Header image  
logo2
logo3
 
 

Henk Munting en Ferdi E.

(Geplaatst naar aanleiding van een bericht op 2 januari 2008. De ontvoering van Gerrit-Jan Heijn was in september 1987)

In de week na de rechtszitting in Haarlem spreken collega Leo van Rooijen en ik op het politiebureau in Zaandam met de leider van het rechercheteam in de zaak-Heijn, inspecteur Henk Munting.

Wanneer je de publieke opinie mag geloven, is de politie in de zaak-Heijn niet op haar taak berekend geweest. U presenteert in een extra uitzending van Opsporing Verzocht vijf mogelijke daders met een criminele achtergrond en uiteindelijk blijkt een werkloze ingenieur u zeven maanden lang in z'n eentje te hebben beziggehouden.

Voor mezelf heeft het ook lang geduurd voordat ik kon accepteren dat E. het helemaal alleen had gedaan. Ook toen we hem gearresteerd hadden, wilde ik dat niet geloven. Pas na de verhoren, nee, eigenlijk pas na de reconstructie, begreep en geloofde ik het.

Wij schreven begin maart dat één man verantwoordelijk was voor de kidnap.

Voor mij was dat op dat moment een onmogelijkheid. Het kon gewoon niet. Alles wees erop dat er meerderen bij de zaak betrokken waren. Bovendien: Heijn was niet zomaar iemand. Hij was verzekerd bij Control Risk in Londen, hij was min of meer voorbereid op de dag dat hij ontvoerd zou worden. Bij een ontvoering van een dergelijke captain of industry denk je niet aan een man zonder crimineel verleden. Waarschijnlijk heeft dat Heijn ook allemaal zeer verbaasd.

Als Heijn al aan een kidnap dacht, zou hij ook gedacht hebben aan een groep?

Gerrit-Jan was geleerd dat hij bij een eventuele ontvoering niet de held moest gaan spelen. De filosofie die mogelijke slachtoffers van hun in- of externe beveiligingsdienst meekrijgen is: Ze zijn niet van plan je te vermoorden, want voor de ontvoerders ben je het wisselgeld. Maar dat is theorie. In deze zaak lag het allemaal anders.

Betekent dat dat Gerrit-Jan de kans heeft gehad om te ontsnappen?

Achteraf kun je zeggen dat een wat agressiever persoon de zaak misschien wel geklaard had. Heineken bijvoorbeeld is zo iemand. Die is agressief, maar Gerrit-Jan is rustig en beminnelijk en wacht af. Heb je zo'n agressieve persoonlijkheid, dan leg je je niet bij de ontvoeringssituatie neer, dan ga je misschien een kansberekening maken of je weg kunt komen. Dan let je heel scherp op het gedrag van je ontvoerder. Je luistert goed naar hem. Dan probeer je erachter te komen met hoevelen ze werkelijk zijn. En is het één man die je ontvoert en bewaakt, dan maak je die inschatting of je weg kan komen. Op zo'n moment moet je je niet lijdzaam als een schaap ter slachting laten leiden.

Zou Heijn dat ook niet bedacht hebben?

Waarschijnlijk heeft Gerrit-Jan die afwegingen ook wel gemaakt. Op de heide bij Deelen is hij bij E. weggelopen, die bus tegemoet. Maar hij is teruggekeerd toen de ontvoerder dreigde hem en zichzelf dood te schieten. Want vergeet niet: de hele tijd was er de dreiging van het wapen van Ferdi E. Niet altijd direct, maar E. had dat wapen wel altijd binnen handbereik. Op een andere manier heeft Heijn ons ook nog willen tippen.

Hoe?

Op het bandje dat hij van E. moest inspreken, heeft hij gezegd: Ik ben ontvoerd door één man. E. heeft de laatste drie woorden eruit geknipt. Maar toen wij de band over de post ontvingen, kon je de d van door nog horen. Voor ons was dat een aanknopingspunt. Die d van door. Dan denk je als team: Wat bedoelt Heijn? Kende hij zijn ontvoerder? Was het voor hem een bekende? Dan ga je weer in zijn omgeving zoeken. Maar Heijn had zowel zakelijk als in zijn huwelijk geen problemen. Ik heb echt moeten accepteren dat E. het alleen gedaan had. Tot aan de reconstructie heb ik gedacht: het zijn er minimaal twee geweest. Je kunt nu eenmaal in je eentje niet iemand ontvoeren en wekenlang verborgen houden. Tenminste niet als je slachtoffer leeft.

U bent er maandenlang van overtuigd geweest dat Heijn gekidnapt was door een groep criminelen.

Op het moment dat de brieven kwamen in de zaak-Heijn, werd dat idee van een groep ontvoerders alleen maar versterkt. Hij schreef in de wij-vorm, hij had het over de groep of het groepje. Hij zinspeelde op het feit dat Gerrit-Jan in het buitenland vastgehouden werd. Op het moment dat we om een levensteken vroegen door Gerrit-Jan de vraag Hoe heette de zwarte kruier op Sint-Maarten? te laten beantwoorden, kregen we als antwoord dat dit tijd kostte omdat G.J. over de grens zat.

Feit is dat u er tijdens het hele onderzoek naast heeft gezeten.

Niemand hield rekening met één dader. Achteraf kun je ook zeggen dat E. zo ontzettend veel geluk heeft gehad. Bij veel dingen dacht hij gewoon niet na. Hij is een man die denkt: wat ik aanpak, moet slagen. Hij mist het vermogen om risico in te schatten. Hij was ook niet goed voorbereid. In totaal is hij maar vier keer -vermomd- -voor de ontvoering bij het huis van Heijn gaan kijken. Door naar Ahold te bellen wist hij dat Gerrit--Jan op 9 september naar kantoor zou gaan, maar hij wist bijvoorbeeld niet dat mevrouw Heijn een paar dagen was fietsen en hij die woensdagmorgen alleen thuis zou zijn. Wat hij ook niet wist, was dat er iedere woensdag bij de familie Heijn een tuinman komt. Die heeft hij ook niet gezien, want juist op de dag van de ontvoering kwam de man niet. Hij wist ook niet hoe laat Heijn naar zijn werk vertrok. Ik heb sterk het idee dat E. tijdens het uur dat hij op Heijn heeft zitten wachten, zelfs een paar keer in slaap gesukkeld is. In de brieven die hij stuurde, eiste hij bijna altijd dat wij de volgende dag een advertentie zouden plaatsen. Iets wat onmogelijk was in verband met de deadline van de betrokken kranten. En sommige antwoorden van ons in die kranten heeft hij helemaal niet gezien, omdat hij - bang voor ontdekking door zijn familie- in het geniep in de NRC op zoek moest naar de Johan/Maria-advertenties. Ons eerste antwoord op zijn eerste brief bijvoorbeeld, daar heeft hij gewoon overheen gelezen. E. hield gewoon geen rekening met risico.

En was dus dom... ?

Na zijn arrestatie vonden we in het geheugen van zijn home-computer de tekst van alle brieven. Bang dat iemand ze ontdekt zou hebben, was hij niet. Er kwam nooit iemand aan mijn computer, vertelde hij. Hij stuurde de pink van Gerrit-Jan op, maar hij wist ook niet dat er op de hele wereld geen laboratorium te vinden zou zijn dat kon vaststellen of die pink afgesneden was van een levend of levenloos lichaam. Een feit dat ik nog altijd te gek om los te lopen vind. Die pink is de hele wereld over geweest, maar niemand die het antwoord op die op het oog simpele vraag kon geven. Aan de ene kant handelde hij heel dom en aan de andere kant heel koel en geslepen. Bij de eerste mislukte losgeld-overdracht kregen we weer het idee dat we met een groep geslepen criminelen te maken hadden. De opdracht was dat we drie opeenvolgende avonden in het Okura aanwezig moesten zijn tussen elf uur 's avonds en zeven uur 's morgens. Dan denk je: Dat is tactiek. Ze willen ons uitputten. Want dat betekent dat je drie nachten achtereen je hele team op de been moet houden. Vooraf hadden we dan ook al besloten de eerste nacht om één uur af te nokken. We wilden niet in die val trappen. Bovendien: drie nachten met politie in het Okura-hotel, dat loopt ook een beetje in de peiling.

Misschien nam E. in uw ogen onverantwoorde beslissingen, maar toch zag hij kans met 8 miljoen aan losgeld en diamanten in het niets te verdwijnen.

Ja, maar dom was weer het feit dat hij aannam bij de tweede losgeldoverdracht dat de losgeldrijder een sleutel van alle Albert-Heijnfilialen bij zich zou hebben. Trouwens, was die tweede overdracht wel volgens plan verlopen, dan hadden we hem zeker gepakt. Okay, bij de beuk waren we even zijn spoor bijster, maar niemand kon vermoeden dat het vervolgens mis zou gaan. Ik wist ook bijna onmiddellijk dat hij er op de fiets vandoor was. Er waren geen sporen van autobanden. Dus...

Maar we mogen aannemen dat er tussen het losgeld en de diamanten een zendertje zat?

Zonder het geheim van de smid te verraden: toen hij het eerste deel van het losgeld in zijn bezit had, was hij weer heel slim. Bleek dat hij ingenieur was. Nee, of er een zendertje of iets anders tussen het losgeld en diamanten verborgen zat, zeg ik niet.

Waarom wilde u eigenlijk losgeld betalen zonder dat u enig bewijs had of Heijn nog leefde?

De uiteindelijke beslissing voor het rijden die nacht is genomen door de procureur-generaal. Zelf was ik er op dat moment van overtuigd dat Heijn niet meer leefde. Die sfeer heerste ook in het team. Maar de familie en het Ahold-concern klampten zich vast aan het laatste sprankje hoop. Wat moet je dan doen? Dat zijn concurrerende belangen. Als politieman wilde ik de daders, de familie wilde Gerrit-Jan.

U zat op dood spoor, de onderwereld had blijkbaar niets met de zaak te maken, maar toch meende u een beeld van maar liefst vijf daders te hebben?

Uiteindelijk zijn we in de publiciteit getreden met die uitzending van Opsporing Verzocht. En dan blijkt de daderanalyse die we gemaakt hadden, achteraf compleet fout. Maar: uit de brieven kregen de gedragsweten-schappers duidelijk de indruk dat er bijvoorbeeld een vrouw bij de ontvoering betrokken was. Soms stonden er typisch vrouwelijke verkleinwoordjes in die brieven. Maar zo blijkt E. dan te zijn. Een beetje een softie. Dat zag je op de zitting ook. Soms heel soft formulerend en pratend. En vergeet niet: dat de ontvoering door één man was uitgevoerd, was voor mij persoonlijk onmogelijk. Dan hadden we ook nog het Okura-bandje met een stem die sporen van een Indonesisch accent droeg. Alles bij elkaar ging het om een groep. Daarvan waren we overtuigd. Misschien drie, vier of zes man, maar in ieder geval een groep. Heel Nederland ging vervolgens in het schuurtje van de buurman kijken, na die uitzending. Twaalfduizend tips, maar niets.

Dus slechts omdat E. het losgeld uit ging geven, kon de politie weer aan de slag?

Ja. Half januari kwamen de eerste bankbiljetten boven water. Ieder nummer van de betaalde bankbiljetten zat in de computer. En vanaf het moment dat er een bankbiljet boven water kwam, hebben we gewoon sterk gerechercheerd. Uiteindelijk wisten we wie de bankbiljetten uitgaf. Dat was begin maart.

U had E. op de korrel, maar kon gewoon niet geloven dat hij en alleen hij Heijn ontvoerd had. Vreemd, want u was er al van overtuigd dat Heijn dood was.

Het relatie-onderzoek dat we rond E. hebben uitgevoerd maakte voor mij duidelijk dat we niet met een klein piepeltje te maken hadden. E. was geen helertje. Een aantal zaken vielen ook op zijn plaats. Hij woonde in Landsmeer, er was gebeld uit Landsmeer. De eerste mislukte losgeldoverdracht ging door de kop van Noord-Holland, een gebied dat E. goed kende. De tweede overdracht vond plaats op de Veluwe, een terrein waar E. in zijn jeugdjaren gewoond had en waar nu nog zijn ouders wonen in een verzorgingstehuis. Maar toen nog vroeg ik me af: wie zijn de anderen?

U was zo gefixeerd op meerdere daders dat u niet wilde geloven dat E. de bijna perfecte misdaad had beraamd?

Ik heb al gezegd dat ik tot aan de reconstructie niet kon geloven dat hij in zijn eentje dit karwei geklaard had. En ook nadat we E. gevonden hadden, was het enige opvallende aan E. dat hij niets deed. Helemaal niets. We hebben hem zes weken gevolgd en hij deed niets. Hij is nog een keer op bezoek geweest bij zijn ouders omdat er iemand jarig was. Ook al niet vreemd, maar verder: niets. Daarom heb ik ook tot het eind gedacht: er is een tweede man geweest. Het had ook nog zo kunnen zijn dat E. zijn partner ook om zeep geholpen had.

Aan de vooravond van het proces zei u in een interview in de krant dat E. gevangenisstraf diende te krijgen en geen tbr.

Die man is echt levensgevaarlijk. Die zit zo vol haat en wrok. Ik zou het raar vinden als ik hem over twaalf jaar weer op straat zou tegenkomen. Ik denk de familie Heijn ook. Wanneer je zoiets doet, ben je natuurlijk wel in bepaalde mate gestoord, maar zijn daad is ten opzichte van de samenleving dermate ernstig dat hij een lange gevangenisstraf verdient.

De eis was levenslang.

Ja, en dat vind ik terecht. Levenslang is in Nederland echt levenslang. Alleen door gratie van de Koningin kun je dan strafvermindering krijgen, anders zit je echt de rest van je leven achter de tralies.

Tot zover het gesprek met Munting. Over levenslang bestaan nog altijd misverstanden, blijkbaar zelfs onder politiemensen. Voor alle duidelijkheid: levenslang wordt in Nederland alleen gegeven voor moord. Het betekent effectief twintig jaar gevangenisstraf. In Nederland geldt standaard een korting van een derde deel. Levenslang is dus eigenlijk dertig jaar minus korting. Ferdi E. is veroordeeld tot 20 jaar plus tbs. Hij komt niet voor het jaar 2001 vrij. Hij doodt de tijd in de gevangenis ondermeer door het volgen van een cursus creatief schrijven. Voor z'n memoires? Munting heeft het over een beuk, op de plek van de losgeldover-dracht. Het was een eik.