Header image  
logo2
logo3
 
 

Hoe stille Huib zijn vrouw en kind vermoordde

huibvanO.

Op woensdagmorgen 5 september 2007 wacht Huib van O.(31) uit Melissant zijn vrouw Renate(31) op als ze ’s morgens de trap af komt. Hij slaat haar met een hamer op het hoofd, probeert haar te wurgen en steekt haar dood met een mes. Dan slaat en steekt hij de hond Luna, vervolgens gaat hij naar de slaapkamer van hun dochtertje Elisa (3). Hij probeert haar te wurgen, maar ze komt weer bij. Hij loopt naar beneden om een mes te pakken en begint haar te steken. Als ze het bloed op haar pyjamaatje ziet, zegt ze: “Papa, heeft u een nieuw shirtje voor me?” Hij snijdt haar de keel door.

Drie dagen lang doet Huib alsof er niks aan de hand is, met de twee lijken in huis, dan geeft hij zich aan bij de politie. Het motief: schulden en schaamte om daarover met iemand te praten.
Dinsdag 4 maart staat Huib van O. in Rotterdam terecht. Het is een vreemde zitting. In tweeënhalf uur wordt de hele zaak afgeraffeld, veel vragen blijven onbeantwoord. Presidente van de rechtbank is mevrouw mr. M.C. van der Kolk, de officier van justitie is mevrouw mr. J.M. Bonnes en de advocate is mevrouw mr. E.P.N. Pieterse.

Er zijn twee brieven: één van de ouders van Huib dat ze niet bij de zitting aanwezig zullen zijn omdat ze dat zowel lichamelijk als emotioneel niet aankunnen en een brief van de ouders van Renate.
Tijdens de zitting huilt Huib veel, hij zet voortdurend zijn bril af en heeft een doekje om zijn tranen te drogen. Hij mompelt en fluistert, is op de voorste rij – waar de pers zit – met heel veel moeite te verstaan en soms niet, de familie van Renate krijgt er helemaal niks van mee. De rechter doet geen enkele poging hem tot verstaanbaarheid te manen.

 

Renate

De officier begint met de tenlastelegging: dat hij op woensdagmorgen 5 september 2007 opzettelijk en met voorbedachte rade eerst Renate met een hamer op het hoofd heeft geslagen en daarna gewurgd en met een mes gestoken. Vervolgens heeft hij hond Luna met de hamer geslagen en gestoken, daarna heeft hij dochtertje Elisa (geboren op 24 juni 2004) bijna gewurgd. Toen ze daarvan bijkwam heeft hij haar met een mes doodgestoken.

De rechter vraagt: wat gaat er door u heen als u dit hoort?



Huib: Van alles.



Rechter: We gaan dit bespreken, het zal zwaar zijn, maar het moet wel. Het dossier roept vragen op. Het begint ermee dat op vrijdag 7 september op het politiebureau Hellevoetsluis een man binnenkomt die zegt dat hij iets ergs moet vertellen, maar dat hij dat niet kan. Hij heeft een brief op zijn lap-top staan. U heeft de lap-top bij u, u laat de brief lezen. U heeft pleisters op uw lichaam en bloed op uw overhemd, u bent aangehouden. Wat stond er in die brief?

Huib: (stilte)  



Rechter: Zal ik het zeggen?



Huib: (fluistert) Ja.



Rechter: Het is een soort afscheidsbrief. Er staat dat u dinsdagnacht een zware nacht had gehad, dat er schulden waren en dat uw hele gezin van de aarde moest verdwijnen. De politie gaat dan naar het adres in de Fabiusstraat 68. Ze vinden uw vrouw beneden, uw kindje boven. Wat is hieraan voorafgegaan? U was net terug van vakantie in Duitsland. Werkte u nog?



Huib: Ik zat al in de ziektewet, ik had lichamelijke klachten.



Rechter: U werkte bij Systemate Numafa in Numansdorp (als administrateur, hjk) Het hoofd personeelszaken vertelt over u dat u een rustige stille man was en dat er tot april 2007 geen ziekmeldingen waren. In april kreeg u rug- en darmklachten en bent u bij de bedrijfsarts geweest. U ging wel op vakantie. Hoe was de situatie toen?



Huib: Zenuwslopend. We kregen telefoontjes van de bank, aanmaningen. Toen zijn we op vakantie gegaan. (naar Center Parcs in Sauerland, hjk)



Rechter: Van welk geld?



Huib: Ik dacht dat we het al vooruitbetaald hadden, maar dat was niet zo. Dat merkten we toen we daar aankwamen.



Rechter: Verder is het een leuke vakantie geweest?


Huib: Het was een uitvlucht naar rust.



Rechter: Waar dacht u het van te betalen? (het antwoord is niet te verstaan, blijkbaar heeft hij ter plekke toch iets geregeld)


Rechter: Hoe was de vakantie?



Huib: Leuk, ontspannen.



Rechter: Wat heeft u gedaan?



Huib: We zijn op het park gebleven.



Rechter: Omdat de hond mee was.



Huib: Ja.



Rechter: Op 31 augustus kwam u thuis. En dan?



Huib: Dan liggen er stapels rekeningen. Dan ben je jezelf niet, daar schrik je van.



Rechter: Heeft u daar met Renate over gepraat?



Huib: Ja. We zouden proberen het op te lossen.



Rechter: Op maandag 3 september moet u werken. U meldt zich ziek. Dinsdag gaat u wel, voor een gesprek met de bedrijfarts. Heeft u toen uw financiële p[roblemen besproken?



Huib: Nee.



Rechter: Dat staat wel in het dossier.



Huib: Ik heb wel een gesprek gehad met de arts, niet over de financiële problemen. De arts zou contact opnemen met de werkgever.



Rechter: Op dinsdag 4 september bent u wel naar uw werk geweest, u bent er een paar uur geweest, toen bent u naar huis gegaan. En toen?



Huib: Ik ben naar huis gegaan. (lang stil)



Rechter: Hoe laat?



Huib: Vóór de normale tijd.



Rechter: Was Renate al thuis?



Huib: Dat weet ik niet.


Rechter: En de rest van de avond?



Huib: Er waren aanmaningen...



Rechter: Ik bedoel of Renate thuis was. Jolanda X woont naast u. Ze had om half vier de sleutel bij Renate gebracht, toen was ze al thuis. Renate lachte, ze zat aan de telefoon. Hoe ging het ’s avonds?



Huib: Ik heb met Renate gesproken over de rekeningen. De financiële problemen zagen er een aantal maanden geleden beter uit.



Rechter: U had een paar keer leningen overgesloten. Nu waren er weer aanmaningen.



Huib: Ik wist niet wat ik moest verzinnen. Alles zou vanzelf wel op zijn pootjes terecht komen.



Rechter: Met wat voor idee is Renate naar bed gegaan? Hoe lang heeft het gesprek geduurd?



Huib: Een uurtje.



Rechter: U ging niet tegelijk naar bed, u ging altijd wat later. Wat heeft u gedaan?



Huib: Tv gekeken, denk ik. Het zat me tot hier (maakt handgebaar naar zijn keel), al die zorgen.



Rechter: Met wat voor gevoel ging u naar bed?



Huib: Het is beter als we met z’n allen maar gaan (huilt)



Rechter: Had u dinsdag al de beslissing genomen dat het beter was als u er allemaal niet meer was?



Huib: Ja.



Rechter: Had u erover nagedacht op welke manier?



Huib: Nee. Normaal gesproken doe ik zoiets niet.



Rechter: Vond u het niet raar om zulke gedachten te hebben?


Huib: Het was allemaal raar.



Rechter: U heeft op bed gelegen. Heeft u nog geslapen?


Huib: Weinig.



Rechter: Wat is er in die nacht in uw hoofd gebeurd?



Huib: Heel veel, dat is niet te beschrijven. Ik heb alleen gedacht: het kan zo niet langer. Daar kon ik me niet tegen verzetten.



Rechter: Dat er een einde moest komen aan uw leven of aan de situatie?



Huib: Aan het leven.



Rechter: Dat was voor u de enige oplossing?



Huib: Helaas wel.



Rechter: Maar u zit hier nog.



Huib: Ik wou dat het niet zo was.



Rechter: Hoe kan het dan dat het wel zo is?



Huib: (haalt bril van zijn hoofd) Daar heb ik net zo min een antwoord op als op de vraag waarom ik het heb gedaan.


Rechter: Woensdagochtend. U staat op, laat de hond uit, dat duurt ongeveer tien  minuten, dan bent u weer thuis. Wat zat er in uw  hoofd?


Huib: Nog steeds hetzelfde.



Rechter: Wist u al hoe u het zou gaan doen?



Huib: Nee.



Rechter: Wanneer is dat gekomen? Wanneer heeft u dat bedacht? Op dinsdagavond, dat het de volgende dag moest gebeuren?



Huib: Ik weet het allemaal niet meer zo.



Rechter: Vanaf het moment dat u thuiskomt, wat doet u? U heeft haar opgewacht, onderaan de trap, achter het groene gordijn. Waar had u de hamer vandaan?



Huib: (zegt vermoedelijk: ‘uit de gereedschapskist’, dat blijkt later, maar het is niet te verstaan)


Rechter: Die had u al gepakt?


Huib: Ja.



Rechter: Renate komt naar beneden. En wat dan?



Huib: Toen heb ik geslagen.



Rechter: Van achteren?



Huib: Overal.



Rechter: En toen heeft u geprobeerd haar te wurgen. En toen?



Huib: Toen heb ik ze gestoken.



Rechter: U bent naar de keuken gegaan om een mes te halen. Een afstand van zes tot acht meter. Toen u terugkwam?



Huib: Heb ik ze gestoken

.

Rechter: Ze zat op handen en knieën. Waarom bent u een mes gaan halen?



Huib: Daar kan ik geen antwoord op geven, ik weet het echt niet meer.



Rechter: Weet u nog waar u haar heeft gestoken?



Huib: Overal.


Rechter: Was ze naar uw idee snel dood?



Huib: Dat weet ik niet.



Rechter: (vermoedelijk, ook de rechter was vaak slecht te verstaan: ‘Waarom is het daar niet bij gebleven?’; wellicht bedoelde ze bij het slaan met de hamer, of bij de gedachte)



Huib: Ik het weet zelf niet.



Rechter: (citeert:) “Dan was ze er nog geweest, dan waren ze er allebei nog geweest.” U hoort Luna blaffen. U schrikt. In een verklaring zegt u dat de hond u aangevallen heeft.



Huib: Het is in de keuken gebeurd. Ik heb geslagen.


Rechter: U heeft de hond ook gestoken. Met hetzelfde mes.



Huib: (knikt nauwelijks merkbaar)



Rechter: Bent u direct daarna naar boven gegaan? Had Elisa iets meegekregen van wat er gebeurd was?


Huib: Nee, de deur was dicht.



Rechter: En dan?



Huib:Ze vroeg of ik haar een verhaaltje voor wou lezen. Ik heb het geprobeerd, maar het lukte niet.



Rechter: In welke slaapkamer was het?


Huib: In mijn slaapkamer. Ineens gebeurde het weer.



Rechter: Wat gebeurde er?



Huib: Er gebeurt iets met je, ik weet niet wat, het is verschrikkelijk, het is onhoudbaar, de situatie. Gewurgd en met de hamer.



Rechter: Het mes was nog beneden. Hoe is dat verder gegaan dan?



Huib: Ik ben het hele huis doorgelopen, van de zenuwen, ik heb het uit de kast meegenomen en gestoken.



Rechter: Waar was ze?



Huib: Op haar eigen bed, daar had ik haar naar toe gebracht.



Rechter: Ze was weer bij. Wat zei ze?



Huib: (lang stil)



Rechter: Weet u dat nog?



Huib: Wat zegt u?



Rechter: Weet u nog wat ze zei?



Huib: Papa, heeft u een nieuw shirtje voor me?



Rechter: Dat was nadat u haar had gestoken. Het drong niet tot haar door wat er gebeurde?



Huib: (niet te verstaan, iets met steken)



Rechter: Wat heeft u toen gedaan?


Huib: Ik heb haar vastgehouden.



Rechter: Hoe lang?



Huib: Een tijdje.


Rechter: Was Elisa overleden toen u haar losliet?



Huib: Ik heb haar nog een keer vastgehouden.



Rechter: U heeft door het huis gelopen. U beseft wat u gedaan heeft.



Huib: Ik heb geprobeerd mezelf van kant te maken, met hetzelfde mes. Ik heb geprobeerd me zelf te steken.



Rechter: Hoe probeer je dat? Waarom lukte het niet? Waar stopte het? Bij uw vrouw lukte het wel. Bij de politie zegt u: ‘Het deed pijn.’



Huib: Ik heb het in elk geval niet volgehouden.



Rechter: Waarom heeft u toen geen actie ondernomen?



Huib: Normaal gesproken had ik dat wel gedaan, dat weet ik wel zeker.



Rechter: Wat was er nu anders?



Huib: Ik weet niet wat mij (onverstaanbaar). In elk geval heb ik dat niet gedaan.



Rechter: Die zelfmoordpoging: wat voor verwondingen had u?



Huib:(niet te verstaan)



Rechter: Een sneetje of een flinke verwonding?



Huib: Een flinke verwonding.



Rechter: Ik begrijp het niet zo goed. Bij uw dochtertje kon u het wel. U bent nog een tijd in huis gebleven, op de slaapkamer, door het huis gelopen. Vervolgens gaat er bij u iets in werking, in uw denkpatroon, waarvan ik zeg: hoe is het mogelijk? U gaat de gewone gang van zaken buitenshuis regelen terwijl binnen uw vrouw en dochter liggen.



Huib: Ik wilde me zo normaal mogelijk proberen te gedragen.



Rechter: Waarom?



Huib: Daar heb ik geen antwoord op.



Rechter: Dacht u dat het dan vanzelf weg zou gaan?



Huib: Ik probeerde alles te ontkennen wat er was gebeurd, ik weet niet hoe dat komt, je weet donders goed dat je het hebt gedaan.



Rechter: Wanneer bent u voor het eerst naar buiten gegaan?



Huib: Woensdag, dezelfde dag.



Rechter: U bent ’s middags naar de garage geweest, voor de nieuwe auto, voor de verzekeringspapieren, en met het rijbewijs. ’s Ochtends heeft u uw vrouw en kind vermoord, ’s middags maakt u afspraken om de auto af te leveren. Ik weet niet wat ik moet denken.



Huib: Ik ook niet.



Rechter: Gaat het dan vanzelf zo verder? Op donderdag sms’t u naar school dat u patat gaat eten.



Huib: Je verzint maar wat, om het niet verdacht te maken.



Rechter: U had de gordijnen dichtgedaan. Dat ging opvallen. Hoe lang dacht u hiermee door te kunnen gaan?



Huib: Tot vrijdag?



Rechter: Tot zolang het duurt?



Huib: Ik heb vrijdag nog een keer geprobeerd mezelf om het leven te brengen.



Rechter: Donderdagavond bent u nog bij uw vader geweest. En u heeft bij de buurvrouw gegeten.


Huib: Het moest zo normaal mogelijk zijn.



Rechter: Renate en de buurvrouw sms’ten veel met elkaar. Ze vond het vreemd dat er geen reactie kwam. U had gezegd dat ze om half elf was weggegaan om te winkelen en dat ze de telefoon had meegenomen. U heeft op hyves nog berichten geplaatst, namens haar.



Huib: Om alles te verbergen.



Rechter: U nodigt u zelf uit bij de buurvrouw om daar te eten. De moeder van Renate wil op bezoek komen, maar u heeft het slot zo gedraaid dat ze er met haar sleutel niet in kan.



Huib: Dat is allemaal gebeurd.



Rechter: Uw vader heeft gebeld. Hij heeft Renate ook niet meer gezien. Hij merkt helemaal niets aan u, u maakt een sociaal praatje. U vraagt of hij naar twee offertes wil kijken (voor de nieuwe woning en de hypotheek, hjk) Die moet u thuis gaan halen. U komt daar weer binnen, Renate ligt daar, u haalt de offertes op, gaat terug naar uw vader en hij merkt helemaal niks (zijn ouders wonen 85 meter verderop in dezelfde straat, hjk) Had u echt de illusie dat het zo door zou kunnen gaan?



Huib: Ik probeerde zo normaal mogelijk door te gaan.



Rechter: Dacht u dat het huis en de hypotheek nog door zouden gaan?



Huib: Nee, dat was om zo normaal mogelijk te doen.



Rechter: U heeft op hyves nog berichten gestuurd. Aan Melanie Blok als ‘de buuv van 68’: “Vanaf komende maandag ben ik op vakantie in Amerika.” Op vrijdag komt de moeder van Renate aan de deur. U hebt niet open gedaan. Ze belt u nog wel. U zegt dat u Renate vanavond langs zult sturen. U bent naar de benzinepomp gereden om benzine te halen. Dat was plan twee? Alles in brand steken? U haalde vijf liter, maar u durfde niet. Wat maakte dat u het ineens niet meer durft? “Er wonen ook andere mensen in de straat, dit is te erg.” Wat maakt het dat u op dat moment wel kunt stoppen?



Huib: Dat waren andere mensen, ik wilde zo min mogelijk schade aanrichten.



Rechter: U heeft wel iets aangestoken, maar met een handdoek meteen weer geblust. Toen heeft u een mes gepakt?



Huib: Ik heb geprobeerd mezelf te snijden.



Rechter: Wat voor letsel? Waar blijkt dat uit?



Huib: Het is hetzelfde als met dat brandje stichten, ik weet niet waarom het niet lukte.



Rechter: Dan gaat u naar het politiebureau in Hellevoetsluis, daar komt u aan met die ‘afscheidsbrief’. In uw eerste verklaringen zegt u dat Renate Elisa had omgebracht en dat u vervolgens Renate heeft vermoord.



Huib: Dat was een uitvlucht.



Rechter: Het wekt de indruk: ‘Hoe kom ik hier het beste uit?’ U had er ook nog een verhaal bij, dat Elisa in bed plaste en dat ze er wel vier keer uit moest.



Huib: Dat maakt het allemaal moeilijk. Ik heb het als excuus gebruikt. Ik schaam me ervoor dat ik dit heb gezegd.



Rechter: In uw vijfde verklaring vertelt u heel gedetailleerd wat er allemaal is gebeurd en hoe u ertoe gekomen bent. Nog even terug naar de hond, want de hond was nog niet dood. Waaraan zag u dat?



Huib: Dat er nog leven was.



Rechter: Had u geen aandrang hulp te zoeken?



Huib: Het is niet bij me opgekomen hulp te zoeken.



Rechter: Hoe dacht u dat het zou aflopen?



Huib: Heel lastig, heel dramatisch.



Rechter: Daar was u bang voor, daarom heeft u die brief geschreven?



Huib: Daar kan ik geen antwoord op geven.



Rechter: U zegt: We hadden geen ruzie, ‘het was mijn gezin’. U deed samen leuke dingen – iets te veel voor het geld dat u verdiende...



Huib: We hadden een goede relatie.



Rechter: U heeft er nooit over gedacht het uit te spreken? Ze heeft het helemaal niet aan zien komen? Bij Renate heeft u de hamer en het mes gebruikt, en verwurging, bij Elisa was de doodsoorzaak het steken met een mes. Eén of twee messen?



Huib: Eén.



Rechter: U had een schuld van 50.000 euro, maar u maakt nog wel plannen een weekendje naar Preston Palace te gaan. Niemand wist van uw financiële situatie.



Huib: Dat hielden we voor onszelf. Schaamtegevoel, denk ik.



Rechter 2: Bij de politie verklaarde u dat u eerder overwogen
had alleen u zelf van het leven te beroven, omdat u het niet meer aankon.



Huib: Ik bedoelde: was ik er maar niet meer, maar ik heb niet de intentie gehad mij zelf van het leven te beroven.


Rechter 2: “Ik heb wel eens eerder het idee gehad mijzelf van het leven te beroven in plaats van het hele gezin, dat wel, maar dan zou ons  gezin in de schulden zitten, daarom wilde ik alle drie doen.”



Huib: Dat zal ik wel gezegd hebben.



Rechter 2: Wat maakte dan dat u dacht, nee, ik doe het niet, laten we met z’n allen gaan?



Huib: Daar kan ik geen antwoord op geven.



Rechter 2: Daarna durfde u niet uzelf iets aan te doen.



Huib: Ik kon het niet.



Rechter 2: U kon het niet omdat u te bang was.

 

De presidente leest dan de brief voor die de moeder van Renate heeft geschreven: ‘Wij hebben levenslang’. “We voelen ons leeg van binnen, wij worden geleefd. Toen we twee dagen niks hadden gehoord had ik al het gevoel dat het niet goed zat tussen hem en onze dochter.”
Een week na de begrafenis is hun tweede kleinkind geboren. Moeder had soms wel drie keer per dag telefonisch contact met Renate, “ze was een vrolijke meid, met een open mind en het hart op de tong. We hebben nooit iets gemerkt, we hebben veel vragen. Elisa was een lief en pienter kind, ze was graag bij ons, de maandag was oma-dag. Dat is nu een moeilijke dag. We zouden je zoveel willen zeggen en vragen, maar je bent het ons niet waard, we willen je nooit meer zien.”


Rechter: Wilt u daar iets op zeggen?



Huib: Ik kan het begrijpen.

 

Vervolgens neemt de rechter de psychiatrische rapporten door.
Rechter: Hoe vond u de rapportage?



Huib: Daar heb ik geen oordeel over.



Rechter: Herkende u zich daarin?



Huib: Eerst niet, naderhand misschien wel.  



Rechter: U heeft geen twijfels gehad om het niet te doen.



Huib: Ik kon het niet stoppen.



Rechter: U heeft nog drie dagen gewoon doorgeleefd. De moeder van Renate belde dagelijks, u kreeg het steeds benauwder.



Huib: Op dat moment kun je niks meer dan liegen.



Rechter: De financiële problemen hebt u nooit als probleem gezien, u dacht: het komt wel goed.

Huib is enig kind uit een prima milieu, hij heeft fijne ouders. In 1998 had hij in de discotheek Renate leren kennen, in 2000 zijn ze gaan samenwonen, in 2001 zijn ze getrouwd. In
2004 wordt Elisa geboren, ze hebben een goede relatie met elkaar. Vanaf kerst 2006 komt daar een kentering in. Hij krijgt rugklachten, is vermoeid, gaat niet meer naar de muziekvereniging. Ze wonen in dezelfde straat als zijn ouders, opvallend is dat hij een aantal dingen in huis precies zo heeft als zijn vader: de inrichting, de indeling van de bureaula. Volgens de deskundigen is hij afhankelijk en vermijdend, krenkbaar en narcistisch. De lichamelijke klachten zijn een uiting van de spanningen. Tijdens de vakantie in Duitsland zijn de problemen opzij gezet, thuis zijn er wéér de schulden, hij kan aan niets anders denken, er ontstaat bewustzijnsvernauwing: verdwijning van het hele gezin. Hij heeft een gebrekkige identiteitsontwikkeling. Hij neemt steeds meer afstand van het delict en kan zich er minder van herinneren. Hij is in staat geweest tot een vergaande vorm van loochening en vermijding. Ook met betrekking tot de schulden. Hij is in staat iets wat gebeurd is uit te schakelen door het letterlijk uit zijn hoofd te bannen. Hij leefde in twee werelden: thuis waar zijn vrouw en dochter dood lagen en buiten waar hij een auto ging bestellen. “Voor mijn gevoel is het een verhaaltje.”
De officier van justitie vindt het “raar dat er geen actie is ondernomen om de schulden te verminderen, ‘we deden alsof er niets aan de hand was.’” Ze acht hem sterk verminderd toerekeningsvatbaar. “Wat nu zo eng is en wat de kans op herhaling verhoogt is dat het voor u niet zichtbaar is en voor uw omgeving niet, u heeft geen enkel zelfinzicht, als u in een soortgelijke situatie terechtkomt merkt u het niet en de omgeving ook niet. Geadviseerd wordt een behandeling die tenminste vier jaar zal duren.” Ze constateert dat eigenlijk niemand echt kan begrijpen hoe hij het heeft kunnen doen en waarom. Er waren alleen schulden, verder geen grote problemen, “dat kan toch bijna niet het enige zijn.” Daarom is er veel onderzoek gedaan of er toch niet ook iets anders aan de hand zou kunnen zijn, maar daar is niets van gebleken. Ze eist 12 jaar plus tbs.

De advocate brengt naar voren dat Van O. woensdagochtend om half acht uit bed is gegaan, dat Renate en hij ruzie hadden gehad over geld voor boodschappen. “Er was geen geld.” Weken tevoren had hij al het plan zijn vrouw te vermoorden, hij had er weken over nagedacht hoe hij het moest doen. Hij twijfelde over zijn dochter. Daarna was hij toch de conclusie gekomen om het hele gezin  te doen, hij zocht op internet naar een middel om zichzelf van kant te maken. Tijdens de vakantie was de drang minder. Van de schulden mocht niemand weten, de schaamte was te groot. Dat is ook de reden waarom hij nooit hulp heeft gezocht. “In zijn wanhoop heeft hij iets gedaan waarvan hij zelf ook het slachtoffer is geworden. Hij heeft alleen schriftelijk contact met zijn ouders, hij ontvangt geen bezoek, hij durft de confrontatie niet aan. Er is sprake van sterke vereenzaming, hij gebruikt kalmerende middelen. Voor hem heeft het allemaal geen zin meer, hij kan niet leven met de gedachte dat hij het leven heeft genomen van de twee mensen die hem het meest dierbaar waren.
In zijn zeer moeizaam, van papier voorgelezen slotwoord betuigt Huib zijn spijt aan de ouders van Renate, de grootouders, de schoonouders “en aan iedereen die ik niet vergeten wil. Voor iedereen is het traumatisch, ook voor mij. We hadden altijd een leuke band met elkaar, we waren altijd met z’n drietjes. Renate stond altijd klaar om iemand te helpen (huilt hevig). Ik mis ze heel erg, ze waren alles voor mij. Als ik het kon terugdraaien, of als ik in hun plaats kon gaan om hen terug te halen, dan zou ik dat gedaan hebben. Wat mij is overkomen, wens ik niemand toe. Voor wat ik gedaan heb, zal ik gestraft worden. Maar de ergste straf is het verlies van vrouw en kind.”

De hond Luna heeft het overleefd en heeft alleen nog een scheve kaak.

 

De nieuwe keuken

Kort na het gebeurde maakte Henk Strootman voor Aktueel een reportage. Daarin citeert hij uit het dagboek dan Renate bijhield op hyves. “Onze vakantie is weer voorbij. Zeker de week in Duitsland heeft ons goed gedaan.” De begeleidende foto’s tonen onbekommerd vakantiegeluk van een jong gezin.
Opvallend is de vreemde manier waarop de echtelieden met  elkaar communiceren over de aanschaf van een nieuwe keuken: dat gaat via hyves. Renate wil in het nieuwe huis ‘een prinsessenkeuken met alles erop en eraan’, Huib reageert met: ‘Schat, je hebt ome Leo toch gehoord, we moeten overal op bezuinigen’ en ‘Hoi schat, je blijft toch niet zeuren zeker? We hebben pas hartstikke dure apparaten gekocht bij Van der groef. Die standaardkeuken is goed zo hoor.’ Henk Strootman schrijft dan: ‘Dit op zich onschuldige gehakketak kan natuurlijk nooit de aanloop zijn geweest naar Huib’s geweldsexplosie, maar wat dan wel?’ Het is dan nog niet bekend dat er zulke torenhoge schulden zijn.
Merkwaardig genoeg wordt tijdens het proces in het geheel niet duidelijk hoe Huib en Renate communiceerden en of Renate niks wist van de schulden. Of zij ook de problemen verdrong en of Huib het gevoel had dat ze hierover niet aanspreekbaar was, of dat hij dat alleen voor zichzelf had aangenomen en zich te veel schaamde om er met haar over te beginnen.