
(reportage uit Aktueel, oktober 2007)
"HOE KAN IK BEWIJZEN DAT IK HET NIET GEDAAN HEB?"
Olaf H.(34) uit Sittard is tot levenslang veroordeeld voor de BMW-moorden, waarbij Jo en Ine Zwakhalen (beiden 59) werden doodgeschoten en kleindochter Audrey (9) een kogel in haar hoofd kreeg. Voor politie en de media was hij van het begin af aan de gedoodverfde dader en één ding is zeker: hij had géén alibi. Aktueel verdiepte zich in het dossier, sprak met Olaf en zijn advocaat en raakte aan het twijfelen. Olaf is alleen veroordeeld op basis van verklaringen van anderen, er is geen enkel technisch bewijs. En zelfs het Hof kan in hoger beroep met de beste wil van de wereld geen motief bedenken.
"Ken jij die zaak van die autohandelaar in Sittard, met dat meisje? Een vriendin van mij heeft contact met die jongen die daarvoor zit, levenslang, volgens haar klopt het niet. Kun jij er eens naar kijken?"
Ja hoor, het is weer zover. Wéér iemand onschuldig veroordeeld. Tunnelvisie, foute rechercheurs, oogkleppen bij justitie. Natuurlijk ken ik die zaak, wie niet? Autohandelaar Jo Zwakhalen en zijn vrouw Ine doodgeschoten, kleindochter Audrey kreeg een kogel in haar hoofd, overleefde ternauwernood, maar is blijvend gehandicapt. Veel gruwelijker kun je ze niet bedenken. De dader: Olaf H. Hij had een BMW gekocht bij Zwakhalen, maar in plaats van te betalen schoot hij drie mensen neer. Hij vluchtte, later kwam hij met het verhaal dat er tegelijk met hem een onbekende man daar was geweest, maar helaas had verder niemand die gezien. Levenslang dus. Schijnt verder niemand zich druk over te maken, dus het zal wel terecht zijn. Als Nederland de doodstraf kende, was hij ervoor in aanmerking gekomen.
De rechtbank en het Hof kennen weinig twijfels.
"De rechtbank acht het uitgesloten dat een ander dan verdachte na de schietpartij en voor de komst van de politie het perceel heeft verlaten."
In hoger beroep overweegt het Hof: "Uit niets blijkt van een ruzie of anderszins gespannen sfeer", de verdachte heeft na kalm beraad en rustig overleg de dodelijke schoten gelost.
Eerst maar eens de advocaat gebeld, Maurice Stassen (foto rechts) in Sittard. Niet de eerste de beste. Heeft het enige zin hier aandacht aan te besteden of zitten we allebei onze tijd te verdoen? Iedereen zit tegenwoordig maar onschuldig in de gevangenis, is er reden voor twijfel? "Mijn cliënt liegt dat het barst" zal je niet vaak horen, maar bij een verstandige advocaat kun je aan de reactie meestal wel merken hoe de vork in de steel zit. Stassen is duidelijk: Olaf heeft vanaf het begin af aan ontkend, ondanks zeer intensieve verhoren, op de rand van het toelaatbare. Er is geen enkel technisch bewijs, er zijn alleen verklaringen en omstandigheden en er is geen duidelijk motief.
Als Olaf H. niet de dader is, is er nooit iemand op een verkeerder moment op een verkeerder plek geweest dan hij, op zaterdag 12 juli 2003. Olaf is op dat moment 33 jaar, hij woont in Sittard, werkt als internationaal vrachtwagenchauffeur, is gescheiden en heeft een zoontje. Met zijn ex zijn wat problemen: Olaf moet haar nog een fiks bedrag (10.000 euro) aan alimentatie betalen. Op papier heeft hij schulden, maar hij heeft aardig wat contant geld. Hij neemt wel eens wat sigaretten mee uit het oostblok en omdat hij toch weinig thuis is, heeft hij twee kennissen toestemming gegeven voor een hennepkwekerijtje op de zolder van zijn woning, daar verdient hij ook wat mee. Hij zit al een poosje te azen op een andere auto, een BMW. Bij Jo-In, het bedrijfje van Jo en Ine Zwakhalen in de Klaverstraat in Sittard heeft hij een mooie grijze BMW 740i zien staan. Vraagprijs 13.500 euro. Vindt hij eigenlijk te duur, maar hij is wel érg mooi. Het zou ook mooi zijn om juist op die zaterdag de auto te kopen: hij heeft afgesproken zijn Roemeense vriendin Atenuta en haar broertje naar Roemenië te brengen: haar visum is verlopen, ze moet echt uiterlijk op deze datum weg. Hij heeft wel een andere auto ter beschikking, maar hij gaat natuurlijk veel liever met zijn nieuwe BMW.
Aan vrouwen is het niet uit te leggen, maar een man die zijn zinnen heeft gezet op een nieuwe auto, die is niet te stoppen. De BMW lokt. Op zaterdagmorgen gaat Olaf nog eens kijken. De uiterste prijs is 11.250 euro. In zijn hart heeft Olaf al besloten dat hij het gaat doen, hij heeft het geld thuis liggen. Hij gaat lopend terug naar huis, pakt 11.400 euro – misschien moet hij nog tanken – en komt tegen half één weer bij Zwakhalen. Alles gaat van een leien dakje. Jo rijdt met hem naar het postkantoor om de BMW over te schrijven, daarna gaan ze het kantoortje binnen om de financiën en de papieren te regelen. Olaf betaalt, Jo zet ‘voldaan’ op de rekening en steekt het geld in zijn borstzak, of legt het in een la in zijn bureau. In het kantoortje zit kleindochter Audrey (9). Opa vraagt of ze oma wil vragen of ze koffie komt brengen. Even later komt Ine koffie inschenken. Ze loopt meteen terug naar de woning, waar ze aan het tv-kijken was. Olaf steekt het kenteken in zijn achterzak, Jo geeft hem de sleutels van de BMW. Olaf vraagt of hij nog even naar het toilet mag. "Loop maar naar binnen, mijn vrouw is daar wel," zegt Jo.
Op het moment dat Olaf het kantoortje uitloopt, wil er een andere man naar binnen. "Ik liet hem voorgaan, maar ik heb verder helemaal niet op hem gelet. Ik was daar ’s morgens ook al geweest, het is een autohandel, daar lopen verschillende mensen rond. Ik liep het huis binnen, ik wist niet precies waar de vrouw was. Toen hoorde ik ineens twee schoten, vanuit het kantoortje. Ik schrok en ben in elkaar gedoken en achter een kastje in de bijkeuken gaan zitten."
Het Hof constateert later dat dit helemaal geen goede schuilplaats was. Olaf: "Ik had nooit iets met een schietpartij te maken gehad, je bent in een vreemd huis, wat is dan je reactie? Ik heb nergens over nagedacht, je denkt alleen: dit is niet pluis, wat gebeurt hier? Toen de man het huis binnenkwam, hoorde ik de vrouw zeggen: ‘Wat doe je nu?’ Ik hoorde twee schoten, toen ben ik direct hard weggerend, ik heb dus niet gewacht tot die man vertrok. Hij stond een meter of vijf in huis, ik was maar een halve meter van de deur. Ik heb nergens naar gekeken, als er op dat moment een auto was aangekomen, was ik er zo ondergelopen. Ik ben in de BMW gestapt en meteen weggereden. Dat was niet het slimste idee, maar ik had nooit iets met justitie te maken gehad, je neemt een beslissing die achteraf inderdaad niet de beste is geweest, maar ik dacht: "Ik wil er niks mee te maken hebben, ik heb niks fout gedaan."
Zijn advocaat, Maurice Stassen, zegt later: "Olaf is geen prater: hij heeft geleerd, hoe minder hij zich ergens mee bemoeit, hoe minder problemen hij heeft. Hij bemoeit zich niet met problemen van andere mensen. Dat kunnen mensen asociaal noemen, het maakt iemand geen moordenaar." Maar weglopen van de plaats delict is het stomste wat je kunt doen als je onschuldig bent. Olaf brengt Atenuta en haar broertje weg en komt pas drie dagen later terug naar Nederland. Hij gedraagt zich niet als iemand die iets heel vreselijks heeft meegemaakt, hij vertelt wel dat de man van wie hij de BMW heeft gekocht is neergeschoten en hij belt een paar keer om te informeren hoe de zaak erbij staat. Hij gaat er wel van uit dat de politie hem wil horen, als getuige, niet als verdachte, maar in Sittard denken ze daar toch heel anders over: de politie heeft hem meteen al bestempeld als moordenaar, ze doen weinig moeite andere sporen te onderzoeken: de dader is bekend, ze moeten ‘m alleen nog even te pakken zien te krijgen. Politietechnisch gezien is dat een kleine domper: Olaf meldt zichzelf gewoon bij de politie. Hij heeft niks gedaan om eventuele sporen te verwijderen: hij draagt nog gewoon de kleren die hij aanhad toen hij uit de woning vluchtte. Hij had zich toen ook niet omgekleed.
Olaf: "De recherche heeft van het begin af aan heel veel informatie direct doorgestuurd naar de familie, zo van: hij is het! Dat is mij tijdens de verhoren ook opgevallen." De nabestaanden zijn geheel overtuigd van Olaf’s schuld: hij wordt meteen al bedreigd en iedereen die iets met Olaf te maken heeft - de advocaat, zijn ouders – wordt als ‘moordenaar’ toegeschreeuwd.
De verhoren zijn hard en intensief. "Wij zijn voor tweehonderd procent overtuigd van jouw schuld," zeggen de rechercheurs, en dat de strop al om zijn nek zit, dat de rechters hem alleen nog maar hoeven aan te trekken. Deskundige Merkelbach die de verhoren heeft geanalyseerd trekt de conclusie: of hij heeft het niet gedaan, of hij is op een verkeerde manier verhoord.
Olaf wordt uiteindelijk veroordeeld – ook in hoger beroep – op de verklaringen van twee kinderen: de twaalfjarige Serge die in de buurt aan het spelen was en de negenjarige Audrey.
Er wordt ook veel belang gehecht aan de verklaringen van de twee hennepvrienden die beweren dat ze Olaf met een wapen hebben gezien.
Olaf: "Ik maak me steeds kwader over de verklaringen die er zijn afgelegd en die niet kloppen. De jongens die zeggen dat ik een vuurwapen had, kwamen daar pas veel later mee, ze zijn via via benaderd. De één is ’s morgens gehoord, de ander ’s middags en toen hebben ze dat lulverhaal opgehangen. Een van die jongens is familie van de slachtoffers, tijdens de zitting bij het Hof zaten ze bij de nabestaanden."
Opgestookt door de familie, rancune? Olaf: "Wij waren met ruzie uit elkaar gegaan, ik vertrouwde hen niet meer, ik had het gevoel dat ze mij belazerden met het afrekenen van die wietteelt. Mijn vriendin en haar broertje waren er ook bij op het moment dat zij zogenaamd dat wapen hebben gezien, die hebben allebei niks gezien. Ik heb nooit een wapen gehad."
Ook de verklaringen van Audrey, die anderhalf jaar na dato voor het eerst ondervraagd kan worden, lijken deels geïnspireerd door de rancuneuze familie. Het komt wel heel erg gelegen, net voor de behandeling in hoger beroep. Volgens het Hof vertelt zij "oprecht en spontaan wat haar te binnen schiet," terwijl ze vier keer verklaart dat ze "bepaalde kennis van tante Tiny heeft gekregen." Deskundige Crombag constateert dat niet meer reconstrueerbaar is wat Audrey wel of niet authentiek kan weten, het Hof denkt daar anders over.
Olaf: "Audrey zegt: ‘Ik weet de naam: Olaf. Dat heb ik op het koopcontract gelezen.’ Dat kan helemaal niet, daar stond mijn voornaam niet op, daar stonden alleen mijn initialen. Ze verklaart ook dat ik lang haar had, tot op de schouders. Dat klopt ook niet, dat kun je zien op de foto die gemaakt is toen ik ben aangehouden, ik ben in de tussentijd niet naar de kapper geweest. De man die geschoten heeft had wel langer haar. Niet tot op de schouders, maar wel halflang."
Alles draait om het feit dat eigenlijk niemand die onbekende andere persoon heeft gezien, waarvan Olaf beweert dat hij binnenkwam toen hij naar buiten ging. Er wordt veel waarde gehecht aan de verklaringen van Serge, de jongen van twaalf die buiten aan het spelen was en de man gezien zou moeten hebben als deze van de straatkant was gekomen.
Olaf: "Ik heb die jongen ’s morgens wel gezien, toen hij daar met dat meisje aan het spelen was, ’s middags heb ik hem helemaal niet gezien. Ik begrijp niet dat hij verklaart dat hij wel heeft gezien dat Zwakhalen in de auto stapte – toen we naar het postkantoor gingen – en mij niet. Hij moet aan de kant hebben gestaan waar ik instapte."
Als Serge onafgebroken in de buurt is geweest, zou hij de onbekende schutter gezien moeten hebben. Of is hij even weggeweest? Een andere mogelijkheid is dat de onbekende van de achterkant is gekomen: over de schutting of over het dak van het schuurtje. Op het eerste gezicht zijn er geen sporen te vinden die daarop wijzen, pas veel later, na nieuw onderzoek op verzoek van de verdediging, blijkt dat er mogelijk toch iemand met een bloedspoor aan zijn schoenen over de schutting is geklommen, maar dan is het te laat om daar nog dna-gegevens uit te halen. Een kennis van een van de buren vertelt dat hij in de brandgang een onbekende man is tegengekomen. De beschrijving komt aardig overeen met wat Olaf zegt over de onbekende man, maar ‘de man in de brandgang’ werd pas vijftig minuten na het delict gesignaleerd, toen de traumahelikopter en de politie allang was gearriveerd. Het Hof acht het niet aannemelijk dat de dader zolang in de buurt is blijven hangen. De verdediging voert aan dat dat juist wél slim zou zijn: iemand die meteen na het delict wegloopt, is veel verdachter dan iemand die zich eerst een tijd schuilhoudt in een tuin en zich later uit de voeten maakt.
Uit alle verklaringen die mensen afleggen over de persoon van Olaf, is er werkelijk niemand die hem in staat acht tot deze gruweldaden. Hij is vriendelijk, behulpzaam, een goede collega, nooit agressief, hij houdt van kinderen. Ook uit het psychologisch onderzoek komt hij naar voren als een normale vent, er is in de verste verte niks van een afwijking te bespeuren. Het Hof snapt het ook niet, maar van iemand die ondermeer inlaat met een hennepkwekerij is het voor te stellen "dat hij onder bepaalde omstandigheden, over de aard waarvan men thans slechts kan speculeren, een onvoorspelbaar gedrag ten toon kan spreiden."
Van de vijf w’s zijn het wat, waar en wanneer bekend, het gaat alleen nog om het wie en waarom. "Het precieze motief is niet duidelijk geworden," stelt het Hof.
Het zou om een roofoverval gaan, maar volgens advocaat Maurice Stassen heeft de uitvoering meer weg van een afrekening. Vooral de manier waarop Ine Zwakhalen is geliquideerd, met een nekschot van een afstand van minder dan een centimeter, lijkt professioneel. Ook de andere twee schoten duiden niet op paniek, maar op een weloverwogen actie: één gericht schot in hoofd, waarbij het kind het wonderwel overleefde. De constatering van het Hof dat de schoten zijn gelost na ‘kalm beraad en rustig overleg’ lijkt terecht.
Maar waarom zou iemand Jo Zwakhalen willen vermoorden en de twee getuigen uit de weg ruimen? Zwakhalen handelde niet alleen in auto’s: in huis lagen vier vuurwapens met weggevijlde serienummers en munitie, en een bedrag van 50.000 euro aan contant geld. Bovendien had Zwakhalen veertien dagen vóór het gebeurde problemen met een klant die had gezegd: "Als je het geld niet geeft of een andere auto, dan schiet ik je kapot." Een week voor de schietpartij had een andere getuige ook een ontevreden klant gezien. Hij moest van Jo doen alsof hij er niet was. De beschrijving komt overeen met die van ‘de onbekende man’ die Olaf zegt te hebben gezien. Volgens de verdediging heeft de politie weinig moeite gedaan deze andere sporen na te trekken: de dader was immers al bekend?
De man die de moorden heeft gepleegd, verdient levenslang, daar zal iedereen het mee eens zijn. Maar is het Olaf? Het enige motief dat je bij hem kunt bedenken is dat hij, nadat hij de BMW had betaald, het geld wilde terugpakken en dat hij bereid was voor die 11.500 euro drie mensen te vermoorden. Uit niets blijkt dat er onenigheid was met Zwakhalen: alles was in perfecte harmonie gegaan, ook Audrey – die erbij was – herinnert zich niets van ruzie, alleen dat ‘de man’ ineens een pistool uit zijn zak haalde. Naderhand blijkt ook nergens uit dat Olaf over dat geld beschikte. Olaf: "Hoe kan ik bewijzen dat ik het niet gedaan heb?"
Als er een andere dader is, heeft Olaf uitzonderlijk veel pech gehad. De kans dat de zaak nog wordt opgelost, is vrijwel uitgesloten. Behalve Olaf, zijn ouders en zijn vriendin is er niemand die daar belang bij heeft. Politie en justitie zitten niet te wachten op wéér een ‘Schiedammertje’: als de echte dader hen niet op een presenteerblaadje door de strot wordt geduwd, blijft Olaf zitten waar hij zit. De rest van zijn leven. En behalve hij zelf is er niemand die weet of dat terecht is.
"DAT KOMT ME INEENS OP"
De destijds negen jaar oude Audrey Ubachs werd net als haar grootouders in het hoofd geschoten en voor dood achtergelaten. Ze lag wekenlang in coma en zal altijd veel zorg nodig hebben. De kogels hebben een baan dwars door haar hersenen geboord. Zij zal gehandicapt blijven en nooit zelfstandig kunnen wonen. In december 2004 worden er verklaringen van haar opgenomen.
"Ik liep naast oma en die man naar het kantoor toe en toen ging opa het kenteken schrijven en toen vroeg opa aan oma of oma koffie ging zetten en toen kwam oma met de koffie binnen en toen ging oma weg en toen zat ik naast opa op het krukje en toen zag ik die man met de hand in zijn zak gaan."
Later vertelt Audrey dat opa de verkoopbon had getekend
"Toen zijn ze opgestaan en hebben ze elkaar een hand gegeven."
Wat zei die man?
Bedankt.
Wat zei opa?
Graag gedaan
En is het dan zo dat hij de auto nog moet kopen of is hij dan gekocht en moet hij iets anders opschrijven, of anders?
Nee, hij moet alleen het geld nog geven
Wanneer moest die meneer het geld geven?
Dat weet ik niet. Voordat die meneer het geld gaf had hij het al gedaan.
Wat had hij gedaan?
Toen had hij geschoten.
Hoe weet je dat?
Dat komt me ineens op.
Met wat heeft die meneer geschoten?
Met een pistool.
Wat was dat voor een pistool?
Het was een klein pistool, een soort James Bond pistool. Niet zo’n heel kleintje, maar iets groter.
Waar had die meneer het pistool?
Hij had het in zijn rechterzak.
Hoe weet je dat hij het in zijn rechterzak had?
Dat komt ineens in mij op. Ik zag een stukje van het pistool
Waar zag je dat kleine stukje?
Daar.
|
HJ,
Zojuist de uitzending gezien (en het verhaal gelezen). Ik heb wat opmerkingen en wat vragen. Overigens vind ik het een prettige keuze dat je niet in de uitzending bent geweest, en de suggestieve opmerking van Felix - 'wel een foto, niet zelf niet in de studio' - snijdt geen hout en is met het oog op het feit dat een slachtoffer naast hem zit hoogst onprofessioneel (let eens op de reactie van deze mevrouw bij zijn opmerking). Goede verdediging trouwens van je, dat het voor het verhaal echt heel weinig zin had om de familie te spreken. Had echt helemaal geen zak toegevoegd - dat blijkt uit de reacties van mevrouw. Officier van justitie had ik trouwens wel willen horen. Heb je die nog om een reactie gevraagd?
Jammer van het onderschrift bij de foto. Echt zo'n rotslordigheidje wat er door fotoredacties e.d. eens in kan sluipen en nu erg in je nadeel werkt. Ik zag dat je het zelf in het verhaal anders hebt opgeschreven. Overigens is het plaatsen van de foto geheel terecht, en de beschouwing van de 'professioneel' niet terecht, want het is onmogelijk elke keer toestemming te vragen voor het plaatsen van een foto die bij een publieke activiteit is genomen.
Ik vind je verhaal ok, maar ik vind het causale verband dat uit het dossier en de interviews haalt te kort door de bocht: "Ja hoor, het is weer zover. Wéér iemand onschuldig veroordeeld. Tunnelvisie, foute rechercheurs, oogkleppen bij justitie." Vragen en twijfels ten over, absoluut, maar onschuldig veroordeeld, is iets anders als veroordeeld bij een gebrek aan bewijslast. Er is geen motief, maar ook zeker geen alibi en etc. etc. je kent het.
'Aan vrouwen is het niet uit te leggen, maar een man die zijn zinnen heeft gezet op een nieuwe auto, die is niet te stoppen', vind ik een beetje onzinnig en je verhaal niet echt sterker maken ;)...
Ik vond het wel terecht wat in de uitzending werd gezegd dat je ook bij de extra handel van het slachtoffer kort door de bocht gaat. 'Zwakhalen handelde niet alleen in auto’s:' het feit dat hij vuurwapens had zegt nog niets over handel (maakt wel verdacht) en het contante geld helemaal niet. Ook Olaf had net 11 duizend euro contant afgerekend.
Nog een paar vragen: De deskundigen Crombag en Merkelbach heb jij die zelf gesproken of haal je dit uit het dossier? Was het geld nu weg? En begrijp ik nu goed dat Olaf erover nagedacht heeft om dat geld terug te pakken? En heb je justitie dus nog geconfronteerd? Hoe doe je dat normaal, of doe je dat niet?
Interessant verhaal, goede verdediging en laat je de kop niet gek maken. Groet aan Linda.
Koendert Rook
Geplaatst door: Koendert | 23 november 2007 om 22:24