Uitgerekend op 21 november, de dag vóór de verkiezingen, wordt getuige Peter D. bij de rechtbank in Rotterdam ondervraagd over zijn beschuldigingen aan het adres van Fred Teeven. De gewezen crimefighter wordt Kamerlid voor de VVD. Het is moeilijk in te schatten wat het effect zal zijn van de ondervraging, maar is het toeval dat deze al drie jaar tikkende tijdbom onder de stoel van Teeven nu afgaat? “Ik ben er niet zo van ondersteboven, vooral omdat ik die twee miljoen niet heb gehad.” Hij praat er luchtigjes over, maar uit alles blijkt dat het Fred Teeven(48) toch steekt. Het heeft er alle schijn van dat zijn vroegere baas, ‘super-PG’ Joan de Wijckerslooth, jarenlang een “tikkende tijdbom” onder de stoel van Teeven heeft laten zitten die precies één dag voor de verkiezingen dreigt af te gaan.
Het gaat om de zaak tegen top-crimineel Mink Kok, voor de moord op drugsbaron Jaap van der Heiden in Alkmaar, in 1993. De halve Amsterdamse onderwereld was op die zaterdagmiddag voor Pasen afgereisd naar de kaasstad om van dichtbij de spectaculaire executie van de drugsbaron van nabij mee te maken. En spectaculair wás het: met een alles verwoestende bom die in een tasje aan zijn voordeur hing werd Van der Heiden opgeblazen.
Het belangrijkste bewijs van justitie zijn de verklaringen van twee kroongetuigen: Nijmegenaar Mike V.(35) en Peter D. Over Mike V. verklaarde zijn eigen moeder: “Hij weet altijd iedereen te bedonderen. Ik weet nooit of hij de waarheid spreekt of niet. Ik denk wel eens dat hij twee schroefjes los heeft bovenin.” Mike is inmiddels nagenoeg afgeserveerd als zijnde onbetrouwbaar: hij verklaarde ook dat hij zélf die bom daar had gehangen. De verklaringen van Peter D. dateren al uit 2003. Hij vertelt wat dingen over Mink Kok, maar ook over Fred Teeven en enkele andere officieren van justitie. De heren zouden zich hebben laten fêteren in luxe bordelen en Teeven zou in de jaren ’92 tot en met ’99 smeergeld van twee miljoen euro hebben gekregen van criminelen.
Teeven: “Ik hoorde van die verklaring in oktober 2003. Ik heb toen bij herhaling verzocht er onderzoek naar te laten doen, maar dat is niet gedaan. In 2005 lekte er iets van uit, pas in januari 2006 heeft de rijksrecherche het onderzocht.”
Waarom niet meteen?
Teeven: “Dat moet je niet aan mij vragen, dan moet bij de toenmalige top van het Openbaar Ministerie zijn, bij De Wijckerslooth en bij minister Donner. Ik constateer alleen dat iemand over mij een onzinverhaal vertelt, ik zeg dat ik dat uitgezocht wil zien, maar dat gebeurt niet. Ik denk: dat is vervelend. Ik was bezig met een zaak tegen meneer Willem H., zoiets kan altijd naar buiten komen op een moment dat het niet goed uitkomt.”
Er wordt een merkwaardig spel gespeeld met die verklaring: in de zaak tegen Mink Kok weigert de zaaksofficier het stuk aan de advocaten ter inzage te geven. Pas op woensdag 2 november 2006 beslist de rechtbank dat de getuigen Mike V. en Peter D., desgewenst vermomd, als getuige moeten worden gehoord. Op 21 november, de dag vóór de verkiezingen. Er zijn twee mogelijkheden: of Peter D. geeft toe dat hij een fantast is of hij blijft bij zijn verklaringen. Het wordt hoe dan ook een buitengewoon spannende zitting waar ook de parlementaire pers op de eerste rij zal zitten.
Is het toeval dat Peter D. juist op de dag vóór de verkiezingen wordt gehoord, terwijl er drie dagen voor de verhoren zijn uitgetrokken, te weten 21, 22 en 28 november. De advocate van Mink Kok, mr. Adèle van der Plas: “Het is wel grappig, in de pauze zei ik tegen iemand: als Peter D. als eerste komt, wordt het interessant voor 22 november. Na de pauze zegt de voorzitter: we beginnen met meneer D.”
Toeval, alfabetische volgorde?
Van der Plas: “Who knows?”
Mink Kok loopt als een rode draad door de carrière van Teeven: de heren kwamen elkaar nogal eens tegen. Dat begon met een wapenvondst in de Newtonstraat in Amsterdam. Teeven was toen de zaaksofficier. Hoewel de zaak juridisch is afgerond en Kok zijn straf ervoor heeft uitgezeten, is het laatste woord hierover nog niet gevallen: Kok vindt dat hij erin geluisd is met een vingerafdruk op een vuilniszak. Ook bij de latere wapenvondsten was er altijd iets merkwaardigs: de politie drong de panden toevallig binnen nadat er wateroverlast was geconstateerd.
De mysterieuze Mink Kok heeft altijd tot de verbeelding gesproken, zowel van opsporingsambtenaren als journalisten. Ook voor Teeven was hij interessant: als hij vanaf 1996 CID-officier van justitie wordt, voert hij een aantal gesprekken met Kok, die op dat moment in Frankrijk in de gevangenis zit. Het aangaan van dit soort deals met criminelen bracht Teeven soms in conflict met zijn superieuren. Ook met Heineken-ontvoerder Cor van Hout trof hij een schikking.
Teeven: “De georganiseerde misdaad kun je niet bestrijden vanachter een bureau, dan moet je een beetje lef tonen. Dat past ook bij het VVD-programma. Dan moet je onorthodoxe dingen doen. In die zogenaamde “Hollandse klompenmaffia” kennen ze mekaar allemaal, maar ze praten niet over elkaar. Met de klassieke opsporingsmogelijkheden red je het niet.”
Dit soort deals ging in overleg met de superieuren, tot aan de minister toe, maar als er iets fout gaat, is er maar één die de schuld krijgt:
Teeven. “Het komt mensen soms wel erg goed uit om dan even te vergeten dat ze zelf toestemming hebben gegeven.”
De Wijckerslooth – hij weer – sneerde: “Het Openbaar Ministerie heeft behoefte aan magistraten, niet aan crimefighters.”
Teeven: “Dan ga je uit van de misvatting dat een crimefighter geen magistraat kan zijn. Ik ben iemand die vooruit wil. In Den Haag wordt heel veel energie gestopt in het uitzetten van de politieke lijnen, maar naar de uitvoering bij justitie wordt te weinig gekeken. Daar gaat het fout.”
Teeven werkte 13 jaar als rechercheur en teamleider bij de fiscale- en douanerecherche van de Fiod in Haarlem, daarna was hij 14 jaar officier van justitie. “Ik denk dat ik die ervaring heel goed kan benutten om te kijken hoe het beleid in de praktijk werkt en als het niet goed gaat terug kan gaan naar Den Haag en zeggen: jongens, wat we hebben bedacht, dat werkt niet, het moet en kan anders.” Als officier van justitie maakte hij niet alleen vrienden, in de politiek zal het niet anders gaan, maar daar is Teeven niet bang voor: “Als je je kop boven het maaiveld uitsteekt zijn er altijd mensen die hem er af willen hakken. Dat weet je. Politiek is niet voor bange mensen.”
De deal
Waarom was Mink Kok zo interessant voor Fred Teeven? In een recent telefonisch interview met Panorama zegt Kok: “Als je het segment van die ‘monde souterrain’ (onderwereld vind ik zo duister klinken) bekijkt, dan zie je dat het allemaal mensen zijn geweest die ik op enigerlei wijze heb gekend. Sommige heb ik goed gekend, er zijn vrienden van mij bij, kennissen, relaties, andere mensen die ik wel eens gesproken heb. Dus als je een informatiepositie wil opbouwen, kom je terecht bij iemand die een relatie heeft met al deze personen. Dat was ik. Op die manier zou je wijzer kunnen worden. Het is dus niet zo slecht bedacht.”
De overeenkomst hield in dat zowel Kok als Teeven er belang bij hadden enkele onopgeloste aspecten uit de zogenaamde IRT-affaire op te helderen. Kok was naar zijn zeggen ‘op bizarre merkwaardigheden en duistere machinaties gestuit’. Het ging op basis van gelijkwaardigheid en uitsluitend om het verkrijgen van informatie, niet om het leveren. Over dat laatste werd, om de deal ‘naar boven toe te verantwoorden’, wel een artikel opgenomen, maar daar zat geen verplichting aan vast. Kok was dus duidelijk geen zogenaamde informant, de gesprekken die hij voerde waren met de officier van justitie en in het bijzijn van advocaten. Maar vanuit justitie en de politiek is er wel van alles aan gedaan om hem zo af te schilderen.
Het eerste staaltje van beschadigingspolitiek is het volgens Kok bewust lekken van de overeenkomst via de commissie Kalsbeek, in 1999. Vervolgens noemt de minister in de Tweede Kamer dat Kok als informant is gerund door Teeven. Er wordt onjuiste informatie gelekt over het storten van geld op een derdenrekening van het adcoatenkantoor. Tijdens een besloten zitting staat de microfoon naar de perskamer open.
In het voorjaar 2000 is er opnieuw een zogenaamde ‘lekkage’ naar het NOS-journaal, dat ten onrechte meldt dat Kok AIVD-agent is geweest. Mr. Adèle van der Plas, advocate van Kok: “Het is duidelijk nooit de bedoeling geweest dat hij mensen uit het milieu zou verraden, maar zo is hij wel neergezet. Daardoor is hij ernstig in zijn belangen geschaad. Hij wijst er zelf ook op dat hij van de afgelopen elf jaar er negen in detentie heeft doorgebracht. Welke informant doet hem dat na?"