Ten tijde van de inval van de Duitsers woonde Folmer bij de familie Zelvelder in Haarlem, die sympathiseerde met de NSB. Folmer ging daarin mee en hoorde toespraken van Mussert. Op school wordt hij daar door een klasgenoot op aangesproken: 'Jij hoort nu bij de andere kant. Jij mag niet meer bij ons staan'. En zo werden wij eruit geduwd." Hij meldt zich bij de Waffen SS en is daar nog altijd trots op. "Wij zagen ons als elite, we gedroegen ons als elite, wij werden ook opgeleid als elite. Wij waren niet wreed, wij zijn nooit wreed geweest. Ik ben nooit wreed geweest. Er zijn tegen mij geen wreedheden gepleegd. Er zijn in mijn omgeving geen wreedheden gepleegd. Dus dan kun je niet van gruwelen spreken."
Kozakken
Folmer vecht aan het oostfront. Als een regiment van 4000 kozakken op paarden, gewapend met sabels, hen aanvalt, bedient hij een machinegeweer. "Je zag paarden vallen en je ziet mensen vallen. En je ligt zelf achter je mitrailleur en je geeft vuurstoten. Korte vuurstoten. Want anders springt het wapen uit de vuurlijn en dan heb je geen effect meer. En de bedoeling is niet om over die koppen heen te schieten. Op dat moment voel je niks en als je als het later voorbij dan zeg je: nou dat was maar weer raak. En je leeft verder. Terugkijken helpt niet."
Joden
Van de jodenvervolging heeft Folmer, naar zijn zeggen, weinig meegekregen. Ook niet als hij gewond is geraakt en met verlof in Nederland is. "Voor joden verboden? Eerlijk waar, als ik het gezien heb dan is het aan me voorbijgegaan."
Aan het eind van de oorlog promoveert Folmer nog tot bataljonscommandant, dan wordt hij gevangen genomen door de Amerikanen. Hij wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar, in hoger beroep wordt het 3 jaar. Sindsdien leeft hij als een paria. Zijn vader onterft hem. De laatste keer dat hij zijn vader ziet, is in de gevangenis. "Ik werd dus uit mijn cel geroepen. Er is bezoek. En ik werd naar de bezoekkamer gevoerd. En daar staat mijn vader en die geeft me een draai om de oren. En een harde. Er zijn een paar woorden gevallen en toen ben ik weggegaan. Er was verder toch niks meer te zeggen.
Rotjongen. Dat heeft hij gezegd."
Veteranen
In 1951 meldde Folmer zich bij de geallieerde troepen die in Korea tegen de communisten vochten. Zijn verleden achtervolgt hem. Tijdens de heenreis proberen Nederlandse soldaten hem tot drie keer toe overboord te gooien. Naderhand bezoekt hij nog een keer een veteranendag. "Er is er niet een geweest die naar me toe is gekomen en me een hand heeft gereikt of me een biertje heeft aangeboden. Ik stond alleen."
|
Veel Indie en Korea veteranen danken hun (over)leven aan het simpele feit dat in hun peleton een ex SS of Wehrmacht veteraan zat,iemand met jarenlange gevechtservaring en dus overlevingskundigheid.
Geplaatst door: Erik | 20 april 2006 om 0:45