(reportage uit Nieuwe Revu, juni 2007)
VALSE STREKEN

Ongeveer twintig procent van de schilderijen die via de Nederlandse veilinghuizen wordt verhandeld, is vals. Er zijn maar weinig mensen die zich daar druk over maken: als je de pech hebt zo’n kat in de zak te hebben gekocht, probeer je ‘m zo snel mogelijk te verhandelen, vooral niet zelf ermee te blijven zitten. Oud-politieman en voormalig kunstverzamelaar drs. Johan L. Meijering (60) uit Groningen komt nu in het geweer tegen dit soort praktijken. Zelf ging hij voor tienduizenden euro’s het schip in met ‘valse Altinks’, door de man die hij als zijn allerbeste vriend beschouwde. Volgende week (13 juni)buigt de rechtbank in Assen zich over zijn schadeclaim.
(Aanvulling: de zaak is verdaagd, de zaak staat nu voor 25 juli op de rol. Op 5 juli heeft Meijering zijn rapport overhandigd aan de Groningse commissaris van de koningin Hans Alders)
"In Frankrijk worden valse schilderijen in beslag genomen en vernietigd, Nederland kent dat niet. Het is hier alleen verboden een valse handtekening te zetten, er staat nergens dat het verboden is in valse schilderijen te handelen. Dat is een leemte in de wet."
Kunstmakelaar en taxateur Auke van der Werff weet als geen ander wat er in Nederland aan schilderijen wordt verhandeld, maar de hoop dat er paal en perk wordt gesteld aan vervalsers heeft hij allang opgegeven: "Er zijn veel mensen geweest die zich hiermee hebben beziggehouden, maar men wil er niet aan."
Zelf speelt hij een rol in de zogenaamde Altink-affaire: hij stelde voor kunstschilder Cor van Loenen uit Beilen een taxatierapport op voor een paar schilderijen van de Groningse schilder Jan Altink. Van der Werff: "Ik had die dingen in eerste instantie gezien, ik dacht: er klopt iets niet, maar wat klopt er niet? Ik vertrouwde Van Loenen toen nog, ik heb tegen hem gezegd: ‘Ik maak een voorlopig taxatierapport, voor de verzekering, dan spreken we af dat we binnen drie maanden met een aantal experts bij elkaar komen.’ Het zat me toch niet lekker, ik heb eronder geschreven: niet voor juridische en commerciële doeleinden te gebruiken. Ik heb nooit meer iets van hem gehoord. Driekwart jaar later krijg ik een telefoontje van iemand: "Ik heb een schilderij van Altink, met een rapport van u erbij, dat komt bij meneer Van Loenen vandaan." Ik zeg: hoho, op dat rapport staat: ‘Niet voor commerciële en juridische doeleinden te gebruiken.’ Dat stond er dus niet meer op, hij had alleen een kopie. Meneer Van Loenen heeft vanaf het begin lopen sjoemelen met mijn rapport."
De eerste Altink-affaire speelt in 1992: het Drents kunstenaarsechtpaar Cor en Corrie van Loenen wordt verdacht van het vervalsen van schilderijen. Bij een veiling van Sotheby's in Amsterdam worden op het laatste nippertje ‘valse Altinks’ teruggenomen. Er wordt een inval gedaan in de boerderij van Van Loenen, er worden 31 schilderijen in beslag genomen. Van Loenen kan geen goede verklaring geven voor de herkomst van de kunstwerken, maar justitie slaagt er niet in het bewijs te leveren dat Van Loenen niet te goeder trouw heeft aangekocht, of dat hij de betreffende werken zelf heeft geschilderd en er de naam Jan Altink onder heeft gezet.
Twee door het Gerechtshof Amsterdam benoemde getuige-deskundigen verklaren onafhankelijk van elkaar dat 28 van de 31 in beslaggenomen werken vals zijn. Niettemin loopt het met een sisser af: justitie slaagt er niet in het bewijs rond te krijgen, de omstreden werken worden teruggegeven aan Van Loenen en hij krijgt een schadevergoeding. Het heeft wel even landelijke publiciteit getrokken, paginagroot in De Telegraaf en regionaal sudderde het nog enkele maanden door, maar daar bleef het bij.

Het zou bijna tien jaar duren voor er opnieuw een kwartje valt. In juni 2002 komt de Groningse kunstverzamelaar Johan Meijering (foto) erachter dat er iets mis is met een aantal schilderijen die hij van zijn goede vriend Cor van Loenen heeft gekocht. Meijering: "Ik wist niks van die eerste affaire. Ik had Van Loenen in 1998 leren kennen. Ik bewonderde hem als schilder, en als mens. We voerden diepzinnige gesprekken, we waren vrienden voor het leven, intimi. Ik voel me zo ontzettend gebruikt. Hij heeft - samen met zijn eega – precies het moment uitgezocht waarop hij dacht: nu is de kust veilig, nu kan ik met die Altinks op de proppen komen."
Uiteindelijk gaat Meijering voor zo’n 65.000 gulden het schip in. Alle tien van Van Loenen aangekochte werken blijken zo vals als een kraai. Onafhankelijk van elkaar komen taxateurs tot die conclusie, maar bij justitie vangt Meijering bot. "De officier van justitie zei dat hij er ook wel van overtuigd is dat het om oplichting gaat, maar dat het laatste stukje technisch bewijs ontbreekt. Ze hebben er gewoon geen donder aan gedaan. En de politie zegt: ‘Het is een kwestie van budgetten en prioriteiten.’ Dat is een aantasting van mijn rechtsgevoel, een uitholling van ons rechtssysteem. In hoger beroep is de zaak geseponeerd. Het minste dat ze hadden kunnen doen was Auke van der Werff als getuige horen, maar zelfs die moeite hebben ze niet genomen."
Meijering laat het er niet bij zitten: hij heeft een civielrechtelijke procedure aangespannen waarin hij 150.000 euro eist: voor de tien valse werken, rente, buitengerechtelijke kosten en emotionele schade. De zaak staat voor 13 juni op de agenda bij de Rechtbank in Assen. Verder heeft Meijering een initiatiefgroep in het leven geroepen van zeven mensen die zich gaan inzetten voor de bestrijding van valse kunst. Er komt een stichting die diverse activiteiten aan het voorbereiden is met betrekking tot het fenomeen ‘valse kunst’.
Ook wordt er een fonds opgezet, waarvoor Meijering zelf alvast een donatie heeft gedaan van 25.000 euro. "Laten we deze plaag stoppen, dat echtpaar uit Beilen is al vijftien jaar bezig, iedereen weet het, maar niemand doet iets."
Echt of vals?
"Ik ben het slachtoffer geworden van de incompetentie van deskundigen," zegt Cor van Loenen, die volhoudt dat de omstreden werken echt zijn: "Als één taxateur kraait dat iets vals is, lopen ze elkaar allemaal achterna." Hij zegt het te kunnen staven met studies en rapporten. Johan Meijering ziet hij als een ‘gewiekst zakenman’ die misbruik heeft gemaakt van zijn vertrouwen: hij had de betreffende schilderijen niet mogen doorverkopen.
Taxateur Auke van der Werff is ervan overtuigd dat de omstreden werken door Van Loenen zelf zijn geschilderd. "Die dingen zijn van zijn hand, punt. Klaar, 100 procent. Hij is een pathologische leugenaar, hij gelooft in zijn eigen leugens, die man is echt ziek. Daar kan hij niks aan doen, maar wat hij doet, dat mag niet. Er is geen mens die er nog aan twijfelt dat hij ze gemaakt heeft."
Hierop kwam nog weer een reactie van Cor van Loenen binnen, die in Nieuwe Revu kort is weergegeven. Hier wat uitvoeriger.
Over vals gesproken!
Auke van der Werff gaf een positieve taxatie af en kende hoge waarden toe aan de schilderijen, ‘naar beste kennis en weten’ (zoals onder het taxatierapport vermeld staat). Het ging niet om een – zoals hij nu beweert- voorlopig taxatierapport. Hij zegt nu dat hij ervan overtuigd is dat het voor 100 procent om valse werken gaat, nota bene door mij geschilderd. Over vals gesproken! Dat mijn stijl van schilderijen in sommige opzichten raakvlakken met het werk van enkele Ploegschilders heeft, zoals sommigen in de kunstwereld beweren, wil natuurlijk niet zeggen de omstreden schilderijen van mijn hand zijn.
Het Gerechtelijk Laboratorium in Rijswijk heeft aan de hand van het materiaalonderzoek geen aanwijzingen verkregen dat de schilderijen uit de eerste ‘Altink-affaire’ vals waren. De zogenaamde deskundigen onderbouwen hun mening niet met steekhoudende argumenten.
De rechtbank in Assen stelt in een tussenvonnis dat ik de stellingen van de deskundigen, betreffende de valsheid van de schilderijen, gemotiveerd heb betwist.
Ik heb uitvoerige studies in het geding gebracht, waarin ik de bevindingen van de deskundigen gedetailleerd heb weersproken. Johan Meijering voelt zich in het nauw gedreven doordat zijn klachten bij het gerechtshof in Leeuwarden niet ontvankelijk zijn verklaard, hij probeert hij nu op slinkse wijze de publiciteit te beïnvloeden door een onjuiste voorstelling van zaken te geven. Meijering heeft de bewuste tien schilderijen op eigen initiatief laten opknappen en met positieve taxaties doorverkocht, met 50.000 euro winst.
Conclusie: onafhankelijk van elkaar hebben beëdigde taxateurs unaniem de bewuste schilderijen goed bevonden, zolang ze niet wisten dat de werken uit de collectie van Van Loenen afkomstig waren.
Aldus, samengevat, de reactie van Van Loenen.

Jan Altink en De Ploeg
Jan Altink (1885-1971) uit Groningen was een veelzijdige schilder uit het Hollandse Expressionisme. In 1918 stond hij aan de wieg van Groningse kunstenaarsgroep De Ploeg, die nog altijd bestaat. Het expressionisme van De Ploeg stak een beetje uit boven het provinciale en nationale karakter van het Nederlandse expressionisme uit die tijd, het had een internationale allure. De bloeitijd van De Ploeg was van 1921 tot 1930.
Cor van Loenen schildert in de stijl van Altink. Volgens Auke van der Werff is er geen enkele twijfel over dat de omstreden Altinks van de hand van Van Loenen zijn: "Het vervelende met Jan Altink is dat hij een sterke periode heeft gehad, maar ook een hele periode waarin hij uitermate zwak werk heeft afgeleverd. Sommige dingen die Van Loenen heeft gemaakt zijn beter dan een slechte Jan Altink, maar ze zijn gewoon niet echt."
Volgens experts is onder anderen het schilderij hiernaast, Gronings dorp, niet zoals de handtekening vermeldt van Jan Altink, maar van de hand van Cor van Loenen
|