Header image  
logo2
logo3
 
 

Oude lijken, de dingen die voorbijgaan

luikwoning


WEDUWE LAG DERTIEN JAAR DOOD IN HUIS

(reportage uit 1990)

Een niet onbemiddelde weduwe uit een Brussels middenstandsmilieu lag dertien jaar dood in huis, zonder dat er een haan naar kraaide. Haar zoon had zich al twintig jaar niet meer met haar bemoeid: ze hadden ruzie.

'Ze kon niet met haar schoondochter overweg. Dat gaat ook niet, hè? Een oude vrouw en een jong stel in één huis. Meer zeg ik er niet over. We hebben een spreekverbod. De zoon wil niet dat er over geschreven wordt.'
De buurman van wijlen Rosalie Lamin-B. kijkt angstig naar de overkant. Daar, achter het raam, staan politiecommissaris Jean Verhaege en zijn vrouw. Met argusogen kijken ze wie er met 'de pers' praat. Zojuist hebben ze allebei vloekend en scheldend uit het raam staan schreeuwen tegen die 'rotjournalisten'. 'Ga weg! Er is hier niets meer te zien!'
In het statige, maar nu door de tand des tijds hevig aangetaste herenhuis in de Laekenveldstraat 363, in de Brusselse wijk Molenbeek, lag dertien jaar lang het lichaam van Rosalie Lamin-B. Of: Rosalie Segers. De buurman: 'Ze was twee keer getrouwd. Haar eerste man was verongelukt. Onder de trein gekomen. Ze had alleen nog een zoon. Hij woont ook in Brussel, maar hij heeft al twintig jaar niet naar zijn moeder omgekeken. Hij had ruzie met haar, omdat zijn vrouw niet met haar overweg kon. Misschien schaamt hij zich nu. Daarom wil hij niet dat er over geschreven wordt.'
Er is nog een reden voor 'terughoudendheid': de macabere vondst werd gedaan door een 'inbreker'. Weliswaar een buurman, maar toch. Het kwam doordat er bij een hevige storm pannen van het dak van Rosalie's huis waren gevallen en ook een stuk van de schoorsteen. De bange buurman van nummer 361 had daarop de Turkse buurman ingeschakeld om eens te kijken wat er aan de hand was. Bij een nieuwe storm zou er wellicht nog meer schade veroorzaakt worden. De Turkse buurman nam een kijkje aan de achterkant en besloot ook maar eens even binnen te kijken. De deuren en ramen waren allemaal goed afgesloten, maar 'met wat handigheid' wist hij toch in het huis te komen. In de stoffige slaapkamer vond hij, onder de dekens, een skelet in een nachtjapon. Beenderen waren het enige dat nog restte van Rosalie B. Naast het bed lagen vergeelde kranten, uit juli 1977... Omstreeks die tijd moet de toen 80-jarige Rosalie B. al zijn gestorven.
De buurman liep niet meteen naar de politie. Hij was bang dat hem 'inbraak' ten laste zou worden gelegd, maar na een week aarzelen besloot hij toch de politie te waarschuwen. Die stelde een onderzoek in en trof, behalve het skelet in nachtjapon, in de kelder ook nog het geraamte van een kat, die vermoedelijk opgesloten had gezeten. Uit de lijkschouwing, voorzover er sprake was van een lijk, werd de conclusie getrokken dat de vrouw vermoedelijk een natuurlijke dood was gestorven. Er werden geen sporen van geweld aangetroffen.
De Laekenveldstraat in Brussel is nu vooral het domein van buitenlandse werknemers. Slooppanden worden afgewisseld met prachtige gerenoveerde panden. Het huis waarin Rosalie werd gevonden, was haar eigendom. Ze was niet onbemiddeld. Vroeger woonde ze samen met haar tweede man en haar zoon in de nabijgelegen Ribaucourtstraat. Ze bezaten toen ook nog een groot handelspand, dat ze verhuurden aan een winkelier in lingerie. Ook het pand in de Laekenveldstraat stond op hun naam. Maar in 1970, toen Rosalie's man was overleden, raakte de vrouw aan lager wal. Haar enige zoon trouwde en kwam bij haar inwonen. Rosalie, die als lastig bekendstond, kreeg bonje met haar schoondochter met als gevolg dat het jonge stel na een knallende ruzie het pand verliet en elk contact verbrak. Twintig jaar later zagen ze haar weer terug, in de vorm van botten.

ALCOHOL
Na de ruzie met haar zoon, raakte Rosalie in de versukkeling. In de Ribaucourtstraat zagen buurtbewoners haar geregeld ladderzat voorbijschuiven. Ze was zwaar aan de drank en ze verwaarloosde zichzelf. Met lange, vette haren, en een vuile jurk die over de grond sleepte en een oude bruine jas. Ze leek een dakloze, die de cafés aan de Havenlaan afschuimde op zoek naar drank, maar ze had geld genoeg, en dakloos was ze allerminst. Een van de oudere buurtbewoners, Edouard Upplegger, herinnert zich de vrouw nog vaag. 'Ergens midden in de jaren zeventig was ze verdwenen. Wij hebben er verder niet bij stilgestaan. Ze groette soms, als je haar op straat tegenkwam, maar meer ook niet. We dachten dat ze verhuisd was, of misschien in het water gevallen."
Maar Rosalie was niet in het water gevallen. Zonder dat ze het aan iemand had verteld, had ze haar intrek genomen in haar eigen leegstaande pand in de Laekenveldstraat. De buurman van 361 herinnert zich dat hij haar enkele keren heeft gezien. "Maar ze was niet zo aanspreekbaar. Ze kwam en ze ging. Niemand wist wat ze deed."
De drie panden waarvan de oude weduwe eigenares werd, hebben al die jaren staan verkrotten. Niemand sloeg er acht op. Kort voor haar dood moet ze in het huis in de Laekenveldstraat zijn gaan wonen, dus vermoedelijk in de zomer van 1977. Daarna is ze nooit meer gezien. En geen haan die ernaar kraaide. De zoon en de schoondochter bemoeiden zich er niet mee, maar ook de officiële instanties niet. In 1981 is ze al uit het bevolkingsregister van Molenbeek geschrapt, omdat ze al enkele jaren was vermist. 'Vertrokken zonder bekende bestemming', noteerde een ambtenaar. In Molenbeek vertrekken en verhuizen per jaar zo'n zesduizend mensen. "Het is onbegonnen werk alles precies na te gaan. Het komt vaak voor dat mensen onverwacht naar het buitenland gaan zonder enig bericht achter te laten. Die zijn dan ook 'vertrokken zonder bekende bestemming," aldus een woordvoerder van het gemeentehuis. Die het overigens ook wel wat onwaarschijnlijk vindt dat een weduwe van tachtig jaar spoorloos naar het buitenland zou vertrekken, met achterlating van al haar bezittingen.
Heeft de zoon vermoed dat zijn moeder gestorven was? In het midden van de jaren tachtig is de bankkluis van Rosalie, bij een filiaal van de Generale Bank in Brussel, onder toezicht geopend. Er werden stukken van 'aanzienlijke waarde' gevonden. Concrete gegevens hierover ontbreken: alle betrokkenen die er iets meer van weten, hebben een zwijgplicht.
Nog een andere instantie had alarm kunnen slaan: het kadaster. Rosalie moest voor haar drie panden onroerend-goedbelasting betalen. Omdat ze onvindbaar was, pasten de betreffende ambtenaren echter een zeer soepele interpretatie van enkele wetten toe: ze lieten loonbeslag leggen op het pensioen van de oude vrouw en daarmee werden de gemeentelijke belastingen voldaan. Het pensioen was al die jaren trouw binnengekomen. Weliswaar had Rosalie dat persoonlijk bij de pensioenkas moeten afhalen, maar toen ze dat niet deed werd ook hier maar een 'soepele regeling' toegepast en werd er niet verder gezocht dan de ambtelijke neus lang was. In 1981 werden deze regelingen vervangen door een andere: Rosalie werd uit de registers geschrapt, en de verschillende huizen werden onbewoonbaar verklaard. En daarmee waren de ambtenaren van alle problemen verlost.
In de Laekenveldstraat doet inmiddels iedereen er het zwijgen toe. Schamen ze zich toch een beetje?