Header image  
logo2
logo3
 
 

Gerard Reve en de pielemuisjes

Dit verhaal heb ik in januari 2002 gemaakt. De aanleiding was de commotie rond de affaire van Joop Schafthuizen en het 'pielemuisje' (zie het dagboek van 16 februari).

DE AVONDEN VAN MAURITS DUIVENIS

allard

In de hongerwinter van 1944 pleegden ze samen overvallen om aan eten te komen, nu zijn ze verder uit elkaar dan ooit: de beroemde schrijver Gerard Reve en diens Amsterdamse buurtgenoot Wouter Wagener, die in De Avonden voorkomt als de figuur Maurits Duivenis. Reve woont in het Belgische Machelen, Wagener in Gendringen, bij Doetinchem. De berichten over Reve's partner en het pielemuisje van de tuinjongen hebben Wagener niet onberoerd gelaten. 'Ik moest weer denken aan de jaren veertig toen zijn homoseksualiteit begon te ontluiken.' Het leven van Wagener is voor een groot deel bepaald door zijn ontmoetingen met de Grote Schrijver, voornamelijk in negatieve zin. Het zit hem nog steeds dwars dat Reve op een botte manier het contact met hem verbrak.

Foto: Allard, de Belgische jongen die zich achteraf toch niet helemaal happy voelde in huize Reve

'Als hij over de kade liep en hij zag jongens van een jaar of twaalf, dertien staan, met kuitbroeken aan, dan werd hij daar geil van. "Blonde haartjes op jongensdijen", daar had hij het vaak over. Maar volgens zijn psychiater was hij niet homoseksueel -het begrip homofiel bestond nog niet. Die wapperde dat allemaal weg, als Van het Reve zei dat hij homoseksuele tendensen bij zichzelf had bespeurd.' Voor Wouter Wagener (77) uit Gendringen is de cirkel rond. In de jaren veertig van de vorige eeuw was hij een van de vrienden van Gerard Kornelis van het Reve, de latere schrijver Gerard Reve. Als de figuur Maurits Duivenis komt Wagener voor in het beroemdste boek uit de Nederlandse literatuur: De Avonden, uit 1947. De opschudding over de Belgische jongen die vorig jaar door de partner van Reve, Joop Schafthuizen, aan zijn 'pielemuisje' was betast, heeft bij Wagener veel emoties veroorzaakt. Reve-vrienden betogen om het hardst dat het hier een eenmansactie van Schafthuizen was, waar Reve niets mee te maken had en ook niet op aangekeken mag worden, maar in de plaats van het delict, het Belgische dorp Machelen, is men daar minder zeker van en acht men de oude schrijver mede-verantwoordelijk. Bij Wagener roept het een déja vu-gevoel op. In 1944 was Reve samen met hem betrokken bij een roofoverval, een voorval waaraan de schrijver later niet meer herinnerd wenste te worden. Dankzij de zwijgzaamheid van de anderen kwam hij er zonder kleerscheuren vanaf, maar erg dankbaar toonde hij zich daarvoor niet. 'Jij moet hier niet meer aankomen!' riep hij van boven, toen Wouter Wagener het in 1948 nog eens waagde bij hem aan te bellen.

Poort wijd openstaan

De families Wagener en Van het Reve woonden in de jaren veertig beiden op de Josef Israëlskade in Amsterdam: Wagener op nummer 99, Van het Reve op 116. Wouter en Gerard zaten beiden op het Vossiuscollege en gingen min of meer als vrienden met elkaar om. Wouter keek hoog op tegen Gerard, die anderhalf jaar ouder was dan hij en om wie men veel moest lachen. 'Hij gebruikte toen al vaak bijbelse teksten. Als hij bij ons aanbelde en de deur van bovenaf werd opgemaakt, galmde hij door het trappegat: "Ik zie een poort wijd openstaan, waardoor het licht komt stromen!" Wouter zelf had een moeilijke jeugd. Hij stotterde, had een voetafwijking en voelde zich eenzaam. Alleen als hij alcohol had gebruikt, stotterde hij minder. Om aan geld te komen pleegde hij kleine diefstallen: boeken en jassen. In 'De Avonden' biedt Maurits Duivenis zo'n gestolen jas aan, maar Frits van Egters hoeft 'm niet. 'Ik heb op het ogenblik een goede overjas,' zei Frits. 'Bovendien lijkt het me riskant met een jas die ik niet mijn wettig en overtuigend eigendom kan noemen door de stad te lopen. Ik kan moeilijk zeggen: ik heb hem zelf gekocht en betaald, firma Maurits Duivenis, kleermakers.' Tal van voorvallen die ze samen hebben meegemaakt, komen op een of andere manier voor in De Avonden, met één belangrijke uitzondering: de roofoverval op 9 december 1944. Het Algemeen Handelsblad van maandag 11 december 1944 schrijft erover, onder het kopje 'Zóó leert men de jeugd':

Tintorettostraat

'Een 32-jarige onderwijzer en een 19-jarige scholier drongen Zaterdagmiddag binnen bij een bewoonster van de Tintorettostraat in Amsterdam-Zuid en zeiden dat zij naar illegale papieren kwamen zoeken. De bewoonster werd in een kamer opgesloten terwijl de indringers het huis doorzochten. Toen er gebeld werd verdwenen zij haastig, maar de vrouw wist zich te bevrijden en snelde naar buiten. Daar kon zij zoowel den onderwijzer als den scholier aanwijzen, zoodat aanhouding volgde. Zij hadden drie koffers uit het huis meegenomen, waarvan zij er een in de woning hadden gevuld met vleesch, brood en overhemden.'

De 19-jarige scholier was Wouter Wagener, de 32-jarige onderwijzer een zekere Martien Veldhuis die een dochtertje van twee jaar had dat al een paar keer was flauwgevallen van de honger en nagenoeg op sterven lag. Uit wanhoop deed hij mee aan de overval, die was beraamd door Van het Reve en Wagener. Enkele maanden eerder hadden Van het Reve en Wagener met z'n tweeën, verkleed als Duitse soldaten, aan de Ringdijk in Amsterdam het gezin van een zwarthandelaar overvallen. Van het Reve zwaaide met een speelgoedpistool en brulde Duitse teksten toen de vrouw des huizes ontkende dat er 'zwart voedsel' in huis was: 'Blödsinn! Heinrich, untersuche die Küche!' Deze overval was geslaagd, maar bij de volgende was er een probleem: Gerard kende het beoogde slachtoffer. Hij had op dat moment een vriendin, die in de Weesperstraat woonde. Wagener: 'Ze heette Tine en ze was wat ouder en ook groter dan Van het Reve, ze moederde wat over hem. Hij omschreef haar meestal als 'twee bustes en een kut'. Via haar wist hij iemand die goed in de slappe was zat: de directeur van een bioscoop. Veldhuis heeft later steeds beweerd dat de overval een verzetsdaad was, omdat het slachtoffer collaboreerde met de Duitsers, maar dat is flauwekul, het ging alleen om voedsel. Omdat de vrouw des huizes Gerard kende, was besloten dat hij niet mee naar binnen zou gaan. Hij zou om de hoek, in de Raphaëlstraat, met twee fietsen op ons wachten. Dat heeft hij ook gedaan. De overval ging helemaal verkeerd, maar toen wij werden aangehouden hebben we de naam van Gerard uiteraard niet genoemd, zodoende bleef hij buiten schot.' Wagener en Veldhuis zelf hebben er nog wel jarenlang de gevolgen van ondervonden. Vooral Veldhuis kon nadien moeilijk aan de slag komen vanwege zijn criminele verleden. Wagener kreeg gratie dankzij de inspanningen van mr.dr. Lucas Lindeboom, het homofiele zwarte schaap uit een vooraanstaande gereformeerde theologenfamilie.

De Avonden

In 1947 overhandigde Van het Reve een exemplaar van zijn pas verschenen boek De Avonden aan Wouter Wagener. Het was een boek met een opdracht. 'Voor Wouter Wagener, gezegd Maurits Duivenis.' Het exemplaar zou nu heel wat waard zijn geweest, maar het is voor het nageslacht verloren gegaan. De vader van Wouter was zo woedend over de wijze waarop Maurits alias Wouter werd neergezet, dat hij het in de kachel verbrandde. Vooral een passage in hoofdstuk zes had zijn ongenoegen gewekt. Daarin wordt de moord op een jongeman beschreven. 'We staan hier met de microfoon, geachte luisteraars,' zei Frits met een kraaiende stem, 'in de werkkamer van de heer Maurits Duivenis, de beroemde oude hoer. Meneer Duivenis, misschien mogen we u enkele vragen stellen (...) 'Wie zou je graag als slachtoffer uitkiezen?' vroeg Frits. 'Leeftijd, geslacht en aard van de mishandeling; vooruit maar.' 'Ik zou graag jongetjes in het bos wurgen,' zei Maurits langzaam, 'heel eenvoudig.' Vervolgens mag hij een slachtoffer uitkiezen. Het wordt 'die jongen van Knip'. Hij moet, in de fantasie van Maurits, naakt op een tafel worden vastgebonden, ruggelings, en met een scherp mes worden bewerkt, 'in de armen, benen en in het gezicht.' 'Goed,' zei Frits, 'geen verminkingen van een bepaald lichaamsdeel?' Maurits schoof zijn stoel naar voren. 'Wat bedoel je?' vroeg hij, zijn gezicht vlak bij dat van Frits brengend. Hij hijgde. 'Ik ben te ver gegaan,' dacht Frits.

Jongetjes knevelen

Wouter Wagener nu: 'We hadden in de jaren vóór 1947 vaak gesprekken waarin we over en weer vertrouwelijkheden uitwisselden. Ik vertelde over mijn criminele activiteiten, hij over zijn seksuele fantasieën, waarin homoseksualiteit op gecamoufleerde wijze voorkwam. Hij had het steeds over knapen. Het waren vaak quasi-misdadige verhalen. 'Er was eens een moordenaar, die er vermaak in had jongetjes te knevelen. Hoe zou jij dat doen?' zo begon zo'n gesprek. Ik vond die verhaaltrant, die macabere dingen, heel interessant, ik ging als het ware samen met hem in het verhaal zitten. Maar het was precies andersom dan in De Avonden: daar was ik ineens de wurger geworden, maar hij was het juist die elke keer begon over het knevelen van knapen. Hij maakte altijd een geil bijgeluid als hij daarover sprak, maar het viel eigenlijk niet zo heel erg op, hij spoelde die knapenverhalen weg met heteroverhalen. Dat zotte verhaal met het mes bevat ook een kern van waarheid, althans: de figuur van het slachtoffer, 'die jongen van Knip', was een bekende van mij. Dat was een zekere Piet Kraak. Ik had een hekel aan hem omdat we allebei op hetzelfde meisje verliefd waren, Carla Hamel, een vroegrijp meisje van 15. Daar had ik zo de pest over in dat ik hem in zo'n fantasieverhaal genoemd heb als iemand die ik nog wel eens te pakken zou willen nemen, maar dat opfokverhaal van 'nu ga ik te ver' heeft in werkelijkheid nooit plaatsgevonden.'

Maurits Duivenis

Wagener zelf kan de romanwereld en de realiteit goed scheiden, juist omdat hij weet wat de werkelijkheid was en hoe deze door de schrijver Van het Reve is gebruikt. In het boek heeft Maurits Duivenis maar één oog, aan de ogen van Wouter Wagener mankeerde niets, maar hij had wel die andere handicap: een korter been, dat in die tijd met een onbeholpen aanpassing aan een schoen allesbehalve onopvallend werd gecorrigeerd. 'Er waren in die tijd maar tien of twintig mensen die wisten dat ik model had gestaan voor de figuur Maurits Duivenis. Ik heb in de loop der jaren heel wat onzin gelezen van mensen die probeerden deze figuur te plaatsen. Het zou een archetype zijn van Van het Reve zelf, waarin hij zijn eigen slechtheid projecteerde.' Tot de kring van mensen die het weten, behoort ook de schrijver Jan Arends, die de laatste tijd weer erg in de belangstelling staat, mede dankzij een biografie over hem. 'Die Jan Arends was een notoire ouwehoer, daar heb ik nog veel last van gehad. Ik ben heel lang ambtenaar geweest bij huisvesting in Amsterdam en dan kreeg ik geregeld mensen die een woning wilden en dachten mij te kunnen chanteren door te zeggen dat ze wel wisten dat ik die Maurits Duivenis was en als ambtenaar kon ik dat gedonder natuurlijk helemaal niet gebruiken. Het bleek dat veel mensen die informatie van Jan Arends hadden gekregen. Ik heb me overigens nooit laten chanteren op dit punt.' Pas in 1976 wordt er voor het eerst openlijk geschreven over de connectie Wouter Wagener en Maurits Duivenis. 'Ik was er zelf ook wat ambivalent in,' zegt Wagener, 'aan de ene kant was ik er ook wel een beetje trots op dat ik dan toch maar in een van de beroemdste boeken uit de Nederlandse literatuur voorkwam.'

Verzetsmythe

De aanleiding was dat journalist Igor Cornelissen van Vrij Nederland lucht had gekregen van het verhaal over de roofoverval in 1944, waar Van het Reve bij betrokken was geweest. Na enige aandrang van Cornelissen gaf Wagener hem toestemming te vermelden dat de figuur Maurits Duivenis inderdaad op zijn lijf geschreven is. Over het artikel zelf was Wagener niet erg tevreden, 'maar dat is ook mijn eigen schuld. Veldhuis presenteerde die overval als een verzetsdaad en zo is het ook beschreven, terwijl het dat helemaal niet was. Ik had daar zelf duidelijker in moeten zijn, maar ik ben teveel met het verhaal van Veldhuis meegegaan, ik heb hem abusievelijk wat in die verzetsmythe gesteund.' Het artikel baart weinig opzien, veel minder dan Wagener had verwacht. Ook Van het Reve reageert op geen enkele wijze. In 1981 schrijft Cornelissen weer over de roofoverval in 1944, in het boekje 'Omtrent De Avonden'. Hij besluit dan met: 'Rest nog slechts een vraag van literair-historisch belang: waarom maakte de auteur G.K. van het Reve, die zoveel eigen ervaringen in zijn boeken verwerkt, nimmer gebruik van dit hoogst dramatische moment in zijn leven.'

Lafaard

Binnen de familie Wagener was 'De Avonden' slecht gevallen. Men kende de vader van Gerard en zijn broer Karel en vond de manier waarop deze in het boek werd afgeschilderd hoogst ongepast. De beschrijving van Wouter alias Maurits Duivenis viel evenmin in goede aarde. 'Mijn vader smeet het boek door de kamer. Later verweet hij mij dat ik een lafaard was, omdat ik ondanks het boek toch met Gerard bleef omgaan. Maar ik was eenzaam en ik vond hem enorm amusant, ik adoreerde hem. Ik was altijd blij als hij kwam, hij zat in de wereld van de verhalen. Ik was in eerste instantie wel verbijsterd door de inhoud, ik vond het verraad van onze vriendschap, maar ik zag hem ook als literator. Het heeft me een enorme schok gegeven dat hij niet meer met mij wilde omgaan.' Enige tijd na het verschijnen van De Avonden verbrak Van het Reve het contact met Wagener op een manier die laatstgenoemde nog altijd dwarszit. 'Hij woonde toen samen met de schrijfster Hanny Michaelis, boven een galerij aan het Oosteinde in Amsterdam waar nu De Nederlandsche Bank is gevestigd. Ik was in haar ogen waarschijnlijk niet interessant genoeg, ik was geen literator waar men in dat bohémienachtige milieu tegenop kon kijken. Ik ging nog wel eens bij hem langs, als hij alleen thuis was. Maar het was wat ongemakkelijk als Hanny van haar werk kwam. Gerard werd geacht te werken, en niet te ouwehoeren met vrienden, dus zei hij dat ik maar niet meer onverwacht langs moest komen. Die raad heb ik in de wind geslagen en ik ben toch nog een keer naar hem toegegaan. Toen riep hij van boven, met zo'n vertrokken gezicht: 'Jij moet hier niet meer aankomen!' Dat is een enorme emotionele slag voor mij geweest. Ik weet nog steeds niet wat precies de reden was. Misschien zag hij in mij ook iemand die iets van hem wist dat niemand mocht weten. In 1950 heb ik hem het laatst gesproken, op de Oudezijdsvoorburgwal, waar hij toen met Hanny Michaelis woonde. Dat was een pijnlijke geschiedenis: hij had toen net een jonge man mee naar boven genomen, naar de woning, en dat had Hanny ontdekt."

Pielemuisje

"Daarna heb ik hem nog één keer ontmoet, op de Reguliersgracht. Hij liep achter mij en haalde mij in, maar wilde mij niet voorbijgaan, misschien bang dat ik hem zou aanspreken. Ik heb hem toen alleen verteld dat ik katholiek was geworden. Hij begon te lachen. 'Hahaha, Wouter Wagener is katholiek geworden' en toen liep hij door. Daarna heb ik hem nooit meer gezien. Ik hoorde wel van de historicus Salvador Bloemgarten, die nog veel contact heeft met Hanny Michaelis, dat hij volgens Hanny helemaal niet zo dement is als wordt gezegd. Als zij van Schafthuizen toestemming krijgt met hem te spreken, is hij volgens haar normaal. Hij speelt de debiel, door die afhankelijkheidsrelatie met Schafthuizen. Als ik dat verhaal lees over wat er met die jongen in België is gebeurd, denk ik: die is zo weggelopen uit een boek van Reve, waarin de hoofdpersoon tussen het struikgewas door begerige blikken werpt op het pielemuisje van een tuinjongen.'

Hanny Michaelis

Hanny Michaelis (82) woont nog steeds in Amsterdam, aan de Reguliersgracht. Als we vragen of ze Wouter Wagener kent, weet ze wel wie er wordt bedoeld, 'maar ik ken hem zelf niet, ik heb hem nooit ontmoet. Als hij zegt dat dat wel zo is, is hij niet goed bij zijn hoofd.' Over de overvallen in de oorlog, weet ze ook wel iets, 'Gerard en Karel zaten in de illegaliteit, daar had het mee te maken.' Ze heeft nog af en toe telefonisch contact met Reve, 'als Schafthuizen even zijn hielen heeft gelicht,' maar over de inhoud van hun gesprekken laat ze zich verder niet uit.
Wouter Wagener heeft in totaal 33 jaar aan de universiteit gestudeerd. Hij begon als student sociale geografie, later is hij rechten gaan studeren. Na zijn vijftigste werd hij nog drs. en hij beëindigde zijn carrière als hoofdkommies en wetenschappelijk assistent. De laatste twintig jaar woont hij met zijn vrouw in Gendringen, bij Doetinchem, waar ze toevallig terechtkwamen toen ze op zoek waren naar woonruimte in een rustiger omgeving dan Amsterdam.

Afscheid

In het laatste hoofdstuk van De Avond nemen Frits en Maurits afscheid als ze elkaar op straat spreken. 'Maurits, het ga je goed,' zei hij, met zijn hand zwaaiend. 'Ik zie je nog wel.' Hij stapte snel weg. 'Ik moet je toch nog eens een keer spreken,' riep Maurits hem na. 'Ik hoef tenminste die hand niet te pakken,' dacht Frits, 'maar een plezierige oudejaarsavond en een voorspoedig nieuwjaar had ik hem wel kunnen wensen. Dat is een verzuim. 'Ja, Maurits, we zien elkaar nog wel,' riep hij terug.

duivenisduivenis2

Wouter Wagener maakte in 1990 een klein brievenboekje, over het onderwerp 'het schrijven van een boekje over de 'Avonden-figuur' Maurits Duivenis. De oplage bedroeg 70 genummerde exemplaren. Na het gesprek met Wagener gaf hij mij nummer 47 mee.

 

Voor mij levert dit boeiende verhaal interessante en aanvullende achtergrondinformatie. Ik heb kortgeleden pas ontdekt dat Wouter Wagener "model" heeft gestaan voor Maurits Duivenis. Ruim 40 jaar geleden huurde ik als student Wouters oude kamer van zijn ouders; schatten van mensen overigens. Merkwaardig genoeg las ik op die kamer ook voor het eerst "De Avonden" en dacht toen even : "Verrek, dat is hier ! " Nu pas weet ik dat ik er toen niet helemaal naast zat, de kamer (met het masker) komt namelijk ook in het boek voor.
Ik heb sinds kort weer contact met Wouter Wagener en ook met zijn zuster.

Geplaatst door: Geert | 25 februari 2006 om 23:51

Schreef het Algemeen Handelsblad pas 50 jaar later over deze zaak of is er sprake van een typefoutje?

Geplaatst door: Louis | 23 maart 2006 om 23:47

Foutje, wordt hersteld

Geplaatst door: hjk | 24 maart 2006 om 0:23

wij zullen naar u linken..

Bezoek ook ons Erkende Gerard Reve Forum, een forum zonder flauwekul en onzin.

Geplaatst door: Bram | 7 augustus 2007 om 10:11