Header image  
logo2
logo3
 
 

Een gil in de Maasstraat

tamara collage

Op een broeierige zomeravond in juli 2006 wil Jaco G.(37) uit Alphen aan den Rijn seks. Hij klopt eerst aan bij zijn nieuwe vriendin, maar zij heeft geen zin. Tegen half twaalf gaat hij langs bij zijn ex-nichtje Tamara (28). Hij weet dat ze alleen thuis is. Ze doet open. Wat er dan precies gebeurt is onduidelijk maar even later ligt Tamara naakt en dood op de zolderkamer. Op 15 april 2008 zou het proces tegen Jaco worden gehouden, maar dat wordt een pro-formazitting. Op 1 juli wordt de zaak inhoudelijk behandeld. Jaco ontkent, maar het lijkt erop dat hij al tien jaar een gevaarlijke fantasie had over zijn mooie, voor hem onbereikbare nichtje.

‘Hij heeft ons niet alleen Tamara afgenomen, ook een deel van ons familieverleden. Aan elke herinnering kleeft bloed, hij was er altijd. Alle foto’s waar hij op stond hebben we verscheurd,’ zegt Berry Wolvers, de vader van Tamara.

Hij, dat is de nu 38-jarige Jaco G. Tot 2006 was hij getrouwd met Berry’s jongste zus. Na een huwelijk van meer dan twaalfeneenhalf jaar waren ze gescheiden. Als Tamara op woensdag 12 juli 2006 door een buurvrouw dood wordt aangetroffen in haar ouderlijk huis aan de Maasstraat is het lang onduidelijk wie de dader is. ‘Dat het zó dichtbij zou zijn hadden wij nooit gedacht,’ zegt Tamara’s moeder Nel. ‘Hij is overal bij geweest, hij heeft meegedragen aan de kist. Als ik daaraan denk, lopen de rillingen over mijn lijf. Ik zie hem nog zo bij de kist staan. Hij boog zich eroverheen en zei: “Meisje meisje wat hebben ze je toch aangedaan, welke hufter kan zoiets gedaan hebben?” Dat vergeet ik nooit meer.’

In de zomer van 2006 lacht het leven Tamara Wolvers toe. Begin 2006 was de relatie met haar man beëindigd, in maart 2006 heeft ze haar grote liefde gevonden: Patrick. Hij werkt als sales-manager in Koeweit. Van 21 tot 30 juni is ze bij hem geweest.


Tamara en Patrick

In augustus willen ze gaan samenwonen, Patrick heeft een baan in Nederland aangenomen, ze hebben al een appartement gekocht. Het is de bedoeling dat Patrick in augustus uit Koeweit komt. Ze willen dan nog een korte vakantie houden, een last-minute naar Turkije of zo. ‘Ze waren dolverliefd en helemaal gelukkig,’ zegt moeder Nel, ‘ze wilden zo snel mogelijk kinderen. Ook dat is ons afgenomen.’

Tamara is verslingerd aan salsa-dansen. Op dinsdagavond is ze er samen met een collega heen geweest die haar om tien voor half twaalf afzet bij de ouderlijke woning in de Maasstraat in Alphen aan de Rijn. Tamara woont hier tijdelijk, vanaf januari totdat ze met Patrick zal gaan samenwonen. Haar ouders zitten in juli op een camping in Brabant, Tamara heeft het rijk alleen. Vader Berry: ‘Om twaalf over half twaalf leefde ze nog, toen heeft ze met de computer foto’s naar een vriend gestuurd.’

In de twintig minuten dat Tamara in huis was, is ze in vrijwel alle kamers geweest, de deuren stonden open. Het is niet aannemelijk dat er toen al iemand in de woning was. Er zijn geen sporen van inbraak gevonden, Jaco moet rond kwart voor twaalf hebben aangebeld.

Berry: ‘Tamara zal van boven hebben gekeken wie er voor de deur stond en gezien hebben dat het Jaco was. Ze heeft een duster aangetrokken en is daarin naar beneden gegaan. Ik denk niet dat ze anders ’s avonds met dat warme weer in een duster zou lopen. Deze was haar eigenlijk wat te klein, ik kan me voorstellen dat Jaco wat inkijk heeft gehad en daar een opmerking over heeft gemaakt waar ze niet van gediend was.’

Nel: ‘We hopen dat hij nog een keer vertelt wat er precies is gebeurd. We kennen onze dochter, Tamara was heel open, we weten wanneer hij liegt. Ze liet absoluut niet toe dat iemand aan haar lichaam zat. Met salsa had iemand haar een keer klap op haar kont gegeven, toen reageerde ze ook meteen: “Is dit openbaar bezit of zo?”’

Berry: ‘Ik denk dat hij zich met een rotsmoes naar boven heeft gepraat. Hij was net als de vriend van Tamara gek op Harley’s, misschien heeft hij gevraagd of ze foto’s op haar computer had staan en zijn ze toen naar de zolderkamer gegaan. Daar hadden ze anders niks te zoeken, zolang wij niet thuis waren sliep Tamara in ons bed, daar was het een stuk koeler. Tamara vertrouwde hem, hij was zo lang deel geweest van de familie. Hij kende mijn zus al vanaf 1987, ze heeft op hun kinderen gepast. Hij was trouwens ook nog een achterneef van Patrick. Jaco was een keer toevallig bij ons toen Tamara met Patrick in Koeweit zat te bellen. Ze zei nog: “Je raadt nooit wie hier ook is.” Dat kon hij inderdaad niet raden, ze kenden elkaar amper.’

Als Tamara op woensdag 12 juli niet op haar werk verschijnt en Patrick haar ook niet kan bereiken, wordt de buurvrouw gebeld die een sleutel van de woning heeft. Of zij misschien even wil kijken wat er aan de hand is. Met lood in de schoenen doet de buurvrouw in de loop van de middag wat haar gevraagd is. Als ze de deur van de zolderkamer opent ziet ze Tamara’s benen, ze weet meteen dat het helemaal fout is, trekt de deur dicht en belt 112.

Even later constateert de politie dat Tamara naakt en dood achter de deur ligt. Uit het onderzoek blijkt dat de dader vermoedelijk een bekende van het slachtoffer was: er zijn geen sporen van inbraak aangetroffen.

Berry: ‘Tamara heeft gevochten als een leeuw. Ze heeft gegild, haar mond is gesnoerd, ze had een duimafdruk op haar gezicht en een blauw oog.’ Door de vechtpartij is Tamara bewusteloos geraakt, de dader is vervolgens in de woning op zoek gegaan naar een mes en een plastic zak. Uit zijn auto heeft hij een tie-wrap, die hij om haar hals heeft gedaan. Daarmee, en met de plastic zak om haar hoofd, heeft hij haar om het leven gebracht. Hij heeft ook met een mes gestoken, maar aan de geringe hoeveelheid bloed die ze had verloren is na te gaan dat ze toen al overleden was.

Berry: ‘Hij heeft de kans gehad haar te laten leven, toen ze bewusteloos was. Hij heeft de tijd gehad om na te denken.’

De gil van Tamara is gehoord door een buurvrouw. De buren uit de woning onder hetzelfde dak hebben ’s nachts langdurig het bad horen lopen. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Tamara maakt in d’r eentje meer herrie van Nel en Berry samen.’ Het is in tijd niet meer na te gaan wat er het eerst was: de gil of het bad, omdat het om verschillende getuigen gaat, maar het meest waarschijnlijk is dat er eerst de gil was.

Berry: ‘Hij heeft heel goed zijn best gedaan alles schoon te maken, hij zal verbaasd zijn geweest dat de recherche toch nog sporen heeft gevonden.’

Op het lichaam van Tamara zijn beenharen gevonden. Was de dader in korte broek of had hij zijn broek uitgedaan? Er is een afdruk van een slipper gevonden op het laminaat. Er  zaten sporen op de duster, er is dna-materiaal gevonden onder haar nagels, op de tie-wrap en op de handvaten van de plastic zak die om haar hoofd zat.

Berry: ‘Saskia zegt dat ze die slippers had gekocht en aan hem gegeven, hij staat met die slippers aan op een foto, maar hij zegt dat hij ze heeft weggegeven aan iemand. Het dna-materiaal op de handvaten was beperkt, het zou ook nog van zijn vader of van een broer kunnen zijn. Maar een broer heeft hij niet en zijn vader is dood.’

Het politieonderzoek richt zich eerst op de directe relaties. De ex van Tamara is een voor de hand liggende verdachte. Als hij onschuldig blijkt wordt het onderzoek veel breder. Er worden zo’n vijftienhonderd mensen ondervraagd. Uiteindelijk blijven er een stuk of twintig personen over die geen sluitend alibi hebben. De recherche laat een beetje doorschemeren dat men een vermoeden heeft.

Nel: ‘Ik weet nog dat we buiten zaten en dat er werd gevraagd: “Als we zouden zeggen dat het iemand uit de familie is, wie zou je dan bedenken?” Patrick en Chantal riepen allebei spontaan: ‘Jaco G.!’ Dat vond ik wel heel frappant.’

Het duurt tot half december voor Jaco G. wordt aangehouden. Het slaat – toch nog – in als een bom.

Berry: ‘De begrafenis was stijlvol. De politie stond op elke hoek te salueren. Het was mooi weer, we stonden buiten de aula een biertje te drinken. We hebben het gedaan zoals onze dochter dat zou hebben gewild, Tamara was niet iemand van een kopje koffie met een plakje cake.’ Daarna helpt Jaco mee met het maken van de bedankkaartjes. Als de ouders in december horen dat hij als verdachte is opgepakt wordt ook de herinnering aan de dag van de begrafenis besmeurd.

Nel: ‘We hebben iedereen gevraagd het kaartje te verscheuren en alleen de foto van Tamara te bewaren.’

Tamara graf
Het graf van Tamara

Hoewel Jaco ontkent, vallen voor Berry en Nel heel veel puzzelstukjes op hun plaats.

Berry: ‘We kennen hem al zo lang. Hij stond altijd voor iedereen klaar, als er iets was zei hij: “Ik regel het wel.” Het gekke is dat hij dat nu niet had gedaan, maar dat hebben we toen niet opgemerkt. Er is een grote herdenkingsbijeenkomst geweest op het Rijnplein, hij heeft geprobeerd daar niet aanwezig te zijn, maar mijn zus heeft hem onder druk gezet. Later hebben we gehoord hoe agressief hij is geweest ten opzichte van mijn zus, dat had ze eerder nooit verteld.’

Nel: ‘Hij moest eens weten hoeveel levens hij kapotgemaakt heeft. Van Tamara, van ons, van zijn eigen kinderen tegen wie hij blijft liegen. Van Patrick en zijn ouders. Het immense verdriet dat hij heeft verspreid is niet te beschrijven. Onze familie breekt. Aan elke herinnering kleeft het bloed van Tamara.’

Jaco ontkent. Zijn advocaat heeft al een verzoek ingediend om schorsing van de voorlopige hechtenis: hij wil bij zijn kinderen zijn. Dat is afgewezen.

Berry: ‘Hij heeft tegen ons nooit gezegd: “Ik heb het niet gedaan, jullie moeten een ander hebben.” Als je echt onschuldig bent, dan zijn wij toch de eersten tegen wie hij dat zou moeten zeggen? Maar bij de rechtbank loopt hij bij ons langs, hij kijkt ons niet aan. Hij zegt: “Ik heb ook gerouwd om haar”  en “Ik heb er niets mee te maken.”’

De familie van Jaco gelooft in zijn onschuld, maar er ontstaan lastige situaties: er zijn echtparen waarvan de één hem wel gelooft, de ander niet.

Berry: ‘Je hoort nu ook dingen die toch wel heel erg te denken geven. Een jaar of vijf, zes geleden was de fiets van mijn zus gestolen. Ik had toen een klein assurantiekantoor. Hij zei tegen mijn zus dat ze de fiets als gestolen moest opgeven. Blijkt later dat hij die fiets ergens op zolder had verstopt.’

Het zegt iets over zijn karakter, maar een dief is nog geen moordenaar. Wat dreef hem tot die allesverwoestende daad, was het ‘dat ene moment van onbedachtzaamheid’ of zit er meer achter?

Berry: ‘We kunnen alleen gissen naar het motief. Het vermoeden is natuurlijk dat hij iets heeft gewild met Tamara en dat Tamara nee heeft gezegd. Ze liet niet met zich sollen. Ze hebben gevochten, hij heeft haar bewusteloos geslagen en toen heeft hij besloten haar te doden. Hij heeft in ieder geval tijd gehad om na te denken, hij had haar nog kunnen redden.’

Er is nog iets dat te denken geeft. Berry hoorde het in maart 2008. Een goede vriendin van Tamara vertelde dat jaren geleden, toen Tamara een jaar of achttien was, Jaco onverwacht bij haar op bezoek kwam, omdat Tamara er ook was. Hij had het over zijn ‘allerliefste nichtje’. Beide meisjes hadden het heel vreemd gevonden. Pas toen Jaco was aangehouden als verdachte kwam dit merkwaardige voorval in een ander licht te staan.

Berry: ‘Achteraf zijn er meer dingen waarbij je vraagtekens zet. Hij wist bijvoorbeeld dat Tamara alleen in huis was: in de week voordat wij naar de camping gingen had hij ons nog gebeld, dat deed hij anders nooit. Nu denk ik: dat was geen toeval.’

De waarheid zal waarschijnlijk nooit aan het licht komen.
Berry: ‘We hopen dat hij dit leest, dat hij zegt dat hij het gedaan heeft en dat hij spijt betuigt. Maar daar ziet het niet naar uit. Hij zegt dat hij de foto’s van de patholoog-anatoom heeft kunnen inzien, dat is via een maatje in de gevangenis bekend geworden. Dat is toch ook ziek, dat je naar zulke foto’s wil kijken en daarover opschept?’

De recherche heeft de familie voorbereid op de zitting, op pijnlijke details.

Berry: ‘We moeten er rekening mee houden dat hij gaat liegen, dat hij misschien zegt: “Ze wilde het zelf.” Of dat zij ook verliefd op hem was.’

De kans is groter dat hij het houdt bij de verklaring die hij aflegde tijdens de pro-formazitting in februari: ‘Ik blijf absoluut bij mijn ontkenning. Ik heb helemaal niets met deze zaak te maken en wil gewoon naar huis, om mijn leven weer op te pakken.’

Nooit meer in dat huis

Op zondag 16 juli, vier dagen na de moord, gaat vader Berry voor het eerst terug naar de woning in de Maasstraat, samen met Tamara’s vriend Patrick. ‘Er stond nog een flesje rosé op de zolderkamer, er lag een cd van Michael Bubblé die we bij de begrafenis wilden gebruiken. Ik dacht dat ik het wel aankon, ik ben die trap op gegaan, maar ik werd er helemaal niet goed van, ik kon niet meer in dat huis wonen. Hij heeft niet alleen ons kind afgenomen, ook ons huis. We hebben het 50.000 euro onder de marktwaarde verkocht, we wilden er vanaf, het was binnen anderhalve week verkocht.’

Moeder Nel: ‘We woonden er precies vijf jaar, we hadden het daar hartstikke fijn, met leuke buren, we hadden zelf van alles aan het huis gedaan. Maar ik kan nooit meer lopen op de trap waar de moordenaar van mijn kind heeft gelopen.’ Ze heeft het nog één keer gedaan. ‘Ik heb afscheid genomen op de plek waar ze gevonden is. Ik heb haar kussen tegen me aangedrukt, ik rook haar geur nog, het was heel heftig, ik heb een half uur lang op bed gezeten, met haar kussen tegen me aan, alsof zij er nog was.’ Ze komt nog af en toe in de Maasstraat, voor de buurvrouw, ‘maar ik moet nog steeds huilen als ik het huis zie.’ Ze gaat elke dag naar Tamara’s graf. ‘Dat doet me goed, ik vertel haar alles wat er gebeurt, dat geeft me een bepaalde rust en dan voel ik haar armen om me heen.’

Dodelijke fantasieën

Als Jaco G. tien jaar heimelijk verliefd is geweest op zijn nichtje, is het een man die door psychiaters wordt gekenmerkt als een ‘broeier’, iemand met een gevaarlijke fantasie. Vaak is zo iemand getriggerd door een bepaald voorval. Peter H. uit Geldrop zag de blote borsten van de vijftienjarige Melanie Sijbers, de vriendin van zijn dochter, toen ze in zijn woning overnachtte. Dat beeld liet hem niet los, maanden later lokte hij haar mee met een smoes en dwong hij haar tot seksuele handelingen. Ook hij had tijd genoeg om na te denken over het vervolg, ook daar eindigde het met moord.

Een ander praktijkvoorbeeld is dat van een man die langs een raam liep en zag dat een man en een vrouw naar de televisie keken. Dit huiselijk tafereel maakte van alles bij hem los, hij hield vanaf dat moment het huis in de gaten, uiteindelijk drong hij er binnen en viel hij de vrouw aan.

Psychiater dr. Hjalmar van Marle zegt over dit delict: ‘Zijn fantasie gaat met hem op de loop, de fantasie over wat er tussen die man en die vrouw gebeurt. Zo simpel begint het. Soms kan een schim al genoeg zijn om de fantasie in werking te zetten. De situatie op zichzelf is niet bijzonder, het gaat om de geestesgesteldheid van de persoon. Er zijn ook mensen die zich fantaseren in een rol waarin ze ‘t voor het zeggen hebben, waarin ze alle touwtjes in handen hebben. Dat vraagt steeds meer energie. Eigenlijk zouden ze op een bepaald moment zelf naar de dokter moeten stappen en zeggen: “Dokter, ik heb zulke rare fantasieën, is daar wat tegen te doen?” Maar dat gebeurt niet zo snel: de meeste mensen vinden die fantasieën veel te plezierig. Op den duur geven ze zich eraan over. Het is een reeks, waar op een gegeven moment het punt wordt bereikt: “Ik ga ‘t doen.” Er zullen ook mensen zijn die op een bepaald punt in die reeks besluiten te stoppen, en het niet doen, maar daar horen we natuurlijk nooit iets van.’

Reactie Jaco G.

Jaco G. laat via zijn advocaat mr. Sixten Jansen weten dat er geen sprake is van een seksueel motief en dat hij geen tien jaar lang ‘seksueel’ over zijn nichtje heeft gefantaseerd. Daarvoor zijn geen aanwijzingen gevonden, in het dossier geven de geraadpleegde psychologen geen motief aan. “Cliënt heeft veel vriendinnen en komt wat aandacht en seks betreft niets tekort. Ook blijkt uit het dossier absoluut niet dat cliënt eerst naar zijn nieuwe vriendin S. zou zijn geweest met als doel het hebben van seks.”

Verder verwerpt hij de suggestieve vermoedens die worden gedaan in het deel over de ‘rotsmoes’, het ‘vechten als een leeuw’ en ‘de mond snoeren’: dat is een hypothese van de recherche.

Dat de dader een bekende moet zijn geweest van Tamara is ‘een dubieuze hypothese’.

Onjuist is dat er met cliënt matchende dna-sporen op de tie-wrap zijn aangetroffen. Er zijn sporen op een badjas/duster aangetroffen. Dat betreft een mengspoor. Een derde persoon is derhalve niet uit te sluiten. Op het mes of de handvatten van de plastic tas is onvoldoende materiaal aangetroffen om een dna-profiel te kunnen maken.

Cliënt heeft nooit gezegd dat hij zijn slippers heeft weggegeven aan iemand, de slippers zijn niet gevonden.

Het is niet uit te sluiten dat het dna-materiaal (als het al van cliënt zou zijn) indirect (of bij een andere eerdere gelegenheid/ontmoeting) is overgebracht op die badjas, terwijl die badjas al wekenlang niet in de was is geweest.

 

 


 
 

barry en nel wolvers