Header image  
logo2
logo3
 
 

Miles Away: de dood van een snelle jongen

milesrevuintro

 (reportage uit Nieuwe Revu, september 2000)

milesrevucondeleance
'Ik hoop dat ik later kinderen krijg, als ik dan een zoon krijg noem ik hem Miles.' Het is maar een van de honderden reacties in het condoléanceregister op internet (milesstutterheim.nl), maar wel tekenend. 'Veel mensen begrijpen niet dat ik zo down ben, ik kende je immers niet. Maar zo iemand als jij, met zo'n scene, verliezen is echt wel even slikken.'

Hoe komt het dat de dood van Miles (voor zijn vrienden 'Mick') Stutterheim zoveel heeft losgemaakt? Op het eerste gezicht is er niet veel bijzonders aan de manier waarop Miles om het leven komt. Het is zo'n ongeluk waar plattelandsjongeren patent op hebben: in de nacht, eenzijdig, onbekende oorzaak, hoge snelheid, macht over het stuur verloren, boom.

Miles was de avond van donderdag 31 augustus op vrijdag 1 september in Amsterdam uitgeweest. Tegen half drie ging hij samen met zijn vriendin Shirley op weg naar zijn huis in Nieuw-Zuid. Shirley was zelf met de auto en reed vooruit, Miles kwam iets later achter haar aan. 'Waar blijft-ie nou?', had ze zich afgevraagd. Tegen een boom dus, langs de Europaboulevard bij de RAI.

Parool-columnist Martin Bril beschreef het zo: 'Miles Stutterheim had hier zijn auto niet onder controle. Hij luisterde niet naar de bocht, hij wilde hem zijn wil opleggen. Maar sommige bochten laten zich niet overweldigen, hun logica is werkelijk onvermurwbaar. Wat niet wegneemt dat er moed in roekeloosheid schuilt.'

Eigenlijk was het niet zozeer de bocht als wel de knik in de weg, onder het viaduct. De Porsche cabriolet, met zijn stugge vering, werd door de enorme snelheid als het ware gelanceerd en raakte uit balans. Driehonderd meter lang caramboleerde de wagen over de brede weg om uiteindelijk met de achterkant tegen een boom te belanden. Een zijwaarts knik in de nek veroorzaakte een acute hersendood. 'Miles had het gevoel dat hem niets kon gebeuren, maar nu was zijn geluk op,' zegt Sander Groet, een naaste collega van Miles.

De dood van Miles is het verhaal van een levensgenieter, van de creatieve man achter de schermen van het bedrijf ID&T, maar vooral van broers. Het is broer Duncan (28) zelf die de vergelijking maakt met filmster James Dean. Miles had een cabriolet, net als James Dean. Ook James Dean leefde roekeloos en kwam om het leven bij een autoongeluk. Minstens zo opmerkelijk is de overeenkomst met de bekendste film van James Dean, 'Rebel without a cause', over de verhouding tussen twee broers. De jongste is de rebel, die zich tegenover zijn vader en zijn broer wil bewijzen. Hoewel Miles een goede verstandhouding had met zijn broer en zijn vader, zijn er kennissen die menen dat het roekeloze en rebelse van Miles ook te maken heeft met de overheersende schaduw van zijn succesvolle oudere broer en zijn briljante vader. Hoe moest de jonge Miles hen ooit overtroeven?

Het verhaal van de familie Stutterheim begint in Amsterdam. Aan het eind van de jaren zestig werkt Cor Stutterheim bij het van oorsprong Britse softwarebedrijf CMG, dat dan nog zeer bescheiden van omvang is. In Engeland werken er enkele tientallen mensen, in Nederland een handjevol. Stutterheim wordt gevraagd de zaak in Nederland op poten te zetten en dat lukt hem aardig. In Engeland ontmoet Cor Stutterheim zijn van oorsprong Ierse vrouw Norma. Het echtpaar krijgt twee kinderen: Duncan en Miles.

Als Miles wordt geboren woont de familie in Landsmeer, een dorp met boeren en havenarbeiders. Rond 1975 komt de grote import van Amsterdammers op gang. De familie Stutterheim woont nog net in het oude dorp, in een groot vrijstaand huis in de Van Beekstraat. Miles is twaalf jaar als deze buurt in het brandpunt van de belangstelling komt te staan. Ferdi E. woont om de hoek, hij wordt in april 1988 ontmaskerd als de ontvoerder van Ahold-topman Gerrit-Jan Heijn. Cor Stutterheim is ook een topman. Onder zijn leiding is CMG een concern geworden met vestigingen in vele landen, waar in totaal 12.000 mensen werken. Stutterheim is, als voorzitter van de Raad van Bestuur Internationaal, bij CMG 'de baas van allemaal' en andere topmensen noemen hem 'misschien wel de beste manager van Nederland'. Op de dag vóór Miles' dood worden juist de halfjaarcijfers over 2000 bekendgemaakt: vooral dankzij de groei van sms-en (CMG maakt de technologie hiervoor) steeg de nettowinst tot 46,8 miljoen.  Rijkelui dus, de Stutterheims. 'Maar de jongens werden niet verwend,' zegt een vroegere buurman uit de Van Beekstraat. 'Ze haalden wel kattekwaad uit en vernielden wel eens wat en dan betaalde pa. Geld was het probleem niet. Maar ze kregen wel straf. Met de pollepel.'

Bij deze buurman, die een SRV-wagen bestiert, waren het vooral ruiten en lege flessen die het moesten ontgelden. Een andere liefhebberij van Duncan en Miles was het beklimmen van daken. Naar verluidt hebben ze elk interessant hoog dak in Landsmeer minstens één keer bedwongen. 'Heeft de hemel 'nog' een dak Miles?' vraagt een kennis zich dan ook af in het condoléanceregister. Op de begrafenis vertelt een jeugdvriend van Miles ook over dat klimmen op daken: het ging niet alleen om de prestatie, maar om het kijken, het genieten van het uitzicht, het overzicht en het afstand nemen. Landsmeer was in die tijd nog een echt dorp, waar koddebeiers stoute jongens in de kraag grepen. Miles is nog jaren geplaagd met zijn strafwerk: politiewagens poetsen.

Hoe komt het dat de dood van Miles bij een hele generatie jongeren zoveel indruk heeft gemaakt? Het is niet alleen die rouwadvertentie in De Telegraaf: paginagroot en in kleur, twee dingen die nog niet eerder vertoond waren. Het is ook niet alleen de witte begrafenis, die een voor Nederland uitzonderlijk feestelijk karakter had. Het geheim zit in twee andere dingen: de persoon Miles en de dorpse 'roots' van ID&T, het bedrijf van de broers Stutterheim.

Miles Stutterheim is later wel beschreven als de ultieme vertegenwoordiger van de Veronica-generatie: jong, snel en wild. Gevaarlijke sporten, feesten, genieten van het leven, alles eruit halen wat erin zit. Maar Miles was in alles net een tikje extremer dan anderen, rebels zonder te weten waarom. Op school heeft hij altijd problemen gehad. 'Op de basisschool in Landsmeer was er al een juffrouw die hem altijd moest hebben,' zegt een vroegere schoolgenoot, 'Miles had geen leven bij dat mens. Hij was haantje de voorste, echt een binkie, hij wist altijd alle aandacht naar zich toe te trekken en daar kon zij blijkbaar niet zo goed tegen.'

Er zijn meer kinderen die een hekel aan school hebben, bij Miles was het opvallend. 'Hij heeft zolang hij op school heeft gezeten nog nooit huiswerk gemaakt.' Miles volgt eerst twee jaar voortgezet onderwijs op het Waterlandcollege in Amsterdam-Noord, omdat broer Duncan daar ook zit. Maar dat blijkt geen voordeel. 'Nog zo eentje van Stutterheim', is de teneur. Duncan had daar al een zekere reputatie opgebouwd, met knokpartijen en als algeheel lastpost. Miles verkaste derhalve naar de veel kleinere mavoschool in Landsmeer, waar de controle wat groter was.

De ouders Stutterheim hadden hun zoons graag verder willen laten studeren, maar na een paar jaar VWO geeft Duncan er de brui aan: hij ontdekt het uitgaansleven en het zelfstandig ondernemerschap. Miles volgt na de mavo alleen nog een computercursus, hij is totaal niet geïnteresseerd in schoolse bezigheden. 'Hij heeft nog nooit een boek gelezen, het enige waar hij ooit mee is waargenomen is 'Sugar Busters', over de invloed van suiker in je lichaam. Toen hij aan het afvallen was.' Miles was liever op straat, of hij keek naar videofilms.

Duncan begint op z'n achttiende met een koeriersbedrijfje in Wormerveer. Als Miles van de mavo komt, gaat hij daar aan 't werk, op kantoor. In Landsmeer hebben beiden hun eigen vriendengroepje. De jongens wonen nog thuis en doen alles wat de andere Landsmeerse jeugd ook doet: bootje varen, met brommers crossen in het nabijgelegen recreatiegebied 't Twisk, stickies roken in het riet. Het enige verschil met anderen is dat Miles ook vaak meegaat met de groep van Duncan: hij wordt als enige jongere door iedereen geaccepteerd. 'Miles is vroegwijs geworden, hij was snel volwassen.'

Op z'n zestiende krijgt hij ook al serieus verkering met Shirley, een meisje uit Amsterdam. Ze ontmoeten elkaar in Volendam, in een uitgaansgelegenheid waar veel Amsterdamse jongeren komen die van hun ouders niet naar de binnenstad mogen. Tot aan zijn dood is Shirley de enige vrouw in het leven van Miles.

In het begin van de jaren negentig steken in de Randstad de zogenaamde loodsfeesten de kop op: illegale feesten waar housemuziek wordt gedraaid. Het valt bij Miles en Duncan als Gods Woord in een ouderling. Duncan: 'Het was spannend, het was nieuw en het was vooral de muziek. Verzamelen op een ontmoetingsplek en dan achter elkaar aan naar een locatie. De stoet auto's was soms wel drie kilometer lang.' De sfeer en de cultuur van de loodsfeesten, in combinatie met de opkomst van de gabbers, vormen de basis van het bedrijf waar Duncan en Miles later zoveel succes mee zullen hebben: ID&T. Daar zit ook iets rebels in: afzetten tegen de trendy disco's in de binnenstad, de Roxy's en de Its.

Het eerste illegale loodsfeestje dat Duncan en een paar vrienden willen organiseren, gaat niet door: de politie krijgt er lucht van en blaast het af. Dan maar legaal. In 1992 organiseren Duncan Stutterheim, Irfan van Ewijk en Theo Lelie 'Final Exam' in de Jaarbeurshallen in Utrecht, de eerste grote houseparty, waar zo'n 13.000 jongeren op afkomen. Theo Lelie, de 'T' van ID&T: 'Wat in 't klein kan, kan ook groot, was het idee. We wilden met z'n drieën een groot feest geven. We moesten alle drie een derde deel van de investering zien op te brengen. In totaal was het ruim een ton. Ikzelf heb er een lening voor afgesloten.'

Normaal gesproken staan banken niet te trappelen om leningen te verstrekken voor feestjes, maar vader Stutterheim staat garant, dat scheelt. Het feest zelf -met als deejay onder anderen Robin Albers- wordt een groot succes, maar Theo haakt meteen af. 'Het was mij te veel van het goeie, het was heel veel werk, ik voelde me ook niet zo lekker, ik kon 't niet opbrengen.' Dat zijn 'T' in de bedrijfsnaam is blijven staan, vindt Theo nog altijd leuk. 'Ik ben ook best trots op wat ze allemaal hebben bereikt, het is een mooi bedrijf nu.'

Duncan en Irfan gaan door. In oktober 1992 organiseren ze het eerste grootschalige gabberfeest uit de Nederlandse geschiedenis. Uitgerekend in het Thialf-stadion in Heerenveen. Normaal gesproken draaien blozende boerenjongens hier hun rondjes op het ijs en komt de muziek van een blaaskapel, nu is het een 'Temple of Doom' met de hardste hardcore-housemuziek. En in plaats van berenburg zijn er de onvermijdelijke pilletjes. Het is het eerste festival onder de naam Thunderdome: thunder voor de harde muziek, dome voor de grote ruimte. Het is al voorbij voor de Friezen zich achter de oren kunnen krabben. Het was een feest zonder wanklanken en ook commercieel een groot succes.

Sander Groet: 'Later hebben we vaak veel meer problemen gehad met vergunningen. De hallen wilden ons wel graag als klant, omdat wij veel geld in het laatje brengen, maar soms moest een feest afgeblazen omdat burgemeesters geen vergunningen wilden geven. Wegens geluidsoverlast, of omdat ze bang waren voor drugsgebruik. Vooral in christelijke gebieden was het lastig. Thunderdome heeft een agressieve demonische uitstraling. Dat hoort bij die scene, bij die muziek: rebellie, afzetten. Maar het heeft eigenlijk niks met echte agressie te maken: op de feesten gebeurt nooit wat, het is vooral kracht en energie. Dat geldt ook voor die duivelse symboliek: daar zit helemaal geen religieuze bedoeling achter, geen satanisme of zo, maar er zijn wel mensen die dat serieus nemen. Bij elke houseparty staat er zo'n bus van de stichting Naar House, om mensen te waarschuwen dat ze niet naar binnen moeten gaan. In gemeenten met een christelijk bestuur slagen ze er ook nog wel eens in de vergunning tegen te houden.'

Na het succes van Thialf wordt Thunderdome een concept: van de muziek die op de feesten wordt gedraaid, worden cd's uitgebracht. Van deze en vergelijkbare 'concepten' als Mysteryland en Earthquake worden wereldwijd 5,6 miljoen cd's verkocht.

Thunderdome krijgt vooral ook het stempel van Miles. Samen met een vriend begint hij een eigen ontwerp-studio, onder de naam M-Design. De cd's met de doodskoppen en de demonen komen uit zijn koker. Onder Miles' leiding krijgt de Thunderdome-formule een eigen artikelenlijn, van t-shirts tot schoolagenda's. De jeugd vindt het prachtig, veel ouderen kijken er met gemengde gevoelens naar. 'Geen religieuze bedoelingen,' zei Sander Groet, maar dat ligt iets genuanceerder: uit de ontwerpen spreekt een duidelijke anti-christelijke visie. En dat is niet zo vreemd: Miles heeft een afkeer van geloof, hij ziet dat als de oorzaak van oorlogen en andere problemen. Als het gesprek al een keer op een diepzinnig onderwerp komt, is het bij Miles al snel: 'Jezus, wie is dat? Moet ik die kennen?'

Terwijl Duncan zich vooral richt op het organiseren van evenementen en het bedenken van nieuwe dingen, blijft Miles op de achtergrond. 'Ik wist niet dat Duncan een broer had,' is een bekende reactie. Miles zit er niet mee, hij voelt zich juist achter de schermen veel prettiger, zo lijkt het. Behalve met zijn ontwerpstudio -waar acht mensen werken- zijn het blad SLAM! en het radiostation SLAM(FM) vooral zijn verantwoordelijkheid.

In 1997 fuseren de broers. Niet omdat ze dat zelf zo nodig vinden, maar platenmaatschappij Arcade koopt een aanzienlijk belang in het bedrijf en wil niet alleen ID&T, maar ook M-Design daarin betrekken. Een van de gevolgen is dat Miles op z'n 21-ste al miljonair is. Een ander gevolg is dat de broers nu samen het bedrijf moeten runnen en dat is wel even wennen: geen van beiden heeft ooit voor een baas gewerkt, nu moeten ze 't samen eens zien te worden. Bovendien zijn ze veelal jonger dan hun personeel. De 'directievergaderingen' bij ID&T verlopen dan ook bepaald anders dan in het reguliere bedrijfsleven. De broers zijn het lang niet altijd met elkaar eens en discussiëren 'met het mes op tafel'.

Sander Groet: 'Buitenstaanders keken daar wel eens wat vreemd van op. Ze hadden nooit lang tijd nodig om een beslissing te nemen, het was meteen: 'Dit is kut' of 'dit deugt'. Als broers waren ze onafscheidelijk, maar ze stonden ook wel eens lijnrecht tegenover elkaar.' Vooral Miles zag weinig grijstinten: het was zwart of wit.

Duncan: 'Miles was nooit van zijn mening af te brengen. Ik kon door argumenten wel eens van gedachten veranderen, hij niet. En ik moet zeggen: 99 van de 100 keer had hij gelijk.' Duncan wil nog wel eens uitstapjes maken in andere branches, Miles is daar fel op tegen. Hij vindt dat ze zich moeten richten op de kern. Hij denkt in het groot, details vindt hij onbelangrijk. 'We gaan voor de 500', is een van zijn vaste uitdrukkingen. 500 miljoen, wel te verstaan, hij wil een echt groot bedrijf neerzetten. 'En, hebben we nog wat poen verdiend vandaag?' is een andere standaardterm van Miles.

Een van de grootste successen van ID&T is het mega-dancefeest 'Sensation', in juli 2000 in de Arena. Een idee van Miles. Zwartkijkers voorspellen dat ze voor dat feest nooit 30.000 mensen op de been zullen krijgen die de toegangsprijs van 85 gulden willen betalen. Het worden er 38.000 en er zijn uitsluitend lovende kritieken. Sander Groet: 'Duncan en Miles deden alles op gevoel, bijna ongemotiveerd. Miles had het heel sterk op het gebied van: klopt het, is het cool, is het echt.'

Miles vindt dat ze zich moeten richten op de kern, maar wat is die kern en wat drijft hem zelf? Daar komt een beetje het Veronica-verhaal weer naar boven: wij tegen de rest. De kracht van Miles en Duncan is dat ze in hun hart altijd gabbers zijn gebleven, geen rijkeluiskinderen. Miles is 'de voelspriet van het bedrijf'. Hij neemt de feeling met de achterban nogal letterlijk en stort zich gewoon tussen het publiek om mee te feesten, soms tot ongenoegen van Duncan die vindt dat je op je eigen feesten op de achtergrond moet blijven.

Miles staat ook bekend om zijn legendarische afkeer van portiers van disco's, van de bullebakhouding, het intimiderende. Miles wenst niet te slijmen en toont geen ontzag voor hen. Op een van hun eigen feesten leidt dat tot een gevoelige confrontatie. Duncan heeft per ongeluk geen pasje bij zich en het helpt niet dat hij zegt dat hij de organisator is. Miles bemoeit zich ermee en gaat er vol in, met als gevolg dat beiden rake klappen krijgen. Dit is de 'straatkant' van Miles, maar anders dan het grootste deel van hun achterban voelt hij zich ook prima thuis in de wereld van de jet-set, van de dure hotels en restaurants, waar hij alleen voor het beste gaat, ongeacht de prijs.

Sander Groet: 'Dat meteen zien of iets goed is, dat heb ik altijd heel erg in hem bewonderd. Dat had hij in veel dingen, ook bij eten en drinken. Hij voelde precies aan wat goed is en wat niet. Hij wilde ook altijd de eerste zijn, nieuwe dingen proberen.' Doorgaan tot het gaatje, blakend van zelfvertrouwen, nergens bang voor zijn, bewust risico's opzoeken, op het roekeloze af, daarin is Miles extremer dan anderen. 'Ik vond het eng om bij hem in de auto te zitten,' zegt Sander Groet.

En dat is niks te veel gezegd. Met zijn eerste Porsche ontsnapt Miles samen met een vriend op het nippertje aan de dood. Hij rijdt met 285 km/u over de A 1 richting Amsterdam, als een vrachtwagen van de vluchtstrook de weg oprijdt en er maar één uitweg is: ontsnapping door de berm. 'Wat moet dat moet', is achteraf zijn laconieke reactie, als ze in een weiland tot stilstand zijn gekomen. Anderen zouden hun rijstijl wellicht hebben aangepast, op Miles heeft zo'n incident geen effect. Waarschuwingen zetten geen zoden aan de dijk, Miles maakt zich geen zorgen. 'Ik heb geen recht op morgen, dus geniet elke dag' en: 'Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd,' zijn z'n motto's.

Duncan: 'Voor zichzelf was hij nergens bang voor, als hij dood zou gaan vond hij dat hooguit vervelend voor de mensen die om hem geven.' Vastomlijnde toekomstplannen heeft Miles niet: hij wil een huis laten bouwen in Amsterdam en hij wil graag een huis in Frankrijk -om te snowboarden- en op Ibiza. En hij wil nog meer van de wereld zien. Samen met een vriendengroep, maar ook samen met vriendin Shirley, reisde hij in zijn korte leven al meer exotische en spannende oorden af dan anderen in hun hele leven. Op geld wordt daarbij niet gelet, 'ik heb het zelf verdiend, ik mag het ook zelf uitgeven,' vindt hij, 'geld moet rollen. Liever een zak met ruggen dan rugzaktoerist.'

Miles is snel uitgekeken op auto's. Honda, Porsche, BMW en weer een Porsche. Kort voor zijn dood vertelt hij dat hij erover denkt een andere wagen aan te schaffen, een jeep of zo. 'Ik rij te hard, die Porsche is mijn ding niet meer,' zegt hij. Er staan meer veranderingen op stapel. Op 1 september zullen Duncan en Miles zich terugtrekken uit de dagelijkse leiding van het bedrijf en zich meer met de grote lijn en het bedenken van ideeën bezighouden.

Is het toeval dat het ongeluk op 1 september gebeurt? Merkwaardig is ook dat Miles bezig was met het maken van een videoclip voor een nummer van de Duitse groep Cygnus X, die bij ID&T onder contract staat. Miles schreef het script. Het gaat over een jongen die met z'n auto verongelukt. Miles had het vaak over auto's en bomen. 'Misschien rij ik morgen wel tegen een boom, dan heb ik niks meer', was een bekende uitspraak van hem. In de videoclip rijdt de hoofdpersoon ook tegen een boom.

Toeval? De videoclip, de opmerkingen over de snelle auto, de veranderingen per 1 september: het lijkt of er iets voorbestemd was. Duncan denkt er ook het zijne van. 'Miles heeft de auto niet bewust tegen een boom gezet, maar er zijn meer dingen gebeurd die toch te denken geven. Op de ochtend na het ongeluk hield ik in Amsterdam een taxi aan omdat ik naar de plek wilde waar het gebeurd was. Bleek het uitgerekend de taxichauffeur degene te zijn die er 's nachts als eerste bij was geweest en die het nelding aan de politie had doorgegeven.'

De begrafenis van Miles is van on-Nederlandse allure. Iedereen is opgeroepen in het wit, in vrolijke kleding, te verschijnen en daaraan is massaal gehoor gegeven. Er zijn ook duizend witte ballonnen, die pas na toestemming van de luchtverkeersleiding op Schiphol mogen worden losgelaten. 'Daar zou Miles zelf zich vast niet aan hebben gehouden,' zegt Sander Groet. Met Miles' favoriete cocktail wordt er aan het graf geproost, de lege glazen belanden op de kist. Vader Stutterheim houdt een toespraak met de thema's waarom ('Waarom heeft hij ooit zijn rijbewijs gehaald, waarom hield hij van mooie auto's?) en als.

Na afloop krijgen de tweeduizend bezoekers een glas champagne en een cd mee met muziek en opnames van de speciale aan Miles gewijde uitzending van SLAM (FM). 's Avonds is er een bijeenkomst in de Wintertuin van Krasnapolsky, met als thema 'Forever young'. Er wordt gelachen en gehuild, gesproken en gedanst. Alles staat in het teken van Miles: zijn lievelingshapjes ('foie gras') zijn er, zijn soep, er is een diner dat is verzorgd door Miles' favoriete restaurant De Bokkedoorns ('tongfilet'). En vooral: zijn muziek. Housemuziek, waarop ook de oudere generatie een voorzichtig dansje waagt. 'Lady' van Modjo, 'Orange Theme' van Cygnus X en 'Rise' van Soul Providers.

Bij de laatste plaat flitst een laserstraal dwars door Krasnapolsky. Via een spiegel kaatst de straal door het dak, waaruit een raam is verwijderd, loodrecht de hemel in. Sander Groet: 'We hebben er nooit bij stilgestaan wat de buitenwereld ervan zou vinden, maar iedereen is ervan overtuigd dat Miles zelf dit briljant zou hebben gevonden. Het was een eerbetoon aan hem.'

Duncan neemt op een heel speciale manier afscheid van zijn broer. Toen hij een paar dagen voor de begrafenis John Ewbank belde om te vragen of die een liedje voor Miles wilde schrijven, had Ewbank de tekst al klaar. In Krasnapolsky speelt Duncan zelf op de piano. Dat hij dat kan, weten zijn vrienden, maar niemand heeft hem ooit horen zingen. Toch doet hij het. Het liedje gaat over iemand die dood, maar toch nog dichtbij is: 'Even if you're Miles away.'

Miles was zelf twee keer naar een begrafenis geweest. Van de Nederlandse had hij zich vooral de koffie en de plak cake herinnerd. Zo wilde hij het niet. Anderhalf jaar geleden stond hij in Ierland aan het graf van een katholieke oom, in het geboortedorpje van zijn moeder. Duncan: 'Na de begrafenis ging iedereen de kroeg in en werden er leuke verhalen verteld over de oom. Wij hadden hem amper gekend, maar door die verhalen kreeg je toch een goed beeld van wat voor man het was geweest. Miles en ik hebben vanaf dat moment altijd tegen elkaar gezegd dat een begrafenis een feest moest zijn.'

Nog altijd stromen de condoleances binnen en buiten de familie en het bedrijf om is ook besloten het grote dance-feest Inner City in de RAI, op 30 december, op te dragen aan Miles. Daar worden 35.000 mensen verwacht. Heeft Duncan een verklaring voor de enorme impact die de dood van Miles kennelijk heeft? Duncan: 'Wij zijn van deze generatie. Voor honderdduizenden jongeren hebben onze feesten en onze muziek veel betekend, het was of is een stukje van hun leven. Miles was daar de grondlegger van. En Miles stond volop in het leven, hij was jong en succesvol en dacht dat hem niks kon gebeuren. Zo zijn er zoveel. Miles is voor hen een symbool geworden. Als bedrijf worden we alleen geassocieerd met leuke dingen, met uitgaan, met muziek. Dit is de andere kant, het kan ineens ophouden. Jongeren houden daar heel weinig rekening mee en nu zijn ze daar ineens mee geconfronteerd.'

Het gemis begint langzaam door te dringen. De dagen voor en na de begrafenis waren zo hektisch dat er amper tijd was om na te denken. Bij Duncan is het overheersende gevoel 'doodzonde dat zoiets moois weg is. Dat zal altijd blijven. Aan de andere kant heb ik er wel vrede mee omdat hij zo'n mooi leven heeft gehad. Miles heeft nog nooit ergens spijt van gehad, hij zei nooit: had ik maar...'

Zijn vrienden zullen hem in het uitgaansleven ook nog missen. Miles was een gangmaker, hij bepaalde de positieve sfeer in een groep, er hing vrolijkheid om hem heen. Het leven is een stuk saaier geworden zonder Miles.

De videoclip met muziek van Cygnus X wordt in een aangepaste vorm alsnog uitgebracht, ook als eerbetoon aan Miles. Er zitten nu beelden in van de begrafenis van Miles en een reconstructie van het ongeluk. De opbrengst is voor goede doelen: driekwart gaat naar de donor-stichting, die ook al de beschikking had gekregen over het hart van Miles, zijn lever, twee nieren en een long, voor orgaantransplantatie. Het resterende kwart gaat naar de poezenboot, de enige liefdadige instelling waaraan Miles bij leven ooit iets had geschonken.

(aanleiding voor het plaatsen van deze reportage is het optreden van Cor Stutterheim op 31 oktober 2007 in het programma De Wereld Draait Door. Zie hier)

Dank voor het plaatsen van het artikel.

Geplaatst door: martin | 3 november 2007 om 12:05