In de nacht van woensdag 13 op donderdag 14 juli 2005, om half vijf 's morgens, gaat Marco H.(20) op bezoek bij zijn ex-collega Irene (41). Ze woont in de Bethaniënstraat in Amsterdam, een straatje tussen de Nieuwmarkt en de Wallen. Marco beweert dat hij geld van haar tegoed heeft, maar dat gelooft niemand: Marco had overal schulden. Hij weet dat Irene wel geld heeft, en sieraden. Hij was eerst van plan samen met twee andere mannen Irene te beroven, maar op het laatste moment had hij daarvan afgezien: hij was bang dat de andere twee te gewelddadig zouden worden, zo zegt hij in de ene verklaring. Een andere keer is het: ik wilde het alleen doen, dan hoefde ik de buit niet te delen. Marco liegt in de verhoren alles bij elkaar en tijdens het proces komt hij ook nog weer met nieuwe verklaringen. Wat er precies is gebeurd, is dan ook moeilijk na te gaan: het is het verhaal van Marco, er was verder niemand bij aanwezig
Als Marco om half vijf aankomt, is Irene al thuis. Hij zegt dat ze de deur voor hem heeft open gedaan, dat hij in de woonkamer op de bank is gaan zitten en cola krijgt. Irene zit achter de computer en is intussen eten aan het maken. Ze praten wat, kijken tv en Irene is op internet aan het chatten met een Thaise man uit Amsterdam, met de webcam. Ze draagt een zwart broekje en een hemdje. Irene heeft borsten, maar van onderen is ze nog man. Tegen acht uur 's morgens wil Marco weg: hij is moe, heeft al 24 uur niet meer geslapen, maar het ziet er bewolkt uit, hij blijft toch nog even. "Toen heb ik een glas met bacardi-cola gekregen, met nog iets anders erin. Ik zat voor de tv en ik zakte weg op de bank. Rond negen uur werd ik wakker. Mijn gulp was open en Irene zat met één hand aan mijn zak. Ik respecteer homo's, maar ik moet er niks van hebben. Ik schrok. De knoop van mijn broek was los, de broek iets naar beneden, mijn geslachtsdeel was bloot, maar niet in erectie, ze was me niet aan het aftrekken. Toen ik het merkte, gaf ik een elleboog naar achteren, ze viel en stond weer op. Ik gooide haar tegen de computertafel aan. Ik zei: "Waar ben je nou mee bezig?"
Rechter: Is er een moment geweest dat u zegt: achteraf snap ik wel dat ze wel wat zou willen?
Marco: Ik heb altijd in de scene gewerkt, maar ik moet er niks van hebben. Zij zocht wel toenadering. Dat deed 90 procent van de bezoekers. Ik val goed in de smaak, dat weet iedereen. Al geeft u mij zes miljoen, ik raak geen man aan. Zij was verbaasd. Ze zei: 'What's up?' Ze was behoorlijk agressief opgestaan, ze pikte het niet dat ze een gooi kreeg."
Rechter: U heeft uw broek dichtgedaan.
Marco: Ja.
Rechter: U heeft niet gedacht: ik ga nu weg.
Marco: Daar heb ik niet over nagedacht. Ze pakte mij vast.
Rechter: Reageerde zij zo dat ze dacht dat het wel kon?
Marco: Ze pakte mij vast. Er ontstond een vechtpartij. We vielen op de grond, we gingen allebei slaan. Ze had veel kracht.
Rechter: Dat duurde zo'n twintig minuten, dat slaan en schoppen. U bent vechtsporter, kickboksen. U heeft in eerste instantie een heel ander verhaal verteld.
Marco: Ik heb wel verklaard dat ze bleef doorgaan. Als ze was neergegaan, was ik wel weggegaan.
Rechter: Waarom moest zij eerst neergaan? Waarom bent u niet gevlucht?
Marco: Je denkt op zo'n moment niet helder na, je hebt adrenaline alsof je zes flessen red bull hebt gedronken. Ik had niet de overhand in het gevecht, ik had wel een trap in mijn rug kunnen krijgen.
Op een tafeltje ligt een mes. Marco grijpt het en steekt eerst met links, daarna met rechts. Vier keer in de rug, drie keer in de borst, drie keer in de hals. De diepste steek is 13 centimeter. "Ze viel naar rechts, maar stond weer op alsof ze niets voelde. Ik zocht weer naar het mes. Ze zakte in elkaar, ik zat onder het bloed. Ik trok mijn kleren uit, ik werd er kotsmisselijk van, dat is niet echt een prettige geur."
Rechter: U had toen weg moeten gaan.
Marco: Dat is wel mijn fout, ik had toen weg moeten gaan. Ik keek naar mijn handen, dat was niet echt een fijn gezicht. In paniek heb ik alles uitgedaan. Ik ben naar boven gegaan en heb kleding gezocht. Toen zag ik die kluis staan. Ik dacht: hé, ik krijg nog geld. Ik pakte kleding en de kluis en ging naar beneden. Ik hoorde gerochel. Ik liep naar de woonkamer.
Rechter: U had toch weg kunnen gaan?
Marco: Ik was in m'n nakie.
Rechter: Dat is wel een raar punt in dit verband. U schakelt iemand uit in doodsnood en dan gaat u er toch weer naar toe.
Marco: Het was een schrikreactie, omdat je dat gekuch hoort. Het was een geluid dat ik nog nooit in mijn leven had gehoord. Pffff. Op het moment dat ik naar binnen ging, stond ze weer op, ze zat op haar hurken en viel me weer aan. Ik was verstijfd van de angst. Ze pakte mij bij de keel vast en begon weer een vechtpartij. Dat ging over en weer, ik was naakt. Zij was afgezwakt door bloedverlies, ze zakte in elkaar. Ze spuugde mij recht in mijn gezicht. Ze zei: 'Hope you are dying'. Ze zei nog een paar dingen, dat wilde ik niet horen, het geluid dat eruit kwam, dat wilde ik niet horen. Toen heb ik een handdoek in haar mond gestopt, puur om wat ze zei.
Rechter: Waar kwam die handdoek vandaan?
Marco: Weet ik niet. Het was zo'n keukenhanddoek. Ik was naar beneden gegaan en gaan douchen, het bloed droop van me af. Ik wou zo snel mogelijk uit die woning. Je schrikt je een hoedje, om het netjes te zeggen. In de gang heb ik me aangekleed. Ik ben naar beneden gegaan om een vuilniszak te zoeken, maar die kon ik niet vinden. Toen heb ik een vuilniszak leeggemaakt in de badkuip, maar dat stonk zo vreselijk, ik ben een andere zak gaan zoeken, daar heb ik alle spullen in gedaan, het mes ook.
Rechter: Dan ziet u Irene?
Marco: Daar heb ik niet naar gekeken.
Rechter: Waarom heeft u het mes gepakt?
Marco: Ik begrijp wat u bedoelt. Ik weet het niet.
Rechter: Heeft u nog meer meegenomen?
Marco: Het glas, van de bacardi-cola. Een t-shirt van haar. Alles wat op de grond lag. Ik heb de tas dichtgemaakt en in een vuilniscontainer gegooid.
Rechter: U bent volledig in paniek, maar u was wel in staat een vuilniszak te zoeken en alle spullen in te doen.
Marco: Misschien was ik niet volledig in paniek.
Rechter: En dan?
Marco: Ik keek naar de kluis. Ik had nog geld tegoed. Ze ademde nog. Haar borst ging op en neer, ze ademde door haar neus. Het was niet lekker hoe ze d'r bij lag. Ik weet wel dat haar borst omhoog kwam.
Rechter: Interesseerde het u of ze nog leefde?
Marco: Nee, daar heb ik niet over nagedacht.
Rechter: U heeft haar niet meer geholpen.
Marco: Ik was zo ontzet door de hele situatie. Ik heb geld uit een tas gepakt, een zakje juwelen, nog een tasje erbij gepakt en ben weggegaan. Ik weet niet wat ik dacht. Er zijn dingen gebeurd waar ik geen verklaring voor heb. Ik denk dat ik de gedachte heb gehad: ik laat je nu maar in je eigen sop gaarkoken. Toen ik wegging had ik iets van: krijg wat.
Rechter: Dat was wel tegenover iemand die lag te rochelen, bloedde, die liet u achter.
Marco: Dat had ik niet mogen doen.
Rechter: Er was een risico dat iemand in die situatie niet zo overleven.
Marco: Ik wou naar huis, mijn familie opzoeken. Onderweg keek ik nog naar het politiebureau, maar ik dacht aan mijn hond, mijn carrière. Het besef wat je te verliezen hebt. Ik was nog met school bezig.

|
hai hj
het is een mooi stuk geworden alleen bij de koptekst een eenzame exit moest ik huilen
hj bedankt
groetjes nancy ;)
Geplaatst door: nancy | 9 april 2006 om 22:09