
Films met Tom Cruise: je kunt er niet omheen. Met de films zelf is meestal niet eens zoveel mis, maar ik heb het niet zo op zijn scientology-gedoe. Zo is er recent een biografie over hem verschenen, van Andrew Morton, waarin staat dat aanhangers van de scientology-beweging geloven dat Suri, het 22 maanden oude dochtertje van Cruise, een kind is van oprichter L. Ron Hubbard. De man is al ruim twintig jaar dood, maar Katie zou met nagelaten sperma van hem zijn bevrucht. Cruise zou de op één na machtigste man binnen de beweging zijn.
Nu lijkt dit mij iets om met een flinke korrel zout te nemen, als het echt waar is (van dat kind) is de familie Cruise volkomen geschift en moet die hele beweging op de mestvaalt. Als het niet waar is, hoor je dit soort vuige roddels niet de wereld in te helpen om je boekje te promoten.
De beweging heeft liever niet dat je het een sekte noemt. Dat heeft ze gemeen met min of meer vergelijkbare groepen. Een aantal jaren geleden was er in Nederland de sekte van Sipke Vrieswijk. Ik heb toen een verhaal gemaakt dat gebaseerd was op het boek van Bram Krol: ‘Als het zoete bitter wordt’. "Hij had de mond vol van de Heilige Geest en de Heere der Heerscharen, maar hij dacht maar aan één ding: hoe krijg ik die goedgelovige vrouwtjes in mijn bed? In het boek wordt pijnlijk duidelijk op wat voor ongelooflijk doortrapte manier Broeder Sipke Vrieswijk in zijn opzet slaagt. Maar aan de vrouwen heeft de Broeder nog niet genoeg: met tenminste acht minderjarige meisjes ('Jij wil toch ook graag een bruidje van Christus zijn?') pleegt hij ontucht.
Dat breekt hem uiteindelijk op." Een bekende uitspraak van hem is ook: "Bij elk orgasme kom ik dichter bij God." Er is in 2006 een Sipke Vrieswijk overleden, dat zal ongetwijfeld onze man zijn, maar de boodschap uit het boek is er niet minder actueel om: kijk uit voor mannen met mooie religieuze praatjes die het uiteindelijk maar om één ding te doen is (al zeggen ze zelf van niet).
Wat ook opvalt: bij dit soort groeperingen draait het altijd om macht en seks. Bij 'de Messias van Blauwe Sluis' hing er ook zo'n sfeer van broeierige erotiek. Een bepaald soort vrouwen kickt op dit soort leiders, zoals ook bij de zelfmoordgroep van Jim Jones en het drama van Waco-Waco. De mannen die in de groep blijven, zijn meestal betrekkelijke sukkels: ze moeten zich helemaal onderwerpen aan de leider en dan krijgen ze af en toe een kluifje toegeworpen. Of ze zien het een poosje aan omdat ze hun vrouw, dochter of vriendin niet alleen willen laten, maar meestal wordt het bonje zodra de leider zich vergrijpt aan vrouw of dochter.
De kruistocht van Sipke Thomas Vrieswijk, geboren in het Friese Wouterswoude in oktober 1928, begint in het Zuid-Hollandse 's-Gravendeel. Sipke groeit op in een wat gevoelsarm gezin en wordt vooral beïnvloed door zijn vrome grootmoeder. Pas op zijn 35ste ziet Sipke het Licht: rechtstreeks uit de hemel krijgt hij de boodschap: 'Je moet mijn komst op aarde verkondigen, want die is aanstaande.' Hij oefent eerst wat in huisgemeenten in het noorden, maar in de jaren zeventig moet hij vanwege zijn werk als verzekeringsagent eigenlijk naar het zuid-westen verhuizen. Dat komt mooi uit: in 's-Gravendeel zit een groepje gelovigen, ontstaan uit de zendingsbeweging van Johan Maasbach, te snakken naar een nieuwe voorganger. Sipke kan met zijn vrouw Tiny in een mooi groot huis, voor een lage huur, als hij bereid is als onbezoldigd voorganger op te treden. Hij wil niets liever.
In het begin zijn ook de mannen zeer van de nieuwe voorganger gecharmeerd. Hij spreekt met gezag en durft de dingen bij hun naam te noemen. Ze schrijven zich de vingers blauw aan zijn bijbelverklaringen. 'Netter schrijven! Dit zijn woorden Gods!' En Vrieswijk duldt geen tegenspraak, dat is van het begin af duidelijk. Van het verleden van de nieuwe voorganger is weinig bekend. Eerst weet niemand dat hij van zijn eerste vrouw gescheiden is, maar als dat bekend wordt, doet hij er niet geheimzinnig over. Na de scheiding woonde hij geruime tijd samen met een prostituée. Als dát wordt verteld, ontkent Vrieswijk. 'Laster!', zegt hij, en hij heeft er ook een verklaring voor: 'De duivel werkt op volle toeren, want er staat een geestelijke opwekking te wachten. En dat blieft die voze boze niet. Vandaar!'
Na verloop van enige tijd bestaat de groep uit zo'n zeventig mensen. Veel mensen die erbij hoorden voordat Vrieswijk kwam, zijn dan al vertrokken: ze moeten niets hebben van dat autoritaire gedoe. Ook John N. moet eerst niets hebben van dat groepje, maar zijn vrouw Rianne bespeelt er het orgel en zeurt maar aan zijn hoofd. 'Ga nou toch eens mee!' Als Vrieswijk hem thuis komt bezoeken, na een begroeting met een daverend 'Halleluja!' is John verkocht. Vrieswijk legt hem uit dat God elke dag met hem spreekt. 'Dat is het allerbeste! In een paar minuten bij God leer je meer dan in jaren aan de universiteit! In feite weet ik meer van de Bijbel dan een professor!'
Maar van verzekeren heeft hij minder verstand. Vrieswijk wordt een jaar na zijn komst al ontslagen. De gemeenteleden besluiten hun voorganger van een salaris te voorzien. De toestroom van gelovigen uit de hele omgeving, maar vooral uit Werkendam, Krimpen aan den IJssel en Maassluis, verandert het karakter van de samenkomsten. Enkelen zijn psychisch erg in de war. Bijna elke keer ligt er wel iemand op de grond te krijsen. Vrieswijk gebruikt dat gegeven om een van de grootste obstakels uit de weg te ruimen. Hij wijst 'zwakkeren in het geloof' aan die de strijd tegen de demonen niet aankunnen en beter weg kunnen blijven. Daarbij hoort ook de moeder van John Naaktgeboren.
Vóór de komst van Vrieswijk was zij de drijvende kracht van de kleine gemeente, nu is ze 'geestelijk zwak en ondermaats'. Er komt onrust en op twee na vertrekken alle leden van het oorspronkelijke groepje. Moeder N. is boos en stapt naar de krant: 'Die man is een gevaarlijke fantast!' John moet zelf wraak nemen. Hij wacht zijn ouders op als ze terugkomen van het winkelen. Pa duwt de rolstoel van zijn vrouw. Nu komt het er voor John op aan, durft hij te laten zien aan wiens kant hij staat? Hij rent op de oudjes af en met een flinke mep slaat hij de hoed van het hoofd van zijn vader. 'Beroerde zeurpieten. Hou op met jullie laster. Ik waarschuw je!' En weg is John.
Vrieswijk doseert zijn gif listig. Hij zorgt ervoor dat de relaties van de gemeenteleden met hun familie en vrienden zwakker worden. Dat gaat bijna ongemerkt: de gemeente slokt al hun vrije tijd op. Doortrapter nog zijn de zogenaamde diepgaande pastorale gesprekken die hij met iedereen persoonlijk houdt. Hij hoort mannen uit over hun vrouwen, vrouwen over hun mannen, kinderen over hun ouders en vrienden over elkaar. Zo hoort hij van alles over erfenissen, spaarrekeningen, irritaties, angsten, zonden en seksuele zaken. Maar hij houdt wijselijk een hele tijd zijn mond.
Al gauw zijn de betrokkenen het vergeten, maar Vrieswijk niet. 'De Heer toont me dat er hier iemand is met drieduizend gulden op de bank. Hij doet alsof de Heer dat niet weet. Hij durft er met zijn broeders niet over te praten. Zou voor de Allerhoogste iets verborgen zijn? Broeder, je hebt dat geld niet nodig. De Heer zal voor je zorgen. Dat geld is voor de gemeente. Breng het waar het hoort. Er is geen bank zo safe als de bank van de hemel. De Here betaalt jouw rente op tijd. Geef Hem toch een kans jou rijkelijk te zegenen!'
Tot ieders verbazing komt er iemand naar voren. 'Dat ben ik! Ik heb gezondigd. Het spijt me verschrikkelijk. Het liet me al niet met rust!' En het geld komt er. Anderen, beducht voor zulke plotselinge openbaringen, duikelen ook nog duizenden guldens op. Want God heeft haast! Zulke profetische inzichten komen nogal eens voor. 'Er is iemand onder ons, die de Here besteelt!' Eén keer weet de broeder zelfs iets te vertellen over iemand met vieze boekjes. 'De Heer kijkt ook in je boekenkast, hoor. Hij ziet die lektuur wel, die je achter die dikke encyclopedieën hebt verstopt!' De zondaar staat op.
Bij een andere gelegenheid zegt Vrieswijk: 'Jullie dachten op vakantie te gaan? Ver van de gemeente. Ver van de Here. Maar de Here zegt dat Hij dat niet zal toelaten. Zijn geld hoeft niet verspild te worden aan de Rivièra. Wat dacht je daar trouwens te vinden? Denk je dat je geest gevoed wordt met al die blote vrouwen?' Een vrouw fluistert zo hard tegen haar man dat iedereen het kan horen: 'Deze profetie is voor ons. We kunnen God toch niet tekort doen? Ik had toch al geen zin in vakantie. Ik kan de gemeente niet missen. Maar naar mij wil je niet luisteren. Nu hoor je het van de Here!'
Gaandeweg moeten vooral de mannen het ontgelden. 'Laat me je handen eens zien. Ja, alle mannen. Erik, jij ook. En naar me kijken hè. Dan zal ik het jullie haarfijn vertellen. Want je kunt God niet voor de mal houden, stelletje slapjanussen!' Dit is in het kader van zelfbevrediging, 'dat is een invalspoort voor de duivel, vergeet dat niet!' Die duivel zit overal, de enige die zich vrijwel zuiver kan houden is Vrieswijk zelf. 'Maar dat is een hele strijd, dat kan ik jullie verzekeren!' Voor één man wordt het wel erg pijnlijk. 'Zelfbevrediging is één ding,' zegt de broeder tegen hem, 'maar er zit nog iets!' Blijkbaar weet Vrieswijk ook al dat hij ooit met de zedenpolitie in aanraking is geweest...
In 1982 wordt Vrieswijk de huur opgezegd in 's-Gravendeel en betrekt hij met zijn getrouwen een oud klooster in Velddriel, in de Bommelerwaard. De leden hebben bijna al hun spaartegoeden ingeleverd, in totaal komt er ruim een half miljoen gulden aan schenkingen binnen. In de beslotenheid van het klooster werkt Vrieswijk langzaam toe naar zijn grote doel. De mannen blijven volgens hem achter in hun geestelijke ontwikkeling. Ze moeten dan ook achterin de zaal plaats nemen, op klap-stoeltjes. De goede stoelen zijn voor de meer gevorderden: Selma, Aagje en Lisette. Zijn echtgenote Tiny schuift steeds verder naar achteren.
Vrieswijk heeft tegen Selma verteld: 'Wat ik met dat mens moet lijden! Dat is met geen pen te beschrijven! Met de dag krijgt de duivel haar meer in zijn greep. In bed heb ik ook niks aan haar. Dat doe jij vast wel beter, hè?' Het begint de profeet steeds meer te dagen waaruit zijn hoge roeping bestaat: hij heeft een unieke taak te vervullen, hij is een van de twee getuigen van de eindtijd. Hij weet nog niet wie de andere is, alleen dat de twee getuigen een nauwe band met elkaar zullen hebben. 'Binnenkort zal ik haar, eh, of hem, aan jullie kunnen voorstellen!' Hij kijkt net iets te nadrukkelijk in de richting van Aagje, Tiny kijkt verbeten.
Een dag later polst Vrieswijk zijn tot dan toe trouwste mannelijke volgeling John. 'Tiny wil nooit,' zegt Vrieswijk, 'ik ben ook een man. En juist in mijn positie kan ik die spanning niet hebben. Maar God gaat ingrijpen. Niet alleen voor mij hoor. Voor ons allemaal.' John's reactie is waarschijnlijk niet begrijpend genoeg: de volgende dag wordt hij van het terrein verbannen. Als hij om tien uur 's avonds berouwvol terugkeert, wil hij Vrieswijk spreken. Hij loopt met Lisette mee naar de slaapkamer van Vrieswijk. Lisette klopt aan. Het blijft lang stil. Ze horen een bed kraken. Dan voetstappen. De deur gaat open. 'We waren net in gebed!' Het hoofd van de broeder is vuurrood. Aagje komt erbij. 'Ze waren aan het bidden,' zegt Lisette tegen John.
Aagje knikt bevestigend. Ze draagt een roze nachtpon onder een haastig omgeslagen doek. Is dat de gebruikelijke gebedskledij? John kijkt naar Aagje. Ze draagt geen beha. 'Vuilak!' denkt hij bij zichzelf. Aagje draait zich om en geeft Lisette instructies. Een groot dienblad staat al snel vol pasteitjes, toastjes en zalm. 'Warm ook nog maar wat gehaktballen op. De nacht duurt nog lang!' Nog even kijkt John als Aagje de keuken uitloopt. Dan ziet hij pas goed hoe kort haar nachtpon is, en hoe doorzichtig. Wat moet die ouwe bok? Bidden of schransen? En wat moet zijn zwoele dienares daarboven? Of zal hij haar mooie vormen niet opmerken?
Vrieswijk is behoorlijk van God los, maar hij is niet helemaal achterlijk: hij voorziet problemen met zijn echtgenote Tiny. Dus moet zij verdwijnen. Gelukkig passen de boodschappen van de Heer precies in zijn straatje. 'We krijgen zwaar weer! De Here heeft me geopenbaard dat we binnenkort afscheid van Tiny moeten nemen. Mijn lieve Tiny! De duivel heeft mijn vrouw misbruikt om mijn geloof te verzwakken. We zitten midden in een geestelijke veldslag! Mijn ziel wordt verscheurd. Ze heeft het onheil over zichzelf afgeroepen. Sterven zal ze! Sterven!! STERVEN!!! Zo spreekt de Here!'
De stem van de broeder wordt steeds feller. Zijn vervloekingen zijn als donderslagen. Ieder moet bidden voor een spoedig overlijden van Tiny. 'Dat is voor iedereen het beste! Ik heb geweend op mijn blote knieën om het oordeel van haar af te nemen. Jullie moesten eens weten dat ik bijna geen nacht meer slaap. Ik bezwijk hier nog onder!'
Als Tiny ondanks alle bedreigingen, treiterijen en opsluiting niet dood wil, wordt ze naar een familielid gebracht. Al haar spullen worden verbrand. Als een van de zoons, die uit dienst komt, vraagt waar zijn moeder is, wordt Vrieswijk woest. Niemand wil zeggen waar Tiny is, de zoon is ervan overtuigd dat ze haar vermoord hebben en dat ze in de tuin van het klooster begraven ligt.
Nu Tiny weg is, meent Vrieswijk dat de kust vrij is. Selma moet komen, het gaat om een belangrijke geestelijke zaak. Selma krijgt weer hoop. Komt ze toch nog in aanmerking voor de felbegeerde positie als tweede getuige? Ze wordt verwelkomd in een ruime slaapkamer. Aagje is er ook. 'Kom maar op het bed zitten,' zegt de profeet, 'die stoelen zijn zo hard.' Hij gaat zelf maar vast liggen. Dat vindt ze toch niet erg? Hij is een beetje moe. Zij mag ook wel gaan liggen. Maar dan niet met die jurk aan. Die zou teveel kreuken. 'Klopt dit wel?' vraagt Selma. Het is nogal vreemd en verwarrend. 'Je hart is niet zuiver! Anders zou je hier niets achter zoeken! Voor de reinen is alles rein!'
De broeder verwijst naar het vreselijke lot van Tiny, die ook niet wilde luisteren. 'Selma, probeer me niet te doorgronden met je zelfzuchtige verstand. Dat maakt je ijdel en jaloers. Je kunt de wegen van God niet begrijpen.'
Dat moet ze toegeven.
'Ik kom er ook in,' zegt Aagje. 'Toe maar...'
'Ik voel me zo dicht bij God, met jullie!' Vrieswijk kijkt eens naar links. Hij kijkt eens naar rechts. Wie wordt de echte uitverkorene? De broeder doet niets zonder gebed. 'In de wereld kunnen de mensen niet zo met elkaar omgaan. Alles is daar onzuiver. Maar ware liefde bouwt een mens op. Voel je niet hoe wij samen sterker worden?'
Na afloop voelt Selma alleen maar schaamte en woede. Ze gaat niet terug naar het klooster, maar naar huis, naar Krimpen! Midden in de nacht vertelt ze wat er gebeurd is tegen haar echtgenoot Frits. 'Heb je het met hém gedaan?' Hij krijgt bijna een hartstilstand. 'Hou je mond. Je liegt!' Hij heft zijn handen in wanhoop op. Dan wil hij niets meer horen. Even later begint hij te schelden. Stilte. Een lange, pijnlijke stilte. Al die tijd huilt Selma. Dan begint ook Frits te huilen. De waarheid dringt tot hem door. 'Is Vrieswijk er zó eentje!'
De volgende dag gaan ze samen naar het klooster om de anderen te waarschuwen. Selma's venijn richt zich vooral tegen Aagje. 'Die vuile teef zat steeds aan mijn borsten!' De mannen worden rood van schaamte en groen van ellende. Het lijkt of alle stoppen doorslaan. Wie durft zulke dingen zelfs maar te zeggen? Ze besluiten dat dit het einde is. Met z'n zevenen hebben ze op een neutrale plek een ontmoeting met Vrieswijk, die hen uitbundig trakteert op koffie en gebak. Hij probeert hen nog om te praten. 'Jullie kunnen niet alles van mij volgen. Als jullie ernstiger waren geweest in je gebeden, hadden jullie nu geen problemen. Dit is de uitwerking, diep in mijn ziel, van de wet van de Geest des levens.'
'Je praatje deugt niet,' zegt Woudstra scherp. 'Je hebt met je vieze vingers aan Selma gezeten. En wat moet je met Aagje? Die is getrouwd, weet je wel? Die hoort bij haar zieke man te zijn!' Na ruim een uur discussiëren leggen vier mannen hun lidmaatschap neer, de andere drie blijven. De achterblijvers zijn de war, de profeet besluit tot een serie studies over zijn nieuwe inzichten. 'Het staat allemaal in de Bijbel!' Opnieuw kan hij rustig werken aan de opbouw van de gemeenschap.
Zijn preken krijgen iets sensueels. 'De penetratie van Jezus in Maria van Magdala was heel diep en heel teer. Daar zijn jullie niets bij, mannen. Ik heb jullie geobserveerd. Maar ik heb liever een volbloed Arabier. Die zijn hitsig. Die kunnen wel drie of vier vrouwen gelukkig maken. Jullie zelfs niet één. Dat is een teken van geestelijke zwakte! Het zal erop uitlopen dat jullie vrouwen je niet meer moeten. Geen zorgen! Als jullie weg zijn, ben ik er nog. Ik zal ervoor zorgen dat het hen aan niets ontbreekt. Eten, drinken, gezelligheid en het bed. Ik heb alles voor ze over. Dat kunnen jullie niet zeggen!'
De harde kern is inmiddels zo gehersenspoeld dat álles van Vrieswijk wordt geaccepteerd, ook de seks met minderjarige meisjes. Petra van elf mag logeren bij haar vriendinnetje in het klooster. Het is haar hartewens zendelinge te worden. Daar moet je veel voor leren, zegt de profeet, hij zal wel wat tijd voor haar vrijmaken, hij kende de bijbel beter dan wie ook. Eerst de vrijdagavondsamenkomst. Dan naar de kamer van haar vriendinnetje.
'Ga je eerst maar douchen,' zegt zuster Lieneke. De badkamer is naast de slaapkamer van de profeet. 'Smeer maar een lekker geurtje op je. Kleed je hier maar uit.' Maar dat wil Petra niet. Uitkleden hoort achter een dichte deur. 'Wij schamen ons hier niet voor elkaar!' zegt de profeet. 'Trek jij je kleertjes maar uit. Dat zijn we gewend. Je bent toch niet bang voor ons?' Ze voelt zich knap onbehaaglijk. Erg bekeken. Daar houdt ze niet van. Nog gekker! Ze moet tussen die twee grote mensen in liggen. Ze blijven maar plukken en strelen en knijpen en kussen. 'Vind je het niet heerlijk? Jij bent een lief bruidje van Jezus Christus. Hij gaat jou gebruiken, dat merken we aan alles!'
Petra ligt versteend van schrik tussen die twee in. Ze dwingt zichzelf vol te houden. Net als bij de tandarts. 'Dan wil ik de zending in!' Ze hoopt het gesprek op iets anders te brengen, maar het lijkt of ze niks horen. 'Nu moet je dat ook met ons doen. Ik doe het je nog één keertje voor! Dat is fijn voor de broeder! Dan spreekt de Here tot hem. En tot jou ook!'
Het meisje houdt vol. Met de moed der wanhoop. Ze begrijpt niet wat er gebeurt. Ze is bang. 'Au' roept ze opeens hard. Vrieswijk wordt boos. 'Je moet de Here prijzen, en niet zo kleinzielig doen!'
Twee dagen lang moet ze op die kamer blijven. Haar vriendinnetje ziet ze niet. Aan het einde van de logeerpartij krijgt ze instructies. 'Je mag hier niets van zeggen. Aan niemand. Ook niet aan je ouders. En over een tijdje mag je weer logeren. Dan groei je in de Here.'
'Mag ik dan de zending in?'
'Ja hoor, maar je moet nog wel veel leren!'
Ongeveer eens per maand mag Petra 'logeren'. Ze went aan de vieze spelletjes. Ze is niet de enige. Acht tot tien meisjes worden op dezelfde wijze behandeld, maar dat wil niet zeggen dat de vrouwen nu buiten schot blijven. Vaak worden er twee tegelijk bij het profetenstel ontboden. Zo maar ineens. Ze krijgen het nieuws soms te horen via de intercom, binnen tien minuten moet je dan present zijn. Later moet ieder eerst een beker sterke drank drinken. Nog weer later komt er hasj bij.
En de mannen? Vrieswijk noemt hen 'ongeestelijk en wellustig', maar laat hen niet helemaal in de kou staan. Soms moet er zich één bij Amantha melden. 'De Heer zegt dat jij straks bij zuster Manijah moet zijn!' De boodschappen komen ongeregeld. En dan gaat zo'n man. Soms opgewekt, soms met tegenzin. Liefde laat zich niet dwingen. Zo kan hij werken aan zijn eigen geestelijke vooruitgang, daar heb je de liefde van een zuster bij nodig.
De banden tussen de echtparen worden steeds losser gemaakt. Het huwelijk belemmert het contact met Christus. Bovendien staan vrouwen veel meer open voor de Geest, zegt Vrieswijk. Als ze te intiem omgaan met hun eigen mannen, zal alles wat Vrieswijk heeft opgebouwd weer teniet worden gedaan. Na 1990 zijn alle huwelijken kapot.
Eens, in 1991, wil zuster Erica niet meebidden. Ze is jaloers op een andere zuster. Die 'mocht' de vorige nacht wel. En het was eigenlijk haar beurt. Ze kan niet meebidden. Ook niet als de profeet dreigend zegt: 'Bidt! De Here zegt: bidt!' Ze gaat erger huilen. 'Je moet gestraft worden spreekt de Here der heerscharen! Naar het kippenhok!' En daar zit ze. Drie dagen en drie nachten. Kippenstront in haar haren en tussen haar vingers. Tot de profeet vindt dat het genoeg is. 'Nu kan de Here je weer vrijlaten. Zie je nu hoe Hij denkt over betweters?'
In 1992 is het ineens afgelopen in Velddriel. Vrieswijk verdwijnt met enkele naaste medewerksters naar Israël. Dankzij de verkoop van het klooster heeft hij een fors kapitaal bij zich. Tegen zijn volgelingen beweert hij dat hij naar Jeruzalem moet om van daaruit de boodschap te verkondigen, in werkelijkheid zitten de belastingdienst en de Kinderbescherming hem achter de broek. Terwijl de profeten in een luxueus appartement in weelde baden, wordt er nog altijd geld overgemaakt van de inmiddels in pure armoede verkerende achterblijvers. Elke stuiver die kan worden bespaard, is bestemd voor het goede doel: de bekering van Israël...
Als Vrieswijks visum afloopt, verkast hij naar Zweden en van daar naar Cyprus. In Nederland is er intussen een aanklacht ingediend wegens ontucht met minderjarigen. Kort daarna wordt Vrieswijk aangehouden en naar een Nederlandse gevangenis gebracht. Op 3 december 1997 staat hij samen met Aagje terecht in Arnhem.
'Uw namen?' vraagt de rechter.
'Profeet Jesaja en profetes Aïda.'
Na enige aandrang noemen ze hun aardse namen. De rechter wil weten of de aanklacht klopt.
'Volgens uw recht wel, meneer!'
Vrieswijk geeft alles grif toe. Ontucht en aanranding, luidt de aanklacht.
'Vindt u dat niet erg, meneer?' De rechter kan er niet bij.
Vrieswijk: 'In de wereld zou dit schunnig zijn. Daar staan wij boven. Dit was geestelijke heerlijkheid.'
De rechter: 'Maar waarom dan die aanklachten? Zo prettig lijken die meisjes het niet te hebben gevonden.'
Vrieswijk: 'Ik kan u verzekeren dat het verheven momenten waren. Ze hebben gejuicht, gedankt en God geloofd. En wij ook! Het zal hun nog opbreken dat ze zich hebben verlaagd tot zo'n lage aanklacht! Sterven zullen ze, zo spreekt de Here. Niet ik zeg dat, de Here! Ze verwerpen Hem, niet mij!'
Vrieswijk is onderzocht in het Pieter Baan Centrum in Utrecht. Bij de meeste slachtoffers zijn de ogen opengegaan. Ze begrijpen niet hoe ze zich zo hebben kunnen laten meeslepen en schamen zich kapot. Met de meeste verbroken relaties is het niet meer goed gekomen, het lijkt erop dat iedereen een enorme angst heeft zich opnieuw emotioneel te binden aan wie dan ook.
De gegevens komen uit het boek 'Als het zoete bitter wordt' van Bram Krol. Uitgeverij Gideon Hoornaar; het boek is mogelijk nog via www.bol.com verkrijgbaar, maar dan alleen als tweedehands. |