(Reportage uit Nieuwe Revu, september 1999)
Voor kinderprostitutie hoef je niet meer af te reizen naar een Aziatisch land: ook in Nederland behoort seks met een minderjarige tot de mogelijkheden. Vanuit Nigeria belanden steeds meer, en steeds jongere, meisjes in de seksindustrie. Soms komen ze binnen via de asiel-procedure, maar vaker nog kunnen ze meteen aan de slag. Een voorzichtige schatting van de stichting Terre des Hommes gaat uit van zo'n vierhonderd minderjarige Nigeriaanse prostituees die in Nederland zouden werken. Die conclusie wordt onderbouwd door een grootschalig onderzoek en een lijvig rapport dat deze week aan het ministerie van Justitie wordt aangeboden. Via undercover-informanten wist Terre des Hommes met minderjarige prostituees, cliënten en handelaren in contact te komen. Ook werden er in Nigeria ouders benaderd van meisjes die in Nederland tewerk worden gesteld. De meisjes - veelal analfabeet - komen uit arme families in de Nigeriaanse provincies Edo en Delta.
Merel Hoogendoorn, onderzoekster van de stichting Terre des Hommes, trof onder de de klanten behalve Nederlanders, ook veel toeristen aan. De benaderde mannen noemden seks met minderjarigen 'een lang vergeten droom die uitkomt: we onderhandelen wat over de prijs, en dan vermaken we ons voor peanuts'. Tevens waren ze goed te spreken over de risico's: 'De pakkans is te verwaarlozen.' Merel Hoogendoorn: "Niet alleen pedofielen kiezen voor jonge meisjes, ook onder 'gewone' klanten zijn ze gewild. Dit omdat ze makkelijker te dwingen zijn tot experimentele seks. Seks die vaak het karakter van een verkrachting heeft, en dikwijls wordt opgenomen met videocamera's."
Dat vrouwen naar Nederland worden gehaald om te werken in de prostitutie is niks nieuws. De dalende leeftijd van de prostituees is echter een trend van de laatste jaren. "Over de hele wereld kiezen klanten voor jongere meisjes, dat zie je ook in Thailand," zegt cultureel antropologe Liesbeth Venicz, die in opdracht van het ministerie van Justitie onderzoek deed naar prostitutie bij minderjarige meisjes. Angst voor geslachtsziekten noemt ze als één van de redenen voor de vraag naar jonge meisjes. "Hoe jonger het meisje, hoe minder kans op aids, schijnen mannen te denken. Maar wat ook meespeelt is dat jonge meisjes er nou eenmaal aantrekkelijk uitzien."
Alle meisjes waar Terre des Hommes contact mee wist te leggen, werkten zonder condoom. Dit om meer geld te kunnen vragen voor hun diensten. Op één dag verdient een meisje al snel 600 tot 1000 gulden. Dat geld wordt echter direct afgestaan aan de handelaars, die grof geld verdienen aan de jonge prostituees. In Nigeria worden de ouders van de meisjes benaderd door handlangers van de kinderhandelaars. Ze beloven de dochter een betere toekomst in Europa: als hulp in de huishouding, of als serveerster in een restaurant. Voor de overtocht en de benodigde papieren moet echter wel een fors bedrag worden neergeteld.
Dat de ouders zoveel geld niet kunnen betalen, vormt geen probleem: binnen een paar jaar kan hun dochter de kosten aflossen. De hoogte van de schuld bedraagt meestal zo'n 45.000 tot 80.000 gulden. "Er wordt wel gezegd dat de dochter dat bedrag binnen een paar jaar terug kunnen verdienen, maar dat duurt uiteindelijk veel langer," zegt Merel Hoogendoorn. "De handelaars zijn meestal niet of nauwelijks georganiseerde Nigerianen. Er is geen sprake van een maffia. Ze werken zelfstandig of in kleine groepjes. Behalve mannen werken ook vrouwelijke ex-prostituees als handelaar. Dit zijn de zogenaamde 'madams'."
De overeenkomst tussen de handelaar en het meisje wordt in Nigeria, en soms ook in Nederland, bekrachtigd door een voodoo-priester. Komt een meisje die voodoo-overeenkomst niet na, dan roept ze ziekte en dood over zichzelf en haar familie af. Ronselaars hebben dankzij die zwarte magie totale controle over de meisjes. Zelfs als die weten te ontsnappen uit het prostitutie-circuit, lossen ze nog steeds hun schuld af - uit angst voor eventuele voodoo-represailles.
Sommige handelaars zijn tevreden wannneer de schuld wordt afbetaald. Bij anderen kan de schuld slechts hoger worden: kamerhuur, cadeau's voor de madam, sancties voor ongehoorzaamheid - op allerlei manieren worden de meisjes kaalgeplukt. De groep die de schuld wel af weet te betalen, besluit in regel nog een paar jaar voor zichzelf te werken, om niet met lege handen terug te keren. Meisjes die niet genoeg opbrengen worden doorverkocht, vaak zonder dat ze het zelf weten.
Met valse, of geleende, papieren komen de Nigeriaanse meisjes Nederland binnen. Lopen ze op Schiphol onverhoopt tegen de lamp, dan komen ze in een opvangcentrum terecht. De kinderhandelaars weten dat alleenstaande minderjarigen in Nederland niet zomaar teruggestuurd worden, en pikken de meisjes na verloop van tijd op uit het opvangcentrum. Merel Hoogendoorn is cynisch over de rol van de opvangtehuizen: "Voor de mensensmokkelaars fungeren asielzoekers-centra als een soort 'parkeerplaats'. De goedkoopste manier om de meisjes een paar weken kwijt te zijn: stop ze in de asielzoekers-procedure."
Niet alle Nigeriaanse meisjes komen via Schiphol het land binnen, een hoop bereiken Europa via Italië, om vervolgens met de auto door te reizen naar Duitsland, België of Nederland. Volgens Merel Hoogendoorn is het vrij makkelijk om bij de Italiaanse ambas-sade in Nigeria een visum te regelen, als je maar genoeg smeergeld betaalt. In het zuiden van Italië tref je dan ook veel kinderprostitutie aan. "Je ziet ze gewoon op straat werken. Vanuit daar gaan ze door naar andere landen. Ze werken meestal niet langer dan een jaar op dezelfde plek. Zo houden de handelaren ze afhankelijk, en dus makkelijker te beïnvloeden."
De jongste meisjes komen vrijwel nooit achter de ramen terecht. Dat zou teveel opvallen: een meisje van vijftien mag met een pruik en make-up kan nog voor een volwassen vrouw doorgaan, eentje van twaalf niet. De allerjongsten werken in Nederland voornamelijk in restaurants of privéhuizen. Dit circuit is zeer gesloten. Zonder introductie kom je er niet binnen. Wel worden in de gedoogde prostitutiezones briefjes met telefoonnummers onder klanten verspreid.
Een jaar geleden verdwenen een aantal Nigeriaanse AMA's (Alleen-staande Minderjarige Asielzoekers) uit opvangtehuizen op de Veluwe. Korte tijd later werden ze door de politie aangetroffen in een bordeel in Tilburg. Volgens hulpverleners stonden de meisjes onder invloed van voodoo. Een aantal rechercheurs van het politiekorps Noord- en Oost-Gelderland richtte het 'Voodoo-team' op. Bert Top, politievoorlichter van de regio Noord- en Oost-Gelderland, noemt de kinderprostitu-tie een internationaal probleem. "We hebben een compleet netwerk opgerold; zestien verdachten gearresteerd, en toch gaan de verdwijningen gewoon door."
Het onderzoek van het Voodoo-team wees Amsterdam aan als centraal punt in de handel in minderjarige meisjes. Klaas Wilting, de woordvoerder van Amsterdam-Amstelland, gelooft echter niet dat Amsterdam de spil is in de kinderprostitutie: "Het is wel duidelijk dat het hier ook voorkomt, maar zover wil ik niet gaan." Wilting is op de hoogte van het bestaan van de privé-huizen in de Bijlmer-meer. "Dat het in Amsterdam Zuid-Oost voorkomt is zeker." Op de vraag of er momenteel in Amsterdam grootschalig onderzoek wordt verricht wil hij niet ingaan. Volgens Merel Hoogendoorn zitten er in de regio Amsterdam slechts vier agenten op de vrouwenhan-del. "Ze zijn onderbezet, dat zeggen ze zelf ook. Hun mogelijkheden zijn uiterst beperkt."
Bij de lokale korpsen zijn de agenten volgens cultureel antropoloog Liesbeth Venicz soms erg cynisch over de Nigeriaanse meisjes. "'Dat liegt allemaal maar,' hoor ik geregeld. Dat is ook zo. Als deze meisjes gepakt worden, liegen ze uit angst overal over: leeftijd, land van herkomst - alles verdraaien ze. Er heerst onder sommige agenten een mentaliteit van: 'Waar-om zou ik mijn best doen? Ik maak proces verbaal op, en morgen is ze weer verdwe-nen.' Dat is laakbaar, maar je kan er wel iets van begrijpen. Aan beide kanten heerst wantrouwen."
Woordvoerder Klaas Wilting: "De aangifte-bereidheid is nou eenmaal laag onder deze groep. Ze worden geïndoctrineerd door hun omgeving, onder meer met die voodoo. En ze krijgen stelselmatig te horen dat ze bang moeten zijn voor de politie."
De Stichting Tegen Vrouwenhandel heeft in verschillende landen preventie-projecten lopen om vrouwenhandel tegen te gaan. West-Afrikaanse landen komen echter niet op de lijst voor. "We hebben onze handen vol aan Oost-Europa," verklaart projectleider Marcia Albrecht. Een slachtoffer van vrouwenhandel komt in Neder-land niet gemakkelijk in aanmerking voor een verblijfstitel. De procedure voor slachtoffers van vrouwenhandel staat bekend als B-17 en komt erop neer dat het slachtoffer, daar ze geen vluchteling is, na de rechtzaak alsnog het land moet verlaten. Het is wel mogelijk om op humanitaire gronden in Nederland te blijven, maar volgens projectleider Albrecht is dat in de afgelopen jaren 'jammer genoeg' slechts inciden-teel voorgekomen.
Ook Liesbeth Venicz pleit voor een soepeler beleid. "Voor de zaak rond het Voodoo-team konden ze één meisje zover krijgen te getuigen. Dikke kans dat ze straks alsnog retour Nigeria gaat. Men is bang voor een toeloop wanneer slachtoffers van vrouwenhan-del een verblijfsvergunning krijgen. Maar zo'n B-17 proces is zenuwslopend, en duurt zo drie jaar. Dat doe je echt niet voor je lol. Al die tijd weet het slachtoffer niet waar ze aan toe is, maar haar naam staat wel in de processtukken - iets dat zeker niet ongevaarlijk is. Nu kan dit meisje, zelfs als de zaak gewonnen wordt en tot veroordelingen leidt, nog zomaar worden teruggestuurd. Je moet wel verrekte dapper zijn wil je daar aan meedoen."
Paul Oviawe is voorzitter van de Nigerian Democratic Movement in the Netherlands (NDMN), een organisatie die de integratie van Nigeriaanse asielzoekers wil bevorderen. Vrijwel dagelijks krijgt hij telefoontjes van Nigeriaanse meisjes die uit de prostitutie willen stappen. "Ik leg dan uit hoe de B-17 procedure werkt, welke stappen ze kunnen ondernemen. Uiteindelijk durven ze meestal niet. Ze zijn bang voor de hande-laars, voor het breken van de voodoo-overeenkomst." Van een aantal meisjes loopt de procedure nog, maar vooralsnog heeft Paul Oviawe geen voorbeeld van een geslaagde zaak, en dat zit hem dwars: "Als een aantal meisjes uit de prostitutie zou komen met goede vooruitzichten, dan zou dat voor de anderen een stimulans zijn om dezelfde weg te gaan."
Loes Vellenga is de advocate van vier Nigeriaanse meis-jes. Ook zij liep geregeld vast tegen de 'voodoo-muur'. "Voodoo is zo machtig. Als je tegen een slachtoffer zegt dat je weet wat er met haar gebeurd is in Nigeria, met de voodoo-priester, kijkt ze je aan alsof je gek bent. Voodoo? Daar heeft ze nog nooit van gehoord. Dat is dus onmogelijk." Vellenga zou best willen werken met een 'anti-voodoopriester' - een ingewijde in de voodoo, die de meisjes gerust kan stellen. Ze is echter nog niemand tegengekomen die voor die rol in aanmer-king zou komen. Woordvoerders van de verschillende politiekorpsen zijn minder enthousiast en wijzen erop dat je niet zo maar op zo'n voodooman mag vertrouwen.
Voodoo is in West-Afrika een onderdeel van de sociale structuur, en nauw verweven met machtsverhoudingen. De priesters hebben een rechtsprekende taak, en werken soms samen met de - veelal corrupte - Nigeriaanse autoriteiten. Door de juiste personen geld aan te bieden, kunnen de handelaren de families van de meisjes kwaad doen. Er zijn gevallen bekend van ouders die in de gevangenis belanden, of in elkaar werden geslagen, omdat hun dochter niet in staat was haar schuld af te lossen.
Met name vanuit de opvangtehuizen in Nunspeet en Lochem lijken onevenredig veel AMA's te verdwijnen. "Niks van waar," zegt Jan Willem de Jonge, directeur van Valen-tijn - de stichting die beide tehuizen beheert. "In deze regio is de politie serieus aan het werk gegaan. Het gevolg daarvan is dat het lijkt alsof dit probleem zich concentreert op de Veluwe, dat klopt dus niet. Dit verschijnsel doet zich landelijk voor. Ik kan alleen maar zeggen dat wij tenminste weten hoeveel minderjarige asielzoekers we missen."
Sinds januari zijn er bij Valentijn zo'n twaalf a dertien Nigeriaanse AMA's verdwenen. "Een fractie van het totale aantal," zegt directeur Jan Willem de Jonge, die het idee heeft dat andere opvangcentra zich minder druk maken over verdwijningen: "Je hoort ze er althans niet over."
Volgens Werner van Bastelaar van de COA, het overkoepelend orgaan voor de opvang van asielzoekers, zijn er sinds januari 1999 zeven Nigeriaanse AMA's met onbekende bestemming verdwenen uit de Nederlandse asielzoekerscentra. Lan-delijk worden er dus minder kinderen vermist dan er alleen al uit Valentijn zijn verdwenen. Dat de registratie niet vlekkeloos ver-loopt mag duidelijk zijn.
Ook uit het rapport van Terre des Hommes komt die gebrekkige registratie naar boven. De verschillende manieren en tijdstippen waarop de diverse instanties registreren, maken het voor de politie vooralsnog onmogelijk gebruik te maken van de gegevens. Ook Liesbeth Venicz ondervond tijdens haar onderzoek voor justitie problemen met het vinden van betrouwbare cijfers. "Er zijn nergens centrale gegevens ter beschikking over welke AMA's er verdwenen zijn. De IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) heeft in 1996 onderzoek gedaan naar de verdwijningen uit de opvangtehuizen, een hopeloos onderzoek. Er werd vastgesteld dat de verdwenen asielzoekertjes naar familie zouden zijn gegaan. En daarmee was de kous af."
Liesbeth Venicz is verontwaardigd over die snel getrokken conclusie. "Dat zal best voor een aantal gelden, maar lang niet voor allemaal. We praten nu wel over kinderen, kinderen die verdwijnen. Dat mag toch op z'n minst correct vastgelegd worden? Een standaard protocol voor vermissingen, hoe moeilijk kan het zijn om zoiets op te stellen?"
Sinds een half jaar werkt de CRI aan een centraal meldpunt voor vermiste alleenstaande minderjarige asielzoekers. CRI-woordvoerster Irma Vogels meldt dat het meldpunt wel operationeel is, maar voegt daar meteen aan toe dat er nog geen cijfers beschikbaar zijn. Een werkgroep is namelijk nog bezig met de registratie-criteria. Pas als die bekend zijn kan het meldpunt naar behoren functioneren.
Het verhaal van Bisi
Bisi (14) woont in Sabah, een klein dorp in de Edo-Delta. Ze heeft zes broertjes en zusjes. Haar ouders zijn arm, en kunnen het gezin niet onderhouden. Als een man aanbiedt werk te regelen voor hun dochter, in een restaurant in Europa, gaan ze snel overstag. Tijdens een bezoek aan een lokale voodoopriester wordt de afspraak bezegeld: Bisi zal de komende jaren 40.000 aan de handelaar moeten betalen. Ze wordt naar een madam (de naam voor een vrouwelijke handelaar) in de grote stad gebracht, waar valse papieren klaar liggen.
In november 1997 komt Bisi Nederland binnen. Al snel wordt duidelijk dat ze niet in een restaurant zal gaan werken. Bisi is nog maagd, en wordt gedwongen seks te hebben met vrienden van de handelaar. Nu is ze klaar om als prostituee te werken. De handelaar voor wie ze werkt heeft geen internationale contacten en laat haar alleen in Nederland werken. Bisi werkt hard, en weet in twee jaar tijd ruim 160.000 gulden af te lossen; een veel hoger bedrag dan de aanvankelijk overeengekomen som geld. Toch laat de handelaar haar niet gaan. Een nieuw contract wordt opgesteld en weer bezegeld bij een voodoopriester: Bisi moet nog meer aflossen.
Het leven als prostituee is zwaar. Bisi raakt zwanger, en moet een illegale abortus laten plegen. Ook wordt ze regelmatig door klanten van haar inkomsten beroofd. Klanten die de volgende dag doodleuk bij haar terugkomen, wetende dat ze - als illegaal - toch geen aangifte kan doen. Als ze wordt opgepakt door de politie, zegt Bisi dat ze uit Sierra Leone komt - een land waar altijd rotzooi is, zodat ze in ieder geval niet wordt teruggestuurd. Dat ze minderjarig is vertelt ze niet. Ze vertrouwt blanke mensen niet. Na een paar dagen staat ze weer op straat. Om extra geld te verdienen gaat ze nu ook langs privé-huizen van klanten met uitzonderlijke wensen. Perverse seksspelletjes leveren extra geld op, en Bisi heeft veel geld nodig. Zo heeft ze een Nederlandse klant die haar alleen langs laat komen wanneer ze ongesteld is. Ze moet dan in zijn mond plassen, of hij bevredigt haar met zijn mond, terwijl zijn vrouw toekijkt.
Bisi weet 25.000 gulden apart te houden, met dat geld wil ze haar zusje van vijftien laten overkomen. Haar handelaar zegt voor dat geld een overtocht te kunnen regelen. In plaats van Bisi's zus haalt hij zijn eigen zus naar Nederland. Haar geld ziet ze niet terug. Ten einde raad zoekt ze contact met de NDMN. Tegen voorzitter Paul Oviawe zegt ze uit de prostitutie te willen stappen, weg van de handelaar. Aanvankelijk voelt ze wel wat voor de B-17 procedure, maar ze krabbelt terug als ze hoort dat ze haar verhaal ook aan de politie zal moeten vertellen. Ze is bang dat in Nigeria bekend zal worden dat ze als prostitu-ee heeft gewerkt, en dan zou ze haar familie te schande maken. Ze zoekt weer contact met haar handelaar, die inmiddels ook twee meisjes van twaalf voor zich laat werken. Bisi ziet geen andere uitweg en werkt weer als prostituee.
Het verhaal van Ifoma
Ifoma (13) komt uit Ogoni, een dorp in Nigeria. In 1996 reist ze per vliegtuig naar Nederland. Haar ouders zijn tijdens onlusten in het binnenland om het leven gekomen. Op Schiphol vraagt ze op humanitaire gronden asiel aan. Ze wordt overgebracht naar het Onderzoeks- en opvangcentrum in Haarlem. Na een maand komt ze in contact met een Nigeriaanse man die al tien jaar in Nederland woont. Hij is getrouwd met een Nederlandse vrouw. Ifoma is blij eindelijk een landgenoot te ontmoeten die zich over haar ontfermt. Ze kent niemand in Nederland, en gaat al snel geregeld bij het stel op bezoek. Ze ziet de man als een vaderfiguur, iemand die haar kan helpen. Na verloop van tijd wordt hij opdringerig en dwingt haar tot seks. Als ze weigert, dreigt hij met zijn contacten in Nederland: hij is in staat haar terug te sturen naar Nigeria. Ifoma is bang en doet wat hij wil. Korte tijd later moet ze ook seks hebben met zijn vrienden, en al snel werkt ze als prostituee.
Een aantal maanden later stuurt de Nigeriaan haar naar een adres in Italië. Ze doet wat hij zegt, en reist met valse papieren per trein naar Turijn. Ze weet niet dat ze voor 40.000 is doorverkocht aan een andere handelaar. Deze man laat haar in Turijn op straat werken. Gedurende de periode dat ze daar als prostituee werkt, wordt Ifoma meerdere keren in elkaar geslagen, met de dood bedreigd en beroofd. Ze besluit te vluchten. Samen met een ander Nigeriaans meisje reist ze in 1997 naar Antwerpen. Omdat ze als illegaal geen mogelijkheid ziet om aan werk te komen, probeert ze als prostituee voor een madam te werken. Die wil daar wel 25.000 gulden voor hebben. Ifoma lost 12.000 gulden af, langer houdt ze het werk het niet vol, en vlucht terug naar Nederland. Hier neemt ze contact op met de rechtsbijstand-advocate die haar toen ze Nederland binnenkwam werd toegewezen. Ifoma probeert terug te komen in de asielprocedure. Die poging mislukt, en Ifoma leeft nu als illegaal verder in Nederland.
|