het meisje had alles gezien. Ze was vastgebonden en ze had geschreeuwd." Volgens Orleando dachten de onderzoekers dat de brand in de woonkamer was begonnen, maar hij zei tegen de agent: "Het was in de slaapkamer. Ik ben een bad boy en ik zal altijd een bad boy blijven."

Na een schorsing krijgt Madeleine, de moeder van Melissa, gelegenheid om gebruik te maken van het spreekrecht. Broer Jeffry had ook iets voorbereid, en de moeder van Daniel ook, maar de advocaat van Orleando wijst erop dat formeel slechts één persoon spreekrecht heeft. Na beraad geeft de rechtbank hem gelijk.

"Ik ben de mama van Melissa. Ze is geboren op 4 december 1986. Ik was zó blij met een meisje, ik kon het de hele dag wel uitschreeuwen van blijdschap. Nu was ze 19 en kan ik het elke dag uitschreeuwen: "Ze hebben mijn meisje vermoord!"

Ze was een hele lieve, gemakkelijke baby, peuter en kleuter, ze speelde zo leuk met haar broertjes Jeffry en Jermain, ze zocht nooit ruzie, ze was dol op kinderen, ze zou zeker moeder hebben willen worden

(ze moet even stoppen, de emoties grijpen haar naar de keel).

Ze wilde niks liever dan huisje boompje beestje, en een goede kapster worden. Ze raakte verliefd..."

In haar toespraak zegt moeder het niet met zoveel woorden, behalve dat de vriend niet hun type is. Kennissen van het stel zeggen dat Melissa hopeloos verliefd was, maar dat Daniel de relatie niet erg serieus nam en Melissa veel verdriet deed. De ruzie met Orleando had ook te maken met de verdenking dat Daniel iets had uitgespookt met twee jonge meisjes uit de kring van Orleando en zijn vrienden.

"Melissa rookte niet, ze dronk niet, ze ging niet uit. Ze kon niet tegen onrecht. Nu denk ik aan haar laatste uren. Wat heeft ze allemaal gezegd, geroepen, toen ze daar helemaal alleen lag, vastgebonden op bed. Kon niemand haar helpen? Ik ben in die flat geweest. Het was een horrorfilm. Ik kon haar haast horen schreeuwen. Vastgebonden, ze kon geen kant op.

Toen ik het hoorde, zat ik in de bus. Melissa is dood! Mijn wereld was voorbij. Alles was voorbij. Toen wist ik nog niet dat het om moord ging! De bus werd stopgezet. Er waren politiemensen, ik schreeuwde: "Waar is Melissa!" Ik wilde naar mijn kind, maar dat mocht niet. De eerste dagen bleef ik schreeuwen om mijn kind. Na drie dagen mocht ik haar eindelijk zien. Wat je dan als moeder ziet, je kind in een kist opgebaard, het rook naar rook, ze was helemaal weggeschroeid. "Wat hebben ze met je gedaan!" Daar lag mijn lieve meisje in een kist, ik heb alleen maar geschreeuwd: waarom hebben ze dit met jou gedaan? Zo’n zachtaardig meisje, ze deed geen vlieg kwaad. Deze laffe brute moord, onze navelstreng is doorgebrand, ik wilde niet bij haar weg. Ik heb heel lang in een roes geleefd, maar het wordt steeds realistischer. Ik heb nog nooit een rechtszaal van binnen gezien. Het gemis en de heimwee worden steeds erger. Ik mis alles aan haar. Ik kan nooit accepteren dat iemand haar van het leven heeft beroofd op zo’n afschuwelijke manier. Ik ben geamputeerd, elke dag sta ik met verdriet op. Ik was zo trots op haar, dat ze alles zo goed deed, met het kapperswerk, ondanks haar verlegenheid. Ze was nog maar 19 jaar, ze moest nog zoveel. Ik stond altijd wel vrolijk in het leven, nu sta ik elke dag op met pijn, ik leef niet, ik overleef. Tijdens de stille tocht ben ik ingestort, ik was in shock. Ik was begonnen aan een opleiding, maar werken kan ik niet, als ik aan de toekomst denk ben ik alleen maar bang. Wat moet ik zonder Melissa? Ik wil haar terug! De verdachte weet niet wat hij heeft aangericht, hij heeft niet alleen Melanie vermoord, hij heeft ons hele gezin verscheurd. Wíj hebben levenslang."

Jeffry zit naast zijn moeder, hij houdt een foto van Melissa omhoog, zodat de rechtbank en de verdachte die goed kunnen zien. Orleando heeft tijdens de toespraak zijn gezicht naar de spreekster gekeerd, het is niet te zien wat er in hem omgaat.

De rechter bespreekt de achtergrond van de verdachte en de psychiatrische rapporten van het Pieter Baan Centrum. Toen Orleando zeven jaar was, in 1991, is zijn moeder met drie van de vier kinderen uit Suriname naar Nederland gegaan, het vierde kind komt een jaar later. Thuis is hij altijd het zwarte schaap geweest.

Orleando: Moet ik het hier weer over mijn verleden hebben?

Rechter: Grootvader is in 1997 overleden, dat was voor u een ingrijpende gebeurtenis. Vanaf uw veertiende vertoont u gedragsproblemen, op school en op straat. Zelf was u positief over uw leven in Suriname, dat vond u een goed leven, in Nederland vond u het ‘zwaar klote’. De wijk waar u woonde vond u een getto, waar alcohol en prostitutie de norm waren. U wordt al jong meegenomen naar een koffieshop, waar u veel verkeerde dingen zag. Om de haverklap vertoont u een agressieve uitbarsting. Op uw dertiende komt u voor het eerst in aanraking met justitie. Op school wordt er contact gelegd met uw vader in Suriname. In 1998 mag u op kosten van school drie maanden naar uw vader in Suriname. Terug in Nederland leefde u op straat, u handelde in drugs en had een meisje voor u werken. Uw moeder schakelt de hulpverlening in, die u omschrijft als "een in de kern intelligente, kwetsbare jongen." In 1999 komt u op de Glenn Mills School. U hebt "last van angst, wantrouwen en paniek, u bent trots en gemakkelijk krenkbaar, u leefde van de straat, volgens het recht van de sterkste. Op de Glenn Mill School leert u timmeren, lassen, houtbewerken, u volgt een opleiding voor portier en u speelt in een Surinaamse trommelband, waarmee u ook op tv komt. In 2002 werkt u via een uitzendbureau in de tentenbouw. U bent de hele dag stoned. Tanja Muller ontmoet u in de zomer van 2004 in een koffieshop. Zij dacht dat u cocaïne gebruikte. Na anderhalve maand raakt ze zwanger. U bent jaloers, u loog en bedroog en u kon er niet tegen als u op een leugen werd betrapt. U heeft een tas van haar met terpentine besprenkeld en u heeft met een vleesbijl gegooid. Op 17 april 2005 is uw dochtertje Millau geboren. Op 22 mei 2006 heeft u ruzie met Tanja, ze wil u niet meer in huis. U bent welbespraakt. U bent narcistisch, gericht op de buitenwereld. Kritisch over uzelf nadenken is niet sterk ontwikkeld. Er is sprake van psychopathie: u kunt zich minder goed inleven in een ander, schuldgevoelens zijn nauwelijks aanwezig.

Officier van justitie mr. Langenhorst noemt het conflict van Daniel met twee Hindoestaanse meisjes, Prya en Selena: hij zou Selena seksueel hebben misbruikt. Ze voert ook aan dat Orleando op 18 mei ’s morgens heel vroeg aan de deur was geweest en had gezegd: "Ik kom dinsdag terug." Het motief wordt niet duidelijk: wraak of een uit de hand gelopen inbraak? Haar conclusie: er was geen bewust motief. "Hij moet door iets in de woning gekrenkt zijn. En Melissa kende hem. Zijn fascinatie voor vuur heeft een rol gespeeld bij de uitvoering." Ze beschrijft de verdachte als iemand met "een hoge krenkbaarheid en een gebrekkige gewetensfunctie. Hij scoort hoog op de checklist voor psychopathie: gebrek aan gevoel van schuld en berouw, liegen en manipuleren. Hij is hooguit enigszins verminderd toerekeningsvatbaar. "Hij heeft Melissa brandend en hulpeloos achtergelaten. Gewetenloos. Diezelfde middag heeft hij kleding, wiet en hasj gekocht. Het is weerzinwekkend en onbegrijpelijk. Zijn houding is: ik ben slachtoffer." En doordat hij niet vertelt wat er echt is gebeurd, blijft de familie van belangrijke informatie verstoken.

Technisch bewijs van Orleando’s betrokkenheid is er niet, maar de andere potentiële verdachten hebben een sluitend alibi en hij is de enige met daderkennis: de tafelpoot en de spiritus. Waarmee de brand is gesticht is ook niet bekend: een lucifer, een aansteker of een jointje?

Ze eist vijftien jaar gevangenisstraf plus tbs, en als de rechtbank zou besluiten geen tbs te geven, dan twintig jaar celstraf.

Advocaat mr. P.R.M. Noppen concentreert zich in zijn pleidooi op de rode draad die volgens hem door het dossier loopt: dat zijn cliënt zegt dat hij niet in de woning is geweest. En dat er geen bewijs is dat hij daar wél is geweest. De obsessie voor vuur en een tv-programma daarover zegt volgens hem niks. Zijn conclusie: vrijspraak.

Rechter: Wat wilt u zelf nog zeggen?

Orleando: Helemaal niks.

De uitspraak is op 24 oktober.

EEN VERSCHEURDE FAMILIE

Broer Jeffry, moeder Madeleine en twee van haar zussen houden Melissa’s vriend Daniel verantwoordelijk voor het drama: als hij niet zulke foute criminele vrienden had gehad, was het allemaal niet gebeurd. Dat heeft geleid tot een ernstig conflict met andere familieleden die er genuanceerder over denken en erop wijzen dat Daniel hier niets aan kon doen. Ze kregen te horen dat ze niet welkom waren bij de rechtszittingen en werden bedreigd. De zaak is inmiddels bij de politie aanhangig gemaakt.

Meer achtergronden staan op de hyves-pagina van broer Jeffry (hier)

 

 

Beste HJK,

Wat een verschrikkelijk en triest verhaal.
Met een naar gevoel van binnen dit uitgebreide verslag gelezen.

Zulke nietsnutten als deze Orleando lopen dus gewoon rond in deze maatschappij.
Zonet gehoord dat deze 'natuurfout' maar liefst twintig jaar cel heeft gekregen. Hopelijk blijft hij gebruik maken van zijn welbespraaktheid jegens de andere gedetineerden en hopelijk hebben deze dan net zoveel fatsoen als de rechters en officier van justitie, om Orleando te antwoorden maar ik zou het persoonlijk helemaal niet erg vinden als ze dit zielige geval hardhandig alle hoeken van de detentie complexen laten zien en voelen.

mvg,
DR

Geplaatst door: DR | 24 oktober 2007 om 10:30

Ik heb dit stuk echt met open mond gelezen, zeker nadat in de panorama er een stuk in stond met de naam van de verdachte.

Mijn verhaal;
Ik zat 2005 in het 4e leerjaar op een school in arnhem, dicht bij Kronenburg (Waar 'Ollie' dus woonde).
Op een dag kwam een een schoolgenoot naar me toe en zei, ik weet een chille thuiscoffeeshop. (Zo noemde hij het, wat hij samen had bedacht met ollie).
Hoe hij met hem in contact is gekomen is mij onduidelijk. Hij was 17 en Ollie toen in de 20.
Die maat van me was totaal niet 't type vriend van Ollie, maar hij vond het tof, en haalde er jointjes en chille er hele dagen. En had dus ook al snel vertrouwen voor hem opgebouwd.
Wij blowde ook wel is, en het was dicht bij school dus we gingen er maar is langs.

Wij kwamen daar aan, en uit het schuurtje voor in de tuin kwam me toch een wietwalm.
Wij daar binnen chillen, echt groot was 't niet.

Er kwamen welwat meer jongens van onze leeftijd (16,17,18) maar het werd wel geprobeerd het rustig te houden, want het is en blijft wettelijk niet toegestaan.

Wij vonden het wel relax en gingen er vaker langs, wat misschien een aantal maandjes duurde.
In die tijd ollie leren kennen van verschillende kanten.

Hij bood ons vaak snacks aan; friet, hamburgers; hij stopte het wel even in de frituur.

Met hem wel eens naar de stad geweest op me scooter, moest hij weer even een mp3'tje verkopen.

Op een avond kwam ik bij hem en wilde graag een 5je wiet, maar hij had niks meer.
Dus hij wilde wel even met mijn scooter naar de coffeeshop in de stad rijden.
Ik had geen volle vertrouwen in hem, maar leende me scooter toch, aangezien ik moest wachten voor bij zijn moeders huis waar hij die tijd voornamelijk verbleef.
Ik heb aardig lang staan wachten, totdat ik toch wel argwaan kreeg.
En ja hoor, ik werd gebeld; ja je scooter staat hier op het politiebureau die kun je komen ophalen.
Ollie was dus opgepakt met de brommer omdat hij te hard reed en geen papieren bij zich had.

Ik op het bureau me verklaring afgelegd, en mocht gaan.
Hij ook die avond, maar wel met 3 bekeuringen (Waarvan ik me afvraag of hij die ooit heeft betaald).

Daarna nog wel eens met wat maten bij hem geweest, maar hij begon raar te doen. Hij kwam afspraken niet na, moest op ongelegen momenten weg, liet soms niks van zich horen.

Toen leende die maat van me (Die ons hierin had laten belanden) zijn PDA aan Ollie uit omdat hij hienraar gevraagd had.
Hij moest wat dingen regelen met zijn vriendin etc.
Totdat Ollie dus weer pleite was, wij vaak aan zijn deur gestaan want we waren toch wel benieuwd.
We konden hem ook niet bereiken op de PDA, totdat hij weer opdook en me maat vroeg of hij zijn scooter mocht lenen om zijn PDA voor hem op te halen.
Aangezien er al aardig wat vertrouwen was opgebouwd leende hij zijn scooter dus ook uit.

Uiteindelijk Ollie nooit meer terug gezien, later van me maat gehoord dat hij aangifte had gedaan, maar Ollie heeft daar nooit echt problemen mee gehad heb ik de indruk. Maar de PDA en scooter waren spoorloos.

Een paar weken na de aangifte van me maat, in de tijd dat Ollie dus spoorloos was, bleek dat Ollie al opgepakt was ivm een andere zaak, wat dus deze bleek te zijn.

Dit had ik dus nooit verwacht, en nu, vanmiddag lees ik dus in de Panorama dat Ollie (Zoals ik hem ook noemde) de dader is geweest en dat hij 20 jaar mag zitten.

Of we ook bij hem gechilld hebben toen de moord al was gepleegd weet ik niet, het is nu al een aantal jaren terug, en kan me niet meer herrineren wanneer de moord is gepleegd in mijn verhaal...
Ik heb zelf het idee, dat het gebeurd is in die tijd dat Ollie spoorloos was, en dat kan ook kloppen omdat ik in de tekst lees dat Ollie naar Amsterdam en bij zijn broer etc is geweest.

Zo, nu heb ik toch wel weer in indrukwekkende middag achter de rug.

Ik zou een berichtje terug wel leuk vinden, misschien dat je nog wat te zeggen of misschien te vragen hebt.
Stuur die maar naar mijn email, die moest ik ergens invullen.

Geplaatst door: K. | 30 oktober 2007 om 17:24

Dit is een verhaal, waarbij je niet te lang moet stilstaan, anders wordt je net zo gek als de dader. Pure horror. Iemand levend in brand steken, weglopen en gaan feesten. Rechters die hun afschuw uitspreken en 20 jaar geven. Een familie die levenslang heeft, de samenleving eigenlijk ook, want na ca. 14 jaar komt deze gestoorde, gevaarlijke recidivist (hij had al een strafblad met geweldsmisdrijven!) weer vrij.
Niet eens TBS! Want PBC oordeelde dat de relatie tussen zijn weliswaar psychotische, narcistische persoonlijkheid en de daad niet direct is. Wanneer je naar de levensloop van de dader en zijn omgeving (Daniel, Hanif, Dietz en alle ander minkukels) kijkt, krijg je bijna het verwerpelijke gevoel: 'dit hele asociale zooitje hadden ze beter preventief kunnen ruimen.Wat een ellendig stel armoedzaaiers, help ze uit hun lijden..'. Het is moeilijk in deze wezens nog medemensen te herkennen. In ieder geval zouden we zonder deze losers een beter maatschappij hebben. Wat doen we met ze? Een suggestie (ervan uitgaande dat fysieke liquidatie niet wordt geaccepteerd): in containerdorpen plaatsen.

Geplaatst door: janlul | 31 oktober 2007 om 21:59

Echt vreselijk wat er is gebeurt, geen woorden voor!
Heel veel sterkte voor de familie!

Geplaatst door: anisa & evelien | 27 november 2007 om 21:41