(dit is hoofdstuk vijftien uit het boek 'Moord in Nederland, naar aanleiding van het bloedbad op de school in Virginia, dagboek van dinsdag 17 april 2007)
Met de regelmaat van de klok veranderen op het oog keurige, onopvallende, onbekende 'mensen zonder gezicht' van het ene op het andere moment in niets en niemand ontziende moordmachines. De twee bekendste gevallen in Nederland zijn het bloedbad in café 't Koetsiertje in Delft(1983) en de zogenaamde metro-moorden(1989) in Rotterdam. Belangrijkste conclusie van de onderzoekers en psychiaters die zich met de daders van dergelijke aanslagen hebben beziggehouden: ze zijn niet te voorkomen. 'De mensen willen graag denken dat hun wereld onder controle is; niet dat ze zijn overgeleverd aan de grillen van een willekeurige gek. Maar er zullen altijd van dit soort acties worden gepleegd,' zei een Amerikaans psycholoog na een van de laatste massa-moorden in de Verenigde Staten. 'Je kunt alleen verbijsterd zijn en medelijden hebben. Voorkomen kun je 't niet. We moeten er maar mee leren leven.' Een half jaar na deze uitspraak werd zijn land opgeschrikt door het volgende bloedbad.
Massamoordenaars worden in kranten vaak verward met seriemoordenaars, maar dat is een totaal verschillende categorie: seriemoordenaars gaan meestal jarenlang onopgemerkt hun gang en zijn als het ware verslaafd aan het doden; ze worden vaak aangeduid als gewetenloos en plegen zelden zelfmoord als ze betrapt zijn. Massamoordenaars zijn juist overgevoelig en ontladen hun agressie en frustratie in één soms wereldschokkende actie, vaak gevolgd door zelfmoord. Naar massa-moordenaars is niet veel onderzoek gedaan.
Daar zijn vier redenen voor: ten eerste heeft het betrekkelijk weinig nut, omdat het zulke gewone mensen zijn, van wie niemand verwacht dat ze tot dergelijke gruweldaden in staat zijn. Ten tweede kunnen de daders het in de meeste gevallen niet navertellen omdat ze bij de actie gesneuveld zijn. Ten derde komen de onderzoekers met het beschrijven van de gevallen in problemen met de privacy: omdat het om acties gaat die uitgebreid in het nieuws zijn geweest, zijn de daders te herkenbaar. Voor wetenschappelijke onderzoe-kers is dat een aanzienlijk probleem. Ten vierde: de daders zijn niet over één kam te scheren. Er zijn veel overeenkomsten, maar ook veel verschillen. Er is altijd een combinatie van factoren die tot de uitbarsting leidt.
Een van de bekendste gevallen van vóór 1983 is dat van het Amerikaanse schoolmeisje Brenda Spencer uit San Diego. Op een maandagmorgen in 1979 neemt ze een geweer mee naar school. In de klas opent ze het vuur op haar klasgenoten. Twee worden gedood, acht raken gewond. Als motief voor haar daad geeft ze alleen: I don't like mondays(Ik hou niet van de maandag). Bob Geldof, zanger en tekstschrijver van de Boomtown Rats, maakt er een liedje over, dat onder de titel I don't like mondays een wereldhit wordt.
In een interview zegt Geldof dat hij zich met het meisje kan identificeren: "Ik zie haar als het slachtoffer van haar opvoeding: een vader die erop aandringt dat zijn kind haar best doet op school en haar zo tot een wanhoopsdaad drijft."
Voor Nederland begint het in 1983, met het bloedbad in Delft. De Haagse zenuwarts professor dr. Michael Zeegers (dr. Zeegers is enkele jaren geleden overleden, HJK) onderzocht de dader, Cevdet Y. Het psychiatrisch rapport dat hij voor de rechtbank maakte werpt een heel ander licht op de gruwelijke actie dan wat de kranten er indertijd over te melden hadden.
'Zo gaat het meestal,' zegt dr. Zeegers. 'Het verhaal van de misdadiger zelf is vaak minder opwindend dan de voorpagina's beloofden toen de daad werd gepleegd. De wrede, meedogenloze killer die zich gedroeg als een gek, blijkt een eenvoudige, bescheiden, behulpzame, helemaal niet onsympathieke man.'
Ooggetuigen van het bloedbad in Delft waren het meest getroffen door de ogenschijnlijke koelbloedigheid waarmee de schutter tewerkging. Nadat hij met dodelijke precisie de kogels had afgevuurd, liep hij kalm het café uit en stak hij een hand op naar een kennis. Alsof er niets was gebeurd. Bekend is ook dat deze Cevdet Y. diezelfde avond, voordat hij was gearresteerd, bij een kennis in Zaandam naar de televisie zat te kijken. Pas toen het journaal het gruwelijke nieuws uit Delft bracht, drong het tot Y. door: dat heb ík gedaan.
Psychiaters kijken van zo'n reactie niet op.
Dr. Zeegers: 'Er is dan sprake van een vernauwd bewustzijn. Het is alsof je door een kokertje kijkt, waardoor je maar een heel beperkte waarneming hebt. Mensen die in zo'n schemertoestand verkeren kunnen zich daar later niets meer van herinneren. Ze lijken normaal, gedragen zich heel gewoon, zijn hooguit een beetje suffig.'
Op rechtszittingen roepen de verklaringen van psychiaters vaak nogal agressie op bij de slachtof-fers of de nabestaanden. Dat de dader ontoerekeningsvatbaar was en met een vernauwd bewustzijn te maken had is een schrale troost voor mensen die levenslang gehandicapt zijn of hun geliefden moeten missen. Maar wat is zo'n vernauwd bewustzijn? De meeste mensen hebben er zelf wel eens mee te maken, overigens zonder dat ze meteen gaan schieten.
Dr. Zeegers: 'Iedereen kent die verhalen over verstrooide professors; mensen zijn zo geconcentreerd met één ding bezig dat ze niet op de andere dingen om hen heen letten. Ik vergelijk het wel eens met een zoeklicht, of het kijken door een nauwe koker: je ziet maar een klein stukje van de werkelijkheid. Er zijn een heleboel voorbeelden van automobilisten die opeens tot de ontdekking komen dat ze al heel lang op een verkeerde weg rijden. Er zijn mensen die in zo'n toestand in de auto van Den Haag naar Maastricht kunnen rijden en dan pas wakker worden en zich verbaasd afvragen hoe ze daar verzeild zijn geraakt. Zo'n schemertoestand kan soms vrij lang duren.'
Een vernauwd bewustzijn komt veel voor, slechts zelden heeft het desastreuze gevolgen. Er zijn twee hoofdoorzaken: een hersenstoornis (bijvoorbeeld epilepsie of door een te laag bloedsuikergehalte) of psychische druk.
Een treffend voorbeeld van dat laatste komt uit de praktijk van dr. Zeegers: 'Ik heb hier een man gehad die zedendelicten pleegde. Het merkwaardige is dat het drie keer gebeurde toen er ingrijpende dingen in zijn leven voorvielen: de eerste keer lag zijn vrouw op sterven; de tweede keer was vlak na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in mei 1945 en de derde keer vlak nadat zijn moeder was overleden. Direct nadat ik het gedaan heb, weet ik het al niet meer, zei hij. Hij was zelf verbaasd en ongerust. Hij vertelde dat hij een keer ergens in de stad was en niet meer wist waarom hij daarheen gegaan was. Hij belde naar huis om het te vragen en toen bleek dat hij een klant wilde bezoeken. In zo'n episodische schemertoestand kon hij soms uren rondfietsen zonder te weten waar hij was of waar hij heenwilde.'
De lijst met massamoorden tussen 1983 en 1994 laat een grote verscheidenheid aan achtergronden en motivatie zien. Als we ze door een psychologische bril bekijken, zijn er echter opvallend veel overeenkomsten. 't Is wel zinvol eerst stil te staan bij een paar basisbegrippen uit de psychiatrie. De massamoordenaars vallen bijvoorbeeld heel duidelijk niet onder de psychopaten.
Dr. Zeegers: 'Psychopaten zijn mensen zonder geweten, die de schuld voortdurend bij anderen zoeken. Ze kennen geen spijt of wroeging, plegen hoogst zelden zelfmoord. Een man als Ferdi E., de Heijn-ontvoerder, vertoont veel kenmerken van een psychopaat. De meeste massa-moordenaars daarentegen vertonen schizofrene trekken, maar het komt pas tot uiting op het moment dat de daad wordt gepleegd. Daarvóór had niemand het in de gaten.'
Gelegenheidspsychiaters gebruiken in zo'n geval nog wel eens de term acute schizofrenie.
Dr. Zeegers: 'Schizofrenie is een hersenstoornis met duidelijk herkenbare symptomen: er kan sprake zijn van waandenk-beelden (van achtervolgingswaan tot grootheidswaan), de patiënt hoort stemmen die hem bepaalde opdrachten geven, en er is sprake van een gespleten persoonlijkheid: de man die op het ene moment nog rustig zit te redeneren kan een ogenblik later een volslagen krankzinnige indruk maken. Statistisch gezien komt moedermoord het meest voor bij schizofrenie-patiënten.
Een andere categorie geestesziekten valt onder de zware depressies. Veel zelfmoordenaars lijden hieraan. Soms nemen ze hun geliefden mee in hun actie: De wereld is zo verschrikkelijk, dat moet ik mijn vrouw en kinderen besparen. De oorzaak van de afwijking kan ook liggen op het lichamelijke vlak, in de zin van hersenbeschadiging (bijvoorbeeld een tumor in de hersenen of een aangeboren afwijking). Het ongrijpbare van massamoordenaars is dat er bij hen een combinatie van deze factoren een rol speelt.'
Een klassiek voorbeeld van een geval waarbij verschillende elementen in het geding waren, stamt uit 1966. Charles Whitman(25), student aan de universiteit van Texas, stak op maandag 1 augustus zijn vrouw en zijn moeder dood. Daarna beklom hij de toren van de universiteit met een arsenaal aan wapens en begon hij te schieten. Hij raakte eenenveertig mensen, van wie er zeventien werden gedood. Toen schoot de politie hem neer.
Dr. Zeegers: 'De vraag was natuurlijk hoe deze student tot zijn daad was gekomen. Zijn achtergrond gaf wel een indicatie: zijn vader bezat veel schietwapens en mishandelde zijn vrouw en zoon; Charles verzamelde wapens en mishandelde zijn vrouw; toen hij in dienst zat was hij vaak betrokken bij vechtpartij-en en hij had veel moeite met het gezag. Verder bleek uit brieven dat hij de wereld niet waard vond om in te leven, dat hij wilde sterven en zijn vrouw niet in lijden wilde achterlaten; bovendien haatte hij zijn vader.
Hij was onder behandeling. Tegenover zijn psychiater sprak hij over dwanggedachten: de toren beklimmen en mensen doodschieten. Maar het meest verrassende was: na zijn dood werd in de hersenen een klein kankergezwel gevonden. Door die tumor waren zijn hersenen beschadigd, wat een rol kan hebben gespeeld. Maar er waren dus veel meer factoren in het spel. Mogelijk worden sommige mensen meer dan anderen gestuurd door hun drift, hun instinct. Maar de wortel van geweld is vaak eenzaamheid en gebrek aan contact. Het is het zoeken naar een oplossing die er niet is.'
Dat de tomeloze agressie zich niet alleen en soms helemaal niet richt tegen de veroorzaker ervan is niet zo vreemd als het lijkt.
Dr. Zeegers: 'Ik heb hier een man gehad die ruzie had gehad met zijn chef. Maar zijn agressie kwam tot uitbarsting bij een goede kennis, die hij neerstak. Ik heb nu net een jongen onder behandeling die ruzie met zijn ouders had en daarom de school in brand stak. Mensen kunnen door allerlei oorzaken geladen zijn met agressie, die op een gegeven moment door een op zichzelf onbeduidend voorval tot uitbarsting komt.'
De lijst met 45 van dergelijke uitbarstingen, tussen Delft 1983 en Duinkerken 1994, vertoont dus een grote verscheidenheid aan motivaties en achtergronden, maar ook veel overeenkomsten. Eerst wat oppervlakkige feitelijke constateringen. Anders dan I don't like mondays doet vermoeden scoort de maandag laag: vier keer wordt zo'n aanslag op maandag gepleegd. De woensdag steekt er bovenuit, met 12 keer. Vervolgens: vrijdag(9 keer), dinsdag(10 keer), zondag(4 keer), zaterdag(4 keer) en donderdag(3 keer). Toeval?
In bijna alle gevallen hebben de daders iets met vuurwapens: de meeste hebben een militaire achtergrond of zijn op een andere manier met vuurwapens vertrouwd geraakt. Een uitzondering vormt de Indonesische boer die zijn sikkel gebruikte. Voor bijna alle anderen geldt dat ze al geruime tijd in het bezit waren van vuurwapens. Niemand schafte zich een wapen aan met het oog op de daad. In een paar zaken kan men zich nauwelijks aan de indruk onttrekken dat de daders hun wapens eindelijk eens wilden gebruiken waarvoor ze in feite zijn gemaakt: om te doden. Dat de Verenigde Staten en België hoog scoren is niet zo verwonderlijk: beide landen hebben een uiterst soepele wapenwet.
In alle gevallen is er sprake van wat de Amerikanen noemen: private demons... public acts: de persoonlijke moeilijkheden komen tot uitbarsting in een openbaar optreden; soms vallen de slachtoffers alleen onder de familieleden of bekenden, soms worden alleen willekeurige buiten-staanders gedood, vaak is het een combinatie.
Uit de krantenberichten over massamoordenaars ontstaat het beeld van dollemannen die als gekken in het wilde weg schieten op alles wat maar beweegt. De verhalen van ooggetuigen wekken een heel andere indruk: de daders zijn juist uiterst beheerst en schieten gericht en met dodelijke precisie.
De meeste daders kunnen het zelf niet navertellen. Of ze plegen na hun actie zelfmoord of ze worden neergeschoten. Als ze het wel overleven kunnen ze zelf nooit een logische verklaring geven voor het gebeurde. 'Meestal is het een daad die ze zelf diep betreuren,' aldus dr. Zeegers. Maar het is begrijpelijk dat dit element niet de meeste aandacht krijgt. Het medeleven gaat meer uit naar de slachtoffers of hun nabestaanden.
De Amerikaanse FBI onderscheidt massamoordenaars in twee categorieën: de gewone en de spree killers.
De gewone beperken zich tot één plaats waar op dat moment veel mensen aanwezig zijn, doorgaans geen familieleden. De spree killer (spree duidt op beweging) daarentegen begint op één plaats en heeft blijkbaar een bepaalde route en volgorde in gedachten: hij slaat op verschillende lokaties toe(de Rambo van Hungerford, de Belg Van Wijnendaele).
Oppervlakkige conclusies geven nogal eens een vertekend beeld. Zo is in België de aandacht erg gericht geweest op films die de daders kort tevoren hadden gezien, en de Rambo van Hungerford leek ook geïnspireerd door de gewelddadige films van Sylvester Stallone. Maar er kan hooguit sprake zijn van de bekende druppel die de emmer doet overlopen: het motief is veel gecompliceerder, zoals ook wel blijkt uit een nadere beschouwing van een aantal gevallen.
Delft:
Cevdet Y. was genaturaliseerd tot Nederlander, maar de werkloze elektricien voelde zich gediscrimineerd. Een paar dagen voor de fatale zwarte dinsdag had hij een woordenwisseling gehad met een andere café-bezoeker. Jij een Hollander? Laat me niet lachen! had de andere man gezegd. Cevdet voelde zich diep beledigd. Bij de schietpartij was deze man het eerste slachtoffer. Y. was overigens al eens eerder gesignaleerd met een vuurwapen, dat hij dreigend tevoorschijn had gehaald. Hij kondigde zijn daad tevoren aan: Eén moord niet goed. Je moet er meteen vijf pakken.
Dr. Zeegers: 'Dat aankondigen zegt niet veel, dat blijkt altijd achteraf. Hoeveel mensen zeggen niet: ik ga die en die vermoorden. Zonder dat ze 't werkelijk doen. Ook de aanleiding is niet erg wezenlijk; er was geen sprake van voorbedachte rade. Door allerlei familie-omstandigheden stond hij onder enorme psychische druk.'
De diepere oorzaak van geweldsuitbarstingen als deze is eenzaamheid en gebrek aan contact en dan vooral de onmogelijkheid om contact te leggen met vrouwen. Dr. Zeegers onderzocht in opdracht van de rechtbank de schutter van 't Koetsiertje in Delft, Cevdet Y.
Er zijn een paar opmerkelijke overeenkomsten met George Hennard. Net als George Hennard had ook Cevdet een gestoorde relatie met vrouwen: zijn vader mishandelde zijn moeder, Cevdet mishandelde zijn moeder en beide zusters en zijn eigen vrouw. George Hennard kondigde zijn daad in bedekte termen aan, Cevdet was duidelijker: Eén moord niet goed. Je moet er meteen vijf pakken, had hij tegen een kennis gezegd.
George Hennard belde de dag voor hij toesloeg met zijn moeder, omdat hij jarig was, maar als directe aanleiding wordt ook genoemd dat hij boos was over een te hoge waterrekening. Bij Cevdet was ook sprake van zo'n soort aanleiding: een bezoeker van café 't Koetsiertje had hem beledigd.
De meest opmerkelijke overeenkomst betreft de afwezige blik, die ook bij George Hennard werd geconstateerd en die duidt op bewustzijnsvernauwing.
Niet alles is logisch te verklaren. De Engelse massamoordenaar Michael Ryan, de Rambo van Hungerford, schoot tijdens zijn actie eerst in het bos een onbekende picknickende vrouw dood. Haar twee kleine kinderen liet hij ongedeerd. Daarna schoot hij zijn moeder dood en stak hij het ouderlijk huis in brand. Vervolgens richtte hij een bloedbad aan in het stadje.
Dr. Zeegers: 'Dat is wel typisch, die vrouw in het bos. Dat was ook een moeder. Kennelijk had hij een conflict met zijn eigen moeder, dat komt veel voor bij schizofrenie-patiënten. De moeder kan het kind toch niet zo beschermen en liefhebben als het kind gedacht had. De teleurstelling daarover vertaalt zich in haatgevoelens.'
Maar George Hennard liet juist een vrouw met een baby met rust, overigens pas nadat hij wel eerst de moeder van die vrouw had doodgeschoten.
Dr. Zeegers: 'Daar kunnen allerlei redenen voor zijn geweest. Het kan een bepaalde blik zijn die hem heeft getroffen, het kan de kleur van het jasje van het kind zijn geweest dat hem ergens aan deed denken en hem even ontroerde.'
Ook het voorval waarbij Hennard eerst zijn wapen richtte op een man, maar zich blijkbaar bedacht en ineens schoot op een vrouw die probeerde weg te kruipen, zegt volgens dr. Zeegers op zichzelf niet veel over het motief. 'De agressie richt zich op degene die er vandoor gaat, dat is net als bij dieren. Als je een leeuw tegenkomt kun je ook beter blijven staan.' Ook in 't Koetsiertje bleef een man die rustig aan de bar bleef zitten ongedeerd.
Wat je het beste kunt doen als je zit te lunchen en er komt zo'n idioot met een geweer binnen, dat blijft een lastig probleem: vluchten of rustig blijven zitten. Als er al een keus is. Drieëntwintig weerloze mensen in Texas stierven, sommigen misschien omdat ze bleven zitten, anderen omdat ze wilden vluchten en weer anderen omdat ze die dag toevallig de verkeerde kleur jas droegen.
Zeer interessant verhaal!
Alleen brak de 2de wereldoorlog in mei 1940 uit en niet in mei 1945...
Geplaatst door: Mookie | 19 april 2007 om 19:13