Reportage uit 2002
Naar aanleiding van: dagboek van woensdag 19 april 2006

Nihoul
Op 17 januari (2002) beslist de Raadkamer in België wanneer het proces tegen Marc Dutroux begint en welke verdachten er terecht moeten staan. Over Dutroux zelf, zijn vrouw Michelle Martin en handlanger Michel Lelièvre is geen onduidelijkheid, het draait vooral om zakenman Michel Nihoul. Was hij de verbindende schakel tussen 'leverancier' Dutroux en een netwerk van 'gebruikers', of wist hij niets van de ontvoeringen en moorden? De enige Nederlander die een rol speelt in de affaire is de 64-jarige Casper Flier. Hij bracht Nihoul en Lelièvre met elkaar in contact, maar bleef zelf buiten schot. 'De Belgische politie haat mij, omdat ik ongewild de verbindingsman was, een ongrijpbare figuur die er wel dicht bij zat, maar er niks mee te maken had.'

Hoe raakt een Nederlandse zakenman-in-chocola verzeild in de meest afschrikwekkende kringen van België? Casper Flier komt oorspronkelijk uit Hilversum, waar vader de kost verdiende als accountant en moeder haar steentje bijdroeg als gobelinweefster. Casper volgt een opleiding aan de Amsterdamse Handelsschool en gaat het zakenleven in. Hij wordt verkoopman bij chocoladefabriek Bloker in Weesp. Bejaarden herinneren zich de reclameslogan wellicht nog: 'Half elf Blokertijd'. Later wordt hij vertegenwoordiger in papier. In het midden van de jaren zestig verkast hij naar België. 'Als vrijgezel kon je in die tijd in Nederland nergens een fatsoenlijke woning krijgen, in Antwerpen wel.'
Schuine moppen
Hij blijft actief in de papierhandel en begint in 1984 in Brussel met een eigen bedrijf. Als dat failliet gaat ('Ik had me niet voldoende gerealiseerd dat je in België de politiek mee moet hebben als je zaken wil doen') komt hij voor het eerst in aanraking met iemand die zich net als hij als slachtoffer beschouwt van de affaire Dutroux: de advocate Anny Bouty, over wier wilde seksleven vele verhalen de ronde doen. Zij is op dat moment de vriendin van Michel Nihoul, de man die door justitie nog altijd wordt verdacht van betrokkenheid bij de zaak Dutroux: hij zou de link zijn tussen een grootschalig netwerk van kindermisbruikers en de kinderleveranciers. Nihoul is een merkwaardige man. 'Hij vertelt altijd schuine moppen, je kunt met hem lachen, maar niet lang. Het is een man zonder inhoud, na een half uur ben je hem zat. Hij deed eigenlijk ook niks, behalve wat rondlopen en zich belangrijk voordoen. Mijn toenmalige boekhouder kende hem, hij dacht dat het een goede man was voor de public relations en hij had inderdaad een vlotte babbel.
Pikante fuiven
Toen het met de fabriek dreigde mis te gaan, zei hij: "Je moet een advocaat inschakelen." Zodoende heb ik Anny Bouty leren kennen.' Anny Bouty en Michel Nihoul hadden elkaar aan het eind van de jaren zeventig ontmoet. Ze hadden zes jaar lang een relatie en deden samen mee aan 'pikante fuiven' in het Brusselse. Anny was gevallen voor de vlotte babbel en de gouden handen van Nihoul: als het moest kon hij heel aardig timmeren. Flier: 'Anny had een andere vriend moeten hebben, uit een beter milieu, dan had ze nu nog tot de top behoord. Maar ze liet zich in met een ordinaire man als Nihoul en dat heeft haar uiteindelijk de das om gedaan.' Flier wordt nog altijd lyrisch als hij het over Anny heeft, die hij omschrijft als 'een hele krachtige persoonlijkheid'. Hij raakte tot over zijn oren verliefd op haar en ze begonnen een hartstochtelijke relatie. Anny achtte zich niet erg gebonden aan Nihoul, die intussen ook al een andere vriendin had.
Bruisende stad
Flier had weliswaar een vaste partner, Marianne, maar die was op dat moment al 81, hij voelde zich niet schuldig dat hij zijn seksuele lusten elders botvierde. Brussel was toen nog een bruisende stad, het leven van Casper Flier was een feest, met als middelpunt Anny Bouty. 'Ze kookte op het niveau van een drie-sterrenkok, zo lekker, daar werd je gek van.' Anny woonde bij hem in zijn flat, die een ontmoetingspunt vormde van een Brussels advocatenmilieu. Nihoul was enkele jaren buiten beeld. 'Ik ontmoette hem nooit thuis, het was altijd in een café of bar.' Op de eetfeesten van kokkin Anny kwamen voornamelijk mensen uit de rechterlijke macht. Flier: 'Het was ons-kent-ons. Als Anny iets nodig had, belde ze de procureur waarmee ze had gestudeerd. Op de etentjes waren vaak wel een man of tien, iedereen met zijn eigen contacten.'
Cacaobonen
Zakelijk ging het Flier minder voor de wind: na het faillissement van de etikettendrukkerij in 1984 begon hij een nieuwe zaak in wenskaarten. Die ging in 1992 op de fles. Toen probeerde hij een handel op te zetten met cacaobonen uit Afrika. Dat werd niks, maar de contacten die hij toen legde werden later tegen hem gebruikt. Tussendoor speelt een zaak met cocaïnesmokkel. 'Ik bracht pakjes met cocaïne naar Amsterdam. Ik ben een fanatiek voorstander van vrijheid van drugsgebruik. Mijn lichaam is van mij. Het spul kwam uit Costa Rica, ik bracht het naar Amsterdam en kreeg daar enkele duizenden guldens voor. Het ging om transporten van 5 kilo. Het laatste pakketje werd door Interpol gevolgd. Achteraf blijkt dat het een afleidingsmanoeuvre was: er was een zending van 25 kilo onderweg. Ik heb geen bezwaar tegen het gebruik van cocaïne. Tijdens een rechtszitting tegen Nihoul kon je bijvoorbeeld ook duidelijk zien dat een van zijn advocaten gesnoven had. Die jongens moeten vaak 's nachts doorwerken.'
Gevangenisleven
Flier wordt in Brussel opgepakt en komt terecht in de beruchte gevangenis in Vorst. Daar bevalt het hem wonderwel. 'Ik werd ingeschakeld als schrijver, voor het vertalen van brieven. Dat deed ik onder anderen voor Patrick Haemers, de bekendste crimineel van België, die vooral bekend is geworden door de ontvoering van premier Paul Van den Boeynants in 1989. Hij kreeg veel brieven van Vlaamse bewonderaarsters, die ik voor hem in het Frans vertaalde. In 1993 heeft hij zelfmoord gepleegd. Dat was een vreselijke dag. Haemers was een echte gangster, en die zijn in de gevangenis het meest sympathiek. Ik heb 16 maanden in Vorst gezeten. Ik heb geleerd dat de meeste gevangenen zielige jongetjes zijn, het aantal mensen dat echt doordachte misdrijven heeft gepleegd is uiterst klein, de meeste zijn sukkels die zich hebben laten gebruiken. Het klinkt gek, maar ik heb de periode in de gevangenis beleefd als een fantastische tijd, ik kwam eindelijk mezelf toe.'
Handlanger
In de gevangenis van Vorst ontmoet Flier ook de latere handlanger van Dutroux, Michel Lelièvre, een jonge man van een jaar of 25. Over zijn achtergrond is nog altijd weinig bekend, maar het is wel zo goed als zeker dat hij even als Dutroux levenslang zal krijgen. Flier: 'Lelièvre was een intelligente jongen. Hij zat vast omdat hij hasj had gebruikt. In Nederland zou hij daar nooit voor zijn opgepakt. Hij kwam uit de omgeving van Charleroi. Het was een sportieve jongen, deed veel aan atletiek. Hij had een wat ongelukkige achtergrond: zijn vader kende hij niet, zijn moeder was alcoholiste. Hij zat niet echt in het criminele milieu, meer op de rand. In het voorjaar van 1994 kwam ik vrij, in de zomer werd Michel uit de gevangenis ontslagen. Er was die dag in Wallonië een staking van het openbaar vervoer. Michel stond voor de poort en kon nergens heen. Ik heb hem opgehaald en daarna is hij bij mij gebleven. Ik runde op dat moment een benzinepomp in de buurt van Dinant. Er was daar een stacaravan, waar hij samen met die Britse jongen in ging wonen. Ze werkten voor mij bij die pomp.'

Sekskelder
Het is het jaar vóór de ontvoering van Julie en Melissa. Marc Dutroux is zijn woning in Marchienne-au-Pont, net onder Charleroi, aan het verbouwen. Bij de Rijkswacht is de tip binnengekomen dat hij er een sekskelder van wil maken om kinderen te misbruiken. In 1989 was Dutroux veroordeeld tot een gevangenisstraf van 13 jaar, wegens ontvoering en verkrachting van enkele meisjes en een vrouw, maar hij was in 1992 vervroegd vrijgelaten en werkte aan nieuwe plannen. De Rijkswacht komt af en toe kijken bij de verbouwing, maar ziet niets ongewoons.
Dutroux heeft in totaal zeven woningen, in de omgeving van Charleroi, in franstalig België. Flier woont iets zuidelijker, maar is geen onbekende in deze omgeving. Zo komt hij er regelmatig langs als hij naar Brussel gaat voor een bezoek aan advocate Anny Bouty. In november 1994 neemt hij Lelièvre een keer mee naar Brussel en die maakt dan kennis met Nihoul, die in het appartement onder Anny woont. Via Nihoul en Anny komt Lelièvre in contact met Marc Dutroux, van wie hij enige tijd de woning in Marchienne huurt die door de Rijkswacht al in de gaten wordt gehouden vanwege de in aanbouw zijnde sekskelder.
Ontvoeringen
Wat de Rijkswacht niet weet is dat Dutroux in andere woningen ook met de bouw van zulke kelders bezig is. In de zomer van 1995 beginnen de ontvoeringen. De eerste slachtoffers zijn, op 24 juni, de twee achtjarige meisjes Julie Lejeune en Mélissa Russo. Ze worden van straat geplukt in Grâce-Hollogne, een plaats zo'n 85 kilometer ten westen van Marcinelle, waar Dutroux woont. De ontvoering zelf is vermoedelijk gedaan door Dutroux zelf en de Fransman Bernard Weinstein, Lelièvre wordt er in een iets later stadium bij betrokken. De meisjes worden gedrogeerd, opgesloten in de kelder, en voortdurend verkracht door de drie mannen. Flier is nog steeds verbaasd over de rol van Lelièvre: 'Ik heb nooit iets bijzonders gemerkt aan Lelièvre, hij was niet door seks geobsedeerd, hij was eerder seksloos. Dat kwam ook doordat hij aan de heroïne was.'
Stemmen
Het meest schrijnende detail uit de hele affaire is dat er een huiszoeking is gedaan terwijl de meisjes hier onder erbarmelijke omstandigheden zaten opgesloten. Dutroux was na de ontvoering van Julie en Mélissa al in beeld gekomen vanwege zijn verleden en het verhaal over de bouw van de kelder. De rijkswacht doet huiszoeking, onder het voorwendsel van een onderzoek naar diefstal. Daarom mogen er geen speciale middelen worden gebruikt, dus geen speurhonden, geen infraroodcamera's. Gedurende korte tijd worden stemmen gehoord van twee jonge meisjes. Ze lijken uit de kelder te komen. 'Taisez-vous!' (zwijg), schreeuwt opperwachtmeester René Michaux tegen de overige manschappen in het huis. De stemmen houden op. Daarop besluit Michaux dat ze afkomstig waren van kinderen op straat. De verkrachtingen en mishandelingen gaan door, ook als Dutroux op 6 december 1995 naar de gevangenis moet. Hij is aangehouden voor diefstal en voor vrijheidsberoving van drie mensen in verband met een autodiefstal.
Koekjes
Dutroux zegt dat hij bij zijn arrestatie water en eten voor Julie en Mélissa had achtergelaten. In de kooi waar de meisjes opgesloten zaten was het donker, er was geen verwarming, geen elektriciteit en het was winter, dus koud. Toch houdt Dutroux vol dat bij zijn thuiskomst, vier maanden later, Julie en Mélissa nog in leven waren. Hij zegt hen die dag in bad te hebben gestopt, 'maar voor Julie was het te laat, ze stierf.' Daarna probeerde hij de sterk verzwakte Mélissa te redden met mond-op-mondbeademing en wat koekjes. Ook zou hij haar versterkingsmiddelen hebben ingespoten. Daarna legde hij haar in bed, maar toen hij wakker werd was ze dood. Later zegt hij dat het niet zijn schuld was: 'Ik had tegen mijn vrouw en Michel Lelièvre gezegd dat ze de kinderen eten moesten geven.' Maar zijn vrouw had alleen de honden verzorgd, naar de kinderen keek ze niet om. Dutroux begraaft de lijken van Julie en Melissa in de tuin van zijn huis in Sars-la-Buissière, enkele tientallen kilometers verderop.
Hypnose
Intussen zijn ook twee andere meisjes dan al vermoord en begraven. Op 23 augustus 1995 hadden Dutroux en Lelièvre An Marchal (19) en Eefje Lambrecks17) ontvoerd, die naar een hypnoseshow van Rasti Rostelli waren geweest in de buurt van Kortrijk. Dutroux en Lelièvre waren ver van huis: ruim 180 kilometer. Met de bestelbus brachten ze de meisjes naar het huis waar ook Julie en Melissa verbleven. Lelièvre verklaart later: 'De dag voordat ik zou vertrekken naar Slovakije heb ik An en Eefje nog gezien in Marcinelle. Ze waren naakt. Zo kunnen ze niet ontsnappen, zei Dutroux. Dutroux stelde voor dat ik een van hen zou verkrachten. Want, zei hij, als je terugkomt zullen ze er waarschijnlijk niet meer zijn.' Dat klopt. Na enkele dagen te zijn mishandeld, misbruikt en gefotografeerd worden ze vermoord en begraven.

Sabine
In maart 1996, als Dutroux net uit de gevangenis komt en Julie en Melissa heeft begraven, krijgt hij ruzie met zijn handlanger Bernard Weinstein. Hij dient hem drugs toe en begraaft hem levend in de tuin, naast Julie en Melissa. Twee maanden later, op 28 mei, ontvoert hij een nieuw slachtoffer: de 12-jarige Sabine Dardenne uit Kaïn. Weer ver -meer dan 100 kilometer- van zijn woonplaats. Dutroux is niet erg tevreden over haar, 'ze was geen goede keus. Ze liet zich nooit doen. Ze had een moeilijk karakter, het was een kleine gendarme, zoals haar vader. Ik had geen vertrouwen in haar, ze was in staat om me een toer te lappen.'

Laetitia Delhez
In augustus ontvoert hij zijn laatste slachtoffer, Laetitia Delhez (14). Weer van ruime afstand: Laetitia komt uit een dorpje dicht bij de Franse grens. Dutroux verklaart: 'Laetitia was echt mooi. Vanaf het moment dat Laetitia bij me was, heb ik me niet meer beziggehouden met Sabine, seksueel gesproken natuurlijk.' Maar het is de ontvoering van Laetitia die hem de das omdoet: een getuige heeft drie letters van het kenteken van een verdachte bestelauto genoteerd en dat spoor leidt naar Dutroux, die vier dagen later samen met Lelièvre wordt aangehouden. Na twee dagen verhoor worden Laetitia Delhez en Sabine Dardenne levend aangetroffen in de woning van Dutroux in Marcinelle.
Complot
De arrestatie van Dutroux heeft voor zakenman Nihoul, en indirect voor Casper Flier, ingrijpende gevolgen. Een dag na de ontvoering van Laetitia blijkt Nihoul aan Michel Lelièvre 5000 xtc-pillen te hebben geleverd en in de dagen na de arrestatie belt hij meerdere keren per dag naar het nummer van Dutroux, die zijn aftandse Audi zou repareren. Er ontstaat, in de beste Belgische traditie, een complottheorie die jarenlang standhoudt en die nog altijd een kleine harde kern van 'gelovigen' heeft. Het komt er op neer dat Nihoul de schakel is tussen gebruikers en leverancier. Met andere woorden: Dutroux levert de meisjes, zorgt dat ze perfect geconditioneerd zijn voor seksueel misbruik, en Nihoul zorgt dat welgestelde perverselingen zich tegen betaling op hen kunnen uitleven. Feitelijk is daar nooit iets van aangetoond. Flier: 'Nihoul deed niks met kinderen, op seksueel gebied. Daar heeft niemand hem ooit op betrapt en ik geloof ook niet dat hij daar interesse voor had, anders had ik het zeker gemerkt.'
Geschaduwd
Toen het nieuws over de arrestaties van Dutroux en Lelièvre bekend werd, was Flier bij Anny Bouty. 'Het heeft even geduurd tot het doordrong: dat is onze Lelièvre. Toen is ook voor mij de hel begonnen.' Anny en Nihoul moeten worden verhoord, Flier meldt zichzelf meteen ook maar op het politiebureau. 'Ik wist dat ze mij toch moesten hebben, omdat Lelièvre bij mij had gewoond. Toen ik mijn verklaring had afgelegd, werd ik meteen geschaduwd. Ik moest daar wel erg om lachen, het was net als in de film. Maar ik had er verder niks mee te maken, behalve dat ik de mensen bij elkaar had gebracht. De politie vond mij een ongrijpbare figuur. Ze zijn net zo lang gaan zoeken tot ze een stok hadden gevonden om mij te slaan. Ze kwamen met een volkomen uit de lucht gegrepen verhaal over witwassen van drugsgeld. Dat had nog te maken met de contacten die ik had over het importeren van koffie. Dat is niet doorgegaan, maar ze hebben zes maanden achter mij aangezeten en mij veroordeeld op basis van volslagen onzinnige vermoedens.'
Kruisweg
Flier moet zitten. Hij raakt al zijn vrienden en kennissen kwijt: niemand wil iets met Dutroux en vermeende consorten te maken hebben. Zijn hoogbejaarde vrouw Marianne moet zich alleen zien te redden en dat lukt niet al te best. Ze heeft twee pleegkinderen en die verkopen een groot aantal van haar eigendommen. Marianne Vinck is een kleindochter van kunstschilder Frans Vinck, die over de hele wereld, onder anderen in Lourdes en Londen, in kathedralen en musea 'de kruisweg van Jezus' schilderde. Marianne stamt uit een gegoede familie en bezat zo'n 40 schilderijen, in waarde variërend van 10 tot 15000 euro. Als Flier terugkeert, is er vrijwel niks meer over. 'Marianne was hulpeloos toen ik er niet bij was.'

De voorbereidingen voor het proces tegen Dutroux in Arlon zijn nu in een belangrijke fase. Er moet nu worden beslist wie er eind volgend jaar als verdachte voor het Hof van Assisen moeten worden gebracht. Over Dutroux, zijn vrouw Michelle en Michel Lelièvre bestaat geen onduidelijkheid, het draait nu vooral om de vraag of er tegen Michel Nihoul voldoende bewijzen zijn. De Belgen zijn, zoals vaker, verdeeld in twee kampen. Er is één stroming die denkt dat er wel degelijk sprake was van een netwerk en dat Nihoul de verbindende schakel was, de anderen gaan ervan uit dat Nihoul niet bij de ontvoeringen, verkrachtingen en opsluitingen betrokken is geweest en er ook niet van wist. Voor de Belgische media is Flier een belangrijke getuige, omdat hij Nihoul goed kende. Het probleem is dat er in de vele verhoren telkens wel over een netwerk wordt gesproken. Flier: 'Dutroux had het daar zelf vaak over, tegen Sabine en Laetitia, tegen Lelièvre. Hij is dat ook wel van plan geweest, denk ik. Hij wilde meisjes zo conditioneren dat hij ze door anderen kon laten gebruiken. Maar daar is in werkelijkheid niets van terechtgekomen, het is bij plannen gebleven en er zijn geen concrete aanwijzingen dat er meer mensen bij betrokken zijn geweest dan de bekende verdachten.'
Paul Marchal
De vader van An Marchal, Paul, denkt er heel anders over. Hij wil dat zelfs de Nederlandse hypnotiseur Rasti Rostelli als verdachte wordt aangemerkt, omdat An en Eefje zijn show hadden bezocht en ze daardoor zo in de war waren geraakt dat ze de tram misten en met Dutroux meegingen. De actie van Marchal kan het proces extra vertraging laten oplopen, iets dat hem door veel Belgen niet in dank wordt afgenomen. Voor Dutroux zelf maakt het niet uit: hij heeft alle tijd en de kans dat hij ooit vrij komt, is uiterst gering. In april 1998 wist hij enige tijd te ontsnappen, die kans zal hij vermoedelijk niet weer krijgen. Al deed zijn actie van vorige week, toen hij op straat in elkaar zakte, even denken aan een glimp van een poging de bewakers op het verkeerde been te zetten. Dutroux lijdt sinds vorig jaar aan suikerziekte. Hij klaagt de afgelopen tijd vaak over zijn gezondheid. Donderdag 24 oktober moest hij naar de rechtbank in Neufchâteau, toen hij zei dat hij onwel was geworden. Volgens zijn begeleiders wilde Dutroux er 'een vertoning' van maken. Na behandeling door een arts kon Dutroux na drie kwartier zijn gang naar de rechtbank voortzetten.
|
dat tie vent nogleeft nie normaal meer pik er af snijen in ze mont en ophangen dat is de mooiste straf
Geplaatst door: GINO | 4 juni 2007 om 10:57