Sonja Holleeder: verdriet om een boek

Door tal van ontwikkelingen was het er nog even niet van gekomen het vervolg van het verhoor van Sonja Holleeder goed aan te kondigen. Het verslag – van de zitting van woensdag 20 februari – staat al een paar dagen online, maar zonder toelichting. Bovendien staat het achter een betaalknop en dat betekent dat maar ongeveer 1 op de 1000 bezoekers dat gaat lezen: bijna niemand wil betalen voor ‘exclusieve verhalen’. Hoeft ook lang niet overal: de kranten geven vrijwel alles gratis weg, alleen voor de reportages in tijdschriften moet worden betaald. Maar om die betaalweigeraars tegemoet te komen hier een paar fragmenten uit het hele verhaal (dat meer dan 10.000 woorden telt, veel te lang voor de doorsneelezer).    

Het eerste fragment:

Sonja: Het is een keer gebeurd dat mijn kind tegen een vriendinnetje zei, met een slokkie op, dat hij achter de moord op Cor zat. Dat heeft het vriendinnetje tegen hem gezegd. Dat is een hele toestand geweest. Ik moest naar haar toe komen en als het nog één keer gebeurde, zou hij maatregelen nemen, daar mocht nooit meer over gesproken worden.

Dat gaat over dochter Francis. Sonja en Astrid zien dat als bewijs dat Willem achter de moord op Cor zat, maar dat is net hoe je ‘t bekijkt: of het wel of niet waar is, het is niet prettig om van zoiets te worden beschuldigd.

Komen we bij een nog wat heikeler onderwerp. In het kader van het verscheiden van Karel Pronk hadden we ‘t al even over Cor, het boek over Cor van Hout. Waar ook een hoofdstuk over Karel in staat, omdat hij Cor heeft meegemaakt in – en buiten – de gevangenis. 

Advocaat Sander Janssen: U heeft nog een kind. Buiten de twee die we besproken hebben. Ook daarover is geschreven in dat boek. (Janssen bedoelt hier Judas, het boek van Astrid Holleeder)

Sonja: Mag ik wat zeggen? Hij is daarmee begonnen in een boek, om Cor slecht neer te zetten. Wat ik er niet uit mocht halen. Hij is daarmee begonnen. Niemand wist het van mijn kindje, maar hij moest het in een boek zetten(huilt), die vieze hond, ik mocht het er niet uit laten halen, iedereen moest weten dat Cor een slechte man was, ik mocht het er niet uit laten halen omdat ik dan een probleem met hem kreeg. Hij is erover begonnen!

Janssen: Het staat in het boek van Astrid.

Sonja: Het stond eerst in het boek van Korterink. Dat heeft hij laten doen, ik mocht het er niet uit laten halen.

Janssen: Dat kunnen we altijd nog aan Korterink vragen, maar dat lijkt me niet nodig.

Sonja: Dat lijkt me wel nodig, want het is zo. Dat hij het erin heeft laten zetten. Ik weet precies hoe het gegaan was, ga nou niet beginnen over mijn andere kindje, je probeert alles maar in mijn schoenen te schuiven, godverdomme.

Rechter Wieland: Mevrouw, heeft u daar een glas water?

Janssen: Mevrouw, ik probeer het omzichtig te benaderen.

Sonja: Hij is ermee begonnen!

Aldus het fragment. Dit vergt enige toelichting. Toen ik met dat boek bezig was, heb ik Willem Holleeder uiteraard benaderd: of hij eraan wilde meewerken. Dat wilde hij niet. Hij vroeg alleen of ik er geen “onzin over zijn familie” in wilde zetten. Uiteraard niet. Sowieso geen onzin. En het boek gaat niet over zijn familie, maar over Cor – en diens familie. Zeer zijdelings iets over de Holleeders. Maar ik heb hem toegezegd dat hij het vooraf mocht lezen, om onjuistheden te voorkomen.

Ik heb het naar zijn advocaat gestuurd, maar nooit meegekregen dat hij of iemand anders het had gelezen. Tijdens het proces bleek dat Astrid het – naar haar zeggen op verzoek van Willem – uitvoerig had doorgenomen. De passage over dit dochtertje is kennelijk met Sonja besproken, die graag wilde dat het eruit ging. Dat heeft mij nooit bereikt. Het is mij niet duidelijk waarom niet.

Ik begreep dat ook Peter de Vries het had gelezen. Als Sonja het aan Peter had gevraagd, had die het aan mij kunnen voorleggen en dan had ik nog kunnen zien wat ik ermee zou doen. Ik wist natuurlijk dat het gevoelig lag, de familie van Cor had mij wel gevraagd het weg te laten, maar ik vond dat dat niet kon: alle goede vrienden van Cor wisten ervan. En velen namen hem zijn houding in deze kwestie nogal kwalijk. Zeker dat hij nimmer naar dit meisje heeft omgekeken.  Astrid neemt het in Judas overigens op voor Cor en vindt dat hij er goed aan heeft gedaan het zo te regelen – helemaal tegen de zin van Sonja in.

Fragment twee: (dit gaat over Cor, die in een dronken bui vaak gewelddadig werd, ook tegenover Sonja. Sonja vertelde erover aan Astrid)

Janssen: “Sonja zegt dat hij haar gisteren ging vermoorden waar de kinderen bij waren, met handschoenen aan. Hij is gestoord. Knettergek.”

Sonja: Het is mijn leven toch? Als ik dat accepteer…

Janssen: U en uw zus hebben een beeld neergezet dat met Cor alles koek en ei was en dat Willem een tiran was die u het leven zuur maakte.

Sonja: Dat is-ie nog.

Janssen: Hier lijkt het omgekeerd.

Sonja: Nee, hij heb een tweede agenda.

Janssen: Dus wat wij hier lezen, is allemaal geacteerd.

Sonja: Klopt.

Janssen: Mensen die contact met u hadden, hebben het ook allemaal nooit gemerkt. Ongelooflijk.

Sonja: Ja, absoluut, dat is ook zo. Je kon een ander er niet mee belasten.

Fragment drie: (dit gaat over de woning van Cor in Benalmádena, dichtbij Torremolinos. Het huis heette Villa Francis, genoemd naar hun dochter)

Sonja: Nee. Ik heb wel gezegd dat ik het huis verkocht heb.

Janssen: Wat hier staat, heeft u dat besproken?

Sonja: Dat weet ik niet meer. Ik zeg niet: ik weet het niet. Ik kan het me nu niet herinneren.

Janssen: Dat is toch bijna hetzelfde?

Sonja: Vind ik niet.

Janssen: U weet het nu niet.

Sonja: Nee.

Janssen: Marcel(Grifhorst)  verklaart dat het via zijn vader is gegaan, dat Grifhorst het heeft gekocht van u en dat die woning tot dat moment in uw bezit was. Niet van Hassing.

Sonja: Dat is niet waar.

Janssen: Heel veel getuigen zeggen dat relatie tussen Robbie en Cor ernstig was bekoeld. Dat er helemaal geen contact meer was na de verdeling.

Sonja: Dat is helemaal niet waar.

Janssen: Weet u dat zeker?

Sonja: Ja.

Janssen: Stamt die verklaring dat alles nog goed was niet uit de tijd dat u vertelde dat Grifhorst de Achterdam had teruggekocht van Cor in 1998. Toen had u hem nog nodig.

Sonja: Ik begrijp de vraag niet.

Janssen: U heeft in Goudsnip verteld dat Rob Grifhorst de Achterdam van Cor had teruggekocht in 1998.

Sonja: Ja. Maar dat was niet waar. Toen was ik nog verdachte. Dat heb ik verzonnen om mijn broer van mij af te houden.

Janssen: Ja. Maar dat betekent dat er toen wel contact moet zijn geweest met Cor. Anders kan hij de Achterdam niet terugkopen. Had u die leugen over hun goede contact daarvoor nodig?(…) Heeft u er toen niet bij verzonnen dat de verhouding van Grifhorst met Cor nog goed was omdat u Grifhorst nog nodig had?

Sonja: Helemaal niet waar.

Janssen: De Fiod zegt: “Het verhaal over het huis is niet waar, het is helemaal niet verkocht in 2003, de Achterdam is verkocht aan Hassing en Van Eenbergen in 2003 en pas veel later, in 2005, is dat huis verkocht aan Grifhorst. Dat is ook wat de zoon zegt. Dat blijkt ook uit de formulieren van die bank.

Sonja: Dat is helemaal niet waar.

Janssen: Nee. We zijn nu veel later in de tijd. U kon eerder niet vertellen over de Achterdam, dan had u een probleem met hem. Dan gaat u naar de politie om een boekje over hem open te doen. U noemt hem een psychopaat, hij maakt mensen dood, maar u vertelt niet hoe het zit met de Achterdam. Dan blijft u bij het leugenachtige verhaal uit Goudsnip.

Sonja: Omdat ik anders moest verklaren over het losgeld.

Janssen: Nou en? U beschuldigt hem al van moorden, wat kunnen u die Hallen en dat losgeld nog schelen?

Sonja: Heel veel.

Janssen: Dat begrijp ik echt niet.

Janssen: In 2013, in een verklaring in Vandros, beschuldigt u uw broer van liquidaties. En dan blijft u jokken over de Achterdam.

Sonja: Ik heb het weggehouden in zijn belang.

Rechter: Dat is zo moeilijk te begrijpen. U praat in het geheim met de politie, over de liquidaties van uw broer. Dan had u toch ook in het geheim kunnen vertellen hoe het met het losgeld was?

Sonja: Nee, hij heeft de petten zitten. Ik was bang alles te vertellen. Hij wist alles.

Rechter: Stel dat die petten uw broer vertellen dat u verklaart wie hij allemaal heeft doodgeschoten, is dat minder erg dan wanneer ze vertellen over het losgeld?

Sonja: Omdat ik anders onder de groene zoden had gelegen. De Hallen waren zijn kindje.

Rechter: Maar wat u over hem zegt over Endstra en Thomas, dat was toch ook gevaarlijk?

Sonja: Ik liep sowieso gevaar.

Rechter: Wat maakte dat u onderscheid maakte tussen het geld en de liquidaties? Dat is voor ons niet goed te begrijpen.

Sonja: Het gaat mij niet om het geld. De Achterdam is de aanloop geweest, voor de moord op Cor. Dat hij Cor dood heeft laten schieten en er toch met de Achterdam vandoor zou gaan, dat wilde ik niet laten gebeuren.

Rechter: Maar waarom kon u dat niet vertellen?

Sonja: Omdat ik niet durfde.

Rechter: Ik zou het begrijpen als u zegt: “Ik wil het niet vertellen omdat ik net een schikking had getroffen en als ik eerlijk zou zijn over de Achterdam, zou ik zelf in problemen komen.”

Sonja: Dat kan er bijkomen. Het feit is dat ik in het hele Goudsnipverhaal mijn broer er buiten moest laten, omdat ze anders aan zijn spulletjes zouden komen.

Rechter: Het blijft moeilijk te begrijpen.

Het hele verhoor (Sonja Holleeder in het nauw) staat hier

8 Reacties

  1. Koos
    8 augustus 2018 - 15:20

    Sonja Holleerder, die zie ik onderhand nog liever vast gaan dan Willem.
    Het klopt allemaal voor geen meter, riekt naar bedrog en het OM vind het allemaal prachtig.

    Kansloos

    Reply
  2. Maurits de Vries
    8 augustus 2018 - 15:25

    Gebed zonder eind. Meervoudige strafkamer buigt zich over een ordinaire familieruzie. Normaal gesproken gaat zoiets via het Kantongerecht. In sommige gevallen wordt de Rijdende Rechter ingeschakeld. Misschien kan Het Familiediner nog uitkomst bieden…

    Reply
  3. Joker
    8 augustus 2018 - 19:58

    Feit, Willem is een crimineel die behoorlijk wat op zijn kerfstok heeft.
    Maar de zusjes zijn net zo gestoord als hem. Het gaat uiteindelijk allemaal om geld.

    Reply
  4. Siem
    8 augustus 2018 - 20:21

    Quote:

    Janssen: De Fiod zegt: “Het verhaal over het huis is niet waar, het is helemaal niet verkocht in 2003, de Achterdam is verkocht aan Hassing en Van Eenbergen in 2003 en pas veel later, in 2005, is dat huis verkocht aan Grifhorst. Dat is ook wat de zoon zegt. Dat blijkt ook uit de formulieren van die bank.

    Sonja: Dat is helemaal niet waar.

    Janssen: Nee. We zijn nu veel later in de tijd. U kon eerder niet vertellen over de Achterdam, dan had u een probleem met hem. Dan gaat u naar de politie om een boekje over hem open te doen. U noemt hem een psychopaat, hij maakt mensen dood, maar u vertelt niet hoe het zit met de Achterdam. Dan blijft u bij het leugenachtige verhaal uit Goudsnip.

    Sonja: Omdat ik anders moest verklaren over het losgeld.

    Janssen: Nou en? U beschuldigt hem al van moorden, wat kunnen u die Hallen en dat losgeld nog schelen?

    Sonja: Heel veel.

    Janssen: Dat begrijp ik echt niet.

    Janssen: In 2013, in een verklaring in Vandros, beschuldigt u uw broer van liquidaties. En dan blijft u jokken over de Achterdam.

    Sonja: Ik heb het weggehouden in zijn belang.

    – Recent in de New Yorker: https://www.newyorker.com/magazine/2018/08/06/how-a-notorious-gangster-was-exposed-by-his-own-sister

    Quote: After Heineken and the chauffeur were liberated, the Dutch police claimed to have found most of the ransom buried in a wooded area near the town of Zeist, thirty-five miles southeast of Amsterdam. But roughly a quarter of it—the equivalent, today, of eight million dollars—was never recovered. According to Astrid, Wim and Cor entrusted some of these funds to criminal associates, with instructions to invest in the drug trade. “So, while they were in prison, the eight million was working for them,” she said. They went into prison as rich men and came out richer.

    Quote: When Cor was released, he and Sonja settled into a life of gangster splendor, with ostentatious cars and holidays on the Mediterranean.

    Quote: The Holleeders suspected that the authorities would begin monitoring them, so they spoke about nothing of consequence in their homes or their cars. “To protect the money, we had to keep quiet,” Astrid recalled.

    Quote: Cor acknowledged that he had a problem. Sometimes he raised a beer, flashed a sardonic smile, and said, “Heineken caught me.” He, too, was physically abusive, and beat Sonja. Yet it never occurred to her to leave him. “Sonja had an alcoholic father and sought an alcoholic as a man,” Astrid told me.

    Quote: Astrid is surprisingly forthright about the fact that Sonja continues to live on the proceeds of the kidnapping. “The state didn’t take it away from them, and Heineken didn’t start a proceeding to take it back, so it was theirs,” she said.

    Reply
  5. loetje
    9 augustus 2018 - 08:31

    Wat is er zo bijzonder aan dat je Cor zou hebben gekend ? Ik vind dit echt te lachwekkend voor woorden.
    Ik heb begin jaren negentig bij Cor en Willem in Veenhuizen gezeten en deze jongens dagelijks van nabij meegemaakt later heb ik samen met Cor in het open kamp gezeten [Niendeure Almelo] dus ik heb ze een lange tijd van nabij meegemaakt maar of dat nu zo bijzonder was of is?
    Allemaal stemmingmakerij.

    Reply
    • its me
      9 augustus 2018 - 13:27

      Lees eens terug wat jezelf schrijft, probleem is jullie lullen teveel

      Reply
  6. FIOD
    9 augustus 2018 - 09:11

    Hoe kijkt een rechtbank naar een FIOD eigenlijk?

    Ze kunnen dat onderzoek van de FIOD toch niet links laten liggen?

    Of kan in de proces alles?

    Ben toch ook wel benieuwd of en hoe dat interview ter sprake gaat komen in de rechtbank. Astrid word toch nog een keer verhoord?

    Reply
  7. Ben
    9 augustus 2018 - 10:08

    Sonja stelt: “de hallen waren zijn kindje ( WH ).
    Deze zinsnede heeft ze “geleend” van Marcel Kaatee.
    In een interview met Marian Husken en Harry Lensink in VN van 7 oktober 2006 stelt Kaatee “die gokhallen zijn mijn kindjes”.
    Dat lijkt mij een realistischer beeld. Kaatee heeft sinds 1983 in die gokhallen gewerkt bij Joop en Edith de Vries en daarna bij Grifhorst en Endstra en het vervolgens middels een hypotheek van Endstra van Endstra overgenomen.
    De FIOD heeft al lang aangetoond, dat de verdwenen Heineken miljoenen zijn geïnvesteerd in de drugshandel en vervolgens in de Achterdam en de Peperstraat in Zaandam, ergo niet in de gokhallen.
    Dat komt uit diverse vonnissen naar voren.

    Reply

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.