
Op maandag 16 maart 1998 verdwijnt de elfjarige Christina Nytsch uit het Noord-Duitse Strücklingen als ze in het schemerdonker naar huis fietst. Op woensdag wordt haar rugzak in een kanaal gevonden, op zaterdag haar lijk in een bos. De Duitse politie begint een ongekend verbeten jacht op de moordenaar, met als hoogtepunt het grootste DNA-onderzoek dat ooit is gehouden. Meer dan 12.000 mannen tussen de 18 en 30 jaar melden zich voor hun 'genetische vingerafdruk'. Het antwoord zit in reageerbuisje nummer 3889. De dader, Ronny Rieken, blijkt een man met een merkwaardig verleden.
De Eschstraat is een rustige verbindingsweg tussen de nieuwbouwwijken van de dorpjes Ramsloh en Strücklingen in Noord-Duitsland, dichtbij de grens met Groningen. Links van de weg loopt een spoorlijntje, rechts staan wat boerderijen en vrijstaande huizen. Er is geen straatverlichting, maar de woningen staan vrij dicht aan de weg en nergens verder dan 100 meter uit elkaar. Het is ook niet afgelegen: het gedeelte tussen de beide bebouwde kommen is nog geen kilometer lang en in het begin van de avond zijn er altijd wel wandelaars, fietsers of automobilisten. Op maandagavond 16 maart 1998 fietst de 11-jarige Christina Nytsch uit Strücklingen over deze weg. 's Middags is ze op haar mountainbike naar het Hallenbad in Ramsloh gefietst, een afstand van ongeveer vijf kilometer. Daar heeft ze met haar hartsvriendin gezwommen. De sierlijke, blonde Christina, in haar groen-gele badpak, trekt veel aandacht. Drie mannen die haar, naar haar zin, te lang en te aandachtig bekijken, lacht ze uit, maar tegen haar vriendin zegt ze dat ze het toch niet prettig vindt. 'Een paar dagen weken geleden reed er ook al steeds iemand achter mij aan,' zegt ze. Maar de vriendin stelt haar gerust. 'Laat ze toch, die kerels zijn niet wijs.'

Kinderslot
Om tien voor zeven verlaten de meisjes het zwembad. Buiten schemert het. Christina (foto links) moet eigenlijk om zeven uur thuis zijn voor het eten. Ze is een beetje verlaat, maar dat is niet erg. Het is ongeveer kwart over zeven als ze de bebouwde kom van Ramsloh verlaat en aan het donkere stuk van de Eschstraat begint. Na een paarhonderd meter wordt ze ingehaald door een auto, die haar klemrijdt. Christina moet stoppen. De bestuurder stapt uit. 'Waarom fiets je zo midden op de weg? Dat is gevaarlijk!' zegt hij boos. Meteen pakt hij het meisje vast, trekt haar van de fiets en gooit haar op de achterbank van zijn auto. De deuren doet hij op het kinderslot, dan rijdt hij weg. Op de dichtstbijzijnde boerderij slaat herdershond Rex aan. Als hij woest blijft blaffen, loopt zijn baas met hem naar buiten. 'Er was niks te zien, het was te donker,' zegt hij later. Het is dan tussen kwart over zeven en tien voor half acht. Als hij wél naar de weg was gelopen, had hij in de verte misschien nog de rode achterlichten van de Opel kunnen zien. De auto rijdt door Strücklingen. Langs het ouderlijk huis van Christina, waar vader Manfred (50) en moeder Sylvia (35) al op hun enige kind zitten te wachten.
De fiets
Vader Manfred, buschauffeur en dirigent van de plaatselijke muziekvereniging, maakt zich ongerust. Om acht uur stapt hij in de auto en rijdt hij richting Ramsloh. Als hij, na een paar kilometer, rechts van de weg een fiets ziet staan, tegen een jonge eikenboom, begint zijn hart te bonzen en is het of er een steen op zijn borst drukt. Het is inderdaad de fiets van Christina. Maar waar is zij? Waarom staat haar fiets zo netjes tegen de boom, waar is haar rugtas met de zwemspullen? Hij belt de politie en nog diezelfde avond begint de grootste zoekactie naar een moordenaar uit de Duitse geschiedenis.
Duivelsmoeras
De eerste vraag, over de fiets tegen de boom, kan snel worden beantwoord: een wandelaar zag de mountainbike in de berm liggen en heeft hem tegen de boom gezet. De andere antwoorden laten nog even op zich wachten. Een van de eerste connecties die er wordt gelegd is die met de spoorloze verdwijning van Ulrike Everts (13). Op dinsdag 11 juni 1996, om half drie 's middags, spant de blonde Ulrike twee pony's voor haar koetsje om een eindje te gaan rijden. Ze wordt voor het laatst gezien als ze afslaat naar een zandweg in het Duivelsmoeras. Tussen vijf over drie en acht over drie verdwijnt ze spoorloos. De enige getuigen zijn de beide pony's, die met het lege karretje achter zich aan over de zandweg teruglopen naar huize Everts in Jeddeloh, ongeveer 25 kilometer van Strücklingen. Ondanks een beloning van 100.000 mark en 500.000 aanplakbiljetten in Duitsland, Nederland, Frankrijk, Spanje, Polen en Denemarken, wordt er geen spoor van Ulrike gevonden.
Rugzak
Het zoeken naar Christina wordt met Duitse grondigheid aangepakt. Er wordt een rechercheteam opgezet onder de naam Soko (Sonderkommission) Nelly, naar het koosnaampje van Christina. Meteen maandagavond en -nacht wordt er gezocht, met 300 soldaten, 200 politiemensen en 250 vrijwilligers. Op dinsdag wordt er een helikopter met een speciale warmtegevoelige camera ingezet, die aanslaat op verse lijken. Het lijkt onbegonnen werk, in het tientallen kilometers grote moeras- en bosgebied. Op woensdag ziet de waterpolitie een rugzak drijven in een kanaal, zes kilometer van de plek waar haar mountainbike is gevonden. Met de zwarte Adidas-tas gaat de politie naar de ouders. 'Ja,' zegt haar vader zachtjes, 'dat zijn de badspullen van onze Nelly.' Het groengele badpak zit in een handdoek gerold. De zoekactie concentreert zich dan op deze lokatie. Een speciale recherche-eenheid keert elk takje en blaadje in de directe omgeving van de vindplaats om, ondertussen kammen soldaten en politiemensen met dertig speurhonden de wijde omgeving af. De hoop dat het meisje nog in leven is, wordt met het uur verder de bodem in geslagen. Duikers tasten in het ijskoude water met de hand de modderige bodem van het vijftien meter brede, zes meter diepe kanaal af. Centimeter voor centimeter, urenlang. Met 'waterlijkenspeurhond' Barry en ultragevoelige echo-apparatuur wordt in een bredere omtrek gezocht, maar er wordt niets gevonden en de angstige vraag blijft: hoe is die rugzak hier terechtgekomen?
Stapel hout
Christina speelt bij de muziekvereniging waar haar vader dirigent is. De 35 leden van het korps laten in de loop van de week duizenden opsporingsbiljetten drukken die ze overal aanplakken. Op zaterdag reizen ze samen met leden van de sportvereniging in 60 auto's naar Nederland, waar ze 32.000 biljetten aanplakken. Als ze terugkeren horen ze dat het vergeefs is: die middag hebben jagers Christina gevonden, in een klein bos langs een binnenweg in de buurt van Gehlenberg. 'Het was vreselijk,' zegt een van de jagers. 'We waren om twee uur 's middags begonnen, in een jachtgebied van 580 hectare. Om acht minuten over half drie hadden we haar al gevonden. Vanuit de auto zagen we dat er iets ongewoons tussen de bomen lag. Met z'n vieren zijn we erheen gegaan.' Christina ligt achter een stapel hout, onder takken. Haar lichaam is vreselijk toegetakeld, de kleren zitten onder het bloed en de modder. De mannen zijn zo geschokt dat ze het alarmnummer niet eens meer weten. Een van hen belt zijn vrouw, die het doorgeeft aan de politie.
Grote Broer
Binnen een uur is het hele politie-apparaat aanwezig. Helikopters vliegen rond om luchtopnames te maken, een speciale eenheid speurt de omtrek centimeter voor centimeter af op de aanwezigheid van sporen. 's Avonds wordt er een kampvuur ontstoken, als signaal voor Amerikaanse verkenningssatellieten. Deze cirkelen op een hoogte van 200 kilometer rond de aarde. Er is een kans dat er een foto van het betreffende gebied is gemaakt op het moment dat Christina daar werd gedumpt. De foto's zijn zo gedetailleerd dat het kenteken van een auto ontcijferd kan worden. Op deze manier is eind 1997 in Italië een misdadiger ontmaskerd. Maar nu levert 'Grote Broer' geen bijdrage aan de oplossing. De moord op Christina is in Duitsland ondertussen uitgegroeid tot een waar media-spektakel. Verslaggevers van een boulevardblad huren een lijkwagen en proberen daarmee het politiecordon te doorbreken: ze willen een foto maken van het lijk. De truc wordt doorzien. In de week die volgt looft het blad Bild een beloning uit van 100.000 mark. Justitie en particulieren zeggen ook beloningen toe voor tips, waardoor het prijzengeld in totaal op 250.000 mark komt. 'Vreselijk,' zegt dr. Christian Pfeiffer van het Instituut voor Criminologie in Hannover, 'dat doen ze alleen maar om zelf meer te verkopen, niemand geeft zulke informatie door voor geld. Ik begrijp helemaal niet waarom de massamedia zich hier zo voor interesseren. Er is juist een afname van dit soort misdrijven. Er worden zo veel kinderen vermoord of misbruikt, door hun ouders of familie, maar daar hoor je niemand over. Misschien heeft het te maken met het groepsgevoel: er is behoefte aan een gemeenschappelijke vijand, een duivel, tegen wie ieders haat zich kan richten.'
Smerige schoenveters
De plek waar het lichaam van Christina wordt gevonden, zet de politie op een ander spoor. Aan dezelfde weg is, enkele kilometers verderop, twee jaar eerder een ander 11-jarig meisje het slachtoffer geworden van een verkrachting. Het meisje wordt tussen 7 en 8 uur 's morgens op weg naar school door een man van haar fiets getrokken en in de kofferruimte van een auto gestopt. Hij rijdt met haar naar een afgelegen gebied, blinddoekt haar en verkracht het kind drie kwartier lang in zijn auto. Dan laat hij haar gaan, nadat hij heeft uitgelegd hoe ze thuis moet komen. Ondanks de blinddoek kan ze een beschrijving van de man geven. Meest opvallend vindt ze zijn bromstem en zijn smerige schoenveters. Hij is tussen de 1.80 en 1.90 meter lang, slank, redelijk sportief. Hij rijdt in een lichtpaarse auto met een platte kofferbak. Het meisje raakt ernstig gewond, maar ze overleeft. Pas na vijf dagen is ze zodanig hersteld dat haar ouders aangifte doen bij de politie. De fiets van het meisje duikt pas vijf weken later op, als een onbekende hem neerlegt op de plek waar de ontvoering is geweest. Ondanks intensief speurwerk wordt de verkrachter niet gevonden. Maar wel wordt erfelijk materiaal van de dader aantroffen, in de vorm van sperma, zodat er een DNA-proef kan worden gedaan als er een verdachte in beeld komt. Ook bij Christina is sperma van de dader gevonden.
Moordwapen
Hoewel beide zaken opmerkelijk veel overeenkomsten vertonen, is er geen zekerheid voordat het DNA is vergeleken en dat duurt bijna veertien dagen. Intussen gaat het speuren verder. De 'Soko Nelly' wordt uitgebreid tot 60 man en er wordt een ongekende en verbeten jacht gemaakt op de moordenaar. Met 500 man wordt het bosgebied uitgekamd en met succes: op zondagmiddag, één dag na de ontdekking van het lijk, wordt het moordwapen gevonden, op 500 meter van de plaats van het delict. Het is een mes van dertien in een dozijn, 'made in Taiwan': een kleine zwarte stiletto, met een heft van 13 cm en een lemmet van 7 cm; op het heft staat SECRET AGENT en een duivelsmasker. In alle kranten en op televisie worden foto's van het mes getoond. Er zit bloed aan het mes, dat bij nader onderzoek inderdaad afkomstig blijkt van het slachtoffer.
DNA-databank
In de week die volgt, wordt de plek waar Christina is ontvoerd een soort bedevaartsplaats. Er worden bloemen neergelegd, briefjes met 'Waarom?', er worden kaarsen aangestoken, stille tochten gemaakt en ouders komen er met hun kinderen en knielen bij het treurige monument. Op het politiebureau in Cloppenburg houdt woordvoerder Gerrit List elke dag een persconferentie, waarvoor gemiddeld tien cameraploegen zich verdringen. De moord op Christina is een nationale aangelegenheid geworden. Onder druk van de publiciteit gaat ook de politiek overstag: besloten wordt een DNA-databank op te richten waarin de gegevens van zedendelinquenten worden opgeslagen. Tot dan toe golden er te veel bezwaren in verband met de privacy.
Het politieonderzoek richt zich op de duizenden tips die binnenkomen en er wordt gezocht naar 'mannen met een verleden': honderd ex-zedendelinquenten uit het hele gebied worden benaderd om wat speeksel af te staan voor een DNA-proef, maar dat levert niks op. Omdat uit alles blijkt dat de dader in de omgeving goed bekend was, breekt in de dorpen ook de pleuris uit: iedereen verdenkt elkaar. Er zijn tientallen mannen die zich vrijwillig melden voor een DNA-test, om hun onschuld te bewijzen. Op 30 maart, precies twee weken na de verdwijning, komt er schokkend nieuws: de gewelddadige verkrachter van het 11-jarig meisje is ook de moordenaar van Christina. Uit het DNA-onderzoek is dat onomstotelijk vast komen te staan. Maar daarmee is de dader nog niet gevonden. De Soko Nelly wordt uitgebreid tot 80 man, die bijna dag en nacht in touw zijn en in totaal 17.000 overuren zullen maken. Het wordt een prestigeslag. Hoofdcommissaris Hans-Jürgen Thurau wedt om 100 liter bier dat de dader gevonden wordt, maar hij heeft weinig reden tot optimisme: de binnenkomende tips worden allengs onbetrouwbaarder, een doorbraak zit er niet echt in.
Regionale test
Onder die omstandigheden wordt besloten een 'regionale DNA-test' te houden. Dat is eerder gedaan. In Frankrijk, in 1997, in het Bretonse dorpje Pleine-Fougères, na de moord op het Britse schoolmeisje Caroline Dickinson. Tijdens een schoolreisje in Bretagne was ze in haar slaap overvallen, verkracht en gewurgd. Alle mannen tussen 15 en 35 jaar uit het in totaal 2000 inwoners tellende dorp deden mee, maar de dader zat er niet bij. In Engeland werden 5000 mannen op het DNA-matje geroepen voor een dubbele moord op twee meisjes. De laatste was de dader. In Duitsland zelf werd in 1993 een Amerikaanse soldaat ontmaskerd als de verkrachter en moordenaar van een meisje van twee jaar. Toen waren er 2000 gegadigden. Maar 16.400, alle mannen tussen de 18 en 30 jaar, uit de hele regio rond Strücklingen? Onbegonnen werk, zei de één. Te duur, meende een ander: die 4,5 miljoen mark kan wel beter worden besteed. Onverantwoord, vond een derde: al het andere werk in al die laboratoria komt stil te liggen. En wat gebeurt er met al die gegevens? Maar de politie is vastbesloten: voor het oplossen van een moord als deze mogen de kosten geen beletsel vormen en na afloop worden alle gegevens vernietigd.
Reageerbuisje
Het besluit tot de grootste DNA-test uit de geschiedenis wordt begin april genomen. De voorbereidingen vergen tijd: alle namen en adressen moeten worden opgevraagd, er moeten oproepen worden verstuurd, lokaties worden geregeld en laboratoria worden vrijgemaakt. Aan de hand van profielschets van de dader wordt de leeftijdsgroep bepaald op 18 tot 30 jaar. In de week voor Pasen melden de mannen zich. In lange rijen staan ze te wachten tot ze aan de beurt zijn. Met een wattenstokje wordt wangslijm (speeksel) uit hun mond geschraapt. Dat gaat in een reageerbuisje. Nummertje erop, kaartje erbij van wie het is en klaar is Kees.
Goede Vrijdag
Wat kun je doen, als dader? Is het technisch mogelijk de zaak te flessen door speeksel van iemand anders in je mond te nemen? Christina's moordenaar moet zich als een kat in het nauw hebben gevoeld. Steeds dichter wordt het net om hem heen getrokken. Eerst het nieuws dat er DNA van de moordenaar is vastgesteld. Dan de link met die verkrachting uit 1996. Dan de oproep voor de speekselproef. Weigeren kan niet. Verhuizen? Ook dat zou te veel opvallen. Op Goede Vrijdag kruisigt de moordenaar zichzelf. Samen met twee kennissen gaat hij naar het politiebureau in het dorpje Barssel. Niemand merkt iets aan hem, maar hij weet dat hij hangt, onder speekselproef nummer 3889. Er zit niks anders op dan hopen dat er een fout wordt gemaakt, dat het hele onderzoek bluf is en dat de politie straks alleen degenen gaat onderzoeken die in eerste instantie niet zijn komen opdagen. Hij lijkt gelijk te krijgen. De uitslag zou pas over zes weken bekend zijn, maar direct na Pasen krijgt hij al bezoek. De politie heeft tips gekregen over zijn verleden. In zijn eigen woonkamer, met drie kleine kinderen om zich heen, weet hij zich er nog aardig uit te redden. Tot zijn verbazing praten ze alleen over een paar inbraakjes en diefstallen, waar hij inderdaad voor veroordeeld was. Niet over dat andere. En ze vragen of ze zijn auto mogen zien. Een rode Opel. Ook niet zo verdacht: uit de krant weet hij allang dat ze op zoek zijn naar een aubergine-kleurige auto. Of hij wil meewerken aan de DNA-test, vragen ze. 'Daar ben ik al geweest,' zegt hij, 'als het moet ga ik nog wel een keer. Maar juridisch klopt dat volgens mij niet.' Dat vinden de rechercheurs ook en ze besluiten te wachten tot de uitslag bekend is.
Proef 3889
Dat duurt nog bijna zes weken. Speekselproef 3889 wordt onderzocht in een laboratorium in Berlijn. Voor alle zekerheid wordt de uitslag getest in Hannover en dan blijkt onomstotelijk dat Ronny Rieken uit Elisabetveen de man is die ze zoeken. Op vrijdag 29 mei, om kwart voor vier, wordt hij gearresteerd. Hij heeft net het gras in de tuin gemaaid als de rechercheurs komen. Nog dezelfde dag bekent hij. En dan blijkt dat er ergens iets helemaal fout is gegaan: de hele test was niet nodig geweest en Christina had nog geleefd als er ergens niet zo'n ongelooflijke blunder was gemaakt.
Zus verkracht
'Een onopvallende man,' zeggen de buren, 'hij zegt je goeiendag, maar daar houdt het mee op.' Ronny Rieken is 30 jaar. Van beroep monteur, maar hij is al jaren werkloos. Zijn grootste hobby is de 27 MC. Zijn enige vrienden zijn de amateurs van 'Sierra-Alpha': met hen kan hij uren leuteren ('breakie-breakie'). Zij weten niets van zijn: dat hij, toen hij 21 was, zijn eigen 17-jarige zus uiterst gewelddadig heeft verkracht. In eerste instantie kreeg hij daarvoor tien jaar gevangenisstraf, in hoger beroep werd het ruim vijf. In juli 1993 was hij al weer vrij. In mei 1995 trouwde hij met Marion, een meisje uit de buurt. Haar vader waarschuwde haar: 'Die jongen deugt niet, weet je wat hij heeft gedaan?' Maar zij wuifde dat weg: 'Hij is veranderd.' Hun eerste kind, Florian, was toen al geboren. Ze wonen in een klein vrijstaand huisje in Elisabetveen, een rustig dorpje op zes kilometer van Strücklingen. In januari 1996, als Marion bijna op het punt van bevallen staat, verkracht Ronny het elfjarige meisje uit Neuscharrel. Hij bedreigt haar met een mes, maar hij steekt niet.

Stikdonker
Dan wordt het maart 1998. Opnieuw is Marion hoogzwanger. Op de weg tussen Ramsloh en Strücklingen ziet Ronny Christina fietsen. Ze is een min of meer willekeurig slachtoffer, hij kende haar niet, had haar ook niet eerder achtervolgd. Of hij die avond wel aan het 'jagen' was, weet de politie nog niet. In de praktijk blijkt dat veel verkrachters en moordenaars weken-, soms maandenlang een bepaalde spanning opbouwen. Ze rijden ogenschijnlijk doelloos rond, doen soms zelfs een mislukte poging, en slaan ineens toe als zich een kans voordoet.
Met Christina op de achterbank rijdt Ronny naar het donkere bos bij Gehlenberg. In de auto verkracht hij haar. Als hij klaar is, wil Christina weglopen. Maar waar moet ze heen? Het is stikdonker en afgelegen. Ze wordt bang, en kwaad. Ze huilt en schreeuwt de emoties van de doorstane ellende van zich af. 'Ik ga naar de politie! Ik geef je aan! Ik zorg dat je in de gevangenis komt!' Ronny wordt bang, wil haar het zwijgen opleggen, en wurgt haar. Het mes, dat hij naar zijn zeggen alleen bij zich had om mee te dreigen, gebruikt hij dan om de moord te laten lijken op de daad van een psychopaat, om de politie op een dwaalspoor te brengen. Hij steekt het meisje in de buik en in de borst en verbergt haar dan provisorisch onder een paar takken. Hij rijdt weg, terug naar huis. Het mes gooit hij na 500 meter uit de auto. Een paar kilometer verderop, bij een brug over het kanaal, bedenkt hij dat de rugtas van Christina nog in de auto ligt. Hij gooit de tas in het water en gaat naar huis, waar zijn vrouw en drie kinderen al op hem wachten met het avondeten. Ze eten brood. Verder is er niks bijzonders.
Fout
Hoe is het mogelijk dat iemand met zo'n verleden niet eerder wordt opgepakt? Het dossier van Ronny Rieken bevat om nog onopgehelderde redenen geen enkele vermelding van enig zedenmisdrijf. De uitermate gewelddadige verkrachting van zijn zus, waarvoor hij zwaar is gestraft, is niet in de stukken opgenomen. Ergens is een fout gemaakt. Had dit delict er wel in gestaan, dan zou hij na de verkrachting in 1996 al door de mand zijn gevallen. Dan had Christina nog geleefd.
De politie heeft zoveel met Ronny te bespreken, dat ze nog niet toegekomen zijn aan de vraag of dat briefje van hem was. Een paar weken na de moord lag er bij het monument aan de Eschstraat tussen de bloemen een papiertje met de tekst: 'Hättest Du nicht geschrien, wärst Du noch am Leben.' Met andere woorden: verkrachten ja, moord nee. Had je maar niet moeten schreeuwen.

Ware geluk
In de dagen die volgen, bekent hij ook de moord op de 13-jarige Ulrike Everts, in juni 1996. In een interview met een Duits blad blikt Silke, de echtgenote van Ronny, terug op haar leven met een kindermoordenaar. 'Ik dacht dat ik het ware geluk gevonden had. Ik was 31 jaar, Ronny (30) was een lieve man en we hadden drie leuke kinderen. Samen woonden we in een klein vrijstaand huis met een tuin in een pittoresk dorpje in het noorden van Duitsland. Tot dit jaar, vrijdag voor Pinksteren. Toen werd mijn man gearresteerd. Uit een DNA-test, die gehouden was onder 15.000 mannen die in deze omgeving woonden, bleek dat Ronny de elfjarige Christina Nytsch had vermoord. Speekselproef nummer 3889 was van hem. Op de dag van zijn arrestatie legde hij een bekentenis af. Toen hoorde ik voor het eerst dat Ronny al eens in de gevangenis gezeten, voor de verkrachting van zijn eigen zus. Mijn Ronny. De man die zo vaak bloemen voor mij meebracht. Die me 's morgens thee op bed bracht. De zorgende vader die 's nachts opstond om de baby zijn flesje te geven."
Twee gezichten
"De twee moorden op die weerloze meisjes hebben maandenlang heel Duitsland in de gehouden, meer dan ooit was gebeurd. Na elke moord kwam hij 's avonds gewoon naar huis, at mij met, sliep 's nachts naast mij in bed. Ik heb niets gemerkt. Nog steeds kan ik niet begrijpen dat mijn man twee gezichten heeft. Het ene waar ik van houd, het andere dat ik vreemd en verschrikkelijk vind. Ik kan me ook nog steeds niet voorstellen dat hij die twee meisjes heeft vermoord. Ik zit er nog altijd over te piekeren wat er op die momenten door hem heen is gegaan. Er zijn zoveel vragen, maar niemand weet het antwoord. Ik voel het als mijn noodlot. Ik word vaak 's nachts gillend wakker, alsof er boze geesten in mij rondspoken. Het is een nachtmerrie, een film die telkens wordt herhaald. Een man trekt een jong meisje van haar fiets en sluit haar op in de kofferruimte van zijn auto. Dan rijdt hij weg. Ook overdag komen deze beelden onverwacht terug. Dan neem ik snel een van de kinderen in mijn armen, of ik bel een goede vriendin. Om even te praten, over het weer, of anders iets onbelangrijks. Dan zijn die beelden even weg."
Knuffelen
"Het ergste is dat het geen fantasie is. Wat ik zie, is in werkelijkheid gebeurd, toen we drieëneenhalf jaar getrouwd waren. We hebben drie kinderen: Timo(3,5), Sandra(2) en Philip (acht maanden). We waren een gelukkig gezin. Vaak lagen we 's morgens urenlang met de kinderen in bed te knuffelen. Hij wiegde de kleine op zijn arm, gaf hem zijn flesje, verschoonde zijn luier. Het is zo moeilijk te begrijpen dat er nog een andere Ronny is. Een Ronny die stiekem urenlang door de omgeving reed, op zoek naar jonge meisjes. Die er twee vermoordde en daarna bij mij in bed kwam liggen alsof er niets was gebeurd. Van dat verschrikkelijke geheim heb ik nooit iets geweten, tot aan zijn arrestatie. Toen stortte mijn geluk als een kaartenhuis in elkaar. Ergens daar achter is een zwarte afgrond voor mij opengegaan, waar ik niet in wil kijken, maar soms moet ik wel."
Zonnige dag
"29 mei was een zonnige dag. Timo en Sandra waren in de tuin aan het spelen, baby Philip lag te slapen. 's Middags dronken we thee. Ronny zei: 'Ik ga het gras nog even maaien.' Hij had de oude spijkerbroek aan, die hij altijd draagt als hij in de tuin aan het werk is. Ik haalde de was van de lijn. We zouden 's avonds op visite gaan bij de buren. Om half vier ging de telefoon. Ik nam op, maar niemand zei iets. Ik riep tegen Ronny dat er iemand had gebeld, maar dat de verbinding weer was verbroken. 'Misschien was het een grap'. Ik ging weer naar binnen om de was op te vouwen. De deur naar de tuin stond open. Dat doen we altijd als het mooi weer is. Door het vliegengordijn zag ik ineens een heleboel politieauto's, de straat stond vol. Even later zag ik allemaal agenten in uniform. Plotseling stond er een politieman in de deuropening. Wat was er aan de hand? Drie van de agenten kende ik wel. Die waren een paar weken eerder nog bij ons thuis geweest, toen ze met man en macht op zoek waren naar de moordenaar van Christina Nytsch. Iemand uit de buurt had een tip gegeven, dat Ronny net zo'n'auto had als die op het moment van Christina's verdwijning was gezien. Maar toen de agenten zagen hoe Ronny met onze drie kinderen zat te spelen, vroegen ze verder niets meer, ze verontschuldigden zich voor de storing en gingen weer weg. Dat een gewone huisvader de kindermoordenaar zou zijn, dat konden die agenten zich niet voorstellen."
Grasmaaien
"Dit keer duurde het langer. 'Is Ronny thuis?' vroeg de agent. 'Ja,' zei ik, 'hij is aan het grasmaaien. Komt u toch binnen, ik zal hem halen.' 'Nee, nee, dat is niet nodig,' zei hij, 'we gaan zelf wel.' Het hele huis en de tuin waren vol met politiemensen. 'Wat is er aan de hand?' vroeg ik. 'Er is iets niet goed met de test van Ronny, we moeten hem meenemen.' Toen ik naar buiten liep, stapte Ronny net in een politieauto. 'Ronny! Wat doen ze met jou!' schreeuwde ik. 'Ik moet mee,' zei hij. 'Wat bedoel je: ik moet mee?' vroeg ik. Hij zei: 'Ik weet niet wat er aan de hand is.' Toen reden ze weg. Ik moest meteen het huis verlaten, alles werd verzegeld, in verband met het sporenonderzoek. Onder het toeziend oog van de politie mocht ik snel wat kledingstukken inpakken, toen ben ik met de kinderen naar kennissen gereden. 's Avonds kwam er weer iemand van de politie, iemand die Ronny kende. Hij was er ook bij met de arrestatie. 'Ga eerst eens even zitten,' zei hij tegen mij. En toen: 'Hij heeft het gedaan. Hij heeft alles toegegeven.'
DE PSYCHIATER

Professor dr. Hjalmar J.C. van Marle is tegenwoordig hoogleraar forensische psychiatrie aan de Erasmus-universiteit. Daarvoor was hij onder anderen directeur van de Van Mesdagkliniek in Groningen en het Pieter Baan Centrum in Utrecht. In die functies passeerde een schier oneindige rij delinquenten zijn revu, onder wie veel verkrachters en moordenaars. Maar van een man als Ronny Rieken, die eerst zijn zus verkrachtte en daarna onbekende slachtoffers, was hem ook uit de literatuur niets bekend. 'Het is wel zo dat veel anti-sociale persoonlijkheden handelen op basis van heftige impulsen, ze doen wat in hun hoofd opkomt. Dat kan binnen de familie zijn of erbuiten.'
Zwangerschap
Dat Rieken twee keer een delict pleegde terwijl zijn vrouw hoogzwanger was, komt Van Marle bekender voor. 'Onder die omstandigheden zijn seksuele delinquenten eerder geneigd tot dit soort gedrag, en er zijn er die 't alleen in die situatie doen. Zwangerschap van hun vrouw is voor veel mannen überhaupt een aanleiding tot afwijkend gedrag: weglopen, prostitueebezoek, drankmisbruik. Het heeft te maken met jaloezie: de vrouw heeft niet alleen meer aandacht voor hem, maar ook voor het kind.'
De exacte aanleiding tot het delict is niet bekend, maar het lijkt er wel op dat Rieken niet bij voorbaat van plan was Christina te vermoorden: haar emotionele reactie heeft bij hem agressie gewekt. Van Marle: 'Het is best mogelijk dat het identiek was aan de situatie destijds met zijn zus, die hem ook bij de politie had aangegeven, en dat het hem daaraan deed denken. Christina heeft hem uitgescholden, dat wil zeggen: gekrenkt en beledigd.' Wat wel te denken geeft is dat Rieken bij Christina niet zoals bij de eerdere verkrachting zijn slachtoffer blinddoekte: was hij niet bang voor herkenning? En het toetakelen met het mes, naar zijn zeggen om de politie op het verkeerde spoor te zetten, duidt ook op een ernstige vorm van psychopathische woede.
Narcistisch
De keus van de slachtoffers is min of meer te volgen: twee keer meisjes van elf jaar. Van Marle: 'Meisjes op wie hij overwicht kon uitoefenen, geen volwassen vrouwen. Wel een beetje vrouw, maar ze zagen er in elk geval niet uit als een moeder. Het is een verschuiving van de agressie van de moeder, zus of echtgenote, dus van de vaste relatie, naar een weerloze onbekende. De kerngedachte is de narcistische woede als gevolg van krenking. De hypothese is dan: eerst krenking door zijn eigen vader of moeder, toen door zijn zus, gevolgd door zelfverwijt; vervolgens de 'krenking' door zijn echtgenote, in de vorm van minder aandacht, en tenslotte gekrenktheid door de emotionele reactie van het slachtoffertje Christina.'
Patroon
In de praktijk blijkt dat veel daders telkens hetzelfde patroon volgen. Maar niet altijd. Toeval speelt soms een belangrijke rol. Waarom verborg Rieken Christina niet beter, toen ze dood was, dat was niet zo moeilijk geweest. Van Marle: 'Qua persoonlijkheid lijkt deze man redelijk intact. We weten niet veel over hem. Misschien had hij wel spijt, en wilde hij eigenlijk wel gepakt worden. Het kan ook zijn dat hij haast had, of dat hij gestoord werd, of bang was.' Vanuit recherche-oogpunt bekeken maakte Rieken overigens helemaal niet zoveel fouten: zonder de DNA-test was hij waarschijnlijk de dans ontsprongen.
Zwak milieu
Een opmerking van de eerder genoemde dr. Pfeiffer, dat kinderen uit zwakkere milieus eerder slachtoffer van een misdrijf worden, onderschrijft Van Marle. 'Je moet het niet generaliseren, maar het is inderdaad zo dat zwakke milieus vaker kinderen opleveren die gestoord zijn, gaan zwerven of met drank en drugs in aanraking komen. Ze worden eerder delinquent, maar ook eerder slachtoffer. Ze leren minder om zichzelf te redden, om te onderkennen wat iemand werkelijk wil of bedoelt. Agressie op televisie is niet schadelijk voor alle kinderen, maar juist wél voor kinderen uit zwakke milieus die er ontvankelijk voor zijn. Ze missen de structuur van het gezin, van iemand die hen vertelt wat de informatie waard is. 'Pa, kan dat wel?' Of andersom: 'Dat is wel wat erg veel tomatenketchup.' Als dat er niet is, wordt hun fantasie niet geconfronteerd met de werkelijkheid en houden ze aan die fantasieën vast. Kinderen die in hun jeugd te maken hebben gehad met incest, blijken later vaker dan anderen het slachtoffer te worden van verkrachting. Ze hebben een soort blinde vlek, ze missen de informatie waardoor ze de kwade bedoelingen van iemand onderkennen. Zulke kinderen zullen zich eerder laten meelokken of troost zoeken bij een vaderfiguur.'
|