
De wapenvondst in de Vinkeveense villa van Katja Schuurman in januari 2003 veroorzaakt nog steeds veel ruis in de onderwereld. George van Dijk uit Hilversum blijkt nu ineens op de dodenlijst te staan van Fred R., bewoner van Katja’s villa en vermeend eigenaar van de wapens. Kan George nu echt geen middagdutje meer doen op de bank voor het raam, of is dit een van de spelletjes van de Sectie Stiekem, de Criminele Inlichtingen Eenheid, die criminelen tegen elkaar uitspeelt om aan informatie te komen?
(reportage uit Nieuwe Revu, juni 2005)
"Ze hebben mijn kop verkocht. Eerst leggen ze een bom onder mijn gezin, nu doen ze er niks mee," zegt George van Dijk (40), telg uit ‘de meest beruchte familie van Hilversum’. Hij zat bijna de helft van zijn leven vast wegens geweldsdelicten en kent zo’n beetje alle gevangenissen van Nederland van binnen, en veel tijdelijke bewoners. Hij maakte er vrienden en vijanden. In Greg R.(54), een naam die in de onderwereld al jaren met vrees en respect wordt uitgesproken, vond George een man naar zijn hart. Greg R. wordt ook vaak genoemd als een van de bedreigers van de Amsterdamse officier van justitie, mr. Koos Plooij.
Van Dijk: "In 1993 zat ik op de A-vleugel in Scheveningen, tegelijk met Jesse, een zoon van Greg. Jesse was opgepakt op verdenking van betrokkenheid bij de moord op sportschoolhouder Tonnie van Maurik. Hij zat in alle beperkingen, ik had een baantje als reiniger. Ik heb er toen voor gezorgd dat Jesse een telefoon kreeg zodat hij wat dingen kon regelen, na drie maanden is hij toen vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. Kort daarna kwam Greg bij mij op de afdeling. Ik kende hem al heel lang. Hij zei dat ik goed geweest was voor zijn zoon. Vanaf die tijd is Greg meer dan goed geweest voor mij, ook voor mijn vrouw en kinderen, ik had een hele close band met hem, ik beschouwde hem als mijn peetvader."
Als Greg eind 2003 vrijkomt, nodigt hij George uit voor een VIP-avondje in discotheek Power Zone in Amsterdam. "Ik had eigenlijk verwacht dat Greg zou zeggen: je kunt bij de groep komen, ik zou zijn bodyguard zou worden, maar hij stelde mij teleur. Het leek hem beter dat ik bij vrouw en kinderen bleef. Hij had zijn oog laten vallen op Fred R."
Utrechtenaar Fred R.(35), ooit verdienstelijk amateurvoetballer bij Fc Utrecht en Volendam, is in het milieu geen onbekende. Op 16 juli 1998 wordt Arturo Ritfeld uit Huizen doodgeschoten bij de ripdeal van een partij hasj, op het Priempad bij Zeewolde. Een tweede man, Marcel K. uit Almere, raakt gewond, maar weet te ontkomen. Fred R. geldt als hoofdverdachte en wordt in eerste instantie veroordeeld tot 17 jaar gevangenisstraf. Na moeizame procedures weet zijn advocaat, mr. Peter Plasman, aan te tonen dat er op een kwalijke manier is gesjoemeld met verklaringen van informanten, met als gevolg dat Fred R. wordt vrijgesproken. Intussen had hij in de gevangenis Greg R. leren kennen. George: "Toen zijn zij maatjes geworden en daarom heeft Greg mij aan de kant geschoven. Hij zei dat hij het deed uit voorzorg voor mijn vrouw en kinderen, maar het heeft mij wel pijn gedaan."
De zwaar gekrenkte George stuurt Greg een boze brief, met een foto van zichzelf, voorzien van een machinegeweer en de tekst: "Als je oorlog met me wil, kun je ’t krijgen" en wat onaardige dingen over Fred R. Greg stuurt de brief door naar Fred. George: "Nee, dat was inderdaad allemaal niet zo aardig van mij, maar als je zó aan de kant wordt gezet."
Het lijkt allemaal toch nog goed te komen, dankzij Katja. In 1997 had ze in Vinkeveen voor ongeveer 1,7 miljoen gulden een villa gekocht, met tuin aan de beroemde plassen, waar ze samen met haar toenmalige vriend Gerd-Jan van Dalen ging wonen. Eind 2002 had ze ’t daar wel gezien, de villa ging in de verkoop, maar zolang er nog geen nieuwe eigenaar was kon de woning worden verhuurd. Het toeval wil dat Greg R. in die tijd werkte aan zijn terugkeer in de maatschappij en via de reclassering een baantje had gekregen bij Smart Verzekeringen in Zaandam, een holding die ook een makelaarspoot had, Smart Vastgoed. En Fred R. was op zoek naar een vrijstaande woning in de omgeving van Vinkeveen. Dus gooide Greg een balletje op bij zijn tijdelijke werkgever, of die niet iets wist. Katja’s huis stond weliswaar bij een andere makelaar in de verhuur, maar het kon allemaal snel geregeld worden.
Anthony Heinicke van Smart Vastgoed: "Jimmy Geduld, een collega-acteur van Katja uit Goede Tijden Slechte Tijden, werkte in die tijd bij ons. Voor de bladen was dat natuurlijk smullen, maar dat was puur toeval."
In januari 2003 trekt Fred R. bij een benzinestation de aandacht van een politieman, die in de opvallende bobbel onder Fred’s T-shirt een pistool meent te ontwaren. Dat klopt en dat is de aanleiding dat er vier dagen later in de villa in Vinkeveen huiszoeking wordt gedaan, waarbij een stuk of 20 vuurwapens worden aangetroffen die deels worden gelinkt aan liquidaties in de Amsterdamse onderwereld. Fred R. wordt als eigenaar van de partij beschouwd en opgepakt.
George van Dijk: "Er was een hoop getouwtrek om van wie die wapens nou waren. Ik was de enige die buiten was, de anderen zaten allemaal vast. Fred vroeg toen of ik bij hem in de gevangenis op bezoek wilde komen. Ik moest een gesprek aanvragen met de CID in Amsterdam en zeggen dat ik wist van wie die wapens waren. Dan moest ik de naam van ene Sjakie noemen, een kennis van hun, uit Amsterdam. Maar ik kende die hele jongen niet, ik zei tegen Fred: "Ik ga geen mensen weglinken, ik heb geen contact met de CID, ik heb een pesthekel aan justitie, ik ben geen informant, daar zoeken jullie maar iemand anders voor."
Volgens Fred R., momenteel gedetineerd in Heerhugowaard, ligt het iets anders: hij had George alleen bij zich laten komen om een klusje voor hem op te knappen, de incasso van een Rolex-horloge en wat sieraden.
In de zomer van 2003 melden de Amsterdamse CIE-rechercheurs Leen en Frits zich bij George met de mededeling dat hij op een dodenlijst staat. "Ze waren bezig met een zaak en uit tapgesprekken hadden ze begrepen dat ik moest verdwijnen. Er was zelfs gezegd: "En als er kinderen bij in de auto zitten?" Maar dat maakte allemaal niks uit. Volgens hen was de dreiging echt heel groot, maar ze hadden geen bewijs. "Als je niet met ons praat, laat je je vrouw achter met vraagtekens," zeiden ze. Ik kon 1 miljoen euro krijgen en een oprotpremie, naar het buitenland, met mijn hele gezin. Ik zei: "Ik verkoop mijn gezin niet, ik wil geen code, ik ben geen CIE-informant."
Ik heb wel over Fred R. gezegd dat hij mij verteld heeft dat hij twee mensen bij Zeewolde had neergeschoten, maar die informatie mochten ze alleen gebruiken als ondersteuning voor als ik doodgeschoten zou worden. Het hele gesprek zinde me niet, het dwaalde helemaal af naar mij toe, of ik huurmoorden had gedaan voor de groep van Greg R., te belachelijk voor woorden. Ik stond vreselijk onder druk, ik ben op vakantie naar Spanje gegaan en van daaruit heb ik ze gebeld dat ik niet verder wilde gaan met die spookverhalen."
Maar zo gemakkelijk komt George er niet van af. "Op zaterdag 12 februari 2005 krijg ik twee agenten in uniform aan de deur met de mededeling dat ik me om half twaalf moet melden op het politiebureau in Weesp voor een justitiële mededeling. Ik heb eerst nog maar even gebeld of ik aangehouden zou worden, daar had ik geen zin in op zaterdag, dat is onze boodschappendag. Op het bureau vertelt de teamleider van recherche dat er telefoontjes van een misdaadgroep zijn getapt waaruit blijkt dat ze al enige tijd voorbereidingen maken mij om het leven te brengen. De recherche had de zaak afgebroken en de betrokkenen gewaarschuwd dat ze ervan op de hoogte waren. Ze mochten niet letterlijk zeggen om wie het ging, maar ik mocht drie namen noemen van mensen die ik verdacht en als hij knikte was het de goeie. Dat was dus bij Fred R. Maar hij zei er meteen bij dat ze hem niet strafrechtelijk konden vervolgen, daarvoor was het bewijs te dun."
George legt wel een verklaring af, niet wetend dat deze als een officieel proces-verbaal bij het dossier van Fred R. wordt gevoegd. "Het was voor als er iets met mij zou gebeuren, dat ze dan van een en ander op de hoogte waren, maar het was natuurlijk niet de bedoeling dat ze het meteen al zouden gebruiken. Al die gasten die de laatste tijd zijn doodgeschoten, zijn eerst door de politie getipt. De CIE doet beloftes die ze niet kunnen nakomen, ze spelen met mensen om verklaringen los te krijgen. Ze hebben de buit binnen, nu laten ze mij gewoon doodvallen."
Fred R. heeft de verklaring van George van Dijk met interesse gelezen, "maar er klopt helemaal niets van. Als ik hem dood had gewild, was dat allang gebeurd. Er staat trouwens niks nieuws in, het zijn allemaal dingen die al in de krant hadden gestaan." Maar George vertrouwt het niet meer. "Ik doe tussen de middag nog wel eens een dutje op de bank, met een van de kinderen, gewoon voor het raam. De teamchef van de recherche kwam hier een keer, hij was woest. Of ik wel goed bij mijn hoofd was om voor het raam te gaan liggen en of ik hen wel serieus nam. Maar aan de andere kant: zij konden verder niets voor ons doen."
George stuurt Greg R. en Fred R. allebei een brief waarin hij schrijft dat als ze een aanslag op hem plegen waar de kinderen bij zijn, dat het bloedvergieten dan nog niet is afgelopen. "Kom maar, ik ontvang je met open armen, denk maar niet dat ik bang ben voor die homo’s uit jullie groep. Als er iets met mij gebeurt, vallen er aan jullie kant meer slachtoffers dan aan mijn kant. Jullie zijn begonnen met die vuiligheid, ik niet."
Het openbaar ministerie is ook gewaarschuwd. "Ik heb gezegd: ik heb een tyfushekel aan jullie allemaal, ik laat me niet door jullie misbruiken." En de teamchef van de recherche kreeg te horen: "Hou jij me maar eens aan als ik toewvallig wél een wapen in de auto heb, dan is het je laatste dag. Jullie lopen harinkjes uit te gooien, negen van de tien personen die zo’n boodschap krijgen gaan gebukt onder de spanning en dan gaan ze gekke dingen doen. Als er wat gebeurt, is het jullie schuld."
Greg R. en Fred R. zitten allebei nog vast voor verschillende delicten. Geen van beiden hebben ze gereageerd op de boze brief van George. "Daar maak ik me wel een beetje zorgen over," zegt George, "zeker van Greg had ik wel een reactie verwacht, dit stilzwijgen is geen goed teken."
DE MUREN HEBBEN OREN

Het uitlokken van verklaringen van verdachten, informanten of getuigen is een van de belangrijkste methodes van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE). "Er zijn maar heel weinig verdachten die absoluut niks zeggen. De meeste hebben wel een grote mond, maar als het er naar uitziet dat ze langer vast blijven zitten en er komt een termijn van 90 dagen in het verschiet, dan gaan ze toch babbelen," zegt advocaat Jan-Hein Kuijpers (foto) uit Den Bosch. Hij noemt een van zijn cliënten, een bekende zware jongen, als voorbeeld. "Dat is iemand die stapt zó vijf jaar de ebi (Extra Beveiligde Inrichting) in, die zegt alleen goedemorgen en goedemiddag. Hij wordt dan uiteindelijk veroordeeld omdat anderen toch bepaalde dingen vertellen waarvan ze zelf niet eens door hebben hoe belangrijk dat voor de politie kan zijn, al is het alleen maar dat ze even een bijnaam noemen en zo aangeven wie volgens hen ‘de baas’ is."
Het contact tussen de CIE en de criminelen verloopt meestal tamelijk informeel. Kuijpers: "Die jongens kennen elkaar allemaal, ze weten van elkaar wat ze doen. CIE-ers zijn ervaren rechercheurs, daar is ook niets geheimzinnigs aan. De afspraken worden gemaakt in restaurants, benzinestations en café’s. Ze zijn toch allemaal nieuwsgierig als de CIE belt met de vraag: ‘Zullen we even ergens afspreken?’ Jongens die vrij zijn worden ook wel op het politiebureau ontboden, of ze komen aan huis. Als ze gedetineerd zijn, worden ze even gelicht, zogenaamd voor verhoor, of voor een gesprekje in de kamer van de directeur, of in de ziekenboeg. Ze willen niet dat andere gedetineerden hen zien. De boodschap kan zijn: ‘Vriend, jij staat op een dodenlijst.’ Ze mogen wel waarschuwen, maar ze mogen niet zeggen van wie de bedreiging komt, dan krijg je gelazer, het is meer in de trant van: ‘Uit welke hoek denk je dat het komt?’ Soms is er niks aan de hand, maar proberen ze een onderzoek vlot te trekken, ‘kijken wat Pietje gaat doen’. Je krijgt bewegingen, taps, ze kijken met wie de contacten zijn. Als ze muurvast zitten, gaan ze lekken: komen er stukken van dossiers terecht bij journalisten. Het is een oude truc, maar het werkt nog steeds."
Ook de meest door de wol geverfde criminelen trappen er nog vaak in: ze denken dat alleen wat ze tijdens het officiële verhoor zeggen, in het proces wordt gebruikt. Dat is dus niet zo. "De politie mag alles opschrijven wat ze hoort en daar een proces-verbaal van bevindingen van maken. Dat wordt bij het dossier gevoegd. Als je op de wc een verklaring zit te zingen, mogen ze dat nog gebruiken." Vooral tijdens het transport van het politiebureau naar de rechtszaal, of naar het huis van bewaring, worden veel gedetineerden loslippig. Kuijpers: "Als ze hun uitlatingen in het dossier terugzien, schrikken ze. ‘Ik heb er toch geen handtekening onder gezet?’ zeggen ze, maar het is wel een bewijsmiddel. Ik zeg altijd: de muren hebben oren, ze schrijven alles op."
Voor advocaten is de zogenaamde CIE-informatie een tamelijk ongrijpbaar fenomeen. "Het is een trend van de laatste zes jaar. Op CIE-informatie kan een heel onderzoek worden opgestart en ze hoeven er geen bron bij te vermelden. Je ziet wel eens zo’n proces-verbaal van bevindingen waar precies de informatie in staat die nodig is om iemand aan te kunnen houden. Dan denk je wel eens... Maar je kunt niets bewijzen."
|